De signatuur van Aquarius en het Waterman tijdperk – een visie van de rozenkruisers

Wat is Aquarius? 

Sinds de jaren zestig zijn er, in het algemeen gesproken, twee maatschappelijk culturele ontwikkelingen zichtbaar. Ontwikkelingen die deels tegenstrijdig zijn. Ten eerste is het sinds die tijd gewoon geworden om het eigen leven zoveel mogelijk te leven naar eigen ideeën en doelstellingen. Deze ontwikkeling begon in het begin van de zestiger jaren met het verzet tegen de maatschappelijke en de culturele normen van die tijd, met name bij jongeren, bij studenten. Het was ook de tijd van de Flower Power. In deze samenhang werd tevens een verschuiving zichtbaar van ‘kerkelijk godsdienstig beleven’ naar ‘individuele spiritualiteit’. Godsdienstigheid kan op vele verschillende wijzen worden geuit, zo werd en is nu de algemene opvatting. Sinds die tijd is het idee van het primaat van de persoonlijke vrijheid in leven en religiositeit sterker geworden. Het is nu een vanzelfsprekendheid. 

In tegenstelling met deze ontwikkelingen is, ten tweede, een beweging naar ‘eenheid’ zichtbaar. Eenheid met de medemens, eenheid met de natuur, met de wereld in ruime zin, met de kosmos. Sinds de jaren zestiger zijn onder andere de zorg voor het milieu, voor dieren, en voor mensenrechten vanzelfsprekende elementen geworden in de opvattingen van nagenoeg een ieder. Evenzo is de weerstand tegen het voeren van oorlog een algemeen verschijnsel geworden. 

Beide ontwikkelingen manifesteren zich in bewegingen van verschillende aard: in therapieën, in velerlei vormen van religieuze beleving, massale beoefening van de astrologie, en zo voort. En er is inmiddels een niet te overzien aantal boeken, geschriften en websites over al deze onderwerpen voorhanden. Naast, niet te vergeten, eennveelheid aan cd’s met rustgevende muziek. Muziek, gecombineerd met de geluiden van dolfijnen, het geruis van bomen en andere rustgevende geluiden uit de natuur. 

Bovenstaande ontwikkelingen worden wel aangeduid met de term ‘New Age’, of – met een verwijzing naar het komende tijdvak van Aquarius – ‘Aquarius’, het sterrenbeeld dat een onderdeel is van de zogenoemde dierenriem rond het zonnestelsel. Het sterrenbeeld dat al bij de Egyptenaren werd afgebeeld als een man, een jongen, die uit een kruik water giet. 

Als de aarde zich in de baan voortbeweegt rond de zon, is het logisch dat soms de zon tussen de aarde en elk van de dierenriemtekens staat. Als wij daarnaar kijken, lijkt het dat de zon opkomt tegen de achtergrond van een dierenriemteken. Zoals bijvoorbeeld op 21 maart, de lente-equinox, als de lente op het noordelijke halfrond begint. De zon komt dan precies in het oosten op en dag en nacht zijn even lang. 

Aanvankelijk kwam de indeling van de hemelbaan in 12 gelijke delen, door de astrologen om karteringsdoeleinden gemaakt, nagenoeg overeen met de feitelijke plaats van de sterrenbeelden. Toen was het enige verschil dat elk sterrenbeeld niet precies de ruimte van een deel van de boog van 30 graden vulde, waarin de totale hemelbaan door astrologen was verdeeld. Op lange termijn echter kwam er, door de beweging van de aardas, verandering in de samenhang tussen de door de astrologen gemaakte vaste indeling van de sterrenbeelden, en de feitelijke plaats. De aardas vertoont, onder invloed van voornamelijk de zon, immers een kleine schommeling. Daardoor loopt het lentepunt steeds iets terug langs de tekens van de dierenriem. 

Die verschuiving, de precessie genoemd, betekent dus, dat het lentepunt verschuift tegen de volgorde van de tekens in naar de volgorde van de maanden. Zo komt heden ten dage op 21 maart de zon niet meer op in Ariës, wat wij naar de vaste indeling van de dierentekens zouden verwachten, maar in Pisces. En verschuift langzaam naar Aquarius. Die verschuiving gaat met 1 graad per 72 jaar op de cirkelvormige, denkbeeldige begrenzing van het zonnestelsel. De omtrek van een cirkel is 360 graden. Deze heeft in de astrologie dus een vaste indeling gekregen in 30 graden per teken. 30 Graden van een teken, maal 72 jaar per graad = 2160 jaar. 2160 Jaar lang komt dus de zon op, op het lentepunt, tegen de achtergrond van e¤ e¤ n teken. 12 Maal 2160 jaar = 25900 jaar. Zolang duurt een rondgang door de 12 sterrenbeelden. Deze 25900 jaar wordt wel ‘een sterrenjaar’ genoemd. 

Nu is geconstateerd dat die 2160 jaar min of meer samenvallen met de opeenvolgende beschavingsperioden. Dus van ca 6 000 tot ca 4 000 jaar vóór Christus stond het lentepunt in het teken ‘Gemini’, van ca 4 000 tot ca 2 000 jaar vóór Christus in het teken ‘Taurus’, van ca 2000 tot het jaar 0 in het teken ‘Ariës’ en van het jaar 0 tot heden in het teken ‘Pisces’. En nu volgt het tijdvak van het teken ‘Aquarius’. De kenmerken van de zojuist genoemde beschavingen, blijken een zekere mate van overeenkomst te vertonen met de kenmerken van de betreffende dierenriemtekens. Op basis van deze ervaring worden ook de kenmerken voor het komende Aquarius-tijdvak beschreven. 

Wij zijn nu nog niet in het tijdvak van Aquarius. Aangenomen dat in het jaar 0 het tijdperk van Pisces begon, en iedere periode 2160 duurt, zal Aquarius pas in 2160 beginnen. Er zijn echter grote perio- den van overlap, waarin de invloed van het ene teken afneemt, terwijl die van het andere teken juist toeneemt. 

In de tak van de astrologie die zich bezighoudt met de samenhang tussen de dierenriem en de ontwikkeling van de mensheid, de wereldastrologie, worden o.a. de volgende kenmerken genoemd, zoals zij in de maatschappij in het tijdvak van Aquarius zichtbaar zullen worden. 

Positief: 

  • saamhorigheid; 
  • eenvoud; 
  • geestelijke vrijheid: het besef dat de mens in zichzelf de basis
    voor het geloof moet zoeken;
  • gerichtheid op geestelijke waarden en het stellen van geestelijke waarden boven materiële waarden. 

Maar er zijn ook de negatieve kanten: 

    • fanatisme in het bevestigen van de eigen ideeën, vooral van de
      eigen visie en ideeën uitgaan;
    • het afdwingen van eenheid;
    • onvoorspelbaarheid in de maatschappelijke ontwikkelingen, ver-
      warring;
    • opstandigheid.
    • Een vergelijking van de kenmerken van de twee zoëven genoemde ontwikkelingen in de jaren zestig: ‘het primaat van de persoonlijke vrijheid in leven en religiositeit’ en ‘eenheid’ met enkele kenmerken van het sterrenbeeld Aquarius, laat zien, dat de mensheid kennelijk reeds de eerste invloeden ondergaat van dat sterrenbeeld. Waarbij wij hierbij binnen dit kader voorbijgaan aan het feit dat de invloeden van het sterrenbeeld Aquarius samengaan met de invloeden van enkele andere sterrenbeelden.

Volledigheidshalve moet bij de zoëven genoemde conclusie nog worden opgemerkt, dat sinds de zestiger jaren de economische ontwikkeling in het Westen zodanig was en is, dat jongeren de mogelijkheden hadden, c.q. hebben, om als ‘hippie’ voor korte of langere tijd door het leven te gaan zonder om te komen van de honger. Evenzo is de oorlog in Vietnam van grote invloed geweest op de opvatting dat het kenmerk ‘eenheid’ van het teken Aquarius, o.a. betekent: begrip voor elkaar, sympathie voor elkaar en dus vrede.

Maar ook als men hiermee rekening houdt, zijn onmiskenbaar de eerste tekenen van het sterrenbeeld Aquarius zichtbaar. De vraag rijst of wij deze tekenen kunnen beschouwen als een voorproefje van de signatuur van Aquarius die de komende eeuwen mens en maatschappij zal kenmerken. Om deze vraag te beantwoorden moeten wij allereerst aangeven hoe de rozenkruisers de dierenriem zien; welke betekenis zij daaraan hechten. Hoe zien de rozenkruisers de invloeden van Aquarius? 

In de wijsbegeerte van de rozenkruisers komen de volgende beschrijvingen voor over de schepping, de wereld en de mensheid. Van God, de universele Geest gaan, als ware het een uitademing, alomvattende eeuwige vermogens en krachten uit. 

J. van Rijckenborgh noemt deze ‘de Liefde Gods, het hoogste geluk’. Hij beschrijft de schepping in De Egyptische Oergnosis en haar Roep in het Eeuwige Nu, deel 1 als volgt: 

‘De universele Liefde die van God is, zoekt gestaltenis te geven. Haar hoogste doel is wording. En uit die wording, uit de geboorte een opheffen tot zichzelve: opdat het in Liefde gewordene, het hoogste, het allerheerlijkste, en schoonste geluk in eeuwigheid zal smaken en verbreiden. En uiteindelijk zich geheel in de Liefde Gods zal verliezen, zich zal verliezen in doeleinden, die wij niet vermogen na te speuren in onze staat van zijn.’

Zo ontstond het universum met een veelheid van scheppingen, van wordingsvelden. Daarin ontstond wat rozenkruisers ‘De Wereld’ noemen, ofwel ‘de heilige Aarde’, ‘de Tuin der Goden’. ‘De Wereld’ is een ontwikkelingsveld dat stuwt tot openbaring van het grote plan Gods, van de Idee Gods die aan alle schepping ten grondslag ligt.‘De Wereld’ is niet het doel van de Schepping, maar de ontwikkeling daarop. Ontwikkeling te begrijpen als voortdurende geboorte- processen, die gekenmerkt worden door ontstaan, groei en omzetting in weer een nieuwe fase van ontwikkeling, dus oplossend, vernieuwend. 

In de wijsbegeerte wordt dit verschijnsel ‘dialectiek’ genoemd. In De Egyptische Oergnosis en haar Roep in het Eeuwige Nu, deel III wordt dit als volgt omschreven: 

‘Er is in De Wereld een schier oneindige verscheidenheid van vormen en lichamen, krachten en verschijnselen. De Wereld toont ze ons, lost ze weer op, en toont ze, vernieuwd, opnieuw.’

In het verleden heeft een deel van de mensheid-in-wording het Godsplan vertraagd, is in ontwikkeling afgeweken. Dit deel van de oorspronkelijke mensheid heeft door deze afwijkende ontwikkeling een andere wereld doen ontstaan. Een wereld waarin de dialectiek niet resulteert in een voortschrijdende ontwikkeling, maar elk wezen, elk verschijnsel, na het ontstaan voert tot een eindpunt. Een eindpunt zonder omzetting. Het leven is tot een cirkelgang geworden. Deze wereld is de wereld waarin wij verblijven en wij kunnen om ons heen de kenmerken van deze onheilige dialectiek vaststellen. ‘De natuur des doods is de karikatuur van de door God in De Wereld ingevoerde dialectiek.’

Zo zijn er uit een historische ontwikkeling twee levensvelden, twee universa ontstaan. De wereld die wij kennen vormt binnen De Wereld een toegesloten geheel. Binnen het plan Gods dat aan de ontwikkeling van de mensheid ten grondslag ligt, is er tussen De Wereld en onze wereld een wisselwerking; is ook de Universele Liefde in ons universum aanwezig. 

Vanuit dit standpunt bezien, behoren de invloeden van de 12 sterrenbeelden van de dierenriem tot deze wereld. Elk teken, elke invloed, heeft positieve en negatieve aspecten. Kent als het ware ‘beloningen’ als wordt gehandeld volgens de potentiële mogelijkheden, en ‘straffen’ als dat wordt nagelaten. In de dagelijkse horoscoop in de krant kan iedereen dit vaststellen. 

De 12 sterrenbeelden zijn de aanduidingen voor 12 verschillende macrokosmische krachten die ons universum beheersen. Het zijn de 12 goden van deze onheilige wereld; de 12 ketens waarmee de mensheid in deze wereld gevangen wordt gehouden. Deze 12 krachten vormen mede de persoonlijkheid van de mens. Zij vormen o.a. het ikbewustzijn van de mens, het bezitsinstinct, de broederschapsidee van deze wereld, het ideaal van kracht, moed en heldendom, van levensharmonie. 

De signatuur van Aquarius, zoals zoëven in grote lijnen genoemd, is dus een uitdrukking van de macrokosmische krachten van dit universum. De mens kan tot bewustzijn komen van zijn levensstaat in de onheilige dialectiek. Als wij de geschiedenis van het Pisces- en Ariës-tijdvak, voor zover voorhanden, in grote hoofdlijnen bezien, dan lezen wij over de opkomst en ondergang van volken, ideologieën en maatschappijvormen. Wij lezen over oorlogen en verwoestingen; over strijd uit wraak en vergelding, die eeuwen lang voortduren. Als wij kennis nemen van de ontwikkeling van de mensheid volgens de beschrijvingen van Rudolf Steiner, vanaf het Polaire tijdperk tot aan het begin van de Arische periode, dan krijgen wij eenzelfde beeld. 

Vele sterrenjaren van 25900 jaar, zijn de microkosmoi gevoerd door de 12 tekens van de dierenriem. In al die tijdvakken hebben de microkosmoi de opkomst en ondergang van alle ontwikkelingen van mens, maatschappij en cultuur, meegemaakt. Deze ontwikkelingen hadden wel steeds een andere verschijningsvorm, maar in essentie was er geen verschil. In Prediker 1 staat dat treffend geformuleerd: 

‘IJdelheid der ijdelheden. Alles is ijdelheid… Het ene geslacht gaat en het andere komt… Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.’

Het karma van elke microkosmos, en dus van de betreffende bewoner van die microkosmos, draagt de sporen van deze aeonenlange ontwikkeling door de vele cycli van de 12 sterrenbeelden. Vele malen reeds is een Aquarius-tijdvak ervaren in deze cirkelgangen. 

Ondanks het gegeven dat de 12 invloeden bij de onheilige dialectische wereld behoren, zal het geheel van ervaringen, opgedaan door vele cycli heen, er uiteindelijk toe leiden dat ieder mens ontvankelijk wordt voor de krachten vanuit De Wereld. Voor de Liefde, die ook in deze onheilige wereld aanwezig is. De werking van de wet van de dialectiek in onze wereld, die groei, opbreking en dood veroorzaakt, voert uiteindelijk ieder mens tot het bewustzijn, dat het essentie« le doel van zijn bestaan niet gelegen kan zijn in deze karikatuur van de Ware Schepping. Zo’n mens wordt ontvankelijk voor de krachten vanuit De Wereld. 

De Heilige Geest werkt in en door de 12 tekens

J. van Rijckenborgh beschrijft in De Apocalyps van de Nieuwe Tijd dat door en in elk van de 12 sterrenbeelden ook de zeven krachten van de Heilige Geest werkzaam zijn. In elk tijdvak van de 12 sterrenbeelden komen die zeven krachten steeds opnieuw tot de mensheid. 

‘Dit genezende etherische lichaam der zeven krachten, uitgaande van de twaalf broeders, de twaalf tekenen van de zodiak, daalt nu wederom in onze tijd tot ons af en raakt ons aan, wil ons redden.Wil ons, minst genomen, van dienst zijn.’ 

In elk tijdvak zijn die zeven krachten in hun werking verschillend van die in het voorgaande tijdvak. Bovendien neemt het vermogen van die Lichtkracht toe in elk volgend tijdvak. Een toename die uiteindelijk in de verre toekomst tot een toppunt van Lichtkracht zal voeren. Deze zeven krachten, die zich in elk tijdvak steeds opnieuw openbaren, stuwen deze wereld en mensheid tot het herstel van de oorspronkelijke dialectiek, van De Wereld. Deze zevenkracht komt in het Aquarius-tijdvak weer opnieuw tot wereld en mensheid, met grotere intensiteit en verschillend in werking ten opzichte van het tijdvak Pisces. 

Dat er sprake is van zeven krachten heeft betrekking op het feit dat De Wereld zevenvoudig is, zoals ook de oorspronkelijke Mens. Er is dus een zevenvoudig proces van herstel voor mens en wereld. 

Wat is de Heilige Geest?

Wat wordt bedoeld met Heilige Geest? In Het Nieuwe Teken (hoofdstuk VI), wordt dit op de volgende wijze uitgelegd. Het feit dat de onheilige schepping omgeven en doortrokken is van de goddelijke allesomvattende schepping, heeft tot gevolg dat daar een zekere invloed van uitgaat in de onheilige schepping, in onze wereld. ‘Daarom wordt er gezegd dat het fundamentele Licht Gods straalt over alles en allen.’

Licht is energie, is kracht. Van het fundamentele Licht Gods gaan twee werkzaamheden uit. Ten eerste een bewustzijn-activerende werkzaamheid en ten tweede een regenererende werkzaamheid. Het Licht verontrust alles, wat zich als duisternis tot dat Licht verhoudt. Het activeert tot het ontdekken van wat is en wat moet zijn. Het geeft het besef van zondigheid. Dat Licht, die energie, wil ook de mens tot nieuw regenererend handelen voeren. De mens die het verschil ervaart tussen het Licht en de duisternis waarin hij verkeert, wordt de mogelijkheid gegeven, de genade, om door het Licht, de Energie, te worden teruggevoerd naar De Wereld. Van Rijckenborgh noemt het ‘de genade der verzoening’. Deze uitleg wordt door de schrijver als volgt samengevat: 

‘Zo bemerkt u …dat de aanwezigheid van drie aanzichten, drie krachten of drie personen in de godheid, op een vanzelfsprekende straal- of krachtwerking steunt. Het behoeft nu geen aanleiding te geven tot misverstand, wanneer wij de fundamentele stroming aanduiden met de Vader, de activerende stroming met de Zoon en de regenererende stroming met de Heilige Geest.’ 

De ontvankelijkheid van de mens voor de Heilige Geest is derhalve afhankelijk van het bewustzijn dat hij heeft van het fundamentele verschil tussen de goddelijke Schepping, de goddelijke Liefde enerzijds, en de levensstaat van de mens in de wereld van de onheilige dialectiek anderzijds. In een tekst van Catharose de Petri in Het Zegel der Vernieuwing wordt dit verder verduidelijkt. Zij schrijft onder andere het volgende: 

‘De Geest is het wezen van de Gnosis, de essentie van het Onbeweeglijk Koninkrijk, de Krachtstof van het Nieuwe Leven. Er is een wijde kloof, geschapen door puurheid en oneindig vibratieverschil tussen die goddelijke Geest en het bewustzijnsbeginsel waaruit wij als dialectische mens leven. Nu kan de essentie van het Oorspronkelijke Leven zich aan een mens mededelen, wanneer deze mens innerlijk, fundamenteel en structureel de weg daartoe in zijn microkosmos vrijmaakt met het volkomen gerichte en al het andere buitensluitende doel, namelijk: de mensheid te dienen in Gnosisdienst, geheel en volkomen. Dan valt de Geest op een mens en deze Geest wordt dan de Heilige Geest, de Heiligende Genezende Geest.’

Het antwoord op de werking van de Heilige Geest 

Om de mensheid op de komende tijd voor te bereiden werden in het begin van de 17de eeuw door de Broederschap van het Rozenkruis drie teksten gepubliceerd. De Fama Fraternitatis van 1614 en de Confessio Fraternitatis van 1615, vormen tezamen met De Alchemische Bruiloft van C.R.C. van 1616, het geestelijk testament van de Broederschap van het Rozenkruis. Het zijn drie geschriften die in hun samenhang de mens de weg wijzen om op de juiste wijze te reageren op de komende, hernieuwde aanwezigheid van de kracht van de Heilige Geest. Het verloop van het sterrenjaar is voorspelbaar, evenzo het verloop van een tijdvak. Daarom gebruikten de rozenkruisers al in 1614 de aanduiding ‘de nieuwe tijd’. 

Om antwoord te kunnen geven op de komende, hernieuwde aanwezigheid van de Heilige Geest, is kennis, is inzicht nodig. Kennis over de plaats van de dialectische mens en de dialectische wereld in de schepping. Maar kennis alleen is niet voldoende. Deze moet ook worden toegepast, beleden. Als resultante daarvan zal dan het proces van regeneratie door de Heilige Geest mogelijk worden. Deze drie elementen vinden wij terug in de teksten van het geestelijk testament van de rozenkruisers: in de Fama de kennis, in de Confessio het belijden en in de Alchemische Bruiloft het proces van regeneratie. 

In de inleiding op zijn verklaring van de Fama Fraternitatis schrijft Van Rijckenborgh dat ‘de sloten van het boek der mysteriën geopend worden, teneinde de Oude Waarheid onbevlekt te kunnen geven aan hen die het waard zijn, in een tijd waarin deze Waarheid als Kracht kan worden beleefd.’ 

Wij citeren uit het begin van de Fama Fraternitatis een deel van de eerste alinea. 

‘Nadat de alleen-wijze en genadige God in deze laatste tijden Zijn Genade en Goedheid zo rijkelijk over het menselijke geslacht heeft uitgegoten, dat zich het inzicht zowel aangaande Zijn Zoon als met betrekking tot de Natuur meer en meer verdiept heeft, mogen wij terecht gewagen van een gelukkige tijd … opdat toch uiteindelijk de mens zijn adeldom en heerlijkheid zou verstaan, en inzien om welke reden hij microkosmos genoemd wordt en hoever zijn Kunst in de Natuur reikt.’

Twee elementen uit de eerste alinea willen wij onder uw aandacht brengen ter verklaring van het begrip Kennis, namelijk: 

  • dat het inzicht over Zijn Zoon, de Christus, meer en meer verdiept is; 
  • dat de mens zijn adeldom zou begrijpen en waarom hij microkosmos wordt genoemd. 

De Fama begint met de genade en goedheid die over de mensheid nu reeds, en in de komende tijd, zal worden uitgestort. Hierdoor zal het Inzicht meer en meer worden verdiept over Zijn Zoon. Dit inzicht ontvangen vraagt uiteraard een ontvankelijkheid van de mens. Een affiniteit met de krachten van genade en goedheid. Een ontvankelijkheid, die door de activerende werking van het fundamentele licht Gods is ontstaan, als resultaat van het ervaren verschil tussen wat de mens is en wat hij zou moeten zijn.

Dit inzicht, deze kennis wordt in de Fama niet wijsgerig uiteengezet. Er is sprake van een ‘inzicht dat meer en meer zal worden verdiept’. Er is sprake van een groei in inzicht, en omdat ieder mens door de activerende werking van het fundamentele licht Gods, de werking van de Christuskracht, naar zijn staat van zijn wordt aangeraakt en bewust wordt, is dit inzicht ook zeer persoonlijk. De bron zal bij allen gelijk zijn, namelijk de Christuskracht die in het hart van de mens ontvangen wordt. Geen inzicht van het hoofd, maar inzicht middels de zielekern van de microkosmos die samenvalt met het lichamelijke hart. De mens wordt zich bewust van zijn adeldom, geroepen te zijn om de microkosmos terug te voeren naar De Wereld, naar de Heilige Aarde.

De ware zoeker, de mens met de werkzaam geworden kern van de microkosmos in het hart, wordt nu en in de komende tijd krachtiger dan ooit met de genade en goedheid verbonden en ervaart daardoor een groeiend inzicht ‘waartoe hij krachtens de in hem geplante Godskrachten in staat is’. 

De ware signatuur van Aquarius 

De activerende werking van de liefde Gods, die in het hart van de mens zijn plaats vindt, de Christuskracht, is een universele kracht. Een kracht die allen omvat. De mens die op basis daarvan leeft, tracht te leven, voelt zich op een absoluut onpersoonlijke wijze verbonden met allen, met alle levensverschijnselen in deze wereld. De kennis en het inzicht die ontstaan, zijn daarom van zeer uitzonderlijke aard. Zij voeren tot een levensstijl, een toepassen, een belijden die volkomen christelijk zijn. 

In de verklaring op de Fama Fraternitatis schrijft Van Rijckenborgh hierover het volgende: 

Het christendom leert: zichzelf verliezen in dienst van allen! “Hij die zijn leven zal willen verliezen om Mijnentwil, die zal het behouden”. Dat is het grote geheim van het christendom. …Als ge een rein lichaam wenst, dan kunt ge niet volstaan met zuiverheid van voeding en behandeling, en ge kunt ook niet volstaan met zuiverheid van gedachten. …Het christendom gaat een stapje verder. Het Westen leert: ge kunt pas rein zijn als uw omgeving rein is, als uw land rein is, als de wereld rein is. Beseft de gebondenheid van het individuele aan het collectieve, van de ene mens aan alle mensen. Alle vordering, alle hemelbesef, is uitgesloten en misda- dige mystificatie, als we dat uit het oog verliezen. Alle vordering is uitgesloten zonder wereldvernieuwing, zonder wereldverlossing dóór mensen, vóór mensen.’

Dit dienen is het antwoord op de Heilige Geest. Dit is voor de rozenkruisers de ware signatuur van Aquarius! Het komende Aquarius tijdvak biedt de mensheid de mogelijkheid om geheel zelfstandig te kiezen. Te kiezen om ofwel deel uit te maken van de ontwikkelingen volgens de kenmerken van de macrokosmische invloeden van Aquarius, dan wel zich voor te bereiden voor de regenererende mogelijkheden van de Heilige Geest die wereld en mensheid opnieuw naderen. 

Bron: 400 jaar Rozenkruis – de taal van Aquarius, symposionreeks 11

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *