Lofzang 6

Ode aan de wijsheid
(Wijsheid van Salomo 7:21-30 en 8:1)

 

Al wat verborgen en al wat zichtbaar is
heb ik leren kennen.
In haar immers is een geest,
die verstandig is, heilig,
enig, veelzijdig, subtiel,
beweeglijk, doordringend, smetteloos,
helder, onkwetsbaar, bedacht op het goede, scherpzinnig,
onweerstaanbaar, weldadig, menslievend,
standvastig, onwankelbaar, onbekommerd,
alles vermogend, alles overziende,
alle geesten doordringend,
hoe verstandig, zuiver en subtiel ze ook zijn.
Want de wijsheid is beweeglijker dan alle beweging;
zij doordringt en doortrekt alles
door de kracht van haar zuiverheid.
Want zij is de ademtocht van Gods kracht
de pure afstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.
Daarom wordt zij niet aangetast
door iets dat bezoedeld is.
Zij is de afglans van het eeuwig licht,
de onbeslagen spiegel van Gods werkzaamheid
en het beeld van zijn goedheid.
Hoewel zij één is, vermag zij alles;
hoewel zij in zichzelf blijft, vernieuwt zij alles;
van geslacht tot geslacht treedt zij binnen
in heilige zielen
en maakt hen tot vrienden van God
en tot profeten.
Want God bemint alleen diegene
die met de wijsheid samenwoont.
Want zij is schoner dan de zon
en overtreft de hele sterrenhemel.
Met het daglicht vergeleken
blijkt zij de meerdere te zijn,
want het daglicht wordt afgelost door de nacht,
maar de wijsheid wordt niet overmeesterd door de boosheid.
Machtig reikt zij van het ene einde tot het andere
en op voortreffelijke wijze bestuurt zij alles.