Het wonder van mindfulness, de klassieke gids van Thich Nhat Hanh

BESTEL HET WONDER VAN MINDFULNESS

Hoe kun je dagelijks mindfulness beoefenen? In deze klassieke en toegankelijke gids geeft zenmeester Thich Nhat Hahn praktische aanwijzingen. Zijn belangrijkste uitgangspunt: wees aanwezig in het hier-en-nu, ieder moment van de dag. Een mandarijn eten, thee drinken, je tanden poetsen, een avondwandeling maken – alles wat je doet biedt gelegenheid om te werken aan meer zelfinzicht, gemoedsrust en geluk. Thich Nhat Hanh is een Vietnamese boeddhistische monnik, dichter en mensenrechtenactivist. Hieronder volgen hoofdstuk, de inhoudsopgave en een video-interview met Oprah Winfrey.

HOOFDSTUK 1: DE BELANGRIJKSTE REGEL

Gisteren kwamen Allen en zijn zoon Joey op bezoek, Joey is zo groot geworden! Hij is al zeven en spreekt vloeiend Frans en Engels. Hij heeft zelfs wat straattaal opgepikt. De opvoeding van de kinderen is hier heel anders dan thuis. Hier vinden ouders dat ‘vrijheid noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het kind’.

Gedurende de twee uren dat Allen en ik met elkaar spraken, moest Allen constant een oog op Joey houden. Joey was aan het spelen, praten en hij onderbrak ons voortdurend, waardoor het onmogelijk was om een goed gesprek te voeren. Ik gaf hem een aantal plaatjesboeken voor kinderen, maar hij bekeek ze nauwelijks voordat hij ze aan de kant gooide om ons gesprek opnieuw te onderbreken. Hij vraagt voortdurend aandacht van volwassenen.

Later trok Joey zijn jas aan en ging buiten met de buurjongen spelen. Ik vroeg aan Allen: ‘Hoe bevalt het gezinsleven?’ Allen gaf niet meteen antwoord. Hij zei dat hij de afgelopen weken, sinds de geboorte van Ana, nauwelijks had geslapen. Sue maakt hem ’s nachts wakker om te controleren of Ana nog slaapt, omdat zij hier zelf te moe voor is. ‘Ik sta op, ga naar de baby en val daarna weer in slaap. Soms herhaalt dit ritueel zich twee, drie keer per nacht.’

‘Vind je het gezingsleven makkelijker dan alleen leven?’ vroeg ik. Allen wachtte met een antwoord, maar ik wist genoeg. Toen vroeg ik hem: ‘Veel mensen zeggen dat je je minder alleen voelt en meer zekerheden hebt wanneer je een gezin hebt. Klopt dat? Allen knikte en mompelde iets onverstaanbaars, weer begreep ik wat hij bedoelde. 

Toen zei Allen: ‘Ik heb een manier ontdekt waardoor ik veel meer tijd heb. In het verleden deelde ik mijn tijd op. Een deel reserveerde ik voor Joey, een ander deel voor Sue, weer een ander deel om met Ana te helpen, en een deel reserveerde ik voor huishoudelijk werk. De tijd die overbleef beschouwde ik als mijn eigen tijd. Dan kon ik lezen, schrijven, onderzoek doen, of een wandeling maken.  

Maar nu probeer ik mijn tijd niet langer zo in te delen. Ik beschouw de tijd met Joey en Sue ook als mijn eigen tijd. Als ik Joey met zijn huiswerk help, dan probeer ik een manier te vinden om zijn tijd ook als mijn tijd te zien. Ik neem zijn huiswerk met hem door, geniet van zijn aanwezigheid en kijk hoe ik geïnteresseerd kan blijven in waar we mee bezig zijn. Zo wordt zijn tijd ook mijn tijd. Hetzelfde geldt voor Sue, Opmerkelijk genoeg heb ik nu een zee van tijd voor mezelf!’

Allen lachte tijdens het praten. Ik was verrast. Ik wist dat Allen dit niet uit boeken had geleerd. Hij had het zelf, in zijn dagelijks leven, ontdekt. 

Afwassen om de afwas te doen

Dertig jaar geleden, toen ik nog novice was in de Tu Hieu tempel, was de afwas niet bepaald een leuke klus. Tijdens de retraiteperiode, waneer alle monniken terugkeerden naar de tempel, moesten twee novice koken én de afwas doen voor soms meer dan honderd monniken. We hadden geen zeep, maar slechts as, rijstvliesjes en versnipperde kokosnootschillen, daar moesten we het mee doen. Het was een enorme klus om die hoge stapels kommen schoon te maken, zeker ’s winters wanneer het water ijskoud was. Dan moesten we een grote pan opwarmen voordat we konden gaan schrobben.

Tegenwoordig sta je in de keuken, heb je afwasmiddel, speciale schuursponsjes en zelfs stromend warm water, waardoor het veel minder vervelend. is. Je kunt zelfs plezier beleven aan de afwas. Je kunt even snel de afwas doen en daarna gaan zitten om van een kop thee te genieten. Ik zie wel het nut van een wasmachine, hoewel ik mijn eigen kleren met de hand was, maar een afwasmachine gaat me toch net iets te ver!

Als je de afwas doet, moet je alleen de afwas doen. Hiermee bedoel ik dat je je tijdens de afwas gewaar bent van het feit dat je de afwas doet. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien wat raar: waarom zoveel nadruk op iets simpels? Maar dat is precies waar het om draait. Het feit dat ik daar sta en de kommen afwas, is een wonderbaarlijke werkelijkheid. Ik ben mezelf, ik volg mijn ademhaling en ben me bewust van mijn aanwezigheid, mijn gedachten en  mijn handelingen. Ik kan onmogelijk als een fles in de golven gedachteloos heen en weer geslingerd worden. 

Het kopje in je handen

Ik heb een goede vriend. Hij heet Jim Forest en woont in de Verenigde staten. Toen ik hem acht jaar geleden voor het eerst onmoette, werkte hij voor Catholic Peace Fellowship. Afgelopen winter kwam Jim op bezoek. Meestal doe ik de afwas na het avondeten voor we met zijn allen thee gaan drinken. Op een avond vroeg Jim of hij de afwas mocht doen. Ik zei: ‘Ga gerust je gang, maar als je de afwas wilt doen, dan moet je wel weten hoe je moet afwassen.’ waarop Jim antwoordde: ‘Kom zeg, dacht je dat ik niet weet hoe je moet afwassen?’ Ik antwoordde: ‘Je kunt op twee manieren afwassen. De eerste manier is afwassen om het serviesgoed schoon te maken. De tweede manier is afwassen om de afwas te doen.’ Jim was verrukt en zei: ‘Ik kies de tweede manier, afwassen om de afwas te doen.’ Vanaf dat moment weet Jim hoee hij moet afwassen. Ik heb deze ‘verantwoordleijkheid’ een week lang aan hem overgedragen. 

Als we tijdens de afwas de hele tijd aan de kop thee denken die ons te wachten staat en ons dus haasten om de boel gedaan te krijgen, dan zijn we niet aan het ‘afwassen om de afwas te doen’. Bovendien zijn we niet leven aanwezig terwijl we met de afwas bezig zijn. We realiseren ons niet eens hoe wonderbaarlijk het leven is terwijl we voor het aanrecht staan. Als je de afwas niet kunt doen, dan is de kans groot dat je ook geen thee kunt drinken. Terwijl je thee drinkt, denk je voortdurend aan iets anders en ben je je nauwelijks bewust van de kop die je in je handen houdt. Zo worden we in de toekomst getrokken en zijn we niet in staat om één minuut van ons leven echt te beleven.

Een mandarijn eten

Ik weet nog dat Jim en ik jaren geleden, tijdens onze eerste reis door de Verenigde Staten, samen onder een boom een mandarijn deelden. Hij sprak over dingen die we in de toekomst konden doen. Ieder keer dat we een goed inspirerend plan leken te hebben, ging Jim hier zo in op dat hij letterlijk vergat wat hij op dat moment deed. Hij stopte een stukje mandarijn in zijn mond en nog voordat hij begon te kauwen, had hij alweer een volgend stukje klaar om in zijn mond te stoppen. Hij had nauwelijks door dat hij een mandarijn zat te eten. Ik hoefde alleen maar te zeggen: ‘eet het partje mandarijn dat je al in je mond hebt.’ Jim was enigszins van zijn stuk gebracht toen hij zich realiseerde wat hij aan het doen was. 

Het was net alsof hij helemaal geen mandarijn had gegeven. En als hij al aan het ‘eten’ was, dan waren het zijn toekomstplannen. Een mandarijn heeft partjes. Als je één partje kunt eten, dan kun je hoogstwaarschijnlijk ook de hele mandarijn opeten. Maar kun je niet eens één partje eten, dan kun je ook de hele mandarijn niet eten. Jim begreep het. Langzaam liet hij zijn hand zakken en hij richtte zijn aandacht op het stukje dat hij al in zijn mond had. Hij at het met aandacht op voordat hij een volgend stukte pakte en in zijn mond stak. 

Later, toen Jim de gevangenis in moest vanwege zijn antioorlog-activiteiten, vroeg ik me bezorgd af of hij het wel vol zou houden binnen de gevangenismuren. Daarom schreef ik hem een korte brief: ‘Herinner je je de mandarijn nog die we samen deelden? Voor je gevangenschap geldt hetzelfde als voor die mandarijn: eet het en wees er één mee. Morgen zal het voorbij zijn.’

De belangrijkste regel

Meer dan dertig jaar geleden ging ik het klooster in. Van de monniken kreeg ik toen een klein boekje getiteld ‘De belangrijkste regel voor dagelijks gebruik’, dat was geschreven door de boeddhistische monnik Doc The van de Bao Son tempel. De monniken zeiden dat ik het uit mijn hoofd moest leren. Het was een dun boekje. Waarschijnlijk had het niet meer dan veertig bladzijden, maar het bevatte wel alle gedachten die Doc The gebruikte om zijn geest wakker te houden bij alles wat hij deed. Wanneer hij ’s morgens wakker werd, was zijn eerste gedachte: Bij het wakker worden hoop ik dat iedereen aandachtig zal zijn en volkomen helder zal kunnen zien. Tijdens  het handen wassen gebruikte hij de volgende gedachte om volledig aanwezig te zijn: Terwijl ik mijn handen was, hoop ik dat iedereen zuivere handen zal hebben om de werkelijkheid te kunnen ontvangen.

De bedoeling is dat ze de beginnende beoefenaar helpen om grip te krijgen op zijn eigen bewustzijn. De zenleraar Doc The hielp ons, jonge novicen op een relatief eenvoudige manier de zaken die in de soetra over mindfulness genoemd worden te beoefenen. Iedere keer dat je je pij aantrok, de afwas deed, naar het toilet ging, je slaapmat opvouwde, emmers water droeg, of je tanden poetste, kon je een van de gedachten uit het boekje gebruiken om grip te krijgen op je eigen bewustzijn. 

INHOUD

Voorwoord

  1. De belangrijkste regel
  2. Het wonder van lopen op aarde
  3. Een dag van aandacht
  4. De kiezelsteen
  5. Eén is alles, alles is één: de vijf aggregaten
  6. De amandelboom in de voortuin
  7. Drie wonderbaarlijke antwoorden

Oefeningen in mindfulness

Thich Nhat Hanh: kijken met de ogen van mededogen door James Forest

Een keuze uit de boeddhistische soetra’s

Bron: Het wonder van mindfulness van Thich Nhat Hanh  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *