De dertiende eoon in het Evangelie van de Pistis Sophia, een hoofdstuk uit het boek van John van den Berg

De sleutel tot de bevrijding is altijd de beschikbaarheid van voldoende kracht voor een blijvende gerichtheid op het pleroma. Daarom is de eerste arbeid voor de bevrijding altijd het realiseren van een lichtveld in de wereld van de chaos. Een zevenvoudig scheppingsveld waar een groep als de Jeûianen mee kan gaan werken. De zeven stemmen worden werkzaam in dit veld, zodat iedere serieuze aanwezige dit in zijn ziel ervaart. Het licht wordt als het ware verzameld om als voorraad van kracht voor de gemeente te dienen. Deze schatkamer van het licht geeft de levenskrachten van het pleroma de mogelijkheid zich te openbaren te midden van de wereld die uit de chaos is voortgekomen. 

Op basis van dit verzamelde licht kan een nieuwe invloed van buiten de twaalf eonen zich beginnen te openbaren. Het is een dertiende eoon die de twaalfvoudige ordening uit het pleroma in de mysterieschool brengt. Een verbinden schakel tussen deze wereld en het pleroma. De mens heeft als gevolg hiervan opnieuw de keuze omuit de dertiende eoon te gaan leven. De krachten van het pleroma hebben nu een openbaringsveld in de wereld van ruimte en tijd. 

De twaalf lichtdragers uit het pleroma en hun twaalf metgezellen worden als vierentwintig onzichtbare krachten van het pleroma werkzaam in de schatkamer van het licht en van daaruit ook in het koninkrijk van de zeven hemelen, waar het lichtveld van de Jeûianen deel van uitmaakt. De vierentwintig mysteriën binnen het eerste gebied worden op deze wijze vervuld. Het Eerste Mysterie kan nu werkzaam worden in de ziel van elk van de leven van de gemeente afzonderlijk. 

De grote toets is altijd of een mysterieschool niet ophoudt met het vervullen van de mysteriën van de dertiende eoon. Het gemeenschappelijke zielenveld, de Pistis Sophia, heeft het licht van de schatkamer van het licht gezien en kan daaruit gaan leven. Iedere afzonderlijke ziel maakt deel uit van deze ervaring van de openbaring van het licht in de tempel. 

In het dagelijkse leven kan ieder lid van de gemeente ervaren wat het leven zonder dit licht inhoudt, net zolang tot de instroom van licht uit de schatkamer van het licht zo sterk wordt dagt alle weerstanden in het leven worden overwonnen. Dit is een kosmologisch principe, een mogelijkheid die de Jeûianen magisch hebben leren toepassen. Licht verwerven en weer verliezen is als vallen en opstaan. De mens leert langzaam, want alle krachten van het lagere leven trekken de ziel omlaag tot in de chaos. Steeds opnieuw, zodat alle pogingen om aan de materie te ontstijgen vruchteloos lijken. 

Het geschiedee nu, toen Jezus dit tot zijn discipelen had gezegd, dat Maria naar voren trad en zei: ‘Mijn Heer, ik heb U eens horen zeggen: ‘De Pistis Sophia behoort tot de vierentwintig emanaties’. Hoe komt het dan dat zij zich niet in uw gebied bevindt? Want U hebt gezegd: “Ik vond haar beneden de dertiende eoon.”’

En Jezus sprak tot zijn discipelen: ‘Het geschiedde, toen de Pistis Sophia zich in de dertriende eoon, in het gebied van haar broeders, de onzichtbaren, dat wil zeggen de vierentwintig emanaties van de grote Onzichtbare bevond,  dat de Pistis Sophia op bevel van het eerste mysterie de blik naar de hoogte wendde. Zij zag het licht van het voorhangsel van de lichtschat en verlangde dat gebied te bereiken, maar zij kon dat gebied niet bereiken. Zij hield echter op om het mysterie van de dertiende eoon te volbrengen, en loofde slechts het licht van de hemel, dat zij in het licht van het voorhangsel van de lichtschat had gezien. 

Het geschiedde nu, toen zij het gebied van de hemel loofde, dat alle archonten in de twaalf eonen die beneden zijn, haar haatten, omdat zij verzuimde hun mysteriën te volbrengen en begeerde naar de hemel op te stijgen en hoger te zijn dan zij’.

De Pistis Sophia is de mythische geestelijke macht uit het pleroma, die de menselijke levensgolf nooit loslaat. Steeds opnieuw zendt zij haar geestkracht in de levensruimte van de levensgolven die in het onbeweeglijke koninkrijk in ontwikkeling zijn. Zoals Eva in de werelden van de paradijselijke levensstaat. Maar dieper nog de materie in, want de mensheid leeft in een veld van leven binnen het onbeweeglijk koninkrijk, waar de mens zich maar tijdelijk kan openbaren, waarna hij weer sterft. Een repeterende poging om een instrument, een mysterieschool, op te bouwen dat weer de wetmaigheden van het pleroma beschikbaar maakt. Het Pleroma, het licht, wordt echter steeds weer geroofd, door de krachten van de archonten binnen de twaalf eonen. Dit is de kosmische wetmatigheid, binnen de scheping van de Pistis Sophia. Het is de wetmatigheid van het leven in tijd en ruimte. 

Bevrijding is alleen mogelijk door acceptatie van de wetmatigheden van het pleroma. Dat wil zich uitdrukken via de vonk van de geest in het hart van de mens, het zaad van de wedergeboorte. Uit dit zaad wordt de geestingang geboren, waar de verlosser zich mee kan verbinden. Maar de eigenheid  van de mens als zielenwezen vindt zijn oorsprong in de moederschoot van de Pistis Sophia. Daarom wordt zij op persoonlijk niveau opnieuw geconcipieerd in een veld van openbaring buiten dat van de twaalf eonen. Het is een veld dat licht bevat en te midden van de mensheid is geplaatst. 

Dat is het mysterie van de dertiende eoon, dat zich openbaart in de mysterieschool van de Jeûianen. Want de Pistis Sophia kan zich alleen openbaren in de harten van groepen mensen die zo veel verlangen naar geest kunnen vrijmaken, dat deze als het ware instroomt uit de hogere kosmische gebieden.

Als eerste is daar de schatkamer van het licht, waar alle deelgenoten aan het lichtveld in de duisternis zich steeds opnieuw aan kunnen laven. Als dit veld tot volwassenheid is gekomen, kan de Pistis Sophia op individueel niveau het voorbeeld stellen, door middel van de weg die een mens als ziel met ervaring kan gaan. De mens is dan zelf een Pistis Sophia geworden. De scheiding tussen wat zich kosmisch aan het voltrekken is en de persoonlijke weg kan opgeheven worden.   

Bron: Het woord van de Pistis Sophia in de orde van Jeû van John van den Berg 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *