Helena Petrovna Blavatsky en de theosofie

Toen mevrouw Blavatsky in 1875 de theosofie zich aan de wereld bekend maakte met de oprichting van de Theosofische Vereniging, sloeg zij een bres in het materialisme. Naast de kerk, met haar monopolie op de hemel en het hiernamaals, stelde de onbevreesde en scherpzinnige Russische Helena Petrovna Blavatsky (HPB, 1831-1891) een Wetenschap van de verborgen zijde van de dingen. Het motto van haar werk ‘The Secret Doctrine’ (1888), Nederlandse uitgave De Geheime Leer (1907), dat wereldwijd bekend raakte en nog steeds bij de boekhandel verkocht wordt, luidt: ‘Er is geen godsdienst hoger dan de Waarheid’. 

Al in de jaren vijftig ontmoette zij een oosterse meester uit India die een verstrekkende invloed op haar leven zou hebben. Deze ontmoeting leidde haar naar India en bracht haar in contact met een eeuwen oude cultuur, diep geworteld in het boeddhisme en het hindoeïsme. In deze oeroude bronnen van wijsheid komt zij de term Brahma Vidya, theosofie tegen. Hoewel haar verblijf in India van grote invloed is geweest op het leven en werk van Blavatsky, was het niet alleen een re-introductie van de oude Indiase hindoe-leringen die haar voor ogen stond. Zij schrijft dat haar doel is: 

‘Aan te tonen dat de natuur niet ‘een toevallig samentreffen van atomen’ is en de mens zijn juiste plaats in het wereldplan aan te wijzen, de archaïsche waarheden, die de grondslag van alle godsdiensten zijn, uit haar verlaging te redden, tot op zekere hoogte de grondeenheid waaruit zij alle voortvloeien te ontsluieren en ten slotte aan te tonen dat de hedendaagse beschaving nooit de occulte (verborgen) zijde van de natuur genaderd is’. 

Opvallend is dat zij als een van de eersten een grote kennis en aandacht voor de gnostieke stromingen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling aan de dag legde. Zij wijst erop dat het woord theosofie reeds in de derde eeuw van onze jaartelling werd gebruikt door een groep Alexandrijnse wijsgeren, Philaleten (minnaars van de waarheid) genaamd. In haar werk toont Blavatsky aan dat de gnostieke leringen en teksten voor een groot deel teruggaan op vóór-christelijke bronnen. De wijsheid, de universele geheime leringen van de mysteriën die erin vervat liggen, en die Jezus openlijk naar buiten bracht, waren al lang voor die tijd bekend, en werd onderwezen in de mysteriescholen van alle tijden. Voor haar was Jezus geen uiterlijke God met menselijke eigenschappen. Christus-Jezus was voor haar een prototype, een beeld van de innerlijke, onsterfelijke mens. 

Haar persoonlijke secretaris in het laatste deel van haar leven was George S. Mead. Mead was een voortreffelijke geleerde, in zijn tijd een ongeëvenaarde autoriteit op het gebied van de hermetische leer en de Gnosis van de antieken, een oriëntalist en een kenner van de vroegchristelijke literatuur. Hij vertaalde o.a. het Evangelie van de Pistis Sophia, dat sinds 1785 in de Bibliotheek van het British Museum lag, uit het latijn in het Engels, en HPB schreef er een inleiding van 80 bladzijden bij. In de Geheime Leer schrijft ze erover: 

‘Pistis Sophia is een buitengewoon belangrijk geschrift, een waar Evangelie van de gnostiek, dat op goed geluk aan Valentinus werd toegeschreven, doch oorspronkelijk met veel meer waarschijnlijkheid een voor-christelijk werk is.’ Met betrekking tot de inhoud ervan schrijft ze: 

‘De Ziel was steeds het éne onderwerp, en de wetenschap van de Ziel het enige doel van al de oude mysteriën. In de Val van Pistis Sophia, en haar redding door haar Syzygy, dat is: JEZUS, zien we het altijd weer terugkerende drama van het lijden van de onwetende persoonlijkheid, die slechts gered kan worden door de Onsterfelijke Mens (Individualiteit of Zelf), of, beter gezegd, door diens hevige verlangen naar HET.’

Vele tienduizenden werden lid van de Theosofische Vereniging, die gericht was op de werkelijkheid van de onzichtbare werelden en op de waarheid van de ontwikkeling van de ziel door vele geboorten heen. Er werd gewezen op de verschillende voertuigen, of lichamen, waaruit de mens is samengesteld. Er was een kosmogonie, een wereldbeschouwing die de ontwikkeling van de aarde in zeven verschillende fasen liet zien. En in dat geheel paste de menselijke ontwikkeling, van goddelijke vonk, via talloze belichamingen, tot bewuste, levendmakende Geest. 

Al deze tot dan volstrekt geheime leringen kwamen het westen ter ore via de Theosofie. In de aantekeningen van H.P. Blavatsky vinden we de mededeling dat ze de opdracht had gekregen om een vereniging te stichten, een ‘society’, een geheim genootschap zoals de Loge van Rozenkruisers. En velen voegden zich bijeen om die waarheden te onderzoeken, om de leringen te bestuderen die waren neergeschreven in De Geheime Leer, De Stem van de Stilte, Isis Ontsluierd. 

Deze geweldige vrouw beïnvloedde schrijvers als Jack London en E.M. Forster en anderen die later een rol zouden spelen in de wereldliteratuur, maar ook natuurwetenschappers als Sheldrake, bekend van de morfogenetische velden. Op het bureau van Albert Einstein stond altijd een exemplaar van De Geheime Leer. 

Bron: Syllabus van de cursus ‘Van wijsheidsstromingen naar innerlijke wijsheid – de weg van de gnosis’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *