Beschouwing 2

Mysteriën van de ziel, week 2

Ontstijgen aan de dualiteiten

 

2 boot

BESCHOUWING GEBASEERD OP SPIRITUELE TEKST 2

Als je op basis van grenzeloos gewaarzijn beseft dat de ziel vormloos en tijdloos is, en ervaart dat je bewustzijn een onthulling is van een grandioze werkelijkheid – aldoordringend en volmaakt – ontspruit daaruit nieuwe wording. Als ziel ben je geroepen om een schakel te zijn tussen de eenheid en de veelheid, een levende verbinding tussen hemel en aarde.

Het domein van de ziel wordt gekenmerkt door eenheid, vrijheid en liefde. Dat zijn geen ob-
jectieve eigenschappen, maar kwaliteiten die intens kunnen worden ervaren, want de wereld van de ziel is niet gelokaliseerd in ruimte en tijd, maar heeft betrekking op de levende ervaring waarin er geen onderscheid is tussen subject en object.

Bewust en met aandacht leven in het hier en nu – waakzaam zijn dus – draagt eraan bij dat de ziel wakker kan worden. Een andere klassieke en beproefde manier om de ziel te laten ontwaken en werkzaam te laten worden is om heilige teksten tot je te laten spreken en deze te overdenken.

Bij het interpreteren van heilige teksten kunnen gemakkelijk vergissingen worden gemaakt. Dat komt vooral omdat meestal verschillende soorten taal door elkaar worden gebruikt. Zo wordt
er wel onderscheid gemaakt tussen:

  1. beschrijvende taal, de zinnen geven letterlijk weer wat er wordt bedoeld, deze taal is meestal het gemakkelijkst te begrijpen;
  2. gesluierde taal, vaktaal (jargon) die ontwikkeld is om onderwerpen die niet zo concreet zijn te kunnen benoemen, en soms ook om diepe waarheden voor niet-begrijpenden te verbergen;
  3. mysterietaal, teksten of tekstgedeelten die vanuit hemelse ervaringsgebieden worden ontvangen en voor het logische verstand meestal onbegrijpelijk zijn totdat ze worden bevat vanuit  inzichten en krachten van spirituele tradities.

Ook speelt een belangrijke rol dat heilige teksten tot stand gekomen zijn binnen een bepaalde context: bestemd voor bepaalde mensen in een bepaalde tijd in een bepaald gebied in een bepaalde cultuur.

Over de koran wordt gezegd dat deze gegeven is door de engel Gabriël aan de profeet Mohammed, en dat dit boek vrijwel in één keer opgeschreven is. De evangeliën in de bijbel zijn waarschijnlijk voor een belangrijk deel geïnspireerd op mondelinge overleveringen.

De koran en de bijbel kunnen we zien als goddelijke openbaringen waarin universele waarheden zijn neergelegd. Dit zijn niet de enige openbaringen van de goddelijke werkelijkheid. Er zijn veel meer heilige geschriften uit allerlei culturen van langer of korter geleden. Het zou onverstandig zijn om de waarheid uitsluitend te zoeken in heilige geschriften. Als je het goddelijke gezag zo uitsluitend buiten jezelf zou plaatsen, zou je jezelf binden aan vormen die nooit volledig waar kunnen zijn, en ga je voorbij aan je innerlijke weten en eventuele goddelijke openbaring in het nu.

Het heilige onthult zich in niet alleen heilige geschriften, maar ook in de natuur en in de mens. De klassieke rozenkruisers uit de 17e eeuw spraken in dit verband over respectievelijk het boek T (van theos=god of testamentum=verbond), het boek M (van mundi=wereld) en het boek H (van homo=mens). De mens is in staat om al die drie boeken te lezen, dat wil zeggen door te dringen tot diepere werkelijkheden, tot andere dimensies om zo zijn innerlijke opdracht te kunnen vervullen.

In het verleden is veel narigheid ontstaan doordat heilige teksten uit hun context werden gehaald, werden geobjectiveerd en letterlijk werden geïnterpreteerd. Nog steeds heeft de mensheid te kampen met grote problemen die voortvloeien uit fundamentalisme en fanatisme op pseudo-religieus gebied. Gelukkig leidt fundamentalisme, dat is het letterlijk nemen van heilige teksten, lang niet altijd direct tot maatschappelijke moeilijkheden, maar het kan er wel aan bijdragen dat de ziel wordt ingekapseld en zich daardoor moeilijker kan manifesteren en ontwikkelen.

Om vergissingen bij de interpretatie van heilige teksten te voorkomen is het zinvol om duidingen niet alleen te toetsen aan het eigen innerlijk, maar vooral ook aan een authentieke spirituele traditie of, nog beter, aan meerdere spirituele tradities. Want binnen die kringen werd en wordt gebruik gemaakt van beproefde werkwijzen, en zijn ervaringen en bevindingen uitgebreid met elkaar gedeeld en vaak ook op schrift gesteld.

In hoofdstuk 1 van Ashtavakra’s zang staat een vers dat gemakkelijk verkeerd kan worden begrepen: ‘Je bent volkomen onafhankelijk, niets hoeft er te gebeuren; alle wijsheid draag je in je, in niets kom je tekort. Je bindt je slechts door in de verzonkenheid te zoeken naar bevrijding.’

Hier wordt gesproken tot de ziel. Die heeft inderdaad alle wijsheid in zich en die komt niets tekort. Sommigen leiden uit de bovenstaande tekst af dat ze bevrijd zijn als ze zich van de ziel bewust zijn en mindful in het leven staan. Dat leidt wel tot een bepaalde verlichting maar niet tot de opstanding van de innerlijke mens waarover geschreven staat in heilige geschriften en die is toegelicht in de online modules Spirituele Pasen en Pinksteren.

De opstanding van de innerlijke mens is het resultaat van een herschepping die zich volkomen natuurlijk voltrekt, want herschepping als zodanig heeft niets met ruimte en tijd te maken. Toch vraagt het gaan van een spirituele weg een aanzienlijke hoeveelheid tijd en aandacht. Dat komt omdat het opheffen van belemmerende conditioneringen tijd kost. Als die barrières zijn verdwenen, vindt herschepping vanzelf plaats. Dit is vergelijkbaar met een blok hout dat op de bodem van een diep meer verborgen ligt onder een grote hoop keien. Het blok heeft de natuurlijke neiging om naar het wateroppervlak te stijgen vanwege de lagere dichtheid, maar kan dat pas als alle keien boven het houtblok zijn verwijderd.

Volgens meerdere authentieke tradities ontstaat er een innerlijke strijd als de ziel ontwaakt. En het vereist heel veel aandacht, energie, tijd en uithoudingsvermogen om die strijd te winnen ten gunste van de ziel. Binnen de islam wordt in dit verband gesproken over jihad. Dit begrip wordt nogal eens ten onrechte vertaald en begrepen als heilige oorlog met geweld. In werkelijkheid verwijst het woord jihad naar het streven en het worstelen om het goede te doen, om te leven in overeenstemming met de wil van Allah.

Mindful en heartful leven is slechts een begin op het spirituele pad. Op de gnostieke weg wordt er op basis van gewaarzijn, een ontvankelijkheid voor het heilige en door innerlijke verheffing, geleidelijk een persoonlijk, lichtend, tweevoudig zielekleed geweven: eerst het lichtende gewaad van de ziel – dat veelal wordt gesymboliseerd door het pentagram of de vijfpuntige ster – en daarna ook de gouden mantel van de geestziel.

Hoofdstuk 3 van het boekje Vermaning van de ziel, dat wordt toegeschreven aan de legendarische Egyptische wijze met de naam Hermes Trismegistus, lijkt in eerste instantie misschien klip en klaar. Voor de succesvolle ondernemer die alles heeft bereikt wat
hij of zij wilde en voor de loyale medewerker die jarenlang aan de ratrace van de prestatiemaatschappij heeft meegedaan en nu lijdt aan burnout, zijn de volgende eeuwenoude woorden misschien een feest van herkenning en een bron van bemoediging.

Hoe lang nog, o ziel, zullen onbevredigende verlangens naar de zintuiglijke wereld nog vat op u hebben, vluchtend van de ene sensatie naar de andere, van heet naar koud, van koud naar heet, van honger naar verzadiging, van verzadiging naar honger.  Zolang ge afhankelijk zijt van de stoffelijke dingen, is het niet te bevredigen verlangen ernaar uw lot. Eenmaal in uw bezit, is er de kwelling ze te verliezen. Als ze u ontnomen worden, is de kwelling voorbij, maar knaagt verdriet en spijt om het verlies. Leg daarom af, o ziel, wat deze pijn en verdriet veroorzaakt. Heb geen spijt dat ge zodoende verdriet, zorg, vrees en pijn ten gevolge van onbevredigende verlangens verlaat. Erger u niet langer dat ge, aldus bevredigd, vrij van angst en blij wordt.

Deze tekst is duidelijk bedoeld om mensen die de beperkingen hebben ervaren van een leven dat uitsluitend gericht is op de zintuiglijk waarneembare wereld te stuwen tot hoger leven, tot het leven van de ziel. Het risico bestaat dat die mensen de fascinatie voor de zintuiglijke wereld gaan verruilen voor een fascinatie voor de wereld van de ziel omdat ze zo snel mogelijk bevrijd willen worden uit het aardse leven, dat ze ervaren als een tranendal.

Dat is een zeer begrijpelijke maar ook zelfzuchtige gedachte die niet in overeenstemming is met de spirituele opdracht van de mens om een levende verbinding te zijn tussen hemel en aarde. Als je uitsluitend gericht bent op de aarde, leef je symbolisch gezien in duisternis en vorm je geen verbinding tussen hemel en aarde. Als je voornamelijk gefocust bent op de hemel – of op dat waarvan je denkt dat het de hemel is, maar het niet is – negeer je de aardse werkelijkheid en kun je ook geen brug zijn tussen aarde en hemel.

Klassieke heilige teksten zijn soms ongenuanceerd omdat ze bedoeld zijn om mensen te stuwen tot innerlijke vernieuwing, tot werkelijk zieleleven. Daarvoor is het nodig dat belemmerende conditioneringen, die in het verleden mogelijk waardevol waren maar nu niet meer functioneel zijn, worden opgebroken zodat er vernieuwingen plaatsvinden die zich uiteindelijk ook manifesteren in de cellen van het stoffelijke lichaam.

Ons verstand is in deze 21e eeuw aanzienlijk verder ontwikkeld dan het verstand van onze voorouders. De Nieuw-Zeelandse psycholoog James Flynn stelde vast dat de gemiddelde scores op intelligentietesten in de afgelopen honderd jaar steeds gestegen zijn. Hij schrijft dat met name toe aan het alsmaar complexer worden van de samenleving waardoor het belang van abstract denken geleidelijk groter is geworden.

Nu onze cognitieve vermogens aanzienlijk zijn toegenomen doen we er goed aan om heilige teksten te interpreteren met gevoel voor nuance en vanuit innerlijk begrip. Zo zou het bijvoor-
beeld dwaas zijn om de materiële werkelijkheid te beschouwen als een illusie, zoals dat wordt gesuggereerd in de teksten van Ashtavakra en Hermes. Wie vindt dat de materie niet reëel is, moet maar eens proberen om door een dichte deur te lopen.

De materie als zodanig is geen illusie – ook al verandert zij steeds van vorm – maar wij leven in illusie, als wij de zintuiglijk waarneembare wereld, en vormen in het algemeen, beschouwen als de enige werkelijkheid, en daar helemaal in opgaan, zoals de geketenden in de allegorie van de grot van Plato de bewegende schaduwen op de rotswand beschouwen als de enige realiteit.

Hermes Trismegistus is, zwak uitgedrukt, niet lovend over de mens die uitsluitend gericht is op het najagen van aardse genoegens. In ‘Vermaning van de ziel’ zegt hij:

Hij die onbevredigde verlangens verkiest boven rust is een dwaas; een dwaas gaat op dwaalwegen en hij die dwaalwegen volgt, loopt zijn ondergang tegemoet.

Deze spreuk is weliswaar heel helder, maar er zitten wel wat angels in. Getuigt het van zielekwaliteit om een medemens die onbevredigde verlangens najaagt omdat hij niet anders kan uit te maken voor dwaas? Nee toch? De uitspraak is gemakkelijker te accepteren wanneer het hier iemand betreft die van binnenuit wéét, iemand in wie de ziel is ontwaakt en die alle mogelijkheden heeft om dwaalwegen te vermijden, maar ze toch doelbewust gaat.

Is rust echt te verkiezen boven het najagen van onbevredigde verlangens? Verlangens najagen levert in ieder geval nog ervaring op en rust leidt tot stagnatie: rust roest. Het heeft geen zin om je af te sluiten om valse rust te verkrijgen. Het aardse leven moet geleefd worden.

Dit betekent dat het onjuist is om rust hier te zien als een synoniem voor passiviteit; het gaat hier om harmonie. De zielemens is niet passief, hij is harmonisch omdat er evenwicht is tussen
activiteit en passiviteit, tussen inademen en uitademen. De rust die hier genoemd wordt heeft betrekking op de zijnstoestand die Ashtavakra ‘gewaarzijnsrust’ noemt en die er kan zijn in serene stilte, maar ook in grote drukte. Ashtavakra zegt: ‘Vereenzelvig niets met vorm, en vestig jouw gewaarzijnsrust. Je zult je innerlijk verheugen, blijvend vredig, van waan bevrijd.’

We hebben allemaal dwaalwegen gevolgd, en die hebben ervaringen opgeleverd die lang niet altijd prettig waren, maar ons wel hebben gevormd tot degene die we nu zijn: de persoon die zich nu verdiept in de mysteriën van de ziel. Dwaalwegen worden dus niet alleen gegaan door dwazen en leiden gelukkig niet allemaal naar de ondergang. Bovendien kunnen dwazen, als zij hun dwaasheid inzien, worden getransformeerd tot verlichte wijzen.

De tekst van Hermes Trismegistus spreekt direct tot de ziel en maakt duidelijk onderscheid tussen twee levensvelden. Aan de ziel wordt gevraagd een keuze te maken om zo innerlijk vrij te komen van de wereld waarin alles zich volgens onze ervaring beweegt tussen polariteiten. Als mens hebben we tegenstellingen nodig om bewust te worden, want we kunnen ons alleen bewust zijn van verschillen, van onderscheid. En als we het zwaard van onderscheidingsvermogen kunnen hanteren – dat is het geschenk dat we ontvangen na talloze doorleefde ervaringen, de diamant die ijzer klieven kan – spreekt de innerlijke meester tot ons:

De stoffelijke wereld beneden, o ziel, is het verblijf van onbevredigd verlangen, van vrees, ontwaarding en droefenis. Boven is de wereld van de geest, van rust, ontoegankelijk voor angst, getuigende van hoge waardigheid en blijdschap. Beide werelden hebt ge gezien, in beide werelden hebt ge geleefd. Maak nu een keuze in overeenstemming met uw ervaring. In beide kunt ge wonen, door geen van beide zult ge worden uitgeworpen of verwaarloosd. Maar het is voor een mens onmogelijk tegelijkertijd gekweld te worden door onbevredigende verlangens én in rust te zijn, verheven te zijn, én ontaard, verheugd te zijn én verdrietig. In de mens kan de liefde voor deze wereld en de liefde voor een andere wereld niet verenigd worden. Dat is onmogelijk.

Ook hier is innerlijk begrip essentieel. Er staat dat de liefde voor deze wereld en de liefde voor de wereld van de geest niet verenigd kunnen worden. Is dat niet in strijd met de opdracht om alles en iedereen lief te hebben in bovenpersoonlijke zin? En is dit wel in overeenstemming met de roeping van de innerlijke mens om een levende verbinding te zijn tussen deze wereld en de wereld van de geest? Werkelijke liefde sluit toch niets en niemand uit?

Met de uitdrukking ‘liefde voor deze wereld’ wordt dus blijkbaar ‘fascinatie voor deze wereld’ en ‘gehechtheid aan deze wereld’ bedoeld. Die fascinatie en die gehechtheid moeten verdwijnen zodat de mens kan wonen in ‘de wereld boven’ en tegelijkertijd vol kennis, liefde en daadkracht kan werken in ‘de wereld beneden’. Die mens is dan een levende verbinding. Die mens is als een boom die stevig geworteld is in de aarde en tegelijkertijd zijn kroon uitstrekt tot in de hemel.

De mens kan een levende verbinding zijn tussen de zintuiglijke wereld en de goddelijke wereld als hij in symbolische zin het water van de steeds veranderende vormwerelden is overgestoken. Het volgende tekstgedeelte van Hermes kan ons inzicht en hoop schenken en ons inspireren om innerlijk te ontstijgen aan dualiteiten en te komen tot gewaarzijnsrust vanuit de non-dualiteit of eenheid.

Zolang een boot op het water drijft, is hij niet stil of in rust. Als hij op een bepaald moment stil is, is het slechts bij toeval. Even later begint het water echter wederom alles op het oppervlak heen en weer te schudden.  

De boot komt slechts dan tot rust als hij uit het water aan het land getrokken wordt. Dat is de plaats waar hij vandaan komt en die in dichtheid en gewicht gelijk is aan de boot. Dan en niet eerder is hij waarlijk tot rust gekomen. Evenzo kan de ziel, zolang zij nog verbonden is met de deiningen van de stoffelijke wereld, niet stil zijn of maar even tot rust komen. Maar als zij terugkeert tot haar bron en wortel, dan is zij stil en in rust. Dan is zij vrij van ellende, vernedering en dwaling in het land van het vreemdelingschap.

6 thoughts on “Beschouwing 2

  1. André de Boer

    Dank voor het delen van dit gedicht Miomi.
    De worsteling van de ziel wordt er treffend in verwoord.
    Mooi dat er ook naast moeite en verdriet ook vertrouwen en doorzettingsvermogen in doorklinkt.
    De ik-figuur geeft gehoor aan de oproep ‘Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de dood’.
    Die slaap wordt in dit gedicht niet ervaren als een serene vredige toestand, eerder als een nachtmerrie.
    Gelukkig is de ik-figuur hoopvol en is er het inzicht dat de benarde situatie slechts tijdelijk is, dat de pijn van de geboorte van de nieuwe ziel onvermijdelijk is, en dat de overwinning die leidt tot de Stilte zeker is.

    Reageren
  2. André de Boer

    Beste Gijs,

    Dank je wel voor al je vragen. Ongetwijfeld zijn er meer deelnemers die dezelfde soort vragen hebben. Mede daarom ga ik er hieronder tamelijk uitgebreid op in. In de loop van dit online-programma zal het een en ander waarschijnlijk duidelijker worden.

    1. Wanneer ik de 2e spirituele tekst naast jouw beschouwing leg, dan concludeer ik dat ze nogal van elkaar verschillen. Het gaat in de tekst onder meer om de verhouding tussen de stoffelijke en de onstoffelijke wereld. De spirituele tekst stelt dat er een keuze tussen deze twee werelden gemaakt moet worden, terwijl je in de beschouwing stelt dat je in beide werelden tegelijk kunt leven. Hoe is dat met elkaar in overeenstemming te brengen?

    Goed opgemerkt! Dit is een duidelijk voorbeeld van de bewering in de beschouwing dat heilige teksten soms ongenuanceerd zijn om mensen in een bepaalde periode in een bepaalde cultuur te stuwen tot spirituele bewustwording en vernieuwing. De ouderdom van Vermaning van de ziel is niet precies bekend. Waarschijnlijk is deze geschreven tussen de derde en de tiende eeuw van onze jaartelling. Lang geleden dus.

    De mens in een jong stadium van ontwikkeling denkt vooral in tegenstellingen: het één of het ander. Naarmate het verstand zich verder ontwikkelt is een meer genuanceerde benadering mogelijk: het één én het ander.

    Als een spirituele leraar zijn of haar leerlingen die geconditioneerd zijn om te denken in tegenstellingen wil aanvuren om innerlijk te vernieuwen, kan het goed werken om te wijzen op dat waarvan ze denken dat het het tegengestelde is van de situatie die ze ervaren. De leer die hij of zij uitdraagt klopt dan misschien niet in wetenschappelijke zin, maar deze werkt wel transformerend. En daar gaat het om. Als de transformatie heeft plaatsgevonden, kan de leer (die altijd beperkt is) worden losgelaten of worden verfijnd en genuanceerd zodat verdere ontwikkeling mogelijk wordt.

    Zo heeft Jan van Rijckenborgh bij de opbouw van de School van het rozenkruis na de Tweede wereldoorlog steeds het bestaan van twee natuurorden benadrukt: de aardse wereld die hij aanduidde als de dialectiek en als de doodsnatuur, en de goddelijke wereld. Die benadering is heel geschikt om de mens te laten ervaren dat innerlijke vernieuwing hard nodig is. Deze vorm van dualisme is heel duidelijk te herkennen in de leringen van Mani (ca. 210 – 276).

    In zijn commentaar op het het boek Pymander (in De Egyptische Oergnosis deel 1, gepubliceerd in 1960) nuanceert Jan van Rijckenborgh het een en ander, en legt uit dat de dialectische natuur geformeerd is naar het schone oertype van de wereld (zie citaat).

    2. Wat wordt precies bedoeld met de stoffelijke, zintuiglijk waarneembare wereld? Gaat het om het bestaan hierop aarde van geboorte tot dood en is de geestelijke wereld wat daarna komt, of kun je ook in die geestelijke wereld verblijven wanneer je nog op aarde leeft, en hoe ziet dat er dan uit? Zit in het antwoord op deze vraag het verschil tussen jouw visie en de spirituele tekst?

    De zintuiglijk waarneembare wereld is de verzameling van bewustzijnsinhouden die we ervaren door verwerking van prikkels via de vijf zintuigen (gezicht, gehoor, tastzin, geur en smaak) in het cerebrospinale stelsel (het brein en het ruggenmerg). Als Hermes spreekt over de stoffelijke wereld beneden bedoelt hij daar niet alleen de de zintuiglijk waarneembare wereld mee, maar ook de aardse etherische, astrale en mentale wereld die vol zijn met energieën die geladen zijn met bewustzijnsinhouden van de zintuiglijke wereld.

    Velen noemen de zojuist genoemde onzichtbare en zintuiglijk niet waarneembare ervaringsgebieden de geestelijke wereld, mede omdat het dodenrijk daar ook deel van uitmaakt. Echter, zij vormen tezamen niet de geestelijke wereld van Hermes, niet het nirwana van Boeddha, niet het pleroma van de gnostieken en ook niet het koninkrijk der hemelen van Jezus (dat alleen na ‘wedergeboorte uit water en geest’ kan worden betreden).

    Het is zeker mogelijk om tijdens het leven tussen geboorte en dood de niet-zintuiglijke ervaringsgebieden te ervaren, bijvoorbeeld in de vorm van (dag)dromen, inzichten en intuïties. Ook de werkelijk geestelijke wereld kan in het leven op aarde worden ervaren. Ik weet niet hoe dat eruit ziet, want dat is niet in woorden te vatten.

    3. Indien het mogelijk is een verbinding te leggen tussen beide werelden moet je daar dan je best voor doen, of kan het je ook zo maar toevallen? Kun je dat ook ervaren wanneer je nog midden in het leven staat met werk en gezin, of past dat alleen in een teruggetrokken meditatieve leefwijze?

    Het is zeker mogelijk om een verbinding te ervaren tussen de de zintuiglijke wereld met haar etherische, astrale en mentale tegenhangers enerzijds en de werkelijk geestelijke wereld anderzijds. Vaak betreft het een onbestemd heimwee, maar het kan ook gaan om een mystieke ervaring die je zomaar toevalt terwijl je midden in het leven staat.

    Als iemand een enkele keer een flits opvangt van de werkelijk geestelijke wereld wil dat nog niet zeggen dat deze persoon een levende verbinding is tussen aarde en hemel. Daarvoor is het nodig dat er eerst een fundamenteel innerlijk vernieuwingsproces heeft plaatsgevonden. En dat vernieuwingsproces treedt niet vanzelf op. Dat vraagt tijd, aandacht, inspanning en energie. Daar moet je dus je best voor doen, maar zonder gehecht te zijn aan een eventueel te bereiken resultaat.

    Er zijn fasen te onderscheiden op het spirituele pad. Naarmate de leerling vordert neemt het belang van een meditatieve levenshouding toe. In de eerste fasen gaat het er vooral om om het leven bewust te leven. Heel veel tijd besteden aan het innerlijke leven kan dan averechts werken omdat de spiritualiteit dan niet geaard is. Dat komt mooi tot uitdrukking in de volgende Chinese parabel.

    Op een dag ziet Huai-jang zijn leerling Ma-tsoe in meditatie verzonken zitten. Hij vraagt hem naar het doel van zijn meditatieoefeningen.
    Ma-tsoe antwoordt onmiddellijk: ‘Ik wil een boeddha worden’.
    Huai-jang zegt niets maar pakt rustig een dakpan en begint die te schuren langs een rots.
    Ma-tsoe kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vraagt: ‘Waarom schuur je die dakpan langs de rots?’
    Huai-jang antwoordt: ‘Ik slijp hem tot een spiegel’.
    Ma-tsoe vraagt: ‘Maar hoe kun je een spiegel maken door een dakpan langs een rots te schuren?’
    Huai-jang antwoordt: ‘Hoe kun jij verlicht worden door in meditatie te zitten?’

    4. Wordt het bestaan hier op aarde als een fase beschouwd waar je nu eenmaal doorheen moet, zoals jij het in je beschouwing stelt, een soort tranendal in een lichte versie, en komt het werkelijke leven pas na de dood? Waaraan wordt de zekerheid ontleend dat er een andere wereld is dan de wereld waarin wij leven?

    Het leven op aarde is inderdaad een fase, maar wel een fase die steeds weer terug kan keren omdat er steeds opnieuw een nieuwe aardse persoonlijkheid in een menselijke microkosmos kan worden geboren volgens het principe van reïncarnatie. Uiteraard houdt dat ook een keer op omdat er een keer een moment komt dat er geen biologisch leven meer op aarde mogelijk is.

    Na de dood volgt een tijdelijk verblijf in het dodenrijk. Dat is niet het werkelijke geestelijke leven, want dat is pas mogelijk na transfiguratie. Er zijn geen natuurwetenschappelijke bewijzen voor het bestaan van de geestelijke wereld. Wel zijn er aanwijziongen dat die wereld bestaat. Alle spirituele wereldleraren getuigen ervan en talloze mensen ervaren hierover een zekerheid op basis van een innerlijk weten.

    5. Waar de spirituele tekst oproept te breken met de stoffelijke wereld stel jij dat het zelfs de roeping is van de mens om beide werelden te verbinden. Dit gaat veel verder dan een accentverschil. Waarom ga je uit van een tekst die je vervolgens aanzienlijk matigt?

    Om duidelijk te maken dat we heilige teksten uit het verleden een belangrijke functie hadden, dat we daar nog steeds gebruik van kunnen maken, maar het averechts kan werken als we ze letterlijk nemen en geen aandacht schenken aan ons innerlijk weten.

    6. Loopt de School van het rozenkruis niet het gevaar, zoals vele religieuze en spirituele stromingen, vast te blijven zitten in een oude traditie, waardoor niet goed ingespeeld kan worden op de behoeften die mensen vandaag de dag hebben voor hun spirituele ontwikkeling?

    Jazeker. Dat is een gevaar dat altijd op de loer ligt, bij alle religieuze en spirituele stromingen! Een kenmerk van een authentieke religieuze of spirituele traditie is dat deze zoveel mogelijk levend wordt gehouden, dat leringen en werkwijzen regelmatig worden vernieuwd op grond van innerlijk weten, op basis van kennis en ervaringen die binnen de traditie zijn opgedaan en aan de hand van ontwikkelingen in de samenleving. Dit wordt nader besproken in beschouwing 8.

    Uitsluitend inspelen op de behoeften die mensen hebben voor hun spirituele ontwikkeling is geen goed idee, want het gaat erom dat mensen aangeboden krijgen wat ze nodig hebben, en dat is vaak iets anders dan waar ze behoefte aan hebben.

    De meeste mensen hebben behoefte aan een gemakkelijk en heerlijk leven in overvloed. Als een beetje yoga, meditatie, new-age muziek, geurkaarsjes en boeddha-beeldjes daarbij kunnen helpen, vinden ze dat prima. In een authentieke traditie kom je daar niet mee weg, want op een spiritueel pad gaat het niet primair om ‘je prettig voelen’. Je moet werken, je komt je jezelf keihard tegen en je moet allerlei weerstanden overwinnen. Een zeer grote meerderheid vindt dat geen prettig vooruitzicht en begint er dus maar niet aan.

    In beschouwing 7 wordt toegelicht waarom Helena Blavatsky haar vertaling van De stem van de stilte heeft opgedragen aan ‘de zeer weinigen.’

    Reageren
  3. Jes Jespers

    De spiegel van de Waarheid is op aarde in duizenden stukjes uiteengevallen en iedereen die een stukje gevonden heeft is geneigd de Waarheid te claimen. We moeten de stukjes van die spiegel verzamelen om meer waarheid te kunnen waarnemen. De ontvangen beschouwing is daar een voorbeeld van. De vrede van Zijn kan zich alleen manifesteren als we ons ontdoen van ons innerlijk bezit dat als een splinter in ons oog ons belet om ons evenwichtige Zelf te zijn. Het inzicht dat je alleen maar iets kunt bezitten als je ook toestaat er ook door bezeten te worden zoals bij angsten en verlangens het geval is naast aardse gehechtheden kan ons helpen het stukje spiegel in ons schoon te maken.

    Reageren
    1. André de Boer

      Dank voor je opmerking mooie opmerking Jes. De onderstaande tekst van Richard Burton uit 1880 kan ons nog steeds inspireren om ons blikveld te vergroten.

      Toen de spiegel van de waarheid uit de hemel viel en in duizend scherven uiteenspatte, haastten de mensen zich om een scherf te bemachtigen. Ieder die er een had bemachtigd, riep triomfantelijk: ‘Ik heb de spiegel van de waarheid!’

      Het probleem is dat er van al die glassplinters van de gebroken spiegel geen nieuwe spiegel te maken is die gelijk is aan de oorspronkelijke. Op uitsluitend het horizontale niveau kunnen we spiegel van de waarheid niet herstellen. Gelukkig is de hele spiegel nog steeds in volle glorie aanwezig in de wereld van de ziel. Als we ons verbinden met de verticale dimensie kunnen we daarmee in contact komen. Dan is het aardse puzzelen niet meer nodig omdat de mens zich opheft tot de waarheid. Het is de opdracht van de mens om ontvankelijk te worden voor het licht dat door de grote spiegel van de waarheid wordt weerkaatst. Dan wordt de dof beslagen spiegel in onszelf inderdaad gereinigd.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *