Essay 1

      Uitdagingen van geboorte, leven en dood – Het leven respecteren

hoofdstuk 10 van Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood

 

De Godheid is zowel transcendent als immanent, dat wil zeggen dat hij alle kosmische gebieden doorstraalt, zich in alles en allen openbaart en tegelijkertijd buiten de Alopenbaring is in dat wat niet gekend kan worden. Hij is dus de kenbare en de onkenbare, tijd en eeuwigheid tezamen.
Wanneer wij ons op de basis van deze werkelijkheid plaatsen, is het duidelijk dat zij die doordringen in de gnostieke mysteriën, zich op een totaal andere wijze bezinnen op de Godheid in aanbidding, lofprijzing en dankbaarheid. (…) God is alles wat wij zijn en wat wij eenmaal zullen kunnen of mogen zijn.
Zo zinken wij weg in de oceaan der Godsopenbaring, in een toestand die lof, dank en aanbidding verre en verre te boven gaan. Want is de godsopenbaring, die oceaan van de eeuwige volheid, niet de onmetelijkheid zelf? (…)
‘Want Gij zijt alles wat ik maar kan zijn. Gij zijt alles wat ik maar kan doen.
Gij zijt alles wat ik maar kan zeggen. Gij zijt alles, er is niets dan Gij.’
(…) Het is alleen maar diepe, diepe verbijstering, in sprakeloos ontzag en nameloze blijdschap dat het ons gegeven wordt met de ogen van het innerlijk zijnde die godsopenbaring te kennen, zoals God zichzelf kent

Catharose de Petri, Het levende woord, hoofdstuk 22

 

Het heelal waarin we leven is naar schatting 13,8 miljard jaar oud. Dat concluderen astronomen aan de hand van metingen van de kosmische achtergrondstraling die zijn uitgevoerd met satellieten. Het waarneembare universum ontstond met een gigantische explosie of oerknal van een extreem heet punt met een bijna oneindige dichtheid, waardoor tijd en ruimte ontstonden. Deze big bang theorie wordt algemeen aanvaard door wetenschappers en is gebaseerd op de waarneming van het voortdurend uitdijend heelal.

Het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel zich bevindt – de melkweg – is volgens de zogeheten beryllium-datering zo’n 13,4 miljard jaar geleden ontstaan. Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstond ons zonnestelsel met zijn planeten, waaronder de aarde, toen een interstellaire gaswolk door zijn eigen gewicht begon te krimpen en steeds sneller rond te draaien, waarna in het midden van deze gaswolk de zon werd gevormd. Ook de chemische elementen van het periodiek systeem ontstonden.

In het begin was de aarde heet, woest en ledig. De aardkorst werd gevormd en er ontstonden landmassa’s en zeeën. Waarschijnlijk zijn ongeveer 500 miljoen jaar geleden de eerste vormen van uiterst primitief biologisch leven op aarde verschenen. Geen mens weet hoe dat mogelijk was.

Sommige wetenschappers denken dat het leven via meteorieten op de aarde kwam. Anderen veronderstellen dat het leven is ontstaan in de zeeën waarin het aminozuren regende die ontstonden uit chemische reacties in de oeratmosfeer die plaatsvonden als gevolg van vulkanisme, bliksems en ultraviolette straling. In die oersoep zou dan leven zijn ontstaan doordat aminozuren zich samenvoegden tot het macromolecuul DNA (desoxyribonucleïnezuur), de belangrijkste drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen. Ondanks talloze inspanningen van onderzoekers is het nog nooit iemand gelukt om in een laboratorium biologische levensvormen te synthetiseren.

De geschiedenis van de aarde en de daarop levende levensvormen wordt vaak weergegeven op een geologische tijdschaal, waarin meerdere geologische tijdperken worden onderscheiden. Dat is mogelijk dankzij het werk van paleontologen, die fossiele resten of sporen van organismen bestuderen om aan de hand daarvan de aard en de evolutie van het biologische leven op aarde te reconstrueren. Talloze plantaardige en dierlijke levensvormen uit het verleden zijn volledig uitgestorven.

Het is lastig om vast te stellen wanneer de eerste mensen op aarde ontstonden. De oudst bekende mens-achtigen verschenen ruim vier miljoen jaar geleden, maar de eerste vertegenwoordigers van onze soort, Homo sapiens, zijn gedateerd op zo’n 125.000 jaar geleden.

Scheppingsmythen en ontzag 

Alle bovengenoemde informatie komt op geen enkele manier overeen met het scheppingsverhaal zoals we dat kunnen lezen in Genesis, het eerste boek in de Bijbel, maar het kan ons wel vervullen met verbazing en groot ontzag. Albert Einstein, de beroemdste natuurkundige van de twintigste eeuw heeft eens gezegd: ‘Als dit universum in zijn miljoenenvoudige orde en precisie het resultaat van blind toeval zou zijn, dan is dat net zo geloofwaardig als wanneer een drukkerij explodeert en alle druklettertjes weer op de grond terecht komen in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek.’ 

BESTEL MYSTERIËN EN UITDAGINGEN VAN GEBOORTE, LEVEN EN DOOD

Het zou onjuist zijn om op basis van wetenschappelijke waarnemingen en theorieën te concluderen dat Genesis 1 en scheppingsmythen uit andere culturen niet kloppen, want die gaan over andere werelden dan ons zintuiglijk waarneembare universum waartoe natuurwetenschappen zich beperken.

Wetenschappelijke theorieën over het ontstaan van alles en scheppingsmythen sluiten elkaar niet uit, maar kunnen elkaar juist aanvullen omdat ze de concepten van schepping en evolutie benaderen vanuit een andere ervaringswereld. Natuurwetenschappen nemen de ervaringswereld van de fysieke materie en het stoffelijke lichaam als uitgangspunt, terwijl scheppingsmythen hun oorsprong vinden in de wereld van de ziel, dat is de ervaringswereld van de oertypen of van de actieve verbeelding die ook wel wordt aangeduid als de mundus imaginalis.

Zo is er naast de wetenschap van de natuur, de fysica, ook een wetenschap die uitstijgt boven de natuur: de metafysica. Het begrip metafysica is afkomstig van klassieke Griekse filosofen en betekent letterlijk: voorbij de natuurkunde. De metafysica onderzoekt niet de realiteit zoals die gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming, maar gaat op zoek naar het wezen van de werkelijkheid en waaruit zij is samengesteld.

De wetenschapper-filosoof Erwin Lazlo zlo postuleert in zijn boek ‘Bezielde kosmos’ dat ons universum wordt doorstraald door een bezieling die hij een ‘metaversum’ noemt. Dat is een universum dat uitstijgt boven het zintuiglijk waarneembare universum. Plato sprak over de wereldziel. De gnosticus Jan van Rijckenborgh verwoordt zijn ontzag voor al het bestaande als volgt:

‘Wij, speurders naar het verborgen geheimenis, weten dat in het hele universum systeem en ordening heersen, dat het Al zich voltrekt van eeuwigheid tot eeuwigheid, met behulp van onvergankelijke wetten. 
Wij, die van stap tot stap de sluiers tussen ons en het onuitsprekelijke vaneen schuiven, ontdekken het planmatige in alle verwerkelijking. 
Wij, die de verhoudingen tussen macrokosmos en microkosmos onderzoeken, zien het grandioze evenwicht tussen alle dingen.
Wij, die onze wetenschap zo vermeerderen, onze gezichtseinder verruimen, ons bewustzijn vergroten, onze krachten met dynamische energie laden, wij komen van verwondering tot bewondering, van diepe verbazing tot stamelende aanbidding, tot verootmoediging, tot godsdienst. 
Wij buigen voor de majesteit van God, omdat, na diepste doorvorsen, blijken gaat de Godsbemoeienis met alle rijken.’ 

Wat drijft een mens? 

Laten we nu eens kijken naar wat de mens zoals wij die kennen drijft. In ieder mens schuilt een drang naar de volheid van het leven, al wordt die niet altijd prominent ervaren. Kinderen en tieners zijn van nature nieuwsgierig, gaan op onderzoek uit en willen ontdekken, ervaren en leren. Soms ervaren ze al op jonge leeftijd een wijde kloof tussen hun zielsverlangen en de wereld waarin ze leven. Twintigers en dertigers zijn vooral gericht op het opbouwen van een eigen bestaan met woonruimte, werk, vrienden, studie, reizen, levenspartner en gezin. Velen jagen het geluk na door bucket lists te maken met bijzondere dingen die ze willen doen, beleven en bereiken zodat ze hun leven als de moeite waard kunnen beschouwen.

Er kan een moment komen in een mensenleven waarop het verlangen naar uiterlijk bereiken afneemt en er aandacht komt voor innerlijke ontwikkeling. Soms is dat toe te schrijven aan een volheid aan ervaringen waardoor het bereiken van nagestreefde doelen steeds weer minder aantrekkelijk blijkt te zijn dan gehoopt. Ook komt het veel voor dat iemand heel bewust innerlijk gaat zoeken naar aanleiding van een persoonlijke crisis als gevolg van bijvoorbeeld een burn-out, een ongeval, een ziekte, een echtscheiding of een sterfgeval in de naaste omgeving.

Het leven is een geschenk, maar we krijgen het niet cadeau. Het is bedoeld om ons in staat te stellen te groeien. Voortdurend houdt het ons een spiegel voor om een innerlijk ontwaken bij ons mogelijk te maken. Wanneer we niet bereid zijn te zien wat het leven ons wil leren, ervaren we grotere uitdagingen zodat we gaan zien wat we moeten zien. Het leven is als een regenboog, want om de kleuren van de glorieboog te laten verschijnen hebben we zowel regen als zonneschijn nodig.

Wie zich serieus oriënteert op de mysteriën van geboorte, leven en dood komt geleidelijk tot een dieper begrip. Vanuit dat innerlijk weten groeit het verlangen om het leven zodanig te leven dat de innerlijke mens of de ziel tot ontwikkeling kan komen. Zo iemand besluit misschien om in het dagelijkse leven een weg van geestelijke bewustwording en vernieuwing te gaan. Hij of zij wordt dan vrijwel direct geconfronteerd met allerlei uitdagingen die verband houden met geboorte, leven en dood. Er worden dan door het innerlijk weten beslissingen en daden gevraagd die nogal eens ingaan tegen de belangen van het ego, maar die wel noodzakelijk zijn voor het gekozen pad.

Het gaan van een spirituele weg is niet vrijblijvend. Het is een manier van leven waarbij we de volle verantwoordelijkheid nemen voor onszelf en voor het grote geheel omdat we begrijpen dat onze persoonlijke keuzes gevolgen hebben voor onszelf, voor onze omgeving en voor de hele wereld. Want op een dieper niveau is alles met alles verbonden. Dat is een oeroude wijsheid die lijkt te worden bevestigd door meerdere wetenschappelijke bevindingen binnen bijvoorbeeld de kwantummechanica en de parapsychologie. In het Aquarius Evangelie wordt dit idee verwoord als: ‘geen mens leeft voor zichzelf, want ieder levend ding is door koorden verbonden aan ieder ander levend ding.’ (Het Aquarius Evangelie 8:2)

Steeds meer mensen zullen gaan leven vanuit het eenheidsbewustzijn, want als gevolg van een onvoorstelbaar lange ontwikkelingsweg is de menselijke voertuiglijkheid en het daarmee verbonden bewustzijn nu daartoe in staat. Als we begrijpen dat we het grote geheel allemaal in ons dragen, en beseffen dat onze gedachten, gevoelens en gedragingen invloed hebben op het grote geheel, komen we anders in het leven te staan. Dan kunnen we niet anders dan het leven en alles en allen respecteren, en begrijpen we de achtergrond van de zogeheten gulden regel die Jezus in de Bergrede formuleert als ‘Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de wet en de profeten.’ (Mattheüs 7:12) 

De gulden regel 

De gulden regel is een universele lering die we in vele levensbeschouwingen en religies kunnen herkennen, waaronder het christendom, het confucianisme, het taoïsme, het hindoeïsme, het zoroastrisme, het jodendom, de islam en de bahai. De eenvoudigste positieve formulering van deze stelregel voor praktische ethiek die aansluit bij de genoemde tekst uit het evangelie van Mattheüs luidt: ‘behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden.’ Een negatieve formulering van de gulden regel treffen we aan in bijvoorbeeld het apocriefe Hebreeuwse bijbelboek Tobit: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ (Tobit 4:15) 

Onze omstandigheden en ons bewustzijn veranderen voortdurend. Daarom is het belangrijk dat we het leven respecteren en steeds opnieuw naar het leven kijken om onze verhouding daartoe te bepalen. Het woord respecteren is samengesteld uit ‘re’ en ‘spectare’, en betekent letterlijk ‘opnieuw kijken’. Als we de moed hebben om het leven steeds opnieuw te bezien vanuit de ziel, komen we vrij van vooroordelen en ook van dat wat in het boekje De stem van de stilte wordt genoemd: de grote ketterij van de afgescheidenheid.

De grote ketterij van de afgescheidenheid is de oorzaak en de wortel van alle kwaad. Het is de waan dat we afgescheiden zijn van anderen en geheel van hen verschillen, waardoor het goddelijke in ons en in anderen nog niet kan worden bevrijd. Wanneer we mededogen of compassie beoefenen krijgen we toegang tot een onuitputtelijke kracht en een wijsheid die geen grenzen kent. Dan kunnen we drinken uit de bronnen van inspiratie die opwellen uit het hart van het heelal. Hedendaagse spirituele denkers benadrukken vrijwel allemaal het belang van mededogen. Hieronder volgen zeven uitspraken over compassie van internationaal bekende spirituele auteurs en leiders.

  • Als we een levensvatbare, vredige wereld willen creëren, dienen we compassie te integreren in de zanderige werkelijkheden van de 21ste eeuw. (Karen Amstrong)
  • Als je wilt dat anderen gelukkig zijn, beoefen dan compassie. Als je wilt dat je zelf gelukkig bent, beoefen dan compassie. (Dalai Lama) 
  • Verlicht leiderschap is spiritueel wanneer we spiritualiteit niet beschouwen als een religieus dogma of ideologie, maar als het domein van gewaarzijn waar we waarden ervaren zoals waarheid, goedheid, schoonheid, liefde en compassie, en tevens intuïtie, creativiteit, inzicht en gerichte aandacht. (Deepak Chopra) 
  • Compassie is de sleutel tot het leven buiten de grenzen van je lager zelf. (Debbie Ford)
  • Onze menselijke compassie verbindt ons aan elkaar, niet in de vorm van medelijden en betuttelen, maar als menselijke wezens die geleerd hebben om ons gemeenschappelijk lijden om te zetten in hoop voor de toekomst. (Nelson Mandela)
  • We zijn allemaal gemaakt voor goedheid, liefde en compassie. 
  • Onze levens en de wereld worden getransformeerd als we leven met deze waarheden. (Desmond Tutu) 
  • De krachtigste gedachte is ‘ik ben zoals alle anderen, ik ben net zo gewond als iedereen’… want dat maakt je invoelend. Dat maakt je mededogend. (Marianne Williamson) 

In september 2012 organiseerde de Internationale School van het Gouden Rozenkruis een grote internationale conferentie in Zuid-Frankrijk in het dorp Ornolac-Ussat-les-Bain, dat in de twaalfde en dertiende eeuw een belangrijk van inwijdingscentrum was van de gnostieke beweging die vanaf 1877 wordt aangeduid als de katharen, gebaseerd op het Griekse woord ‘katharoi’ dat ‘de zuiveren’ betekent. In de grote tempeltent werden de circa 2500 deelnemers uit zo’n veertig landen als volgt opgeroepen om compassie te beoefenen vanuit een diep innerlijk weten.

‘De nieuwe werkelijkheid is verblijdend, glorieus, verheven, menswaardig. Die werkelijkheid is broederschap, in de diepste zin van het woord. Die werkelijkheid omsluit alle levende wezens, doordringt alle harten, en is eenheid. En zoals vroeger in gewijde teksten wel werd aangeheven: ‘glorie, glorie, glorie’, zo getuigt de nieuwe werkelijkheid van ‘eenheid, eenheid, eenheid’. 
Wij zouden hier met elkaar willen leren beseffen, dat alles één is, voortkomend uit de Schepper, de ene, de creator mundi. Dat alle mensen één zijn, één levende schepping zijn, en alles en iedereen die u om u heen ziet, dat u dat zelf bent, dat zij uw bewustzijn vormen en u het hunne. Wij zouden willen inzien dat alle voorgaande broederschappen levende werkelijkheid zijn, hier volkomen aanwezig, hier volkomen verbonden met ons, die proberen ons bewustzijn te verheffen, zodat hun stralingen, hun levende hoge energieën, onze subtielste lichamen kunnen aandoen.  
Wij zouden elkaar willen laten ervaren dat het leven dat u nu leeft één groot wonder is, één grote mogelijkheid, en dat de vermoeidheid, de zorgen, uw angsten wellicht volkomen reëel zijn, maar ook volkomen overstraald kunnen worden met die levende energie, als er in uw gemoed en in uw bewustzijn één straal van mededogen voor de ander door kan dringen. Want mededogen opent poorten: verbindt u met de ander, en daardoor met de Ene, de Schepper, die in u en ons is, en waarvan wij een straal zijn. Mededogen biedt u Liefde’s grootste offerande: namelijk het Leven, het zich altijd vernieuwende leven, dat in de nieuwe ziel geen dood meer kent, maar slechts wisseling, opgang.’ 

Compassie hoeft zich dus niet te beperken tot mensen in onze directe omgeving of zelfs de hele mensheid. Ze kan worden uitgebreid tot de andere natuurrijken die we kennen – het mineralenrijk, het plantenrijk en het dierenrijk, en zelfs ook tot wezens die niet zintuiglijk waarneembaar zijn zoals natuurwezens en engelen.

De Duitse arts, theoloog, filosoof en musicus Albert Schweitzer r (1875-1965) ontwikkelde hierover vanuit een mystiek-religieuze visie een filosofie die hij omschrijft als ‘Eerbied voor al het leven’, en waarvoor hij in 1952 de Nobelprijs voor de vrede ontving. De essentie daarvan formuleert hij als: ‘Het is goed om leven te behouden en leven te bevorderen en leven dat in staat is zich te ontwikkelen, tot zijn hoogste waarde te brengen; het is kwaad om leven te vernietigen, afbreuk te doen aan leven en leven dat in staat is zich te ontwikkelen, te belemmeren.’ 

Natuurwezens

Natuurwezens zijn etherische, astrale of mentale levensvormen met een zeker bewustzijn die mogelijkheden hebben om op aarde manifestaties teweeg te brengen. Ze leven veelal in de vier elementen aarde, water, lucht of vuur en worden daarom ook wel elementalen of elementwezens genoemd. Zo zijn er bijvoorbeeld deva’s, die de groei van planten mogelijk maken en bevorderen, boomgeesten die verbonden zijn aan bomen, watergeesten die het leven in een meer besturen en groepsgeesten die het gedrag van specifieke diersoorten bepalen. Voor de meeste mensen zijn natuurwezens niet waarneembaar, maar enkelen kunnen ze ervaren of zelfs met hen communiceren.

Het is goed dat we weten over het bestaan van natuurwezens en dat we hen respecteren, maar verder hoeven we niet veel met hen. Zij behoren tot wat we de aarde of horizontale dimensie kunnen noemen en ze gaan hun eigen gang. Als een tuin met aandacht en liefde wordt verzorgd, vinden de daar aanwezige natuurwezens dat geweldig en zullen hun best doen om schoonheid in die tuin te manifesteren. Wanneer er vanuit winstbejag rigoureus bomen worden gekapt of op grote schaal grondstoffen uit de aarde worden gehaald, is dat schadelijk voor de natuurwezens en is de kans groot dat de balans tussen de verschillende natuurrijken wordt verstoord.

Geestelijke hiërarchieën

In deze wereld is het zo, dat de plant leeft van het mineraal, het dier van de plant en de mens van plant en soms zelfs van het dier. In de oorspronkelijke wereld offert daarentegen het hogere zich uit liefde voor het lagere. Het beste voorbeeld daarvan zien wij in het leven van Christus. Nu kunnen we ons afvragen aan wie wij onszelf, als deelhebbers aan het mensenrijk, dienen te offeren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat wij als zelfbewuste wezens ons levende stoffelijke lichaam zomaar opofferen.

Het gaat erom dat wij onze aandacht, liefde en toewijding aanbieden aan medemensen en aan rijken die in hiërarchisch opzicht boven ons staan, aan wezens van de verticale dimensie die een groter blikveld en een grotere actieradius hebben dan wij, uiteraard zonder onze gewone aardse taken en verantwoordelijkheden te verwaarlozen. Die bovenmenselijke rijken worden gevormd door de geestzielemensen van de universele Broederschap en de engelen van de geestelijke hiërarchieën die tezamen een levende verbinding vormen tussen de aarde en de hemelen. Zij weten veel meer over het goddelijke plan dan wij en werken vol overgave aan de uitvoering daarvan.

Over de aartsvader Jakob staat geschreven dat hij in een droom de werkzaamheid van engelen schouwde: ‘Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder geplaatst, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag.’ (Genesis 28:12). De theoloog en mysticus die bekend is geworden onder de naam Dionysius schreef in de vijfde eeuw de verhandeling Over de hemelse hiërarchie, waarin hij negen engelenkoren beschrijft: serafijnen, cherubijnen, tronen, overheden, heerschappijen, krachten, vorstendommen, aartsengelen en engelen.

In het begin van de twintigste eeuw schreven Rudolf Steiner en Max Heindel op basis van innerlijk onderzoek meer over die geestelijke hiërarchie en verklaarden dat de mensheid geroepen is om de tiende hiërarchie te worden (zie afbeelding 13). Alle deelhebbers aan de geestelijke hiërarchie kunnen we beschouwen als concrete manifestaties van God, hoewel ze niet zintuiglijk waarneembaar zijn. Als wij een persoonlijke relatie opbouwen met God gaat het in feite om een relatie met vertegenwoordigers van de geestelijke hiërarchie.

De universele Broederschap en de engelenscharen hebben mensen op aarde nodig om de taken te vervullen die zij op zich genomen hebben om het godsplan te verwerkelijken. De aardse mens die innerlijk rijp is geworden door vele ervaringen en door het werkzaam worden van het eeuwigheidsprincipe in hem, de geestvonk in het hart, staat voor de opdracht zich geschikt te maken om deelgenoot te worden van de goddelijke hiërarchie zodat de schepping kan worden voltooid. De apostel Paulus schrijft in dit verband: ‘Met reikhalzend verlangen verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.’ (Romeinen 8:19)

Hoe kunnen we kinderen van God worden en zo toetreden tot de tiende hiërarchie? Door in zelfautoriteit een authentieke spirituele weg te gaan. Dat is een weg van geestelijke bewustwording en vernieuwing. Aangezien ieder mens uniek is en zelf zijn leven dient vorm te geven, is het weinig zinvol om strakke regels voor zo’n ontwikkelingspad te formuleren. We dienen steeds zelf bewust keuzes te maken op basis van een zich steeds verder uitbreidend innerlijk begrip.

De negen essays in het deel ‘Uitdagingen van geboorte, leven en dood’ van dit boek sluiten aan op de negen beschouwingen van het online-programma ‘Mysteriën van geboorte, leven en dood’, waarin de gnostiek-christelijke weg wordt toegelicht aan de hand van gedeelten uit de Bijbel. Ze zijn vooral bedoeld om innerlijk weten te bevorderen en op deze manier een spirituele context te kunnen verlenen voor de vele praktische vraagstukken die zich in het leven aandienen, en die verband houden met onder andere geboorten, veroudering, stervensprocessen, bewustzijn, relaties, geluk en misleiding.

Zuiveringen en reinigingen 

Een spirituele weg begint met het opruimen van barrières naar aanleiding van een innerlijk aangeraakt zijn. Het betreft noodzakelijke zuiveringen en reinigingen waarvan we ons bewust kunnen worden door onszelf bijvoorbeeld de volgende vragen te stellen:

  1. Is dat wat ik tot me neem in de vorm van eten en drinken goed voor mij?
  2. Met welke mensen ga ik om, in welke sferen en op welke manier? 
  3. Zijn mijn ambities en verlangens in overeenstemming met de spirituele weg? 
  4. Wat zijn mijn gedachten, gevoelens en gedragingen ten aanzien van alle levende wezens? 
  5. Waar besteed ik mijn energie, tijd en aandacht aan? 
  6. Ben ik bereid mijn waarheden van vandaag op te geven voor de hogere waarheden van morgen
  7. Draagt dat wat ik denk, voel en wil en doe bij aan innerlijke ontwikkeling? 

In de evangeliën wordt het steven naar reinheid gesymboliseerd door de figuur Johannes de Doper, een bloedverwant en tijdgenoot van Jezus. Wie het pad van geestziele-ontwikkeling wil gaan, dient dus te worden als Johannes de Doper. Volgens het Aquarius Evangelie werd de jonge Johannes vanaf zijn zevende jaar opgeleid voor zijn toekomstige profeetschap door de heremiet Matheno, een Egyptische priester en meester van de tempel in Sahara. We besluiten met een tekst waarin Matheno zijn leerling Johannes voorbereidt op het vervullen van zijn opdracht.

‘Toen Johannes twaalf jaar oud was, stierf zijn moeder en buren legden haar lichaam in een graf bij haar bloedverwanten in de begraafplaats van Hebron, nabij het graf van Zacharias. En Johannes was diep bedroefd; hij weende. Matheno zeide: het is niet juist om bedroefd te zijn over de dood. De dood is geen vijand van de mensen; hij is een vriend, die, wanneer het levenswerk gedaan is, het koord, dat de menselijke boot aan de aarde bindt, doorsnijdt, opdat zij in rustiger wateren voort kan varen. 

Geen taal kan de waarde van een moeder beschrijven en de jouwe was beproefd en waar. Maar zij werd niet naar gene zijde geroepen voordat haar opdrachten waren vervuld. De roepstemmen van de dood zijn altijd om bestwil, want wij moeten dáár, evenals hier, problemen oplossen; en een ieder kan ervan verzekerd zijn, dat hij zichzelf dáár hervindt, waar hij zijn problemen het beste kan oplossen. Het is alleen de zelfzucht die de heengegane zielen weer naar de aarde terugroept. 
Daarom, laat je moeder in vrede rusten. Laat haar nobel leven kracht en inspiratie voor je zijn. (…) Jouw zending hier is die van wegbereider; want je zult gaan voor het aangezicht van de Messias, om Zijn weg te bereiden en het volk toe te bereiden om hun koning te ontvangen. Deze toebereiding bestaat in de reinmaking van het hart; slechts de reinen van hart kunnen de koning herkennen. Om de mensen reinheid des harten te kunnen onderwijzen moet je zelf rein zijn van hart, rein in woord en daad. Als kind werd de eed voor je afgelegd en werd je een nazareeër. Het scheermes mag je gelaat noch je hoofd beroeren, en je zult geen wijn of sterke drank drinken. 
De mensen hebben voor hun leven een voorbeeld nodig; zij willen volgen maar niet leiden. De mens die op de kruising van wegen staat en de weg aanwijst, maar zelf de weg niet gaat, is slechts een richtingpaal en een blok hout kan hetzelfde doen. De leraar betreedt zelf de weg; op ieder stukje grond laat hij zijn duidelijk zichtbare voetspoor achter, dat een ieder kan zien en er zeker van kan zijn dat hij, hun meester, dezelfde weg is gegaan.’ (Het Aquarius evangelie 15:1-16)

BESTEL MYSTERIËN EN UITDAGINGEN VAN GEBOORTE, LEVEN EN DOOD

8 gedachten over “Essay 1

  1. Luciette van Hezik

    Grote dank, het sluit precies aan in hetgeen in mijn leven nu gebeurt, bestudeer en wat ik probeer uit te dragen. Warme groet, luciette

    Reageren
    1. André de Boer

      Graag gedaan Luciette. Mooi om te vernemen dat je dit essay waardeert. We merken dat er veel mensen zijn met een bewustzijn dat op basis van innerlijke herkenning open staat voor het gedachtegoed dat we proberen te verwoorden in de online-programma’s op deze website.

      Reageren
  2. Mariëtte

    Een prachtig inspirerend verhaal.
    Rein zijn van hart, rein in woord en daad.

    Zuiveringen en reinigingen, met 7 vragen, een practische handleiding waar ik wat mee kan.
    Het komt niet voor niets op mijn pad denk ik.

    Bedankt voor het verhaal,
    Mariëtte.

    Reageren
  3. Carla

    Heb het een paar keer gelezen om de aangeboden invalshoeken als herkenning tot me te laten komen.
    De tijd nemen en het oog hebben voor de binnen en buitenwereld geeft een bepaald soort rust wat nodig is voor de ziel die zich opent omdat de geest ontvangt.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *