Lofzang 21

Het Nuctemeron
(Apollonius van Tyana)

 

Het eerste uur
In de eenheid zingen de demonen de lof van God.
Zij verliezen hun boosheid en hun toorn.

Het tweede uur
Door de tweeheid zingen de vissen van de dierenriem de lof van
God. De vuurslangen strengelen zich om de slangenstaf en de
bliksem wordt harmonieus.

Het derde uur
De slangen van de slangenstaf van Hermes omstrengelen elkaar
drie malen. Cerberus opent zijn drievoudige muil en het vuur
zingt de lof van God door de drie tongen van de bliksem.

Het vierde uur
In het vierde uur keert de ziel terug van het bezoeken van de
graven. Het is het tijdstip waarop de vier magische lantaarns
worden aangestoken op de vier hoeken van de kringen.
Het is het uur van de betoveringen en van de begoochelingen.

Het vijfde uur
De stem van de grote wateren bezingt de God van de hemelse
sferen.

Het zesde uur
De geest houdt zich onbeweeglijk, hij ziet de helse monsters
tegen zich optrekken en is zonder vrees.

Het zevende uur
Een vuur dat het leven geeft aan alle bezielde wezens wordt
bestuurd door de wil van reine mensen.
De ingewijde strekt zijn hand uit en het lijden komt tot vrede.

Het achtste uur
De sterren spreken met elkaar.
De ziel van de zonnen antwoordt op de zucht van de bloemen.
Door de ketenen van harmonie worden alle natuurwezens met
elkaar in verbinding gebracht.

Het negende uur
Het getal dat niet geopenbaard mag worden.

Het tiende uur
De sleutel tot de astronomische cyclus en tot de rondgaande
beweging van het leven van de mensen.

Het elfde uur
De vleugels van de genieën bewegen zich met een mysterieus
geruis. Ze vliegen van de ene sfeer naar de andere en brengen
van wereld tot wereld de boodschappen van God.

Het twaalfde uur
Hier worden door het vuur de werken van het eeuwige licht vervuld.