Lofzang 3

Niemand heerst over de geest
(Het geheime boek van Johannes)

 

Niemand heerst over de geest, aangezien hij de alleenheerschappij bezit.
De ware God, de vader van het al, de heilige adem, de onzichtbare,
die het al omvat, die in zijn onvergankelijkheid bestaat,
is het die in het reine licht is, waarin geen oog vermag te blikken.

Men mag zich de geest niet als een god voorstellen
die op een bepaalde wijze geaard zou zijn,
want hij is vele malen voortreffelijker dan goden.
Een beginsel is hij, over wie niemand heerst,
aangezien niemand voor hem heeft bestaan.

Hij heeft niemand nodig.
Hij behoeft niet te leven, want hij is eeuwig.
Hij heeft aan niets behoefte, want hij is onvoltooibaar,
aangezien hij niet van node heeft voltooid te worden,
daar hij juist te allen tijde de voltooiing zelf is.

Licht is hij.
Onbegrensbaar is hij, omdat er niemand is om hem te oordelen.
Onmeetbaar is hij,
omdat er niemand bestaat die hem zou kunnen meten.
Onzichtbaar is hij, daar niemand hem ooit gezien heeft.

Hij is de eeuwige over wie men niet kan spreken.
Hij is de onbeschrijflijke,
daar niemand hem kan vatten om hem te beschrijven.
Hij is het wiens naam niet bestaat,
omdat er niemand voor hem geweest is om hem een naam te geven.
Hij is het onmetelijke licht, de heilige loutere reinheid,
de onbeschrijflijke, de volmaakte, de onvergankelijke.

Toch is hij geen vervulling, hij is geen zaligheid,
hij is geen goddelijkheid,
maar hij is vele malen voortreffelijker dan dat.
Hij is niet lichamelijk, maar hij is toch niet lichaamloos.
Hij is niet groot en hij is niet klein.
Hij heeft geen meetbare grootte.

Geen wezen kan zich hem denken.
Hij is dus werkelijk niets dat bestaat,
maar hij is vele malen voortreffelijker dan dat.
Hij maakt geen deel uit van een eoon,
niet omdat hij niet voortreffelijker
zou zijn, maar omdat hij geheel op zichzelf staat.

De tijd hoort niet bij hem,
omdat deze door anderen wordt gevormd.
Hem werd geen tijd toebedeeld, omdat er niemand is
die hem iets zou kunnen toebedelen.
Hij heeft ook geen enkele behoefte:
er bestaat eenvoudig niets voor hem.

Slechts diegene zal het loutere Licht begrijpen,
die uitsluitend naar het eigen zelf verlangt als zijnde
de vervulling van het Licht.

Hij is:
de onmetelijk grote;
de eeuwige, de schenker van eeuwigheid;
het licht, de schenker van licht;
het leven, de schenker van leven;
de gelukzalige, de schenker van gelukzaligheid;
de gnosis, de schenker van de gnosis;
de goede, de schenker van goedheid,
niet omdat hij geeft;
de ontferming, die ontfermt;
de genade, die genadig is;
het onmetelijke Licht.

LEES MEER OVER DE ACHTERGRONDEN VAN DEZE LOFZANG

Een gedachte over “Lofzang 3

  1. Jes Jespers

    Christus leerde ons dat we de hemel kunnen beërven door ‘arm van geest te worden’, van Rijckenborgh noemt dat terecht de ‘poort naar de hemel’. De enige veilige haven is de Ongemanifesteerde, de stille bron waaruit de geest met zijn denken en voelen ontspringt. Aan-dacht voert ons voorbij het mechanische geklets van de geest.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *