Inhoud van het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus, samenvatting van 182 hoofdstukken geschreven door Levi Dowling

BESTEL HET AQUARIUS EVANGELIE

Het Aquarius Evangelie, dat gedeeltelijk aansluit bij de vier officiële en geschreven is door Levi Dowling, is bijzonder belangwekkend; niet alleen omdat het esoterische begrippen hanteert die vrijwel gemeengoed in onze samenleving zijn geworden, maar bovendien minutieus die voorvallen uit het leven van Jezus beschrijft, waarover de Evangeliën van het Nieuwe Testament zwijgen. De bron van deze gegevens zijn volgens de auteur de Akasha Kronieken, het oer-geheugen, over de betekenis en werking waarvan Eliphas Levi, Helena Blavatsky en Rudolf Steiner uitvoerig hebben geschreven. Het boek Spirituele Kerst en het gelijknamige online-programma is gebaseerd op hoofdstukken uit het Aquarius Evangelie.

Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus lijkt op een verslag van woorden en werken van de man van Galilea, inclusief de achttien studiejaren gedurende welke hij door de Oriënt trok. Het beschrijft zijn leven vanaf zijn geboorte in Betlehem tot zijn hemelvaart op de Olijfberg. Indrukwekkend zijn de tot in de finesses beschreven voorvallen, die hem gedurende deze tijd van reizen en trekken zijn overkomen in de heilige kloosters van Tibet, de mysterieuze piramiden van Egypte en in de oeroude mysteriescholen van India, Perzië en Griekenland. 

De vraag of de verhalen werkelijk historisch zijn, is niet zo belangrijk. Ze kunnen een waardevolle handreiking zijn op de het pad van spirituele bewustwording en vernieuwing.Waarom wordt dit boek het Het Aquarius Evangelie genoemd? Omdat het niet eerder kon worden verkondigd dan aan het begin van het Aquarius Tijdperk, het Tijdperk van de Waterman, de de tijd waaraan Jezus refereerde, toen hij tot zijn discipelen sprak: 

‘Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.
Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid
zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid.’
Johannes 16:12,13.

SAMENVATTING VAN DE INHOUD VAN HET AQUARIUS EVANGELIE

Voorwoord bij het Aquarius Evangelie van Jezus, de Christus

I GEBOORTE EN EERSTE LEVENSJAREN VAN MARIA, DE MOEDER VAN JEZUS – ALEF

Hoofdstuk 1. Palestina. Geboorte van Maria, het feest van Joachim. Maria wordt door de priesters gezegend. De profetie. Maria blijft in de tempel. Is verloofd met Jozef.

II GEBOORTE EN JEUGD VAN JOHANNES, DE WEGBEREIDER, EN VAN JEZUS – BETH

Hoofdstuk 2. Zacharias en Elizabeth. Profetische boodschappen van Gabriël aan Zacharias, Elizabeth en Maria. Geboorte van Johannes. Profetie van Zacharias.

Hoofdstuk 3. Geboorte van Jezus. Wijzen eren het kind. De herders juichen. Zacharias en Elizabeth bezoeken Maria. Jezus wordt besneden.

Hoofdstuk 4. Wijding van Jezus. Maria biedt haar offers aan. De profetie van Simeon en Anna. Anna wordt terechtgewezen voor aanbidding van het kind. Het gezin gaat terug naar Bethlehem.

Hoofdstuk 5. Drie magische priesters eren Jezus. Herodes is verontrust. Roept de joodse raad bijeen. Hem wordt medegedeeld dat profeten de komst van een koning hebben voorspeld. Herodes besluit om het kind te doden. Maria en Jozelf vluchten met Jezus naar Egypte.

Hoofdstuk 6. Herodes hoort van de vermoede zending van Johannes. Op bevel van Herodes worden de jonge kinderen van Bewthlehem vermoord. Elizabeth vlucht met Johannes. Omdat Zacharias weigert te zeggen waar zijn zoon verborgen is, wordt hij vermoord. Herodes sterft. 

III ONDERWIJS VAN MARIA EN ELIZABETH IN ZOAN – GIMEL

Hoofdstuk 7. Archelaus regeert. Maria en Elizabeth met hun zoons zijn in Zoan en worden onderwezen door Elihu en Salomé. De inleidende lessen van Elihu. Vertelt van een middelaar.

Hoofstuk 8. De lessen van Elihu. De eenheid van leven. De twee ego’s. De duivel. Liefde, de redder der mensen. De David van het licht. Goliath van de duisternis. 

Hoofdstuk 9. De lessen van Salomé. De man en de vrouw. De filosofie over de menselijke stemmingen. De drie-enige God. De zevengeest. De god Tao.

Hoofdstuk 10. De lessen van Elihu. De godsdienst van Brahma. Het leven van Abram. Joodse heilige boeken. De Perzische godsdienst. 

Hoofdstuk 11. De lessen van Elihu. Boeddhisme en de voorschriften van Boeddha. De mysteriën van Egypte. 

Hoofdstuk 12. De lessen van Salomé. Gebed. Het einde van de lessen van Elihu. Hij geeft een overzicht van de driejarige studietijd. De leerlingen keren naar hun woonplaatsen terug. 

IV JEUGD EN EERSTE OPLEIDING VAN JOHANNES DE WEGBEREIDER – DALETH

Hoofdstuk 13. Elizabeth in Engedi. Onderwijst haar zoon. Johannes wordt leerling van Matheno, die hem de betekenis van de zonde doet inzien en van de wet van vergeving. 

Hoofdstuk 14. De lessen van Matheno. De leer van de universele wet. De macht van de mens om te kiezen en te bereiken. Het nut van tegenstand. Overoude heilige boeken. De plaats van Johannes en Jezus in de geschiedenis van de wereld. 

Hoofdstuk 15. Dood en begrafenis van Elizabeth. De lessen van Matheno. De heerschappij van de dood. De zending van Johannes. Instelling van de doop. Matheno neemt Johannes mee naar Egypte en geeft hem een plaats in de tempel van Sakara, waarhij achttien jaren blijft. 

V JEUGD EN AANVANG VAN DE OPLEIDING VAN JEZUS – HE

Hoofdstuk 16. De woning van Jozef. Maria onderwijst haar zoon. De grootouders van Jezus geven een feest ter ere van Jezus. Jezus heeft een droom. De uitlegging daarvan door zijn grootmoeder. Zijn verjaardagscadeau. 

Hoofdstuk 17. Jezus spreekt met de rabbi van de synagoge van Nazareth. Hij levert kritiek op de bekrompenheid van het joodse denken. 

Hoofdstuk 18. Jezus op een feest in Jeruzalem. Is bedroefd over de wreedheden van de offerpriesters. Doet een beroep op Hillel, die het met hem eens is. Hij blijft een jaar in de tempel.

Hoofdstuk 19. Jezus op twaalfjarige leeftijd in de tempel. Heeft met de hoge wetgeleerden een verschil van mening. Leest uit een boek een profetie voor. Op verzoek van Hillel verklaart hij de profetie.

Hoofdstuk 20. Na het feest. De thuisreis. Jezus wordt gemist. Het zoeken naar hem. Zijn ouders vinden hem in de tempel. Hij gaat met hen mee naar Nazareth. De symbolische betekenis van het timmermans-gereedschap. 

VI LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN INDIA

Hoofdstuk 21. Ravanna ziet Jezus in de tempel en wordt door hem geboeid. Hillel vertelt hem over de jongen. Ravanna bezoekt Jezus in Nazareth en geeft te zijner ere een feest. Ravanna wordt voogd over Jezus en neemt hem mee naar India voor de studie van de godsdienst van Brahma. 

Hoofdstuk 22. De vriendschap van Jezus met Lamaas. Jezus verklaart aan Lamaas de betekenis van waarheid, mens, macht, begrip wijsheid, redding en geloof. 

Hoofdstuk 23. Jezus en Lamaas onder de sudra’s en de visya’s. In Benares. Jezus wordt een leerling van Udraka. De lessen van Udraka. 

Hoofdstuk 24. De Brahmaanse leer over de kasten. Jezus wijst deze af en leert gelijkheid van de mens. De priesters zijn beledigd en drijven hem uit de tempel. Hij verblijft bij de sudra’s en onderwijst hen. 

Hoofdstuk 25. Jezus onderricht de vogelvrijen (sudra’s) en boeren. Verhaalt een gelijkenis van een edelman en zijn onrechtvaardige zonen. Maakt de mogelijkheden van alle mensen duidelijk. 

Hoofdstuk 26. Jezus in Katak. De wagen van Jagannath. Jezus onthult aan het volk de leegheid van de Brahmaanse kerkgebruiken, en hoe God in de mens gezien moet worden. Onderwijst hen de goddelijke wet van offering. 

Hoofdstuk 27. Jezus woont een feest bij in Behar. Houdt een revolutionaire rede over de gelijkwaardigheidheid van de mens. Verhaalt de gelijkenis van de gebroken grashalmen. 

Hoofdstuk 28. Udraka geeft een feest ter ere van Jezus. Hij spreekt over de eenheid van God, en de broederschap van het leven. Hij levert kritiek op het priesterschap. Wordt de gast van een landbouwer. 

Hoofdstuk 29. Ajainin, een priester van Lahore, komt naar Benares om Jezus te zien en verblijft in de tempel. Jezus slaat een uitnodiging om de tempel te bezoeken, af. Ajainin bezoekt hem ’s nachts in het huis van de landbouwer en neemt zijn filosofie aan. 

Hoofdstuk 30. Jezus ontvangt bericht over de dood van zijn vader. Hij schrijft een brief aan zijn moeder. De brief. Hij geeft deze mee aan een koopman. 

Hoofdstuk 31. De Brahma-priesters zijn woedend op Jezus vanwege zijn onderricht en besluiten hem uit India te verdrijven. Lamaas neemt het voor hem op. Priesters nemen een moordenaar in dienst om hem te doden. Lamaas waarschuwt hem en hij vlucht naar Nepal. 

Hoofdstuk 32. Jezus en Barata. Zij lezen tezamen de heilige boeken. Jezus staat afwijzend tegenover de boeddhistische opvatting van de evolutieleer en onthult de ware afkomst van de mens. Ontmoet Vidyapati, die zijn mede-arbeider wordt. 

Hoofdstuk 33. Jezus onderwijst het gewone volk bij de bron. Vertelt hun hoe zij tot geluk kunnen komen. Verhaalt de gelijkenis van het rotsige veld en de verborgen schat. 

Hoofdstuk 34. Het jubileum in Kapavistu. Jezus leert op het plein en het volk verwondert zich. Hij verhaalt de gelijkenis van de niet onderhouden wijngaard en de wijngaardenier. De priesters worden vertoornd dood zijn woorden. 

Hoofdstuk 35. Jezus en Vidyapati overwegen de noden van de aanstaande eeuw van de wereld. 

VII LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN TIBET EN WEST-INDIA – ZAIN

Hoofdstuk 36. Jezus in Lassa. Hij ontmoet Meng-ste die hem helpt bij het lezen van overoude manuscripten. Hij gaat naar Ladak. Geneest een kind. Vertelt de gelijkenis van de koningszoon. 

Hoofdstuk 37. Jezus krijgt een kameel ten geschenke. Hij gaat naar Lahore, waar hij bij Ajainin vertoeft, die hij onderwijst. De les van de trekkende muzikanten. Jezus herneemt zijn tocht. 

VIII LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN PERZIË – CHET

Hoofdstuk 38. Jezus doorkruist Perzië. Onderwijst en geneest in vele plaatsen. Bij zijn nadering van Persepolis onmoet hij drie magische priesters; Kaspar en twee andere Perzische meesters ontmoet hij in Persepolis zelf. De zeven meesters zijn zeven dagen in stilte bijeen. 

Hoofdstuk 39. Jezus woont een feest bij in Persepolis. Spreekt tot het volk, hij herziet de filosofie van de magiërs. Verklaart de oorsprong van het kwaad. Brengt de nacht in gebed door. 

Hoofdstuk 40. Jezus onderwijst de magiërs. Verklaart de stilte en hoe deze binnnegegaan kan worden. Kaspar prijst de woorden van Jezus. Jezus onderwijst in de bossen van Cyrus.

Hoofdstuk 41. Jezus staat bij een geneeskrachtige bron. Openbaart het feit, dat geloof de potentiële factor is bij genezing en velen worden door geloof genezen. Een klein kind geeft belangrijke les in geloof. 

IX LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN ASSYRIË – TETH

Hoofdstuk 42. Jezus neemt afscheid van de magiërs. Gaat naar Assyrië. Onderwijst het volk in Ur der Chaldeeërs. Ontmoet Asbina, met wie hij vele dorpen en steden bezoekt, onderwijzende en zieken genezende. 

Hoofdstuk 43. Jezus en Ashbina bezoeken Babylon en bemerken haar verlatenheid. De twee meesters blijven zeven dagern tezamen, dan herneemt Jezus zijn thuisreis. Komt in Nazareth aan. Zijn moeder geeft een feest te zijner eer. Zijn broeders zijn misnoegd. Jezus vertelt aan zijn moeder en zijn tante de gescheidenis van zijn reizen. 

X LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN GRIEKENLAND – JOD

Hoofdstuk 44. Jezus bezoekt Griekenland en wordt welkom geheten door de Atheners. Ontmoet Apollo. Spreekt de Griekse meesters toe in het amfitheater. De toespraak. 

Hoofdstuk 45. Jezus onderricht de Griekse meesters. Gaat met Apollo naar Delphi en hoort het orakel spreken. Dit getuigt voor hem. Hij blijft bij Apollo en wordt erkend als het levende orakel van God. Verklaart aan Apollo het verschijnsel van het spreken door een orakel.

Hoofdstuk 46. Een storm op zee. Jezus redt vele drenkelingen. De Atheners bidden tot afgoden. Jezus laakt deze afgoderij en vertelt hun hoe God helpt. Zijn laatste samenkomst met de Grieken. Zeilt weg met het schip Mars. 

XI LEVEN EN WERKEN VAN JEZUS IN EGYPTE – CAPH   

Hoofdstuk 47. Jezus bij Elihu en Salomé in Egypte. Vertelt het verhaal van zijn reizen. Elihu en Salomé prijzen God. Jezus gaat naar de tempel in Heliopolis en wordt als leerling aangenomen. 

Hoofdstuk 48. Jezus ontvangt van de hiërofant zijn mystieke naam en nummer. Ondergaat de eerste proef van de broederschap en ontvangt de eerste graad: oprechtheid. 

Hoofdstuk 49. Jezus ondergaat de tweede proef van de broederschap, en ontvangt de tweede graad: gerechtigheid. 

Hoofdstuk 50. Jezus ondergaat de derde proef van de broederschap en ontvangt de derde graad: geloof. 

Hoofdstuk 51. Jezus ondergaat de vierde proef van de broederschap en ontvangt de vierde graad: naastenliefde. 

Hoofdstuk 52. Jezus verblijft veertig dagen in de wouden bij de tempel. Hij ondergaat de vijfde proef van de broederschap en ontvangt de vijfde graad: moed.

Hoofdstuk 53. Jezus ondergaat de zesde proef van de broederschap en ontvangt de zesde graad: de goddelijke liefde.

Hoofdstuk 54. Jezus wordt een privé-leerling van de hiërofant en wordt onderricht in de mysteriën van Egypte. Terwijl hij de zevende proef van de broederrschap ondergaat, werkt hij in de dodenkamer.

Hoofdstuk 55. Jezus gaat door de zevende proef van de broederschap en ontvangt inde purperen zaal van de tempel, de zevende, de hoogste graad: de Christus. Hij verlaat de tempel als overwinnaar. 

XII DE RAAD VAN DE ZEVEN WIJZEN DER WERELD – LAMED

Hoofdstuk 56. De zeven wijzen van de wereld ontmoeten elkaar in Alexandrië. Debedoeling van de vergadering. De openbaringstoespraken. 

Hoofdstuk 57. Bijeenkomst van de wijzen (vervolg). Openbaringstoespraak. Jezus is bij de wijzen. Zeven dagen stilte.

Hoofdstuk 58. Bijeenkomst van de wijzen (vervolg). Aanbieding van de zeven universele grondstellingen. 

Hoofdstuk 59. Bijeenkomst van de wijzen (vervolg). De resterende grondstellingen. De wijzen zegenen Jezus. Zeven dagen stilte.

Hoofdstuk 60. Jezus richt zich tot de zeven wijzen. De toespraak. Jezus gaat naar Gallilea.

XIII DE ARBEID VAN JOHANNES DE WEGBEREIDER – MEM

Hoofdstuk 61. Johannes, de wegbereider, gaa terug naar Hebron. Leeft als een heremiet in de wildernis. Bezoekt Jeruzalem en spreekt tot het volk.

Hoofdstuk 62. Johannes, de wegbereider, bezoekt wederom Jeruzalem. Spreekt tot het volk. Belooft hen over zeven dagen te Gilgal te ontmoeten. Gaat naat Bethanië en woont een feest bij. 

Hoofdstuk 63. Johannes, de wegbereider, bezoekt Jericho. Ontmoet het volk in Gilgal. Maakt zijn zending bekend. Stelt het rituaal van de doop in. Doopt vele mensen. Keert terig naar Bethanië en onderwijst. Keert terug naar de Jordaan. 

Hoofdstuk 64. Jezus komt van Galilea en wordt door Johannes gedoopt. De heilige adem bevestigt zijn messias-schap.

XIV DE ‘CHRISTUS-BOODSCHAP’ VAN JEZUS – INLEIDEND TIJDPERK – NUN

Hoofdstuk 65. Jezus gaat naar de woestijn voor zelfonderzoek, waar hij veertig agen verblijft. Wordt bezocht door drie verzoekingen. Hij overwint. Keert terug naar het kampement van Johannes en vangt aan met zijn onderwijs. 

Hoofdstuk 66. Zes van de discipelen van Johannes volgen Jezus en worden zijn discipelen. Hij onderwijst hen Zijn in stilte bijeen. 

Hoofdstuk 67. Jezus bezoekt Johannes aan de Jordaan. Houdt zijn eerste Christus-toespraak tot het volk. De toespraak. Hij gaat met zijn discipelen naar Bethanië. 

Hoofdstuk 68. Jezus spreekt tot het volk in Bethanië. Deelt hun mede hoe tot reinheid van hart te komen. Gaat naar Jeruzalem en leest in de tempel uit een profetisch boek. Gaat naar Nazareth. 

Hoofdstuk 69. Jezus en de beheerder van de synagoge van Nazareth. Jezus leert niet in het openbaar en het volk verwondert zich.

Hoofdstuk 70. Jezus en zijn discipelen op een bruiloft in Kanaän. Hij verandert water in wijn. Het volk is verbaasd.

Hoofdstuk 71. Jezus, de zes discipelen en zijn moeder gaan naar Kapernaüm. Jezus onderricht het volk, toont hun het verschil tussen de koningen der aarde en de koningen des hemels. 

XV DE EERSTE PERIODE VAN DE CHRISTUS-MANIFESTATIE VAN JEZUS

Hoofdstuk 72. Jezus in Jeruzalem. Drijft de kooplieden uit de tempel. De priesters zijn hierover verontwaardigd en hij verdedigt zichzelf vanuit het standpunt van de loyale jood. Hij spreekt tot het volk. 

Hoofdstuk 73. Jezus bezoekt wederom de tempel en wordt door het volk gunstig ontvangen. Vertelt de gelijkenis van de koning en zijn zonen. Definieeert het messias-schap.

Hoofdstuk 74. Jezus geneest op de sabbath en wordt door de farizeeërs berispt. Brengt een verdronken kind tot leven. Helpt een gewonde hond. Zorgt voor een zwervend kind. Spreekt over de wet van goedheid. 

Hoofdstuk 75. Nicodemus bezoekt ’s nachts Jezus. Jezus openbaart hem de betekenis van de geboorte en het koninkrijk der hemelen. 

Hoofdstuk 76. Jezus in Bethlehem. Verhaalt de herders van het rijk van de vrede; er verschijnt een ongewoon licht. De herders herkennen de Christus in Jezus. 

Hoofdstuk 77. Jezus in hebron. Gaat naar Bethanië. Geeft raad aan Ruth inzake familiemoeilijkheden. 

Hoofdstuk 78. Jezus in Jericho. Geneest een bediende van Asher. Gaat naar de Jordaan en spreekt tot het volk. Stelt de doop in als belofte van het discipelschap. Doopt zes discipelen, die op hun beurt vele mensen dopen. 

Hoofdstuk 79. Johannes, de wegbereider, te Salim. Een wetgeleerde informeert naar Jezus. Johannes verklaart aan de menigte de zending van Jezus. 

Hoofdstuk 80. Lamaas komt vanuit  India om Jezus te zien. Hij luistert naar het onderricht van Johannes te Salim. Johannes vertelt hem van de goddelijke zending van Jezus. Lamaas vind Jezus aan de Jordaan. De meesters hekennen elkaar. 

Hoofdstuk 81. De christenen reizen naar Galilea. Zij blijven korte tijd bij de put van Jacob en Jezus onderwijst een Samaritaanse vrouw. 

Hoofdstuk 82. Terwijl Jezus nog sprak, kwamen zijn discipelen terug en verwonderden zich omdat hij met een Samaritaanse vrouw sprak. Vele mensen uit Sychar komen om Jezus te zien. Hij spreekt tot hen. Hij gaat met zijn discipelen naar Sychar en verblijft daar enige dagen. 

Hoofdstuk 83. Jezus onderricht de bevolking van sychar. Werp een kwade geest uit een bezetene. Zend de geest naar zijn eigen plaats. Geneest vele mensen. De priesters zijn verontrust door de aanwezigheid van Jezus in Sychar, maar hij spreekt hen toe en zij worden hem gunstig gezind. 

Hoofdstuk 84. De christenen hervatten hun reis. Zij verwijlen korte tijd in Samaria. Jezus spreekt in de synagoge. Geneest een vrouw door mentale kracht. Hij verdwijnt, maar later voegt hij zich weer bij zijn discipelen als zij naar Nazareth reizen. 

Hoofdstuk 85. Johannes de wegbereider berispt Herodes om zijn goddeloosheid. Herodes zet hem in de gevangenis in Machaerus. Jezus verklaart waarom God de gevangenneming van Johannes toestond. 

Hoofdstuk 86. De christenen zijn in Nazareth. Jezus spreekt in de synagoge. Hij beledigt het volk en zij trachten hem te doden. Hij verdwijnt op geheimzinnige wijze en keert terug naar de synagoge. 

Hoofdstuk 87. De christenen gaan naar Kana. Jezus geneest het kind van een edelaman. De christenen gaan naar Kapernaüm. Jezus bezorgt zijn moeder een ruim huis. Hij deelt mede dat het zijn bedoeling is twaalf apostelen te kiezen. 

Hoofdstuk 88. Jezus wandelde langs het meer. Staat in een vissersboot tot het volk te spreken. Op zijn aanwijzingen halen de vissers een grote voorraad vis binnen. Hij kiest en roept zijn twaalf apostelen. 

Hoofdstuk 89. De twaalf apostelen zijn in de woning van Jezus en worden tot hun arbeid gewijd. Jezus onderricht hen. Hij gaat op de sabbath naar de synagoge en leert. Hij werpt een onreine geest van een bezetene uit. Hij geneest de schoonmoeder van Petrus. 

Hoofdstuk 90. Jezus gaat alleen naar de berg om te bidden. Zijn discipelen vinden hem. Hij roept de twaalf en zij reizen onderwijzende en genezende door Gallilea. In Tiberias geneest Jezus een melaatse. De christenen keren terug naar Kaspernaüm. In zijn eigen woning geneest Jezus een verlamde man en maakt de filosofie van genezingen den de vergeving der zonden bekend. 

XVI DE TWEEDE PERIODE VAN DE CHRISTUS-MANIFESTATIE VAN JEZUS – AIN

Hoofdstuk 91. Jezus op het feest in Jeruzalem. Geneest een verlamde man. Geeft een praktische les in het genezen. Bevestigt dat alle mensen kinderen Gods zijn.

Hoofdstuk 92. De christenen zijn op een feest in het huis van Lazarus. In de stad woedt een brand. Jezus redt een kind uit de vlammen en brengt het vuur door het woordt tot staan. Hij geeft een praktische les in het genezen van een dronkaard. 

Hoofdstuk 93. De christenen gaan door een rijp korenveld en de discipelen eten van het koren. Jezus zuivert hen van blaam. De christenen keren naar Kapernaüm terug. Jezus geneest een verdorde hand op sabbath en verdedigt zijn daad. 

Hoofdstuk 94. De bergrede. Jezus openbaart aan de twaalf het geheim van bidden. Het voortbeeld van een gebed. de wet van vergeving. Het heilige vasten. Het kwaad van misleiding. Over het geven van aalmoezen. 

Hoofdstuk 95. De bergrede (vervolg). Jezus spreekt de acht zaligsprekingen uit en het achtvoudig wee. Spreekt woorden van bemoediging. Legt de nadruk op het vefheven karakter van apostolische arbeid. 

Hoofdstuk 96. De bergrede (vervolg). Jezus geeft een verhandeling over de ten geboden. de filosofie van Christus de geest van de geboden. Jezus ontvouwt het spirituele aanzicht van de eerste vier geboden. 

Hoofdstuk 97. De bergrede (vervolg). Jezus ontvouwt voor de twaalf de spirituele aanzichten van het vijfde en zesde gebod. 

Hoofdstuk 98. De bergrede (vervolg). Jezus openbaart aan de twaalf de spirituele aanzichten van het zevende, achtste en tiende gebod. 

Hoofdstuk 99. De bergrede (vervolg). Jezus ontvouwt voor de twaalf de spirituele aspecten van het negende gebod. 

Hoofdstuk 100. De bergrede (vervolg). Jezus formuleert en geeft aan de twaalf een praktische code voor spirituele ethiek.

Hoofdstuk 101. De bergrede (besluit). Het slot van de code der ethica. De christenen keren terug naar Kapernaüm. 

Hoofdstuk 102. De christenen in het tehuis van Jezus. Jezus onthult de geheime leer voor hen. Zij gaan door heel Gallilea en onderwijzen en genezen. Jezus wekt Nain, de zoon van een weduwe, tot leven. Hij keert weer terug naar Kapernaüm. 

Hoofdstuk 103. De christenen in de woning van Jezus. Jezus onderwijst iedere morgen de twaalven en de vreemde meesters. Jezus ontvangt boodschappers van Johannes, de wegbereider en zendt hem bemoedigende berichten. Hij roemt het karakter van Johannes.

Hoofdstuk 104. Jezus onderwijst de menigte. Woont een feest bij in het huis van Simon. Een rijke publieke vrouw zalft hem met kostbare balsem. Simon verwijt hem dat en Jezus houdt een rede over valse eerbaarheid. 

Hoofdstuk 105. Op kosten van een aantal aanzienlijke vrouwen, maken de christenen een grote zendingsreis. In zijn onderwijs prijst Jezus de ernst en laakt huichelarij. Hij spreekt over zonde tegen de heilge adem. 

Hoofdstuk 106. De christenen zijn in Magdala. Jezus geneest een man die blind, doof en bezeten is. Hij onderwijst het volk. Terwijl hij spreekt komen zijn moeder, broeders en Mirjam tot hem. Hij geeft hen een verhandeling over familieverhoudingen. Hij introduceert Mirjam bij het volk en zij zingt haar liederen van overwinning. 

Hoofdstuk 107. Een farizeër vraagt van Jezus bewijzen van messias-schap. Jezus berispt hem omdat hij de bewijzen die voortdurend worden gegeven, niet herkent. Jezus vermaant het volk om het licht te ontvangen, opdat zij licht mogen worden. 

Hoofdstuk 108. Jezus verwijt het volk zijn zelfzucht. de christenen wonen een feest bij en Jezus wort berispt omdat hij zich niet wast vóór het eten. Jezus ontmaskert de huichelarij van de regerende klassen en spreekt vele wee’s over hen uit. 

Hoofdstuk 109. De christenen gaan naar een afgelegen plaats om te bidden. Jezus waarschuwt hen voor de zuurdesem van de farizeeërs en openbaart het feit dat alle gedachten en daden opgetekend worden in het boek van Gods geheugen. De verantwoordelijkheid van de mens en de zorg van God.

Hoofdstuk 110. Mirjam zingt een lied van overwinning. Het lied. Jezus openbaart het symbolische karakter van de reis van Israël uit Egypte naar Kanaän. 

Hoofdstuk 111. Jezus onderwijst. Iemand vraagt hem zijn broeder te dwingen om eerlijk te delen. Jezus maakt de heilige wet bekend, de macht der waarheid en het universele karakter van bezittingen. Verhaalt de gelijkenis van de rijke man en de overvloedige oogst. 

Hoofdstuk 112. De christenen in het huis van Maria van Magdala. Jezus noemde zijn discipelen ‘kleine kudde’ en draagt hun op hun genegenheden op de goddelijke dingen te stellen. Hij onderwijst hen over het innerlijke leven. 

Hoofdstuk 113. In antwoord op een vraag van Lamaas geeft Jezus les over de heerschappij van vrede en de weg daartoe door antagonisme. De tekenen der tijden. Leiding van de heilige adem. De christenen gaan naar Bethsaida.    

Hoofdstuk 114. Een zware sorm op zee eist vele levens. Jezus doet een beroep op de mensen om te helpen en zij geven met gulle hand. In antwoord op een vraag van een wetgeleerde zet Jezus het wijsgerig aanzicht van rampen uiteen. 

Hoofdstuk 115. Jezus onderwijst aan het meer. Hij vertelt de gelijkenis van de zaaier. Zegt waarom hij in gelijkenissen spreekt. Legt de gelijkenis van de zaaier uit. Vertelt de gelijkenis van de tarwe en het onkruid. 

Hoofdstuk 116. De christenen zijn in de woning van Filippus. Jezus verklaart de gelijkenis van de tarwe en het onkruid. Hij zet uiteen hoe het koninkrijk zich ontplooit, door gebruik te maken van gelijkenissen: het goede zaad, de groei van de boom; de zuurdesem; de verborgen schat. Hij gaat naar een berg om te bidden. 

Hoofdstuk 117. Een koninklijk feest wordt gevierd in Machaerus. Johannes, de wegbereider wordt onthoofd. Zijn lichaam wordt in Hebron begraven. Zijn discipelen rouwen. De christenen steken ’s nachts het meer over. Jezus stilt een woedende storm. 

Hoofdstuk 118. De christenen zijn in Gadana. Jezus werpt van een man een legioen onteine geesten uit. De geesten veranderen in onreine dieren die het meer inrennen en verdrinken. De bevolking wordt bang en verzeken Jezus hun woonplaats te verlaten. Hij keert met zijn discipelen terug naar Kapernaüm. 

Hoofdstuk 119. De bevolking van Kapernaüm verwelkomt Jezus. Mattheüs geeft een feest. De farizeeërs verwijten Jezus, dat hij met zondaren eet. Hij zegt hun dat hij gezonden is om zondaren te bevrijden. Hij geeft lessen over het vasten en over de filosofie van goed en kwaad. 

Hoofdstuk 120. Nicodemus is op een feest. Hij vraagt Jezus: Zou de christelijke godsdienst niet met meer succes ingang vinden, wanneer de joodse dienst hervormd werd? Jezus antwoordt ontkennend en zegt de oorzaken. Jezus geneest een vrouw met bloedziekte. Geneest het dochtertje van Jaïrus. Verdwijnt als de menigte hem wil aanbidden. 

Hoofdstuk 121. De christenen zijn in Nazareth. Mirjam zingt een christelijk loflied. Jezus onderwijst in de synagoge. Hij geneest een stomme man die bezeten is. Het volk gelooft niet in hem. De farizeeeërs noemen hem het werktuig van Beëlzebub. De christenen gaan naar Kana. 

Hoofdstuk 122. De christenen brengen zeven dagen in gebed door. Jezus geeft zijn opdracht aan de twaalf en zend ze uit voor hun apostolische arbeid, met de opdracht hem in Kapernaüm weer te ontmoeten. 

Hoofdstuk 123. Jezus geeft zijn eindopdracht aan de buitenlandse meesters en zendt hen als apostelen de wereld in. Hij gaat alleen naar Tyrus en vertoeft in de woning van Rachel. Geneest een bezeten kind. Gaat naar Sidon en daarna naar de bergen van de Libanon. Bezoekt de berg hermon, Caesarea-Philippi, Decapolis, Gadara en keert terug naar Kapernaüm. Ontvangt de twaalf, die verslag uitbrengen van hun arbeid. 

XVII DE DERDE PERIODE VAN DE CHRISTUS-MANIFESTATIE VAN JEZUS – PE

Hoofdstuk 124. De christenen steken het meer over. Jezus geeft aan zijn discipelen lessen over geheime leerstukken. Onderwijst het volk. Voedt vijfduizend mensen. De discipelen vertrekken om over het meer terug te varen. Een storm steekt op. Jezus komt, gaande over de golven, tot hen. Proef van het geloof van Petrus. Zij komen aan land in Gennesareth.

Hoofdstuk 125. De christenen worden in Gennesareth welkom geheten. Menigeen volgt Jezus vanwege de broden en de vis. Hij spreekt hun over het brood des levens. Hij spreekt over zijn vlees en bloed als symbolen van het brood en water des levens. Het volk voelt zich beledigd en vele van zijn discipelen volgen hem niet langer. 

Hoofdstuk 126. Schriftgeleerden en farizeeërs bezoeken Jezus. Zij berispen hem om het eten met ongewassen handen. Hij verdedigt zijn handelingen en geeft een les over huichelarij. Verklaart aan de twaalf zijn openbare lessen. 

Hoofdstuk 127. De christenen steken het meer overnaar Decapolis. Jezus vindt een afgelegen plaats, waar hij in stilte de twaalf onderwijst. Zij blijven daar drie dagen, gaan dan naar een dorp aan het meer. 

Hoofdstuk 128. Jezus gaat ’s nachts naar een berg om te bidden. Zijn discipelen en de dorpelingen vinden hem en hij onderwijst hen gedurende drie dagen. Voedt vierduizend mensen. De christenen gaan naar Caesarea-Philippi. Zij overwegen de persoonlijkheid van Christus. Petrus wordt als apostolisch leider verkozen. 

Hoofdstuk 129. Jezus onderwijst het volk. Hij neemt Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee naar een hoge berg en wordt in hun bijzijn getransfigureerd. 

Hoofdstuk 130. Jezus en de drie discipelen keren terug naar Caesarea-Philippi. De negen waren er niet in geslaagd een epileptisch kind te genezen. Jezus geneest het en verwijt zijn discipelen gebrek aan geloof in God. 

Hoofdstuk 131. Jezus en Petrus betalen de halve sikkel aan belasting. De discipelen strijden om de voorrang. Jezus berispt hen. Geeft hun vele praktische lessen. De gelijken is van de goede achaapherder. 

Hoofdstuk 132. Jezus verdedigt een man, die beschuldigd wordt van het stelen van brood. Het oordeel wordt herzien. De man gaat vrijuit en het volk voorziet in de noden van het hongerende gezin. 

Hoofdstuk 133. De twaalf gaan naar het feest in Jeruzalem, maar Jezus blijft in Kapernaüm. Hij zoekt zeventig discipelen uit en zendt ze uit om te leren en te genezen. Hij gaat alleen naar het feest en geneest onderweg tien lepralijders. Hij onderwijst in de tempel. 

Hoofdstuk 134. Jezus onderwijst in de tempel. Zijn woorden maken de leiders woedend. Nicodemus verdedigt hem. Hij brengt de nacht door op de Olijfberg. De volgende dag onderwijst hij weer in de tempel. Een overspeelster wordt ter veroordeling bij hem gebracht. 

Hoofdstuk 135. Jezus onderwijst in de tempel. Hij openbaart enkele diepere betekenissen van de Christus-manifestatie. De leiders worden zeer woedend en trachten hem te stenigen, maar hij verdwijnt. 

Hoofdstuk 136. Jezus onderwijst in de tempel. Vertelt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Gaat naar Bethanië. Onderwijst in de woning van Lazarus. Verwijt Maria haar bezorgdheid om de dingen van dit leven. 

Hoofdstuk 137. Jezus en zijn discipelen gaan naar een afgelegen plaats om te bidden. Jezus leert Lazarus bidden. Een voorbeeld van gebed. De waarde van dringend gebed. Gelijkenis van de lastige huisvrouw. 

Hoofdstuk 138. De christenen in Jeruzalem. Zij ontmoeten een man die blind geboren is. Jezus geeft een les over de oorzaken van ziekte en rampen.

Hoofdstuk 139. Jezus ontmoet en onderricht de man die blind was. Ontvouwt de mysteriën van het koninkrijk. De schaapskooi. Verklaart zichzelf tot schaapsherder. Gaat naar de woning van Massalian, waar hij enige dagen verblijft. 

Hoofdstuk 140. Jezus en de drie discipelen keren terug naar Kapernaüm. Jezus ontvangt het verslag van de zeventig. Met zijn discipelen gaat hij door geheel Gallilea en bemoedigt de gelovigen. Hij geneest een vrouw. Vertelt de gelijkenis van het kleine zaad en de grote boom. 

Hoofdstuk 141. Jezus spreekt woorden van bemoediging. Berispt een bemoeizieke farizeeër. woont een huwelijksfeest bij. Geneest een waterzuchtige man. Berispt gasten die de beste plaatsen zoeken. Vertelt een gelijkenis van een huwelijksfeest. 

Hoofdstuk 142. Het pad van discipelschap, zijn moeilijkheden. Het kruis en zijn bedoeling. Het gevaar van rijkdom. De jonge man die weelde meerlief had, dan hij Christus lief had. Gelijkenis van de rijke man en Lazarus.

Hoofdstuk 143. Rechtvaardigheid in de beloningen. Jezus vertelt de gelijkenis van de landman en de arbeiders. Maakt de heilige wet van echtscheiding bekend. Het mysterie van het huwelijk. 

Hoofdstuk 144. De christenen te Tiberias. Jezus spreekt over het innerlijke leven. Vertelt de gelijkenis van de verloren zoon. De boosheid van de oudere broeder. 

Hoofdstuk 145. Jezus spreekt over de oprichting van het christelijke koninkrijk en de wederkomst van de heer in macht. Vermaant tot getrouwheid. Gelijkenis van de onrechtvaardige rechter. Gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. 

Hoofdstuk 146. Het laatste samenzijn van Jezus en zijn Discipelen in Gallilea. Mirjam zingt een lofzang. Het lied. De christenen vangen hun reis naar Jeruzalem aan. Zij rusten bij Enon Bronnen. De zelfzuchtige vraag van de moeder van Jacobus en Johannes. de christenen bereiken Jeruzalem. 

Hoofdstuk 147. Jezus spreekt tot het volk in de tempel over het messias-schap. Verwijt de joden hun trouweloosheid. de joden willen hem stenigen, maar worden daarin verhinderd door Jozef. De christenen gaan naar Jericho en daarna naar Bethabara.

Hoofdstuk 148. Lazarus sterft en Jezus en de twaalf keren terug naar Bethanië. De opwekking van Lazarus, die grote opwinding veroorzaakt bij de leiders in Jeruzalem. De christenen gaan naar de heuvels van Efraïm, en blijven daar.  

Hoofdstuk 149. De joden zijn in Jeruzalem bijeen om het feest bij te wonen. De christenen gaan naar Jericho. Jezus gebruikt de maaltijd met Zacheüs. Hij vertelt de gelijkenis van de tien talenten. 

Hoofdstuk 150. Jezus geneest de blinde Bartimeüs. Gaat met de twaalf naar Bethanië. De menigte komt hem verwelkomen en om met Lazarus te spreken. 

Hoofdstuk 151. Jezus leert in de synagoge. Doet zijn triomfale intocht in Jeruzalem. De menigte, met de kinderen, zingen zijn lof, en roepen: Hosanna zij de koning. De christenen keren naar Bethanië terug.  

Hoofdstuk 152. Jezus berispt een onvruchtbare vijgenboom. Drijft de kooplieden de tempel uit. Onderricht het volk. Keert naar Bethanië terug. 

Hoofdstuk 153. De christenen gaan naar Jeruzalem. Zij zien de verdorde vijgenboom; zijn symbolische betekenis. Jezus leert in de tempel. Wordt door de priesters berispt. Vertelt een gelijkenis van het feest van de rijke man. 

Hoofdstuk 154. Jezus onderwijst in de tempelhal. De gelijkenis van het gezinshoofd en de slechte landlieden. Gelijkenis van het huwelijksfeest en de gast zonder bruiloftskleed. 

Hooffdstuk 155. Jezus erkent de billijkheid van belasting betalen. Hij geeft een les over het familieleven in het hiernamaals. De grootste van de geboden wordt samengevat in het begrip ‘liefde’. Hij waarschuwt zijn discipelen voor de huichelarij van de schriftgeleerden en de farizeeërs. 

Hoofdstuk 156. De schriftgeleerden en de farizeeërs zijn woedend. Jezus berispt hun huichelarij. Hij klaagt over Jeruzalem. Het penninkje van de weduwe. Jezus houdt zijn afscheidsrede tot het volk in de tempel. 

Hoofdstuk 157. De christenen op de Olijfberg. Jezus voorspelt de verwoesting van Jeruzalem en de verschrikkelijke rampen, die het einde van de eeuw zullen kenmerken. Hij spoort zijn discipelen tot getrouwheid aan. 

Hooffdstuk 158. Jezus en de twaalf in gebed op de Olijfberg. Jezus openbaart aan zijn discipelen de diepere betekenis van geheime leerstellingen. Hij zegt hun wat zij het volk moeten leren. Vertelt vele gelijkenissen. Zij keren naar Bethanië terug. 

                           
 XVIII JEZUS VERRADEN EN GEVANGEN GENOMEN – TZADDI

Hoofdstuk 159. De christenen wonen een feest bij in het huis van Simon. Maria zalft de meester met kostbare olie, en Judas en anderen verwijten haar deze verkwisting. Jezus verdedigt haar. De leiders van de joden gebruiken Ananias om Jezus gevangen te nemen. Ananias koopt Judas om, om hem te helpen. 

Hoofdstuk 160. Jezus en de twaalf nuttigen het Paasmaal alleen in het huis van Nicodemus. Jezus wast de voeten van de discipelen. Judas verlaat de tafel en haat heen om Jezus te verraden. Jezus onderwijst de elf. Hij stelt het avondmaal des heren in. 

Hoofdstuk 161. Jezus onderwijst de elf. Vertelt hun, dat zij allen hem zullen verlaten en dat Petrus hem, voordat het ochtend is, driemaal zal verloochenen. Hij spreekt de laatste woorden van bemoediging. Belooft de trooster. 

Hoofdstuk 162. Jezus openbaart vollediger de taak van de heilige adem. Zegt zijn discipelen ronduit dat hij binnenkort zal sterven en zij zijn bedroefd. Hij bidt voor hen en voor alle gelovigen in de wereld. Zij verlaten de feestzaal. 

Hoofdstuk 163. Jezus bezoekt Pilatus, die hem dringend aanbeveelt het land te verlaten om zijn leven te redden. Jezus weigert dit. Hij ontmoet zijn discipelen in de boomgaard van Massalian. Het gebeuren in Getsemané. De joodse bende verschijnt onder leiding van Judas.

Hoofdstuk 164. Judas verraadt zijn Heer met een kus. Jezus wordt gegrepen door de bende en de discipelen vluchten om hun leven te redden. Jezus wordt naar Jeruzalem gebracht. Petrus en Johannes volgen de bende.

XIX DE BERECHTING EN DE TERECHTSTELLING VAN JEZUS – KOPH

Hoofdstuk 165. Jezus voor Kajafas. Petrus verloochent zijn Heer driemaal. De akte van beschuldiging, getekend door zeven leidende joden. Een honderdtal meinedige getuigen bevestigen de waarheid van de aanklacht. 

Hoofdstuk 166. Jezus voor het Sanhedrin. Nicodemus pleit voor rechtvaardigheid. Hij toont de incompetentie van de getuyigen. De raad kan Jezus niet schuldig verklaren, maar Kajafas, de voorzitter, verklaart hem schuldig. De bende mishandelt Jezus. Hij wordt naar het hof van Pilatus gebracht. 

Hoofdstuk 167. Jezus voor Pilatus. Wordt niet schuldig verklaard. Jezus voor Herodes, wordt gekweld en keert terug naar Pilatus, die hem wederom niet schuldig bevindt. De joden eisen zijn dood. De vrouw van Pilatus dringt er bij haar echtgenoot op aan, zich niet met de bestraffing van Jezus in te laten. Pilatus weent. 

Hoofdstuk 168. Pilatus’ laatste poging om Jezus te bevrijden, faalt. Hij wast zijn handen in voorgewende onschuld. Levert Jezus aan de joden uit om te worden terechtgesteld. de joodse soldaten drijven Jezus op naar Calvarië. 

Hoofdstuk 169. Judas is vol zelfverwijt. Haast zich naar de tempel en gooit de dertig zilverlingen voor de voeten van de priesters, die het aannamen en daarvoor het veld van de pottebakker kopen. Judas hangt zichzelf op. Zijn lichaam wordt in het veld van de pottebakker begraven. 

Hoofdstuk 170. De kruisiging. Jezus bidt voor zijn moordenaars. Pilatus zet een opschrift boven het kruis. Jezus spreekt woorden van bemoediging tot de berouwvolle dief. Draagt aan Johannes de zorg voor zijn moeder en Mirjam op. De soldaten verdelen zijn kleren onder elkaar. 

Hoofdstuk 171. Laatste taferelen van de kruisiging. Met toestemming van Pilatus, nemen Jozef en Nicodemus het lichaam van Jezus van het kruis af en leggen het in de graftombe van Jozef. Een wacht van honderd joodse soldaten wordt bij het graf geplaatst.

XX DE OPSTANDING VAN JEZUS – RESH

Hoofdstuk 172. Pilatus zet het Romeinse zegel op de steen voor de ingang van de graftombe. Te middernacht marcheert een groep van ‘stille’ broeders omhet graf. De soldaten zijn beangst. Jezus spreekt tot de gevangen zielen. ’s Zondags, vroeg in de morgen staat hij op uit het graf. De soldaten worden door de priesters omgekocht om te zeggen dat de discipelen het lichaam gestolen hebben. 

XXI VERSTOFFELIJKING VAN HET SPIRITUELE LICHAAM VAN JEZUS – SCHIN

Hoofdstuk 173. Jezus verschijnt in stoffelijke gedaante aan zijn moeder, Mirjam, Maria Magdalena en aan Petrus, Jacobus en Johannes.

Hoofdstuk 174. Jezus verschijnt volledig gematerialiseerd aan Zachus en Kleopas op hun tocht naar Emmaüs, maar zij herkennen hem niet. Hij deelt hun vele dingen mee over Christus. Hij gebruikt het avondmaal met hen en openbaart zich dan. Zij gaan terug naar Jeruzalem en vertellen het nieuws. 

Hoofdstuk 175. Jezus verschijnt, volledig gematerialiseerd aan de tien apostelen in het huis van Simon en aan Lazarus en aan zijn zusters. 

Hoofdstuk 176. Jezus verschijnt, ten volle gematerialiseerd aan de oosterse wijzen in het paleis van prins Ravanna in India. Aan de magische priesters in Perzië. De drie wijze mannen spreken vol lof over de persoonlijkheid van de nazarener. 

Hoofdstuk 177. Jezus verschijnt volledig gematerialiseerd in de tempel van Jeruzalem. Verwijt de leiders van de joden hun huichelarij. Openbaart zichzelf aan hen en zij deinzen vol angst terug. Hij verschijnt aan de apostelen in het huis van Simon. Thomas wordt overtuigd. 

Hoofdstuk 178. Jezus verschijnt volledig gematerialiseerd voor Apollo en de broederschap der stilte in Griekenland. Verschijnt aan Claudus en Juliet aan de Tiber bij Rome. Verschijnt aan de priester in de Egyptische tempel in Heliopolis. 

Hoofdstuk 179. Jezus verschijnt, volledig gematerialiseerd, aan de apostelen bij het meer van Gallilea. Verschijnt aan een menigte mensen. Draagt zijn apostelen op, weer naar Jeruzalem te gaan, waar hij hen zal ontmoeten. 

Hoofdstuk 180. Jezus verschijnt, volledig gematerialiseerd, aan de apostelen in Jeruzalem. Geeft hun zijn instructies. Belooft hun een speciale gave voor hun arbeid te ontvangen op het Pinksterfeest. Gaat naar de Olijfberg en stijgt, ten aanschouwe van vele discipelen ten hemel. De discipelen keren terug naar Jeruzalem. 

XXII VESTIGING VAN DE CHRISTELIJKE KERK – TAU

Hoofdstuk 181. De elf apostelen kiezen Matthias om de open plaats in te nemen ontstaan door de desertie van Judas. De christenen zijn verheugd. Mirjam zingt een lofzang. Apostolische lijst. 

Hoofdstuk 182. Gebeurtenissen van de dag van Pinksteren. Begiftiging van de discipelen. De kerk van Christus wordt gesticht. Petrus spreekt de inleidende leerrede uit. De leerrede. Drieduizend mensen worden gedoopt en worden leden van de kerk.

Tekst: Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus

Afbeeldingen: aquarellen van William Brassey Hole uit ‘The life of Jesus of Nazareth: eighty pictures’ (1906) 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *