Samenvatting van de zevenvoudige inwijdingweg in De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis

1. De eerste dag begint op de vooravond van Pasen en leidt een proces in dat door de verschillende fasen van zelf-omvorming, metamorfose, voert tot de opstanding, namelijk het overwinnen van de dood. Een paasgebeuren dus! Terwijl Christiaan Rozenkruis in meditatie verzonken is, verschijn hem een jonkvrouw in een blauw kleed, met sterren bezaaid. Zij roept hem op tot de tocht naar het scheikundig huwelijk. Na een droom die hem ‘op weg helpt’ verdwijnt zijn aarzeling. Hij neemt zijn hoed met rozen en vertrekt. 

2. De tweede dag komt Christiaan Rozenkruis bij een kruispunt, waar hij in twijfel verzinkt. Welke weg is voor hem de juiste? Terwijl hij een witte duif wil bevrijden van een zwarte raaf, brengt zij hem als vanzelf op het goede pad. Terugkeer is uitgesloten. Nadat hij door drie poorten gegaan is en afgerekend heeft met de wachters, bereikt hij het slot, waar de alchemische bruiloft plaatsvindt. 

3. De derde dag begint met het wegen van de zielen die aanwezig zijn op het slot. De meeste genodigden worden te licht bevonden. De weinigen die overblijven, krijgen een rondleiding door het kasteel en nemen gebruiken met de begeleidende jonkvrouw de avondmaaltijd. 

4. Op de vierde dag volgt het voorstellen van de genodigden aan de koningen. Het schouwspel dat dan volgt, handelt over een prins en een prinses die hun feestelijke bruiloft vieren, nadat de moor – de duistere macht – bestreden is. Een akelige stilte opent nu de gruwelscene van de onthoofding van de koninklijke personen. Na afloop, ’s nachts, merkt alleen Christiaan Rozenkruis hoe de zielelichtjes van de dode koninklijke figuren over de zee wegtrekken. 

5. De vijfde dag speelt zich enerzijds onder de aarde af, in het Venus-gebied, anderzijds boven het aardse niveau, in de toren van Olympus. 

6. De zesde dag worden de lichamen van de koningen tot opstanding gebracht, langs zeven achtereenvolgende processen die zich telkens op een andere etage van de toren van Olympus voltrekken. 

7. Op de zevende dag tenslotte, volgt de bekroning van het werk : de benoeming tot ‘ridder van de gulden steen’, en nadien een grootase ontmoeting, op zee, met de nieuwe koning en koningin. de vijf geloftien die op het einde worden afgelegd, vormen een soort beveiliging tegen de gevaren die bij het weer teruggaan in het gewone leven zullen opduiken. 

Bron: ‘De beeldenwereld van Christian Rosencreutz’ van Ria Pandelaers-Van Spaandonk
Afbeelding: Johfra

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *