beschouwing 7

Mysteriën van het Rozenkruis
Beschouwing 7: Poortwachter zijn
hoofdstuk 7 van Mysteriën en fakkeldragers van het Rozenkruis

 

De mens is geroepen om zelfscheppend werkzaam te zijn, om als schepsel dat met grote mogelijkheden is toegerust de schepping te voltooien in overeenstemming met het godsplan. Dankzij de ontwikkeling van de drievoudige lichaamsgestalte en de drievoudige zielegestalte slagen mensen er steeds beter in te creëren wat ze zelf willen. En toch heerst er alom grote onrust en onvrede omdat er geen verbinding is met de Ene Bron. Mineralen, planten, dieren en mensen worden geëxploiteerd door inferieure krachten, omdat het goddelijke dat in alles en allen aanwezig is niet meer wordt ervaren en erkend.

Seyyed Hossein Nasr, emeritus hoogleraar islamitische studies in Washington D.C. is van mening dat de mens de natuur heeft ontheiligd, en daarmee ook zichzelf en hogere eenheden daarvan zoals het gezin en instituties. In zijn boek ‘Man and Nature: the Spiritual Crisis in Modern Man’ uit 2007 legt hij uit waarom de grote moeilijkheden waarmee we in de maatschappij te kampen hebben gevolgen zijn van een spirituele crisis. Hij is van mening dat we kunnen leren van de levensvisie van de alchemisten van weleer, en schrijft:

‘Voor de alchemie is de natuur heilig, en de alchemist is de bewaker van de natuur, die hij beschouwt als een theofanie: als een verschijning van het goddelijke en als een weerspiegeling van spirituele realiteiten. Een zuiver profane chemie ontstaat als de substanties van de alchemie volledig worden ontdaan van hun heilige kwaliteit. Juist daarom zou een herontdekking van de alchemistische kijk op de natuur, het spirituele en symbolische karakter van de vormen, kleuren en processen die de mens eens had, kunnen herstellen.’

Duizenden jaren gingen mensen overal ter wereld ervan uit dat er naast de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid een hogere wereld is waaruit zij dienen te leven. Met het verlies van het ervaren van God of een goddelijke wereld waaruit alles voortkomt en waartoe alles terugkeert, verdween ook het besef van het heilige en de eenheid van alle leven. En dat leidde tot een enorme fragmentatie in onder meer wetenschap, kunst, religie, politiek en gezin. De Britse ontdekkingsreiziger en oriëntalist Francis Richard Burton (1821-1890) formuleert die tragedie in een gedicht heel treffend:  ‘Toen de spiegel van de waarheid uit de hemel viel en in duizend scherven uiteenspatte,  haastten de mensen zich om een scherf te bemachtigen. Ieder die er één had bemachtigd, riep triomfantelijk: “Ik heb de spiegel van de waarheid!”

De krachtige impuls van het Rozenkruis in de zeventiende eeuw had tot doel om de fragmentatie op te heffen en te komen  tot wat in paragraaf 7 van de Confessio wordt genoemd: ‘een zich-zelf-eeuwig-gelijkblijvend richtsnoer’. En in de Fama lezen we: ‘Men mag niet zeggen “Dit is waar voor de wijsbegeerte, maar onwaar voor de godgeleerdheid”, want wat Plato, Aristoteles, Pythagoras en anderen als juist hebben erkend, en Henoch, Abraham, Mozes en Salomo hebben vastgesteld, komt op hetzelfde neer’. De klassieke rozenkruisers wilden universele principes vaststellen en die bekend maken aan degenen die er voor openstaan en die het waardig zijn.

De wijsheid van de wereld

De rozenkruisers van de zeventiende eeuw gingen er blijkbaar vanuit dat er een transcendente absolute waarheid bestaat en dat de wijsheid van de mensen daar een zwakke en doorgaans sterk vervormde afspiegeling van is, waardoor de apostel Paulus kon schrijven ‘De wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God’ (1 Korinthe 3:19). Ze streefden naar herstel van de gebroken wereld door binding te maken met de eenheid waaruit de veelheid voortkomt. Ze zagen in dat een vruchtbare algehele hervorming van de gehele wereld onmogelijk is als de mens niet eerst zélf een transformatie ondergaat. En de transformatie die zij propageerden wordt beschreven in De Alchemische Bruiloft aan de hand van vele symbolen, onder meer uit de alchemie.

In diverse oude alchemische geschriften worden de stadia van de transformatie van het bewustzijn gesymboliseerd door vijf verschillende vogels. Daarbij gaat het om achtereenvolgens de zwarte kraai of raaf, de witte zwaan, de veelkleurige pauw, de zich offerende pelikaan en de mythische vuurvogel die verbrandt en uit haar als herrijst. Deze fasen zijn ook min of meer te herkennen in de veranderingen die de vogel op de zesde dag van De Alchemische Bruiloft ondergaat in de toren van Olympus. Van de mythe van de vuurvogel feniks bestaan meerdere versies.

Ankie Hettema beschrijft de meest essentiële gebeurtenis van deze mythe poëtisch in haar boek De Paradijsvogel en andere mythische dieren:

De fenix legt haar vermoeide lichaam neer
op het geurige doodsbed, de vrucht van haar leven.
De stralende zon verlicht haar prachtig
blinkende veren waaruit opstijgt
de warmte van haar lichaam.
Een ontmoeten van geest en zonnestof
veroorzaakt plotseling een lichtflits –
vlammen slaan uit het nest,
de vuurvogel verandert in een laaiende vuurbol,
een hoopje zilvergrijze as.
Uit de as en de welriekende kruiden,
kaneel, mirre en nardus
groeit door de natuur de vorm van een ei.
De schaal breekt, trillend,
bevend stijgt uit de as omhoog
de jonge fenix,
zij drinkt de dauw van de sterrenhemel
tot zij sterk genoeg is om terug te keren
naar haar oorspronkelijk tehuis.

Het idee van de wederopstanding van de vuurvogel wordt in De Alchemische Bruiloft anders beschreven. Daar mengen de alchemisten op de zevende verdieping van de toren van Olympus de as van de verbrande vogel tot een brij, verhitten die en gieten de substantie in twee klaarliggende pasvormpjes, die van een jongetje en van een meisje. Vervolgens voeden zij deze mensjes in wording met bloed van de vogel dat zij eerder hadden opgevangen. De twee mensjes worden daardoor in zekere zin levend, maar nog niet wakker: het bewustzijns-aspect van de geestziel ontbreekt nog. Die geestziel ontvangen zij door een vuurstraal die hen via een  bazuin op hun mond tot ademende en werkelijk levende wezens maakt.

Matrijzen

In deze scene stijgt de mysterieleerling op tot het hoogst bereikbare niveau van de geestelijke wereld: de wereld van de Vader. Daar liggen de oerbeelden van de zelfscheppende geestelijke mens tweevoudig klaar, mannelijk en vrouwelijk: een matrijs van een jongetje en en matrijs voor een meisje. Het nieuwe bewustzijn, dat het resultaat is van vele veranderingsprocessen in vorige stadia, vormt de substantie waarmee het opstandingslichaam tot stand komt. De ziel en de geest, dat wil zeggen het ontvangende nieuwe bewustzijn en de bewust ervaren structuur van de geest, kunnen nu de alchemische bruiloft vieren. Zo worden geest, ziel en persoonlijkheid verenigd.

De mysterieleerling die is opgestegen tot de zevende verdieping en daar het grote werk heeft voltooid, blijft daar niet. Hij of zij gaat weer naar beneden om daar te werken vanuit de onzichtbare geest en zo krachten vrij te maken die geestelijke bewustwording en vernieuwing bevorderen. Dat is mogelijk omdat zijn of haar bewustzijn alle niveaus van menselijk bewustzijn bestrijkt waardoor de betrokkene zich kan richten naar de wetmatigheden van de zeven niveaus. Het onderste niveau van de zintuiglijke wereld overheerst niet meer, en vormt daardoor geen belemmering meer voor de ontplooiing van hogere niveaus.

Christaan Rozenkruis en zijn makkers worden op de zevende dag geïnstalleerd als ridders van de gouden steen, want zij hebben de steen der wijzen of de graal in zichzelf vervaardigd. De ware mens is weer bewust en werkzaam als gevolg van enerzijds de kracht van de geest en anderzijds het werk van de mens op de mysterieweg. De leerling kan nu beschikken over de krachten van de alomtegenwoordige liefde en ontvangt daarom de bevoegdheid te handelen ten aanzien van onwetendheid, armoede en ziekte.

Op de alchemische inwijdingsweg van zeven stadia is in Christiaan Rozenkruis een onsterfelijk opstandingslichaam tot stand gekomen. Het is hem echter niet toegestaan om zich geheel over te geven aan de wereld van de geest om daar de alchemische bruiloft te vieren, omdat hij in zijn sterfelijke lichaam nog een bijzondere opdracht te vervullen heeft. Hij heeft de plicht om aan mensen die ontvankelijk zijn voor de mysteriewijsheid de weg van de mysteriën duidelijk te maken en deze voor hen open te houden. Deze plicht drukt nog zwaarder op hem omdat hij vrouwe Venus heeft gezien, omdat hij op een speciale manier de liefdekracht van de geest heeft ervaren.

De liefdekracht van de geest werkt zodanig in Christaan Rozenkruis, dat hij mensen tot de mysterieweg kan leiden. Daarom wordt hij een ‘poortwachter’, een middelaar tussen de zintuiglijke en de geestelijke wereld, een stichter van de mysterieschool van de Rozenkruisers Broederschap, waarin de zeven stralen van de liefde werkzaam zijn. Dat idee komt symbolisch tot uitdrukking in de gravure afbeelding 13 die afkomstig is uit de tweede druk van Het Amfitheater van de eeuwige wijsheid van Heinrich Khunrath (fakkeldrager 3) die in 1609 werd uitgebracht.

Aanvankelijk valt het Christaan Rozenkruis enorm tegen dat hij de functie als poortwachter krijgt toebedeeld, omdat hem de heerlijke bruiloft in het vooruitzicht was gesteld. Het gaan van de weg tot de alchemische bruiloft en de functie van poortwachter zijn echter onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom besluit De Alchemische Bruiloft met de woorden: ‘En hij, schrijver dezes, nog in de mening verkerend de volgende morgen poortwachter te moeten zijn, is thuisgekomen’.

Dierenriem

Het verhaal van De Alchemische Bruiloft kan ook worden gezien als een reis door de zodiak, als een omloop langs de twaalf tekens van de dierenriem. Vanuit die invalshoek kunnen we De Alchemische Bruiloft als volgt samenvatten.

  1. Ram (Aries): Christiaan Rozenkruis ontvangt op de eerste dag de uitnodiging voor de alchemische bruiloft op de avond voor Pasen, bij het astronomische teken Ram. De brief bevat een teken waarin hij zal overwinnen: de monas hieroglyphica, die bestaat uit het symbool voor Ram met daarop het teken van Mercurius. Dat betekent dat Christaan Rozenkruis uitgenodigd wordt om een boodschapper van de goden te worden.
  2. Stier (Taurus): Christiaan Rozenkruis gaat op de tweede dag zijn weg over de aarde. De stier is een dier dat bij uitstek symbool staat voor het element aarde.
  3. Tweelingen (Gemini): Christiaan Rozenkruis komt op een splitsing van vier wegen en moet kiezen. De eerste weg is te gevaarlijk en de vierde weg is voor hem onmogelijk. Dan blijven er nog maar twee mogelijkheden over.
  4. Kreeft (Cancer): Christiaan Rozenkruis vindt het bruiloftsslot en gaat daar binnen, als in de omhulling van een kreeft.
  5. Leeuw (Leo): Christiaan Rozenkruis ontmoet bij de poort van het slot een leeuw, koning van de dieren en ook symbool voor het dierlijke in de mens.
  6. Maagd (Virgo): Christiaan Rozenkruis en de andere bruiloftsgasten luisteren op de avond van de tweede dag naar een toespraak van de jonkvrouw Alchymia.
  7. Weegschaal (Libra): Christiaan Rozenkruis en de andere bruiloftsgasten worden op de ochtend van de derde dag gewogen om na te gaan of ze voldoende innerlijk gewicht hebben.
  8. Schorpioen (Scorpio): Christiaan Rozenkruis en de andere bruiloftsgasten beleven aan het einde van de vierde dag hoe de zes koninklijke personen worden onthoofd. Hier regeert de schorpioen, het teken dat de dood begeleidt.
  9. Boogschutter (Sagitarius): Christiaan Rozenkruis en zijn makkers varen op de vijfde dag over zee, zoals de boogschutter Odysseus.
  10. Steenbok (Capricornicus): Christiaan Rozenkruis en zijn makkers beklimmen op de zesde dag de toren van Olympus, zoals een steenbok een berg beklimt.
  11. Waterman (Aquarius): Christiaan Rozenkruis en zijn makkers zorgen ervoor dat het nieuwe levenselement, het levende water werkzaam wordt in de alchemisch tot aanzijn geroepen koning en koningin.
  12. Vissen (Pisces): Christiaan Rozenkruis werkt in dienstbaarheid voor wereld en mensheid door de poort van de mysteriën open te houden voor hen, die er vanuit een innerlijk aangeraakt zijn, doorheen willen gaan.

In deze laatste beschouwing over De Alchemische Bruiloft willen we nader ingaan op de figuur van Christiaan Rozenkruis en op de pilaren waarop het Rozenkruis is gefundeerd. Is Christiaan Rozenkruis misschien meer dan alleen maar een prototype van de nieuwe mens? Heeft hij werkelijk geleefd? Wat is zijn opdracht?

Dergelijke vragen zijn vaak gesteld. Zeker is dat de naam Christaan Rozenkruis geen familienaam is, maar een geestelijke naam. Diverse fakkeldragers van het Rozenkruis menen dat de individualiteit die wordt aangeduid als Christaan Rozenkruis inderdaad bestaat, vaak geïncarneerd geweest is en de mensheid vanuit zijn energieveld of etherlichaam ononderbroken bijstaat met kennis, liefde en kracht op de weg van ware menswording.

In de geschiedenis van de mensheid zijn er meerdere religies en wereldbeschouwingen ontstaan die allemaal hun eigen accenten hebben. Allemaal geven ze op hun eigen manier vorm aan universele wijsheid en bieden ze iets wat voorheen of misschien nog steeds kan bijdragen aan de ontwikkeling van de mens.

Mensheidsreligie

Volgens Rudolf Steiner (fakkeldrager 16) dient alles wat destijds differentieerde nu geïntegreerd te worden en op een hoger niveau te worden gebracht. Steiner ziet Christiaan Rozenkruis als een grote ingewijde die zich inzet voor de eenheid van alle wereldreligies op basis van een innerlijk begrepen universeel christendom. Hij beschouwt Christiaan Rozenkruis dan ook als de kern van de toekomstige mensheidsreligie waarin alle wereldreligies zullen opgaan. Dat betekent niet dat mensen zich massaal gaan aansluiten bij rozenkruis-organisaties, maar wel dat de mysteriewijsheid van het Rozenkruis in de maatschappij steeds meer algemeen geaccepteerd wordt, ook al is men zich er helemaal niet van bewust dat er zoiets bestaat als het Rozenkruis.

In een voordrachtenserie over de theosofie van de rozenkruisers in 1911 in Oostenrijk gaat Rudolf Steiner in op een visoen over Christiaan Rozenkruis dat betrekking heeft op een gebeurtenis in de dertiende eeuw. Christiaan Rozenkruis is dan nog heel jong en uitermate ontvankelijk voor indrukken uit de geestelijke wereld. Hij ligt op zijn rustbank en zijn ik-bewuszijn is op een bepaalde manier transparant geworden. Daardoor ervaart hij de geestelijke krachten en wetten die actief zijn in de wereld en haar ordenen.

Christiaan Rozenkruis ondergaat dan iets wat lijkt op een geestelijke bloedtransfusie, want hij ontvangt gedachten en krachten van twaalf wezens die om hem heen staan en hun kracht en wijsheid aan hem overdragen. De twaalf personen vertegenwoordigen twaalf grote impulsen van de geest die door de eeuwen heen in de mensheid actief zijn geworden. We zouden kunnen zeggen: de essentie van twaalf grote wereldgodsdiensten (zie afbeelding 14).

Die twaalf impulsen van de geest, die corresponderen met de tekens van de dierenriem, worden in Christiaan Rozenkruis tot een nieuwe eenheid verenigd. Sterker nog: hij verheft ze alle op een hoger niveau, op het niveau van Christus, van het geestbewustzijn, het bewuste begrijpen. We kunnen dit visioen van Rudolf Steiner opvatten als een letterlijke beschrijving van een gebeurtenis in het verleden. Ook is het mogelijk het visioen te zien als symbool voor gebeurtenissen die zich nu in ieder mens, waar ook ter wereld, kunnen voltrekken.

Alle geestelijke impulsen die tot de mensheid uitgingen hadden een bepaald doel, maar in toenemende mate verliezen oude systemen hun relatieve geldigheid. Daarom dienen zij te worden opgenomen in een hogere eenheid van een geestelijk bewustzijn dat wordt belichaamd door Christiaan Rozenkruis. Hij is het symbool voor de werkzaamheid van de geest, die de huidige mensheid beïnvloedt en die bewust en actief in haar wil worden.

Tijd, aandacht en toewijding

We zijn nu bijna aan het einde gekomen van een serie van zeven besprekingen over De Alchemische Bruiloft. Er zullen nog twee beschouwingen volgen die betrekking hebben op de ‘Fama Fraternitatis R.C.’, ‘De Roep der Rozenkruisers Broederschap’. We beseffen heel goed dat we slechts een tipje van de sluier hebben opgelicht van dit zeer diepzinnige inwijdingsgeschrift van de klassieke rozenkruisers. En we weten dat wat we hebben geprobeerd over te dragen lang niet altijd eenvoudig te begrijpen is. Dat is nu eenmaal een kenmerk van de mysteriën. Het vraagt tijd, aandacht en toewijding om daar dieper in door te dringen. Het is belangrijk dat je je realiseert dat het in eerste instantie niet gaat om het verstandelijk begrijpen van de leringen, maar om een innerlijk aangeraakt worden, want dat werkt werkelijk transformerend in bevrijdende zin.

In de tweede helft van de veertiende eeuw is er in Engeland een anoniem mystiek christelijk werk geschreven met de titel ‘The Cloud of Unknowing’, dat in het Nederlands is uitgegeven in onder de titel ‘De wolk van het niet-weten’. De centrale boodschap daarvan is dat het leven van iemand die de innerlijke weg gaat dient voort te vloeien uit een heilig verlangen. Het werkelijke kennen van God is als het binnengaan van een wolk van niet-weten.

Gevoel, verstand, verbeeldingskracht, wil of zintuigen zijn niet geschikt om God te ontvangen. Alleen de ziel van de mens is naar Gods eigen beeld geschapen en daarom kan alleen de ziel God ‘begrijpen’. Dit betekent uiteraard niet dat we ons verstand op nul moeten zetten, of ons gevoel moeten negeren, want dat zijn waardevolle geschenken die we dienen te gebruiken in ons leven op aarde. Het gaat er primair om dat we in onszelf en in ons leven ruimte maken, waardoor de alomvattende liefde in ons werkzaam kan worden.

Misschien kende de auteur van De Alchemische Bruiloft ‘The Cloud of Unknowing’ of een Latijnse vertaling daarvan. De opmerking die Christiaan Rozenkruis op de zevende dag maakt nadat hij is geïnstalleerd als ridder van de gouden steen vat in ieder geval bondig de essentie samen: ‘Het hoogste weten is niet te weten’. Uiteraard is dat idee veel ouder. Socrates (circa 469-399 voor Christus) zei al: ‘Ware kennis bestaat erin te weten dat men niets weet’. Nicolaas van Cusa (1401-1463) hechtte grote waarde aan wat hij noemde ‘geleerde onwetendheid’ (docta ignorantia) en schreef: ‘Alles wat we weten over de waarheid is dat de absolute waarheid, zoals deze werkelijk is, buiten ons bereik ligt’. En Angelus Silesius (1624-1677) dichtte: ‘Hoe meer u leeft, o mens, in Gods erkentenis, hoe minder u kunt zeggen wie en wat Hij is.’

Toch kunnen eenvoudige woorden ons aansporen om ons te richten op het onkenbare, waardoor er in onszelf een herscheppingsproces gaat plaatsvinden dat niet uit de gewone natuur te verklaren is. De essentie van het Rozenkruis kunnen we samenvatten in zeven woorden: roos, connectie, regeneratie, universeel, Christocentrisch, innerlijk weten en scholing. Het uitgangspunt van het werk van de rozenkruisers is de symbolische roos in het hart die ook wel wordt aangeduid als de goddelijke vonk of de geestvonk. Hun werk richt zich – symbolisch gesproken – op het versterken van de connectie tussen het kruis en de roos, tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het natuurlijke en het goddelijke. Dat draagt bij aan de regeneratie van mens en maatschappij. De leringen van het Rozenkruis hebben een universele en tegelijkertijd een Christocentrische signatuur. Ze stellen de mens in staat te komen tot een innerlijk weten, tot gnosis, door het gaan van een scholingsweg in het dagelijkse leven.

Je bent uitgenodigd voor de alchemische bruiloft. En het is aan jou om te beslissen of je gehoor geeft aan de zeven stemmen die uit het Lichtrijk neerdalen en die altijd zullen blijven roepen totdat de laatste mensenziel is uitgered.

Zeven stralen van de liefde
dalen uit het Lichtrijk neer.
Zeven stemmen roepen immer:
‘Keer tot uwe broeders weer!’
Zeven vlammen breken open
poorten tot het hart en ’t hoofd;
Zeven krachten bouwen hecht
de Tempel die ons werd beloofd.

Zeven lichten, zie, verlichten
alle paden in de nacht.
Zeven wegen voeren huiswaarts,
naar het Vaderland, dat wacht.
Zeven vreugdezangen klinken
als een welkom, wonderschoon…
Kom dan, vrienden! Wacht niet langer!
Word opnieuw een godenzoon.

 

3 thoughts on “beschouwing 7

  1. Jes Jespers

    Er is bewustzijn dat vormeloos is en er zijn bewustzijnsvormen. Wij mensen bezitten geen bewustzijn, bewustzijn kun je niet hebben, bewustzijn is vormeloos ZIJN dat slechts ervaren kan worden.

    Poortwachter zijn (enneagram cijfer 7)

    Een van de vele scheppingsverhalen luidt dat ´Het vormeloze bewuste ZIJN zich bekleedde met de Geest en dat de geest zich bekleedde met de schepping. Deze woorden reiken ons een perspectief aan en het perspectief van waaruit je kijkt is bepalend is voor je perceptie, het begrip, dat je van iets kunt hebben.

    Waar bevindt de poortwachter zich in dit perspectief? De stappen op het enneagram die we al doorlopen hebben waren achtereenvolgens:

    1. We weten dat we een uitnodiging ontvangen hebben

    2. Hebben besloten de uitnodiging aan te nemen

    3. We beseffen dat we Zelf moeten komen en onze valse identiteiten en ballast moeten achter laten, dat het “ik ben” een illusie is van de geest en dat de uitnodiging niet voor de geest geldt.

    4. Dat we het oude bewustzijn, de leugen dat `ik ben´ moeten laten sterven, dat laat ons slechts zien ´wat je bent´ en niet ´Wie je bent´.

    5. Het nieuwe bewustzijn moeten laten groeien

    6. Transformaties moeten bewerkstelligen; dat houdt in stoppen met reactief zijn en proactief gaan handelen. Als je reageert ben je immers de schepping van de ander die een valse identiteit in je heeft wakker gemaakt, je bent dan een schepsel. Als je proactief handelt ben je in staat, zo wenselijk, uit de verhaallijn die speelt te stappen en een (gewenste) nieuwe verhaallijn te beginnen, je bent dan schepper. Het besef is doorgedrongen dat in tegenstelling tot het ‘Ik ben’ bij cijfer 3, juist het ´ZIJN IS´. Het ´ZIJN´ is het onpersoonlijke vormeloze goddelijke bewuste ZIJN, die of dat, zich ruimte en tijd schiep, lichaam en geest, als toneel om zichzelf in alle mogelijke creaties van bewustzijnsvormen te kunnen uitdrukken en kennen.

    7. De poortwachter zijn; als poortwachter zijn we ons bewust dat we ´als verloren zonen zijn´ die weer willen terugkeren naar het huis van de Vader. Het huis van de Vader is het vormeloze bewuste ZIJN dat voorbij de tijdelijke ruimte van ´ons lijf´ ligt, en ´voorbij de vergankelijke geest´ met zijn denken en voelen. Er is geen weg naar het bewuste ZIJN, er is alleen ´zijn´in het NU. Het Nu behoort niet tot de tijd, het NU is ALTIJD en is onze verbinding met de Eeuwigheid, het vormeloze bewuste ZIJN.. De geest komt en gaat en gaat met zijn beperkte bewustzijn en in diepe slaap lost deze zelfs geheel op, we moeten ´arm van geest´ zien te worden of ´worden zoals de kinderen´ om de staat van ´non dualiteit´, de hereniging met de ENE en daarmee Zelfrealisatie te bereiken en van jeZelf te zeggen “IK BEN ZIJN”. In het nu zijn is helder tegenwoordig zijn, in een staat van aandacht zijn, voorbij het denken en voelen zodat de lege geest ontvankelijk is voor de inzichten die door de ziel ons zonder woorden als inzichten worden aangereikt. De geest heeft woorden, dat zijn tijdelijke bewustzijnsvormen nodig om te weten, de ziel weet zonder woorden, Zijn is Weten. Woorden zijn nodig om richtingen in deze wereld te kunnen aangeven, er zijn geen woorden die de richting naar het ´niets, de volledigheid´, kunnen aangeven, het ´niets´ is immers overal. Om bij het niets, het vormeloze bewuste ZIJN te komen, moeten we ons afkeren van de inhoud van de geest en ons juist naar de leegte in de geest keren.

    De opdracht bij cijfer 8 luidt ´De samenleving bewust maken´, nou, bij deze dan, ik was ook maar getuige van wat hier op papier werd gezet.

    In het ´Boek der wijsheid´ van Meister Eckhart lees ik in herkenning en ´herkennen´ kun je alleen iets als je het al kende, beter verwoord dan mij gegeven was:

    “Wil je zuiver leven ervaren en wil je dat je handelingen daar vol van zijn? Dan moet je bewust zijn van het Nu met daarin alles wat is. Zonder je gedachtes daarover voor waar aan te nemen, je gedachtes over dat alles zijn niets. Het is mensen en dieren eigen dat ze hun gedachtes voor waar aanzien. Maar het is aan de oorsprong van ware natuur eigen dat uit niets Alles ontstaat. Daarom, wil de natuur in je met je samenwerken, dan moet je eerst tot niets geworden zijn. En daarom, wordt je bewust van je eigen bron van natuurlijke stilte en blijf DAAR met je aandacht. En de handelingen die daaruit ontstaan zijn allen levend. En daarom zegt de wijze: “In bewustzijn leef je”. Want juist omdat je bewust bent van de bron, stroom je mee met alle leven, en zo handel je zuiver. Nu staat er verder: “en je voldoening vind je bij de bron van natuurlijke stilte”.

    Reageren
  2. Marijke

    In afbeelding 14 over de twaalf grote wereldgodsdiensten kan ik er veel onderscheiden door de symbolen maar niet allemaal. Kunt u mij helpen? Opnieuw heel veel dank voor de heldere uiteenzettingen.

    Reageren
  3. Paul Otto

    Dank u beiden voor de uitleg en wijze woorden. Ze klinken mij bekend in de oren. Mijn denken twijfelt nog maar “mijn gevoel” weet het al. Ik moet er nog naar handelen.

    Tot mijn vreugde zie ik in figuur 14 ook een plaatje van een pakking of bolstapeling.Er passen 12 bollen om 1 centrale bol met daarin de kern,het zwaartepunt waarom het draait.Ik noem deze bollen altijd liefkozend Jezus en de 12 Discipelen.

    Het getoonde plaatje verbeeldt de zogenoemde kubisch vlakgecentreerde bolstapeling. Het is een zogenaamd 3-voudig symmetrisch kristalrooster. Het is de eerste van 3 zo dicht als mogelijke bolstapelingen. De andere 2 zijn: 2) De hexagonale vlakgecentreerde stapeling, die een 6-voudig symmetrisch kristalrooster heeft. 3)De decagon packing een 5-voudig symmetrisch kristalrooster.

    Als je zout in water oplost worden de eerste en tweede van de bolstapelingen afwisselend met elkaar verbonden. Ruimtelijk gezien krijg je een vorm te zien die lijkt op de Levensboom.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *