De dertien ziele-omwendingen van de Pistis Sophia, benoemd door Catharose de Petri

BESTEL HET ACTIEBOEK VAN € 29,50 VOOR € 19,50 (TOT 1 JULI 2020)

TEN GELEIDE

Het gnostieke geschrift Pistis Sophia, dat wel toegeschreven wordt aan de te Alexandrië geboren bekende gnosticus Valentinus – die in de tweede eeuw leefde – werd in de tweede helft van de 18 e eeuw ontdekt door de Londense medicus A. Askew. Na diens overlijden werd het manuscript in 1785 aangekocht door het Britse Museum te Londen, waar het sindsdien onder de aanduiding Codex Askewianus bewaard wordt.

Onze Nederlandse vertaling van Boek I van de Pistis Sophia, gevolgd door de uitvoerige beschouwingen die daaraan in de zestiger jaren van onze eeuw door Jan van Rijckenborgh gewijd werden, verschijnt in een tijd waarin de vraag naar oorsprong, wezen en doel van de Gnosis bij talrijke mensen is gaan leven.

Het boek geeft in het licht van de Gnosis een direct antwoord op de vraag naar de werkelijke bestemming van de mens en het wijst een richting waarlangs deze bestemming – de levende zielestaat – kan worden bereikt.

In de Pistis Sophia wordt gesproken over twee rivieren, die twee elektromagnetische golven aanduiden. Eén stroming wordt aangeduid als de stroom van kennis, de Pistis, de andere als de stroom van wijsheid, de Sophia. Eén stroming die zich geheel en al associeert met de gangbare menselijke kennis van ieder tijdsgewricht, zodat de totale mensheid die emanatie kan ontdekken en erop kan reageren, ja, erop moet reageren. En één stroming die zich geheel afzijdig houdt van deze wereld, maar wel in deze wereld instraalt, opdat de enkeling, de godzoekende mens, tenslotte de Pistis der natuur ontvluchtend, uiteindelijk de Sophia, de wijsheid, zou kunnen vinden, ja, de Sophia zelf zou kunnen zijn.

Nu wij in een tijdfase zijn aangekomen waarin vele gnostiek-gevoeligen, die met een innerlijke hunkering, een innerlijke honger in allerlei gradaties min of meer bewust uitzien naar bevrijding en zoeken of zij wellicht de bron van hun bewogenheid, het doel van hun verlangen, zouden kunnen ontwaren en naderen, kan de werkelijke betekenis van de vaak duistere bewoordingen van de Pistis Sophia onderkend worden in het gnostieke licht van het eenmaal door Jan van Rijckenborgh uitgesproken verklarende woord.

Zo zien wij de twee genoemde emanaties, die van de Pistis en die van de Sophia, uit de wereld van de geestnatuur voortkomen. De Pistis wekt en stuwt de bewogenheid van de massa in de ruimste zin van het woord en werkt daartoe uitermate krachtig in op het menselijke verstand, terwijl de Sophia, de tweede emanatie, zich richt tot de uitgezonderden, om hen te redden uit de natuur des doods en hen te tillen in de gebieden van het Pleroma Gods, waarvan o.a. Paulus spreekt in zijn brief aan de Efeziërs (3:19), de bewoners van het grensland van zijn dagen.

De Sophia bedoelt de nieuwe zielestaat, het nieuwe zielebewustzijn te zijn, het nieuwe zieledenken bij de uitgezonderden te wekken.

De in dit boek gebruikte Nederlandse vertaling van Boek I van de Pistis Sophia berust op de Duitse vertaling van Carl Schmidt, in de bewerking van Walter Till (Koptisch-Gnostische Schriften I, Die Pistis Sophia, Berlin 1962). Daarbij zijn echter tevens de Engelse vertalingen vergeleken van George Horner (Pistis Sophia, London 1924) en van G.R.S. Mead (Pistis Sophia, a Gnostic Miscellany, London 1955), alsmede die van Violet MacDermot, verschenen in het kader van de Nag Hammadi-publicaties, als deel vanThe Coptic Gnostic Library, Nag-Hammadi Studies IX, Lei- den 1978.

De Rozekruis Pers

 

WOORD VOORAF

Vanwege het overlijden van de schrijver – Jan van Rijckenborgh (1896-1968) – heeft dit boekwerk over het Evangelie van de Pistis Sophia destijds zijn voltooiing helaas niet mogen bereiken.

De auteur verklaart in zijn boek hoe een mens mogelijk is, evenals de Pistis Sophia, door te dringen tot achter de sluier van de Dertiende Eoon. Hij geeft een volledige uiteenzetting van de nieuwe lichtkracht, die is als een roep, een nieuwe levensopgave, een nieuwe taak. Deze opgave moet echter vervuld worden, opdat niet de dood, maar het ene, ware leven gewonnen zal worden.

Vele lezers zullen zich afvragen: ‘Wat zijn toch de mysteriën van de Dertiende Eoon?’ Het antwoord luidt:  De mysteriën van de Dertiende Eoon zijn de mysteriën van de Universele Broederschapsketen Christi. Of, zoals Jacob Böhme zegt: ‘Het is de Christus, die het hart van de gevallen natuur heeft aangegrepen.’

De Dertiende Eoon, of het Universele Krachtveld, doet het vijfde basiselement van de oersubstantie – de vuurether of elektrische ether tezamen met de vier andere ethertoestanden tot goddelijke lichtkracht uitbreken. De Dertiende Eoon blijft eeuwigdurend bestaan. En het is uit dat oord, uit dat krachtveld, dat géén kracht wordt weggenomen. De geestzielemens leeft en is door die Dertiende Eoon. Allen nu die Jezus de Christus aannemen, geeft hij de macht naar die Dertiende Eoon toe te leven.

Hoe leeft de mens naar die Dertiende Eoon toe? De kandidaat in de gnostieke mysteriën wordt gesteld voor dertien ziele-omwendingen, die hij moet doorstrijden om tot waarachtige ziele-wedergeboorte te kunnen komen. Deze ziele-omwentelingen ziet u gestalte verkrijgen in de dertien boetezangen van de Pistis Sophia.

  1. In de eerste boetezang ontdekt de Pistis Sophia de dialectiek en de doem van de mensheid. Zij zingt de ‘Mensheidszang’.
  2. In de tweede zang komt zij tot zelf-ontdekking van haar natuurstaat. Zij zingt de ‘Bewustzijnszang’.
  3. Op basis daarvan zingt zij haar derde lied: de ‘Zang van de Verootmoediging’ ten opzichte van het ene, ware Licht.
  4. Dan volgt de vierde zang: Lied van de Verbrijzeling: het ik wordt naar het graf gedragen.
  5. Het ‘Lied van de Berusting’ is de vijfde zang: de Pistis Sophia is in volledige zelfovergave.
  6. Op deze basis wordt het ‘Lied van Vertrouwen’, de zesde zang gezongen. Het Licht wordt in vol geloofsvertrouwen afgesmeekt.
  7. In de zevende boetezang zingt de Pistis Sophia het ‘Lied van de Beslissing’. Het is de opgang of de ondergang.
  8. Vervolgens vindt de achtervolging plaats. De eonen van de natuur vallen met kracht op de Pistis Sophia aan en zij zingt haar achtste zang: het ‘Lied van de Achtervolging’.
  9. Na het ‘Lied van de Doorbraak’ te hebben gezongen, de negende boetezang, schudt zij de vijand positief van zich af.
  10. Voorts zingt de Pistis Sophia de tiende boetezang: het ‘Lied van de Gebedsverhoring’. Zij ziet het Licht der Lichten voor de eerste maal.
  11. De kracht van het ineigen geloof wordt aan een eindtoets onderworpen in de elfde boetezang. Zij zingt het ‘Lied van de Geloofsbeproeving’.
  12. Ten twaalfde ondergaat zij, volgens de twaalfde boetezang, de grote beproeving, die men zou kunnen vergelijken met de verzoeking in de woestijn. Zij zingt het ‘Lied van de grote Beproeving’.
  13. Tenslotte zingt de Pistis Sophia in de dertiende boetezang het ‘Lied van de Overwinning’: de ziel is ontstegen, zij ziet en ontmoet de Geest, haar Pymander.

Zo, op deze basis, kan de lezer zich enigermate bezinnen op de goddelijke Wijsheid en op de goddelijke Kracht, die ingang moeten vinden in daarvoor toebereide mensen. Wijsheid en Kracht zijn de eerste voorwaarden om de weg tot zielevrijmaking daadwerkelijk te kunnen gaan en deze tot een goed einde te kunnen voeren.

Het feit, geachte lezer, dat u daartoe gebruik mag maken van de Universele Leer, die door de eeuwen heen bewaard is gebleven, dient u te bewijzen dat u bij uw streven nimmer alleen wordt gelaten. De Universele Broederschapsketen Christi treedt te allen tijde naast u voorwaarts om te helpen, daar waar dat nuttig en noodzakelijk is.

Met dit boek: De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia, klinkt wederom de goddelijke roep tot wereld en mensheid. Het is een roep om toch vooral het grootse mysterie van het Koninkrijk Gods te verstaan. En diegenen die deze roep verstaan, zij zullen in staat worden gesteld de weg van terugkeer tot het oorspronkelijke Veld van Leven te betreden. Iedere mens heeft daarbij de Sophia nodig, dat is: de hoge, goddelijke Wijsheid, als richtinggeefster op het pad dat voor hem ligt.

Door al de sferen der eonen
gaat heen de Pistis Sophia,
nadat zij ’t heiligdom des lichaams
gereinigd heeft op Golgotha.

Geen macht des kwaads kan haar beletten
de wil te openen voor de Geest.
Zij gaat, de zegezangen zingend,
dan in – in ’t eeuwig liefdefeest.

2 april 1990, Catharose de Petri

Bron: Voorwoord van Catharose de Petri in het boek De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia van J. van Rijckenborgh

BESTEL DE GNOSTIEKE MYSTERIEN VAN DE PISTIS SOPHIA

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *