De Paradijsvogel en andere mythische dieren – het nieuwe boek van Ankie Hettema-Pieterse en Theo Lamers


BESTEL DE PARADIJSVOGEL EN ANDERE MYTHISCHE DIEREN

Woord vooraf 

Het is aan ons om de rijkdom aan veelzeggende beelden uit het verleden en de diepzinnigheid ervan levend te houden voor het heden. De mythische dieren zoals hier beschreven, ontsluiten de bijzondere beelden van de waarheid die met elk menselijk hart, met elke menselijke ziel verbonden is. 

De voorstellingen van mythische dieren dragen een kracht in zich tot ontwikkeling van de geestziel en van daaruit leggen zij de kiemen voor spiritueel leven dat in ieder mens verborgen ligt. Zij maken, evenals symbolen dat doen, de bewustzijnssprong mogelijk naar de bovennatuur. Eenmaal herkend en geleefd, openen zij de deur tot verbinding zoals Hermes Trismegistos zegt in de Tabula Smaragdina: ‘Wat beneden is, is gelijk aan wat boven is, en wat boven is, is gelijk aan wat beneden is, opdat de wonderen van het ene zich voltrekken’. 

DOWNLOAD HET GRATIS DEEL VAN DE PARADIJSVOGEL EN ANDERE MYTHISCHE DIEREN

Tweeëntwintig lieten zich neerschrijven. Zij zijn onderverdeeld in twee keer drie thema’s. Drie thema’s als de neerdalende driehoek, overeenkomstig het Johannes-evangelie: woord, licht, leven. En drie als de omhoog gerichte driehoek, drie treden van de ziel in haar opgang: verbinding, bewustwording en eeuwigheid. Doordat beide driehoeken in één vloeien, in elkaar opgaan, vormen zij tezamen de lichtende zespuntige ster, de leidster in het leven. 

Leven is bewegen, veranderen, ontwikkelen. Lichten aan de nachtelijke hemel, alle gekend door het ene licht, sieraden in het heelal, kosmische beweging, ordening in maat en getal, zingen het lied van de hemel. 

De mens, ooit in kleine groepen over de aarde trekkend als jager-verzamelaar, bouwt nu steden waar tienduizenden ja miljoenen bijeen wonen. 

De mens schept met het vermogen van zijn verbeeldingskracht, met taal, met woorden, zijn wereld, de aarde. Dat is mogelijk door menselijke samenwerking en die is geworteld in gemeenschappelijke verhalen.

Mensen geven elkaar de mythen van het leven door, van de oorsprong van de aarde, van goden, mensen, planten en dieren. Die mythen brengen de mens zowel vreugde als angst. Met zijn verstand is de mens medeschepper in kennis en techniek. Hij schept van kathedraal tot handelsgebouw, van licht tot led-licht, van wiel tot Lexus en Mercedes, hij overwint ziekten en hij leeft langer. Kennis wordt overgedragen, voortgedragen, mensen ontwerpen, creëren, mensen zingen het lied van de aarde. 

Mythische dieren zijn als sterrenkrachten van bezieling in de microkosmos. Zij trekken ons op de weg naar wat heilig, wat heel is:
als mens verenigd te zijn met Christus, het licht der lichten waarin transfiguratie plaatsvindt, waar alle tegenstellingen vervagen, tot daar waar ‘het ene’ zich in licht en kracht uitgiet in de heilige graal, kosmisch en in ons eigen centrum, de dynamische bron in ons leven. 

Laten wij gaan de weg der sterren, de weg die verbinding is. De kosmos is toegerust om het universele plan tot zijn doel te brengen. Wij zijn toegerust om in de microkosmos, als deel van het geheel, als lichtend juweel, onze plaats in te nemen in de wereld, voor de mensheid, om ons aan het heelal als sterrenkracht te geven. 

Waar wij in onze samenwerking, als adelaar in één geest, als uit één snavel, uit één mond het Woord spreken, zien wij, zijn wij de heilige aarde en zingen wij het lied van het heilig verbond van de nieuwe hemel-aarde. 

Ach, wij spreken wel van eeuwigheid, maar in die geest is alles enkel en eenvoudig ‘leven’. Alles leeft, alles getuigt, alles tintelt van goddelijk leven: het grasje, een schitterende dauwdruppel, het murmelend stroompje, de bergen, de kosmos… de mens. 

Het is tot de mens dat Hermes spreekt: ‘Als ge uzelf niet gelijk maakt aan God, kunt ge Hem niet begrijpen: want alleen het gelijke begrijpt het gelijke. Was op tot mateloze grootheid, ontstijg aan alle lichamen, verhef u boven alle tijd; word eeuwigheid.’ 

Daarom, geliefden, streef de u in het hart gelegde oerbeelden van de verlichte ziel na en blijf streven. Leef het leven van deze liefde. In bewustheid en vertrouwen ontvangt u uw goddelijk erfdeel. De geest stort zich in u uit. 

Inleiding 

Een kleine potloodtekening in de krant trekt mijn aandacht. Een minuscule eenhoorn die behoedzaam zijn hoorn in het water steekt, getekend door Leonardo da Vinci. Het raakt me. Het is alsof het dier vlak voor me ligt en me aankijkt met de vraag: ‘Wat ga je met me doen?’ De tijd van bespiegelingen alleen is voorbij. Het gaat om wat wij doen in en met ons leven. Het eerste wat bij mij opkomt is de mythe van de eenhoorn, die vertelt dat waar de hoorn het water raakt, het vergiftigde water gezuiverd wordt. Het begin van dit boek is geboren. 

Mythische dieren fascineren. Waar komen zij vandaan? Hoe zijn zij ontstaan? Wat is hun betekenis? Roepen zij niet in onze herinnering een mogelijke andere wereld op – een andere kant van ons leven – de kant waar onze dromen vandaan komen, waar verlangens leven die we onmogelijk achten. Zelfs dieren die niet de naam hebben ‘mysteriedier’ te zijn, wekken een bepaald levensgevoel. Zeggen we niet: zo trouw als een hond, zo trots als een pauw, zo snel als een haas, zo zacht als een lammetje, zo vrij als een vogel… 

Hoe hoger een vogel kan opstijgen in de blauwe hemel, des te meer trekt hij immers onze blik mee omhoog in het verlangen naar vrijheid, misschien zelfs naar een bovenzinnelijke wereld. Niet voor niets wordt de adelaar een godenvogel genoemd en wordt hij gezien als boodschapper van de geest. 

De onttovering van de wereld 

De moderne, technische maatschappij, de wetenschap en de rationalisering drukken hun stempel op de wijze waarop wij de wereld ervaren en tegemoet treden.
In een wereld waar schoon water verkregen wordt uit waterzuiveringsinstallaties, lijkt de eenhoorn overbodig geworden. De droom van de mens om te kunnen vliegen als een vogel in de lucht, is dankzij de techniek werkelijkheid geworden.
De vogels moeten het luchtruim delen met onze vliegtuigen. Goden zijn niet meer nodig om de zonsopgang en de donder te verklaren.
De wereld lijkt onttoverd. De samenleving lijkt onttoverd.
‘Het getal’ van de statistiek, het economisch belang geeft de toon aan bij belangrijke beslissingen. De enige vorm van zingeving dreigt berekening te worden.
De mens lijkt onttoverd. Het is geen mythisch wezen, geen religieus wezen, de mens is een biologisch wezen – alles wat hij doet of denkt, blijkt het resultaat van natuurlijke processen. 

En toch blijft… 

…ondanks die onttovering, een heimwee klinken, een verlangen branden in de mens om het mysterie van het leven te doorgronden. Ook al zijn eenhoorns, griffioenen en vuurvogels naar het rijk der fabels verwezen, zij blijven de verbeelding van de mens prikkelen, duiden op een mogelijk hoger leven. Zij zijn als een ‘roep’ aan de mens om de sluier weg te nemen tussen het bekende dagelijkse leven en het mysterie dat in ons leven verborgen ligt. 

Het leven zelf laat zich niet onttoveren! Wetenschap hoeft niet tot onttovering te leiden. Het tegendeel kan waar zijn: schoonheid en mysterie kunnen groeien. Hoe dieper we kunnen kijken in de natuur, hoe meer raadsels onze oplossingen oproepen. ‘Het hoogste weten, is het weten dat wij niets weten.’ Alleen de mens, de ene mens kan diep in zichzelf het mysterie van het leven naderen en ontdekken gaan. Die ene mens kan dan besluiten tot een grensverleggend en nieuw, betekenisvol leven. Welke grens en welke betekenis? 

Icarus’ vleugels en het levende water 

In de Griekse mythologie ontmoeten we Icarus die zichzelf wilde overstijgen en steeds hoger wilde vliegen. Icarus staat voor het niet te onderdrukken opwaartse streven, voor de mens die weigert zich neer te leggen bij zijn natuurlijke beperkingen, die niet tevreden is voordat hij het allerhoogste, de zon, heeft bereikt. Icarus, met zijn zelfgebouwde vleugels is te dicht bij de zon gekomen, zodat de was waarmee zijn vleugels vastzitten, smelt – en hij stort neer, zo vertelt de mythe.
Toch wordt de mens altijd weer opnieuw gedreven naar het hoogst mogelijke te vliegen, steeds weer en weer en hij zal ook steeds weer neerstorten. Maar denk nu niet dat zijn pogingen voor niets zijn.

Tegen grenzen aanlopen vermoeit. De mens zinkt neer bij het besef dat hij een grens bereikt die hij niet zelf passeren kan. Verslagen en verstild beziet hij zijn situatie. En ontdekt dan dat in zijn hart een ander paar vleugels te wachten ligt… geen zelfgebouwde vleugels maar de vleugels van de ziel.
Dat in zijn hart alle weten van het mysterie ‘leven’ aanwezig is, gnosis, om te leren hoe deze prachtige vleugels zich kunnen openen. En hoe, door te vertrouwen op deze vleugels, zij hun sterkte en kracht ontvouwen.

Deze vleugels van de ziel wieken op voorbij alle grenzen en beperkingen die tussen hemel en aarde bestaan. Zij verenigen zich met de zon, met de geest en tillen de mens in het allerhoogste leven, dat het geestzieleleven is. Uit de ‘eenhoornige’ gerichtheid van de mens op dit leven stroomt dan het zuivere levende water uit in het hart. 

De plaats van mythische dierenbeelden 

Ook al heeft het menselijke denken door de eeuwen heen een ontwikkeling doorgemaakt van een magische godenwereld naar een wereld die zuiver rationeel wil zijn, de aantrekkingskracht van mythische dieren bleef. Historisch of biologisch kunnen wij niets met deze dieren. Maar in de negentiende eeuw kregen zij hun plaats als symbolische waarde binnen de psychologie en esoterie. 

Men voelde aan dat op een dieper niveau van leven dan het bekende zichtbare bestaan van leven en dood, vreugde en verdriet, liefde en haat, deze beelden een diepe waarheid bevatten. Dat de karakters van die beelden verankerd liggen in de levende ziel waarin het hart en de ervaring leven. Het beeld van het mythisch dier maakt daar de menselijke opdracht zichtbaar, namelijk om het kenbare leven met het onkenbare bovenzinnelijke leven te verbinden, om een brug te slaan tussen hemel en aarde, om deze twee tot één beleving te maken. 

De ‘toverkracht’ van de roos 

Twee zielen ach, wonen in mijn borst, de ene hecht zich aan de aarde,
de ander tilt zich moeizaam op uit stof, op zoek naar verheven waarden.

De ene weet zich sterfelijk, de andere draagt het vermoeden onsterfelijk te zijn.

De onsterfelijke bezieling in het hart wordt in het hindoeïsme atman, in het boeddhisme de lotus en bij de rozenkruisers de roos des harten genoemd.
Waarmee identificeren wij ons in het leven? Met het lichaam, met stoffelijke dingen die voorbij gaan? Of richten wij ons op vriendschap, liefde, op waarheid, op geestelijke waarden? Op die eeuwig stromende levenskracht? Op de geest van eenheid en vrijheid, op die onvoorwaardelijke liefde, die ver boven het persoonlijke uitgaat? We voelen aan dat hier vergankelijkheid verschuift naar onvergankelijkheid. 

Het hart is de plaats waar wij een heel bijzondere keuze kunnen maken. Onze keuze kan nieuw licht, nieuwe inzichten en wonderbaarlijke sluimerende krachten wekken. En we herkennen de woorden: ‘O, de oneindige gulheid van de ene, o, het grenzeloze geluk van de mens, die het gegeven is te kiezen en te zijn wat hij begeert te zijn.’

Beelden van mythische dieren zijn van oudsher bedoeld ons bewust te maken van het innerlijke leven van het hart, van het wonder van ongekende dimensies daarin verborgen, die zich door ‘de toverkracht van de roos’ in en door ons kunnen openbaren. 

Wanneer we volgen wat ons werkelijk ten diepste raakt, wanneer we de moed hebben om ‘de stille fluistering in het hart’, ‘het hoogste weten’, het meest ‘liefdevolle in ons’ te volgen, dan openen zich, van begin tot in het oneindige, nieuwe levensinzichten en spirituele mogelijkheden. 

Wie volgen wil het hart, wie met het hart wil leren zien in de onpeilbare werkelijkheid die de eeuwigheid is, moet het verstand overgeven aan de wijsheid van het hart. Want daar leven, ja leven werkelijk de zielekrachten die leiden tot geestbinding, die leiden tot kosmisch al-bewustzijn waarin het licht der lichten spreekt: ‘Onderzoek wat ‘leven’ is, ontdek de kracht die achter alle leven drijft, vind mij, want ‘Ik ben het die te allen tijde bij u is, die met u gaat, de eeuwig zijnde, Christus’.’ 

Het beeld van een mythisch dier voor ogen houden geeft een bepaald levensgevoel, geeft levensrichting, kan levensbepalend zijn. Daarom, volg de eenhoorn in haar gerichtheid, de zwaan in haar zuiverheid, de hinde in haar lichtheid, kom de gespletenheid van de sfinx te boven, ken de kracht van het verlangen van de paradijsvogel en laat de vleugels van de ziel, de duif en de adelaar, de geest vinden. 

Mythische dieren fascineren. Waar komen zij vandaan? Hoe zijn zij ontstaan? Wat is hun betekenis? Roepen zij niet in onze herinnering een mogelijke andere wereld op – een andere kant van ons leven – waar onze dromen vandaan komen, waar verlangens leven die we onmogelijk achten. Verwoorden zij niet onuitsprekelijke ervaringen?

Zij raken aan ‘iets’ fundamenteels, iets wat wezenlijk is, wat met waarheid te maken heeft, die ‘buiten de tijd’ ligt, die we mogelijk als kennis of gnosis aanwezig in het hart kunnen aanduiden. De kleurbeelden bij de tekst zijn meer gezocht op stemming dan op de klassieke verbeelding. De verbinding naar de aquarellen is vanuit de tekst ontstaan, zodoende zijn zij soms in hun geheel, soms gedeeltelijk opgenomen.

Volg dan nu de eenhoorn in haar gerichtheid, de hinde in haar lichtheid, kom de gespletenheid van de sfinx te boven, ken de kracht van het verlangen van de paradijsvogel, en laat de duif, dat is de ziel – de adelaar, dat is de geest, vinden.

INHOUD

Woord vooraf

Inleiding

Woord
Begenadigde dieren I – kosmische eenheid
Begenadigde dieren II – kosmische eenheid 
Witte raaf – bewustzijn
Ibis – levende waarheid

Verbinding
Zwaan – reinheid en kracht van verbinding
Sfinx – gespletenheid
Minotaurus – de kracht van de liefde
Paradijsvogel – verlangen 

Licht
Witte hinde – lichtheid
Scarabee – transformatie
Griffioen – innerlijke lichtkracht

Bewustzijn
Ouroboros – levende oneindigheid
Cerberus – begeren
Duif – heiligende geestkracht
Eenhoorn – gerichtheid

Leven
Leeuw – liefde, waardigheid en kracht
Vliegende slang – de kracht van moed
Chinese draak – bevrijdende daad
Duif en adelaar – hart en hoofd

Eeuwigheid
Feniks – onsterfelijk geestzieleleven
Vlinder – vriendschap en zielekracht
Adelaar I – inzicht en groepseenheid
Adelaar II – inzicht en groepseenheid
Pelikaan – offerende dienende liefde 133 

Literatuurlijst

Noten 

Bron: De Paradijsvogel en andere mythische dieren van Ankie Hettema-Pieterse

BESTEL DE PARADIJSVOGEL EN ANDERE MYTHISCHE DIEREN

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *