Volledig herziene Nederlandse uitgave van het Evangelie van de de Pistis Sophia, vertaald door auteur John van den Berg

BESTEL HET EVANGELIE VAN DE PISTIS SOPHIA

Het Evangelie van de Pistis Sophia is een belangrijk, uitgebreid en diepzinnig gnostiek geschrift uit de Oudheid waarin relatief veel aandacht is voor Maria Magdalena. Uitgeverij Rozekruis Pers publiceerde in 1963 de eerste Nederlandse vertaling en kwam medio september 2020 met een geheel nieuwe vertaling door John van den Berg, auteur van Het woord van de Pistis Sophia in de orde van Jeû. Die nieuwe hardback-uitgave is niet alleen moderner en beter toegankelijk, maar ook nauwkeuriger. Hieronder volgen, na een korte inleiding, het woord vooraf, de eerste 3 van de 148 hoofdstukken en de inhoudsopgave. 

Helena Blavatsky, één van de stichters van de Theosofische Vereniging, vroeg destijds aan haar secretaris George Mead om het Evangelie van de Pistis Sophia in het Engels te vertalen omdat, zo verklaarde zij, ‘de ziel steeds het éne onderwerp, en de wetenschap van de ziel het enige doel is van alle oude mysteriën’. Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) verwijst in meerdere van zijn boeken naar de Pistis Sophia. Zijn omvangrijke boek De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia is er zelfs helemaal aan gewijd. Het bevat naast de teksten van Boek I van de Pistis Sophia  ook beschouwingen die gebaseerd zijn op toespraken die hij aan het einde van de in de jaren vijftig heeft gehouden tijdens tempeldiensten op het conferentiecentrum Renova in Bilthoven. 

Het Evangelie van de Pistis Sophia is de geschiedenis van de ‘elf jaren die Jezus na zijn opstanding met zijn discipelen doorbracht, en hen onderwees over de geheimen van het Zijnde.’ De discipelen nemen waar dat een drievoudig licht tot Jezus komt en hem opneemt in de schatkamer van het licht. Daar krijgt Jezus zijn lichtkleden, die alle mysteriën bevatten, alle mysteriën van binnen en buiten het pleroma.

Omringd door dit geweldige licht keert Jezus terug tot zijn discipelen, en vandaaruit onderricht hij hen. Tegelijk onderstreept het Koptische document de gelijkwaardige, zelfs bevoorrechte positie van de vrouw in de kringen van de Gnosis; iets wat de andere apostelen slechts tandenknarsend verdragen. Het is Maria Magdalena die richting geeft aan de dialoog en zij geeft blijk van de diepste inzichten. Jezus vergelijkt haar met het pleroma; zij is een ingewijde in de Mysteriën van het Licht. Elders noemt hij haar ‘een vrouw die het Al kent’.

Het is een wonder dat deze prachtige tekst praktisch ongeschonden is bewaard, en het is een lange weg van het Grieks via het Koptisch tot het Nederlands van de eenentwintigste eeuw. Het is aan de lezer om, in navolging van Maria Magdalena, zelf de diepte van de tekst te ontdekken. Hij kan daarbij het beste de raad uit de Pistis Sophia ter harte nemen: ‘Laat niet na te zoeken, bij dag noch bij nacht en rust niet, totdat u de reinigende mysteriën vindt die u zullen zuiveren en u tot zuiver licht zullen maken, zodat u naar boven zult gaan en het licht van mijn rijk zult beërven.’

WOORD VOORAF

In het British Museum bevindt zich een Koptisch handschrift met de wetenschappelijke naam Codex Askewianus, ontleend aan Anthony Askew. Hij verwierf het op een Londense markt in 1785. Zijn erfgenamen vertrouwden het later toe aan de conservatoren van het museum. Eind negentiende eeuw begon het wetenschappelijk ontsluiten van het geschrift, dat vanaf dat moment bekend wordt als het Evangelie van de Pistis Sophia. Het is de Duitse vertaling van Carl Schmitt uit 1905 die de grondslag vormt voor de latere Engelse vertalingen van G.R.S Mead uit 1921 en die van Violet MacDermot uit 1978. Deze volledig herziene Nederlandse vertaling is gebaseerd op het werk van deze voorgangers. Om het lezen te vergemakkelijken, zijn er in deze nieuwe druk titels aan de hoofdstukken toegevoegd.

Recent onderzoek van Erin Evans heeft zeer aannemelijk gemaakt dat het geschrift afkomstig is van een groepering uit Egypte. Het bevat een deel van hun leringen uit de derde tot de vierde eeuw van onze jaartelling. Een ouder geschrift van hen is bekend onder de naam ‘de boeken van Jeû. Beide geschriften zijn destijds in het Koptisch geschreven, hoogstwaarschijnlijk aan de hand van een Grieks origineel. Het Koptisch is een taal die in de antieke oudheid in Egypte in zwang raakte. Het is Oud-Egyptisch, Demotisch genoemd, geschreven met Griekse letters, aangevuld met zeven extra karakters.

In de tekst wordt veel verwezen naar bekend veronderstelde mythen waarvan de context grotendeels verloren is gegaan. De Nag Hammadi-geschriften die in 1945 zijn gevonden – en in de jaren daarna voor het publiek ontsloten – geven een deel van die context terug. In met name de sethiaanse geschriften is de Pistis Sophia een geestelijke macht die een belangrijke rol speelt in de kosmologie. In het directe licht van de schepper, het pleroma, is zij de drager van de wijsheid. De mythen vertellen dat de Pistis Sophia op een zeker moment uit zichzelf gaat scheppen, zonder haar metgezel. Er komt dan een levensgebied tot ontwikkeling buiten het pleroma, met uiteindelijk duisternis tot gevolg, de duisternis van de chaos.

Het Evangelie van de Pistis Sophia vangt aan in deze duisternis. Jezus spreekt in de aanvang slechts in algemene zin over de mysteriën van het pleroma tot zijn discipelen. Een drievoudig licht komt tot Jezus en neemt hem op in de schatkamer van het licht. Daar krijgt Jezus zijn lichtkleden, die alle mysteriën bevatten, alle mysteriën van binnen en buiten het pleroma. 

Omringd door dit geweldige licht keert Jezus terug tot zijn discipelen. Het vervolg van de dialoog gaat over het doorgronden van de mysteriën van de lichtkleden. In deze dialoog speelt Maria Magdalena de hoofdrol. Door haar intuïtieve bevatten als Maria, of het oudere Mariam, geeft zij richting aan de dialoog. Jezus vergelijkt haar met het pleroma, vanwege haar diepe inzicht.

Het is aan de lezer om, in navolging van Maria Magdalena, zelf de diepte van de tekst te ontdekken. Het is een lange weg van Grieks via Koptisch tot het Nederlands van de eenentwintigste eeuw. Een woord dat veel voorkomt in deze Nederlandse versie, is het woord berouw. Het oorspronkelijke Griekse woord ervoor is metanoia, dat letterlijk betekent ‘meta-gedachte’ of ‘voorbij-gedachte’. 

Berouw heeft dus de betekenis van een bewustzijnsstaat voorbij het denken. Berouw hebben, wil dan zeggen: tot het bewustzijn komen van wat verder gaat dan de wereld van de gedachten. Het berouw van de Pistis Sophia brengt haar immers voorbij de geestelijke machten van de duisternis, met hun archonten en emanaties van Authades, de machtige menselijke wil. Door bewustzijn komt zij in de dertiende eoon, een stroom van licht brengt haar daar, alsof zij vleugels heeft gekregen en de duisternis niet meer hoeft aan te raken. Zij brengt de mensen vanaf dan weer de oorspronkelijke wijsheid, die eens latent is geworden.

HOOFDSTUK 1: DE VERBORGEN MYSTERIËN

Het geschiedde dat Jezus, nadat hij van de doden was opgestaan, elf jaren doorbracht waarin hij zich met zijn discipelen onderhield. Hij onderwees hen slechts tot aan de gebieden van het eerste gebod en tot aan de gebieden van het eerste mysterie, hetwelk zich bevindt binnen de sluier en binnen het eerste gebod, dat het vierentwintigste mysterie is van buiten en beneden – de mysteriën welke zich in de tweede ruimte van het eerste mysterie bevinden, dat vóór alle mysteriën is – de vader in de gedaante van een duif.

En Jezus sprak tot zijn discipelen: ‘Ik ben voortgekomen uit dat eerste mysterie, dat het laatste mysterie is, dat wil zeggen het vierentwintigste mysterie.’ En de discipelen hebben niet geweten en niet begrepen dat er iets binnen dat mysterie zou bestaan, maar zij dachten van dat mysterie dat het het hoofd van het Al en het hoofd van al het bestaande zou zijn. En zij dachten dat het de voleinding van alle voleindingen zou zijn, omdat Jezus met betrekking tot dat mysterie tot hen had gezegd dat dit het eerste gebod omgeeft en de vijf ideeën en het grote licht en de vijf helpers en de gehele schatkamer van het licht.

Bovendien had Jezus zijn discipelen niet onderricht over de gehele omvang van alle gebieden van de grote onzichtbare en van de drie drievoudige krachten en van de vierentwintig onzichtbaren, en al hun gebieden en hun eonen en hun ordeningen, hoe zij zich uitgebreid hebben – die welke de emanaties van de grote onzichtbare zijn – en hun ongegenereerden en hun zelfgegenereerden en hun gegenereerden en hun sterren en hun ongepaarden en hun archonten en hun overheden en hun heren en hun aartsengelen en hun engelen en hun decanen en hun dienaren, en alle woningen van hun sferen en alle ordeningen van ieder van deze.

En Jezus had zijn discipelen niet verteld van de gehele uitgebreidheid van de emanaties van de schatkamer, niet van hun ordeningen en hoe zij zich uitbreiden, evenmin had hij hun verteld over hun verlossers, overeenkomstig de ordening van ieder van hen, hoe zij zijn. Ook had hij hun niet verteld welke wachter staat aan iedere poort van de schatkamer van het licht. Hij had met hen ook niet gesproken over het gebied van de tweelingverlosser, die het kind van het kind is. Hij had hun niet verteld over het gebied van de drie amens, in welke gebieden zij zich uitbreiden en in welke gebieden de vijf bomen verspreid zijn, evenmin betreffende de zeven andere amens, dat wil zeggen de zeven stemmen, wat hun gebied is en hoe zij zich uitbreiden.

En Jezus had zijn discipelen niet gezegd van welke aard de vijf helpers zijn, ook niet in welke gebieden zij gebracht zijn. Ook had hij hun niet gezegd op welke wijze het grote licht zich had uitgebreid, in welke gebieden het gebracht is; evenmin had hij hun verteld over de vijf ideeën of over het eerste gebod, in welke gebieden zij gebracht zijn. Maar hij had slechts in het algemeen met hen gesproken, terwijl hij hun leerde dat zij bestaan. Over hun omvang echter en de ordening van hun gebieden en hoe zij bestaan, had hij niet gesproken. Daarom hebben zij ook niet geweten dat er nog andere gebieden binnen dat mysterie bestaan. 

En hij had zijn discipelen niet gezegd: ‘Ik ben uit die en die gebieden uitgegaan tot ik dat mysterie binnenging en tot ik het weer verliet’, maar terwijl hij hen onderwees, zei hij tot hen: ‘Ik ben uit dat mysterie voortgekomen.’ Daarom nu dachten zij van dat mysterie dat het de voleinding van alle voleindingen zou zijn en het hoofd van het Al en het gehele pleroma, want Jezus had tot zijn discipelen gezegd: ‘Dat mysterie omgeeft het Al waarvan ik u heb gesproken vanaf de dag waarop ik u ontmoet heb tot op de dag van heden.’ Daarom nu dachten de discipelen dat er binnen dat mysterie niets bestaat.

HOOFDSTUK 2: DE KOMST VAN HET LICHT

Het geschiedde toen de discipelen tezamen op de Olijfberg gezeten waren, terwijl zij over deze woorden spraken en in grote blijdschap jubelden en zeer verheugd waren, dat zij tegen elkaar zeiden: ‘Wij zijn gezegend boven alle mensen op aarde omdat de verlosser ons dit heeft geopenbaard en wij het pleroma en de totale volmaking hebben ontvangen.’ Dit zeiden zij tot elkaar terwijl Jezus op korte afstand van hen was gezeten.

Het geschiedde op de vijftiende dag van de maan in de maand Tybi, welke de dag is waarop de maan vol is, op die dag nu, toen de zon in zijn baan was opgekomen, kwam er achter hem een grote lichtkracht tevoorschijn die met buitengewone helderheid scheen en er was geen maatstaf voor het met hem verbonden licht, want het kwam voort uit het licht der lichten en het is gekomen uit het laatste mysterie dat het vierentwintigste mysterie is van binnen naar buiten, welke zich in de ordeningen van de tweede ruimte van het eerste mysterie bevinden. Deze lichtkracht daalde neer op Jezus en omgaf hem geheel terwijl hij op enige afstand van zijn discipelen zat, en hij straalde buitengewoon door het mateloze licht dat op hem was.

En de discipelen hadden Jezus niet gezien, ten gevolge van het grote licht waarin hij zich bevond of dat om hem was, want hun ogen waren verblind door het grote licht dat hem omringde. Maar zij zagen slechts het licht, dat vele lichtstralen uitzond. De lichtstralen waren niet aan elkaar gelijk en het licht was van verschillende geaardheid en van onderscheiden vorm, van beneden naar boven, de ene straal oneindig veel schitterender dan de andere, in één onmetelijke lichtglans. Het reikte van de aarde omhoog tot de hemel. En toen de discipelen dat licht zagen, waren zij in grote vrees en opwinding.

HOOFDSTUK 3: DE OPGANG IN HET LICHT

Het geschiedde nu toen deze lichtkracht op Jezus was neergedaald, dat zij hem geleidelijk geheel omvatte. Daarna steeg Jezus op en voer omhoog, terwijl hij verblindend schitterde in een onmetelijk licht. En de discipelen staarden hem na zonder dat een van hen sprak, totdat hij de hemel bereikt had, maar zij bewaarden allen een diepe stilte. Deze dingen vonden plaats op de vijftiende dag van de maan, op de dag waarin zij in de maand Tybi vol is.

Het geschiedde nu toen Jezus opgevaren was, na drie uren, dat alle krachten van de hemel in opwinding raakten en alle tegen elkaar werden bewogen. Zij en al hun eonen en al hun gebieden en al hun ordeningen. De gehele aarde werd bewogen en allen die daarop woonden. Alle mensen op de aarde raakten in opwinding, evenals de discipelen en zij dachten allen: misschien zal de wereld als een kleed opgerold worden.

En alle zich in de hemelen bevindende krachten staakten hun opwinding niet, zij, noch de gehele wereld en zij werden alle tegen elkaar bewogen van het derde uur van de vijftiende dag van de maan Tybi, tot het negende uur van de volgende dag. En alle engelen en hun aartsengelen, en alle krachten van de hoogte zongen lofliederen tot het binnenste van het binnenste, zodat de hele wereld hun stemmen hoorde, zonder ophouden, tot het negende uur van de volgende dag.

INHOUD

Inhoud
Woord vooraf

Boek I
1 De verborgen mysteriën
2 De komst van het licht
3 De opgang in het licht
4 Het drievoudige licht
5 Vrees niet
6 De dialoog op de Olijfberg
7 De komst van de verlosser
8 De geboorte van de discipelen
9 Het lichtkleed
10 De mysteriën van het lichtkleed
11 De poort van het firmament
12 De eerste sfeer
13 De sfeer van het lot
14 De eonen van de archonten
15 De omkering
16 De strijd van de archonten
17 Maria Magdalena
18 Het omwenden van de sferen
19 De eerste vraag
20 Het aanroepen van de mysteriën
21 De astrologie
22 De reden van het omwenden van de sferen
23 De redding van alle zielen
24 Maria, de schone in haar voordracht
25 Reiniging van de zielen
26 De orde van Melchizedek
27 De versnelling van de cyclus
28 Het einde van de archonten
29 De Pistis Sophia onder de dertiende eoon
30 De vierentwintig emanaties
31 Jaldabaoth
32 Het eerste berouw
33 De lichtmens ontwaakt
34 Het pleroma van Mariam
35 Het tweede berouw
36 Petrus, de standvastige
37 Het derde berouw
38 Martha, de zachtmoedige
39 Het vierde berouw
40 Johannus, de maagdelijke
41 Het vijfde berouw
42 Filippus, de eerste getuige van het lichtrijk
43 De verzekering van de zaak
44 Het zesde berouw
45 Andreas, de bedachtzame
46 Het zevende berouw
47 Het achtste berouw
48 Barmhartigheid
49 Mattheüs, de tweede getuige van het lichtrijk
50 Het negende berouw
51 Jacobus, de sterke
52 Het tiende berouw
53 Innerlijke vrede
54 Het elfde berouw
55 Het twaalfde berouw
56 Vervulling
57 Het dertiende berouw
58 De lofzang van de Pistis Sophia
59 Maria, de moeder van Jezus
60 De lichtkracht van het eerste mysterie
61 Jezus ontvangt de geest van het eerste mysterie
62 Sabaoth de Goede

Boek II
63 Het eerste mysterie dat naar binnen kijkt
64 Gabriël en Michaël
65 De lichtstroom over de tempel
66 De kracht van Authades
67 De bescherming door het licht
68 Reiniging door berouw
69 Thomas, de derde getuige van het lichtrijk
70 Het gebod van het eerste mysterie
71 De lichtkracht spreekt door Salomo
72 De redding van de ziel uit de amente
73 De overwinning op Authades
74 De hymne van het licht
75 De verzegeling
76 Wanneer de drie tijden vol zullen zijn
77 De tijd is vol op de Olijfberg
78 De overgave van Jacobus
79 Adamas de Tiran
80 Gerechtigheid
81 De Pistis Sophia betreedt de dertiende eoon
82 De verlossing van de mensheid
83 Zoek en u zult vinden
84 De grootheid van de schepping
85 Het lichtland
86 De ordening van de erfdelen van het licht
87 De laatsten zullen de eersten zijn
88 Het werk van de discipelen
89 De grootheid van de vijf helpers
90 Waar uw hart is daar zal ook uw schat zijn
91 Het mysterie van de Onuitsprekelijke
92 Het mysterie dat weet
93 De kennis van de Onuitsprekelijke
94 Wie kan de kennis begrijpen?
95 De uitstorting van krachten
96 Verlossing door het woord van de Onuitsprekelijke
97 Het bewustzijn van het Al
98 De mysteriën van de Onuitsprekelijke
99 Het duizendjarig rijk
100 De wereld van de vermenging
101 De leden van de Onuitsprekelijke

Boek III
102 Doe afstand van alles
103 Het gericht over de rechtvaardige mens
104 Vergeving van de zondige mens
105 De getuigen van het laatste berouw
106 Vergeving door de barmhartige mysteriën
107 Het lot van de onwaarachtige mens
108 De ingang in een rechtvaardig lichaam
109 De verheffing van de ziel
110 Het werk van de verlosser
111 Behoed u voor valse leringen
112 Het mysterie van het verbreken van alle banden
113 Bevrijding van de valse geest
114 Maria, de pneumatische
115 Het mysterie van de doop
116 Het reinigende vuur
117 Hoe de mysteriën vergeven
118 Het erbarmen van de Onuitsprekelijke
119 Sterven zonder berouw
120 Het smakeloze zout
121 Het gewaad van de koning
122 De beproeving van Petrus
123 De hogere mysteriën
124 De keuze van de dienstknecht
125 De poorten van het licht
126 De draak van de buitenste duisternis
127 Het vuur van de draak
128 Het zegel van de maagd van het licht
129 Het ontvangen van het erfdeel
130 Het mysterie van de naam van de draak
131 De ziel in de vermenging
132 Salome en het lot van de mens
133 De sleutel van de mysteriën
134 De boeken van Jeû
135 De ingang in het licht

Boek IV
136 De gebieden van de weg van het midden
137 De onvergankelijke namen
138 De wegen van het midden
139 De vijf archonten van het midden
140 De loutering van de ziel
141 Vuur, water, wijn en bloed
142 Het offer
143 Gedenk ons en reinig ons
144 Het gericht van de lasteraar
145 Het lot van de moordenaar
146 Het lot van de dief
147 De beker van de nuchterheid
148 Het erbarmen van de heer

Bron: ‘Het Evangelie van de Pistis Sophia, de vier boeken van de Verlosser, codex Askewianus’, vertaald en ingeleid door John van den Berg

BESTEL HET EVANGELIE VAN DE PISTIS SOPHIA

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *