Citaten van Catharose de Petri uit haar boekje ‘Het zegel der vernieuwing’

BESTEL HET ZEGEL DER VERNIEUWING

‘Alle broederschappen die deel uitmaken van de universele gnostieke keten zijn volwaardige broederschappen. Dat wil zeggen, dat zij in hun tijd van dienst niet slechts hun evangelische zending hebben vervuld door het roepen van mensen tot het bevrijdende leven en hen daarin voor te gaan, doch dat zij tevens in staat waren hun oogst volledig thuis te brengen in de oorden van bevrijding. 
Daartoe moesten al deze broederschappen, zoals vanzelf spreekt, een ontwikkelingstijd doormaken, een tijd die langer of korter duurde, naarmate de betrokken broederschap in staat bleek haar opdrachten te vervullen. Zolang die volledigheid nog niet was bereikt, werd iedere broederschap geholpen bij het vervullen van haar taken door de aan haar voorafgaande broederschap, die daardoor, het spreekt vanzelf, in haar voortgangen belemmerd werd, omdat iedere voorgaande broederschap eerst dan in een nieuw arbeidsveld kan opgaan, wanneer een opvolgende broederschap de arbeid in de natuur des doods geheel kan overnemen.’

Het zegel der vernieuwing, p. 9 en p. 10

   

‘In het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes wordt onderscheid gemaakt tussen geest en heilige geest. Geest wordt eerst dan heilige geest wanneer zij op een mens neerdalen en op hem kan blijven. Dit is een uiterst leerzaam en merkwaardig evangelisch feit, dat de moderne universele leer volkomen onderschrijft.
De geest is het wezen van de gnosis, de essentie van het onbeweeglijk koninkrijk, de krachtstof van het nieuwe leven. Er is een wijde kloof, geschapen door puurheid en oneindig vibratieverschil tussen die goddelijke geest en het levensbeginsel waaruit wij als dialectische mens leven.
Nu kan de essentie van het oorspronkelijke leven zich aan een mens meedelen, wanneer deze mens innerlijk, fundamenteel en structureel de weg daartoe in zijn microkosmos vrijmaakt met het volkomen gerichte en al het andere buitensluitende doel: de mensheid te  dienen in gnosis-dienst, geheel en volkomen. Dan valt de geest op een mens en deze geest wordt dan heilige geest, heilige genezende kracht.’

Het zegel der vernieuwing, p.18 en p. 19

Het ontdekkende licht van de gnosis is niet slechts onbarmhartig ontmaskerend, doch tegelijkertijd en voor alles liefdevol helpend en volkomen reinigend. 
Het gnostieke licht is niet slechts een schijnsel zoals dat van een lamp uitgaat, doch het is tegelijkertijd een lichtkracht, het doet iets in ons persoonlijkheidsstelsel. En geen van ons behoeft te vragen: “Zal het licht van het heil mij niet breken?”
Wanneer wij ons serieus tot de gnosis begeven, dus hunkerend ons tot de gnosis verhouden, werkt het gnostieke licht altijd genezend, helpend, voortstuwend Dat is een onvergankelijke universele liefdewet. Het liefdelicht verlaat ons nooit, wanneer wij het licht niet verlaten. Doch er is meer en ook dat moet stralen voor u als een zon. 

Het zegel der vernieuwing, p. 54 en p. 55

‘Wij hebben het vlammenspel van het helse vuur dat ons bezighoudt en ons tegen elkaar opjaagt te doven. Op de as van dit gedoofde vuur, op dit niet-zijn, kan de liefde die van de gnosis is, tot ontwikkeling gaan komen.
Wie het vlammenspel van het onheilige vuur in zichzelf gedoofd heeft, kan zich dan wijden gaan aan zijn vrienden die met deze arbeid nog doende zijn. Hoe moet deze vriendendienst nu blijken? Niet met sentimentaliteiten, niet met het klatergoud van de schijn, doch in zelfwegcijfering, in zelfverloochening, in absolute dienstbaarheid; de pijn en de smaad en de laster van deze dienstbaarheid als niets achtende.
Het doven van het helse ik-vuur in anderen brengt wonden, brengt smart in uw leven. Wie dat nu volhoudt en dat volbrengt, is een waarlijk liefdevolle broeder of zuster in de zin van de gnosis.’

Het zegel der vernieuwing, p. 60 en p. 61 

Wij kennen in onze natuur een blijdschap die nimmer statisch kan zijn. Onze blijdschap wordt afgewisseld door somberheid, droefheid, onverschilligheid, door allerlei situaties die het tegendeel van blijdschap opwekken. Onze blijdschap is dan ook hoogstens een gevoelstoestand die dikwijls nog niet eens met de werkelijkheid strookt en daarom een vergissing kan zijn, op een tragedie kan berusten. 
Er is evenwel in de gnosis een toestand-van-zijn, die werkelijk blijdschap is, die tintelt uit iedere cel van de nieuwe wezensstaat, die absoluut verbonden is met het gehele stelsel. Het is een blijdschap die onvernietigbaar is en die dus ook aanwezig zou zijn bij en in eventueel droeve ervaringen. 

Het zegel der vernieuwing, p. 62

‘Wanneer wij voortgaan met onze arbeid, met de inzet van ons gehele offer, met algehele toewijding, zal de geest van de waarheid zich gaan verheffen en steeds duidelijker in de wereld spreken. Een ontzaglijke stroom van waarheid, van ontsluiering van de komende dingen zal zich in de wereld vrij gaan maken. Als een stortvloed zullen alle landen en alle volkeren door deze waarheid worden be- wogen, zoals reeds alom te schouwen valt. De wereld en de mensheid worden losgerukt van de eigen begrenzingen en haar blik zal worden gericht op de interkosmische dingen, op het verband met de alopenbaring, opdat allen zouden weten, dat de mensheid een willig onderdeel moet vormen van een groot reddingsplan. […] 
De waarheid zal als een mysterie het al beroeren gaan, dan hier, dan daar. Het ene moment als een fluistering, het volgende als een stormwind. Het ene ogenblik zal hij spreken over nauwelijks vermoede en schier onbegrijpelijke dingen, dan weer zal hij getuigen op klare wijze. Allen zullen worden beroerd, de kleinen en de groten, de wijzen van deze wereld en de meer eenvoudigen. Op deze wijze nu zal een internationale goodwill worden gekweekt voor de gnosis.’

Het zegel der vernieuwing, p. 69. p. 70, p. 71

‘Wie geheiligd is, kan anderen heiligen. Wie iets heeft, kan anderen van zijn bezit meedelen. Daarom staat er in de heilige taal: “Wees heilig, want Ik ben heilig.” (1 Petrus 1:16) Dit ontzaglijke mantram is veelzeggend. Want wie in het licht staat, weerkaatst dat licht in de wijde omtrek. Zo een wordt als een baken voor hen, die de weg zoeken, en zo een accentueert ook zeer duidelijk, door de glans van zijn licht, het wezen van de duisternis en brengt daardoor waarheid en helderheid, zodat niemand zich meer zal kunnen vergissen. Daarom: heilig u met kracht, naar de maatstaven van de gnosis. Heilig u voor allen die nog zoekende zijn, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in de waarheid.’ 

Het zegel der vernieuwing, p. 92 en p. 93

‘Het ik-bewustzijn en wat daarbij behoort, is hoogstens een fase in een goddelijke noodorde, die dient om een gevallen microkosmos weer thuis te kunnen brengen in het oorspronkelijke Vaderhuis. Wie het ik-bewustzijn wil handhaven, zal ondergaan; dat wil zeggen het wentelende wereldwiel zal hem weer tot het dialectische uitgangs- punt terugvoeren, om dan weer op te gaan tot het wetmatig gestelde hoogtepunt, en zo voort tot … ja, tot de mens “zijn leven zal willen verliezen om Het te vinden”, dat is zijn ik-bewustzijn zal willen prijsgeven, om het verlossende zielebewustzijn te vinden.
Wij en onze medemensen hebben allen een ziel, maar dat wil zeggen een zieleorgaan met de daarbij behorende werkingen. Maar een zielebewustzijn is geheel wat anders. Wie dat zielebewustzijn verkrijgen gaat, is een geheel ander mens geworden, een nieuw mens, verlost van het wereldwiel, hij is in gnostieke zin een waarachtige aquariusmens geworden. Dan eerst kan de liefde, die in de gnosis is, zich ten volle in hem openbaar maken.’ 

Het zegel der vernieuwing, p. 97 en p. 98

BESTEL HET ZEGEL DER VERNIEUWING, rozenserie, nummer 2, Catharose de Petri

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *