24 Gnosis nu! – Dante

Gnosis nu! – online jaarprogramma – week 24
Dante
11 juni 2022

 

WEEK 1 – WEEK 2WEEK 3  – WEEK 4 – WEEK 5 – WEEK 6 – WEEK 7 – WEEK 8WEEK 9 – WEEK 10 – WEEK 11 – WEEK 12 – WEEK 13 – WEEK 14 – WEEK 15WEEK 16 – WEEK 17 – WEEK 18 – WEEK 19 – WEEK 20 – WEEK 21 – WEEK 22 – WEEK 23 – WEEK 24

Het meesterwerk van Dante Alighieri (circa 1265 – 1321) over hel, louteringsberg en paradijs is niet een willekeurige, dichterlijke, fantastische droom, maar de levende belichaming van het gehele pad van de transfiguratie. In het inferno schildert Dante de hel van het dialectische leven en zijn gevolgen. In de purgatorio, de louteringsberg, geeft hij weer, op welke wijze de geestvonk vrij kan worden gemaakt als basis van het nieuwe leven, door zelfversterving. En in zijn paradiso stelt Dante ons het koninkrijk van God.

In de Divina Commedia van Dante zijn er drie primaire figuren: Vergilius, Dante en Beatrijs. Dante is de worstelende microkosmos, het gehele stelsel dat op een gegeven moment zichzelf in de ballingschap van de dialectiek ontdekt en getroffen wordt door de roep van de gnosis. Vergilius is zijn dialectische zelf, het echte ik-van-de-natuur, het dialectisch bewustzijn. Geleid door Vergilius, trekt Dante door het inferno en ontdekt hij deze wereld in haar hellestaat en gebroken realiteit.

En geleid door Vergilius dringt Dante door in de Purgatorio, de wereld van de zelfversterving. En wanneer hij dan deze louteringsberg tot aan de hoogste toppen beklommen, doorleden en begraven heeft, laat Vergilius hem alleen. Immers, het aardse zelf, het ik-van-de-natuur moet sterven; het kan het nieuwe land niet betreden. Johannes moet ondergaan daar waar Jezus verschijnt. 

En ziet, zodra Vergilius is verdwenen staat de Andere voor Dante: Beatrijs. Beatrijs betekent: de gelukkigmakende; inderdaad, de ware hemelse Andere, de nieuwe gestalte die verschijnt wanneer het aardse zelf verdwenen is, is de eeuwige vreugde zelf! Beatrijs is de gnosis, de eeuwig gelukkigmakende.

Uit: De universele gnosis
Hoofdstuk 7: De gnosis en dichters en denkers

BELUISTER OF LEES DE EERSTE ZEVEN HOOFDSTUKKEN UIT DE UNIVERSELE GNOSIS

BESTEL DE UNIVERSELE GNOSIS

‘Eer zij de goddelijke triniteit!
O blijdschap, onuitsprekelijk sereen!
O leven vol van liefde en van vrede!
O weelde van vervulling voor elkeen!’

Deze jubelzang uit Dantes beschreven Paradijs spreekt van een te bereiken geluk. Aan al het zich openbarende leven ligt een ordening ten grondslag die uitgaat van de bron van alle leven. Het is het heilig drievoud: geest, ziel en stof. Heilig omdat zij bestemd zijn heel, één te worden.
Dit drievoud heeft Dante als basisstructuur gekozen voor de Divina Commedia.

Op meerdere niveaus beschrijft hij deze drievoudigheid, maar altijd in relatie met de hoogste, de goddelijke triniteit, de vervulling voor elkeen! Hoe vaak wordt de Divina Commedia niet geduid naar historische gebeurtenissen? Hoe bijzonder is het in De universele gnosis van J. van Rijckenborgh te lezen dat hel, louteringsberg en paradijs de belichaming zijn van het gehele pad van transfiguratie, van het proces van verandering van aardemens tot geestzielemens. Het pad dat te wachten ligt voor ieder mens. Het weerspiegelt de universele leer. Daarom spreekt Dante gelijk in de eerste verzen ook ons aan.

‘Juist op het midden van ONS levenspad gekomen,
zag ik mij in een donker woud verloren,
daar ik van ’t goede pad was afgeweken.’

Het midden van je leven duidt op het moment waarop je stil valt, stil staat en de balans opmaakt van wat achter je ligt. Het kan zomaar zijn dat je beseft je te bevinden in een donker, ondoordringbaar woud. In de levenssituatie waarin plotseling allerlei levensvragen zich aan je opdringen en je niet meer weet wat waar is, wat goed en welke kant je op zal gaan. Je dacht op de goede weg te zijn maar gaandeweg ben je verdwaald. Je weet het niet meer. Je bent vergeten waar het eigenlijk omgaat in je leven. Angst overvalt je.

‘Zó wild was ’t en zó woest, zó dicht en donker,
dat de angsten nog herleven bij ’t herdenken’,

schrijft Dante. Maar dan is daar de berg en Dante ziet

‘zijn kruin omgeven door ’t licht van de planeet,
die met zijn stralen ONS allen veilig leidt langs alle wegen.’

Ook hier weer het woord ‘ons’. De berg en het licht zijn universele beelden voor de weg van bevrijding uit de duisternis van het leven. Het is de goede richting, je weet het zeker en begint te klimmen. Maar zo gemakkelijk is het niet. Een drievoudige zwaarte houdt je tegen, drie dieren versperren je weg naar omhoog: een slanke, vlugge panter, een leeuw en een magere wolvin. Je vlucht terug de donkere diepte in. Maar hoe kort ook, je hebt een straal van het eeuwige licht op de berg gezien. Het heeft je aangeraakt en een kleine vlam van geloof en hoop laten ontspringen in je hart.

Je ontdekt de reden van de zwaarte, de drie lagere aanwezige hartstochten in je. Genotslust, zinnenlust, je hang naar roem belichaamd door de panter. Trots, hoogmoed, je drang naar macht, voorgesteld door de leeuw. En alle soorten van zelfzucht, zoals, hebzucht, afgunst, nijd, bedrog en verraad gekarakteriseerd door de magere wolvin, die nooit genoeg heeft. Je schrikt er voor terug.

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN VAN OF OVER DANTE

In deze diep gevoelde verlorenheid verheft zich voor Dante een gestalte in de verte. Dat wil zeggen: hij wendt zich tot zijn ervaringsbewustzijn, Vergilius. Vergilius legt de moedeloze Dante uit, dat hij op de ingeslagen weg naar omhoog de drie dieren, zijn menselijke natuur – in het bijzonder de wolvin, niet ontlopen kan. Ze bevechten om een doorgang lukt niet. Maar als hij bereid is, Vergilius te volgen, die hem behulpzaam wil zijn de eigen onbewuste diepte van de onderwereld aan te zien, zal hij eenmaal, de hoogte, het volle goddelijke licht van de liefde, Beatrijs vinden.

Dante aarzelt, is besluiteloos, kleinmoedigheid overvalt hem, hij voelt zich tekort schieten, onwaardig, en vertrouwt niet langer meer op zijn eigen kracht; ook begrijpt hij niet wat van hem verlangd wordt. Dan vertelt Vergilius dat hij op verzoek van Beatrijs gestuurd is om Dante te redden. Vergilius, het ervaringsbewustzijn geeft je in: niet jij hebt dit pad gekozen, maar de liefde zelf heeft jou gezocht en gevonden.

‘Waartoe dan nog te talmen?
Waarom voedt ge in uw hart nog zoveel lafheid?
Waarom geen moed en durf tot grote daden?,’
vraagt Vergilius.
‘Ga nu: één wil bezielt ons beider harten.’

Wie hoog verlangt te gaan, moet zijn diepte kennen. Wie de hel doorgrondt, vindt de hemel. Het begrip daalt in je, dat je gekend wordt, dat het inderdaad de goddelijke liefde zelf is die je tot zich verlangt op te trekken. Het opent in je hart een groot heimwee en nieuwe kracht. Ja, nu durf je te kiezen voor de weg van het inzicht en wil je het wezen van je menselijke natuur leren kennen, je vergissingen onder ogen zien, de oorzaak en werking van je handelen leren doorgronden. Je ziet datgene in je wat buiten het licht staat, wat zonder liefde in je werkt en begrijpt dat eerlijke zelfkennis nodig is om gelouterd te kunnen worden, om de louteringsberg, het Purgatorio te kunnen bestijgen. Op die berg, op het pad van zuivering, schrijft Dante:

wordt het hart ontsloten, en Hij die het al beweegt,
ademt een nieuwe geest er in,
vol kracht en leven, een ziel zo vormend,
die leeft en voelt en in zich zelf kan schouwen.
Een ziel, die draagt God en mens. (…) 

BESTEL DE UNIVERSELE GNOSIS

LEES MEER OVER DE ZES BOEKEN VAN DE HOEKSTEENSERIE