Mysteriescholen: vuurtorens in de tijd die het esoterische gedachtegoed door de eeuwen heen levend hebben gehouden

Mysteriescholen zijn de vuurtorens in de tijd die het esoterische gedachtegoed door de eeuwen heen levend houden. Mensen die zich aansluiten bij een mysterieschool verbinden zich met een spirituele traditie en ontvangen leringen en krachten waardoor zij zich bewust worden van datgene wat voordien onbewust in hen was.

Op basis van innerlijk weten, dat steeds sterker wordt, laten mysterieleerlingen geleidelijk hun innerlijke bindingen aan bezit, macht en geldingsdrang los en stellen zich open voor hogere energieën, waardoor ze tot een nieuw mens worden getransformeerd. Zij ervaren een geestelijke werkelijkheid en stemmen hun leven daarop af.

Voorbeelden van mysteriescholen in het Westen zijn de school van Pythagoras, de academie van Plato, het oerchristendom, de katharen en de rozenkruisers. De uitwerking die mysteriescholen op volkeren en op culturen hebben gehad zijn zo groot, dat deze niet veroorzaakt kunnen worden door veronderstellingen of ziekelijke fantasieën van bepaalde personen. Hier moeten ervaringen achter staan die van existentieel belang zijn.

Wie zich verdiept in de kennis die er bij mysteriescholen en -leerlingen is omtrent hun eigen wezen, komt tot het inzicht dat het hier gaat om ervaringen en getuigenissen die boven het op zintuiglijke feiten en logica gebaseerde bewustzijn uitgaan.

Zij zijn niet in tegenspraak met de waarnemingen van de zintuigen en de regels van het met begrippen werkende verstand. Zij houden deze in zich besloten en staan in verbinding met andere lagen van de werkelijkheid dan alleen die van de tijdruimtelijke wereld.

Leerlingen van mysteriescholen hebben altijd geprobeerd de geestelijke werkelijkheid ook ten behoeve van het bewustzijn van de zintuigen te vertalen in de vorm van tekens, gelijkenissen en symbolen; voorwerpen en verbanden uit de zintuiglijke wereld dus die overeenkomst vertonen met die hogere werkelijkheid, en die de weg daarheen kunnen wijzen.

Wanneer men deze symbolen en gelijkenissen echter niet op die manier opvat, maar uitsluitend als reële dingen uit de zintuiglijke wereld, dan blokkeert men de weg naar de werkelijkheid van de mysteriën.

Ook wanneer men deze hoge werkelijkheid, die uitstijgt boven de wereld van de zintuiglijke waarneming en de logica, benadert met een bewustzijn dat uitsluitend door die zintuiglijke waarneming en logica bepaald wordt, zal men haar niet kunnen ontdekken.

De school van Pythagoras sloot aan bij de Egyptische mysteriewijsheid en ontwikkelde de uitgangspunten voor het wetenschappelijke denken dat door de eeuwen heen zulke verstrekkende gevolgen heeft gehad voor de westelijke wereld.

In de academie van Plato verbonden zich Grieks denken en filosofie met mysterietradities, waardoor een filosofie ontstond die doordrenkt was met de mysteriën. Ook het oerchristendom was een mysterieschool, zoals blijkt uit de evangeliën en ander geschriften van het Nieuwe Testament.

In het oerchristendom verkreeg het mysteriegebeuren een openbaar karakter en werd bindend voor alle mensen, althans naar de intentie. Alle mensen dragen, in welk stadium van ontwikkeling ze zich ook bevinden, volgens de oerchristelijke mysteriewijsheid de bestemming in zich die de mysteriescholen vanouds geformuleerd hebben en die een klein aantal mensen in de mysteriescholen ook verwerkelijkt heeft.

Met de mysterieschool van het oerchristendom werd de verwerkelijking nu, hetzij gedeeltelijk, hetzij tot aan de volmaaktheid, tot een opgave voor ieder mens.  Al gauw ontstond echter, juist doordat de doelgroep zo groot was, uit gedeelten van deze mysterieschool een dogmatisch instituut: een uiterlijke religie, die zich in de daaropvolgende eeuwen over het hele Westen verbreidde en die de innerlijke religie, de werkelijke mysteriewijsheid en -praktijk bestreed.

In de gnosis bleef deze mysteriewijsheid echter bestaan en wel in een nieuwe gestalte . Want nu was de impuls van de oerchristelijke mysterieschool werkzaam geworden, de wijsheid was openbaar geworden en alle vroegere westerse mysteriescholen, de Egyptische, Perzische, Syrische en Griekse kwamen samen in één grote stroom: de christelijke.

De uiterlijke religie bouwde vervolgens een steeds omvangrijker wordend dogma op en een steeds doeltreffender organisatie, zodat de mysteriewijsheid zich schijnbaar geheel uit de openbaarheid terug moest trekken.

Toch waren er steeds weer enkelingen die uit de mysteriewijsheid wisten te putten, en van tijd tot tijd waren er ook mysteriescholen die ondanks de overheersende georganiseerde religie tot bloei wisten te komen.

Een voorbeeld waren de katharen, die aansloten bij de gnostieke leer, en ook bewegingen die in het teken van de graal arbeidden. En in het begin van de nieuwe tijd vormde zich, aanvankelijk in het verborgene, vervolgens steeds duidelijker, de broederschap van het Rozenkruis, die zijn invloed had op de vrijmetselarij, en vele andere moderne esoterische stromingen – zoals de antroposofie, de theosofie en de moderne rozenkruisers –  impulsen gaf.

Het lijkt erop, of vanaf het oude Egypte de mysteriewijsheid ononderbroken doorgegeven is, steeds weer in een ander gewaad gekleed. Zoals ieder mens de mogelijkheid in zich draagt met de geestelijke wereld in contact te treden, zo kan en zal de stichter van een mysterieschool steeds weer opnieuw en zonder tussenkomst met de geestelijke wereld in contact treden.

Uit de directe relatie met de geestelijke wereld zijn de mysteriescholen te verklaren. Zij putten hun wijsheid en kracht direct uit de geestelijke wereld. Toch zijn zij er ook op gericht contact te maken met hun voorgangers en gebruik te maken van hun ervaringen, die meestal in de vorm van geschriften en symbolen beschikbaar zijn, om vervolgens zelf hun ervaringen in geschriften en symbolen neer te leggen.

Bron: ‘Mysteriescholen’ van Konrad Dietzfelbinger

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *