Engelen door de geschiedenis heen, aartsengelen in heilige boeken en in de schilderkunst en de beelhouwkunst

Gedurende de hele geschiedenis zoals die staat opgetekend hebben engelen mensen opgezocht; ze verschijnen in de vroegste boeken van de Bijbel en maken een essentieel deel uit van de joodse, christelijke en islamitische tradities.

Beschermende geesten komen ook in andere culturen voor, onder verschillende namen. De engelen die we in dit hoofdstuk noemen zijn bij ons bekend omdat mystici en profeten ze hebben ontmoet, geleerden over hen hebben gediscussieerd, dichters overhen hebben beschrevenen kunstenaars hen hebben geschilderd.

Het woord engel is van het Griekse woord angelos afgeleid, wat ‘boodschapper’ betekent. In het Sanskriet is er een dergelijk woord, angora’s, wat ‘goddelijke geest’ betekent. Het Hebreeuwse woord voor engel is malakh, wat ‘koning’ of ‘vorstelijk persoon’ betekent.

Naar sommige aartsengelen, bijvoorbeeld Michaël, wordt in de Bijbel verwezen als ‘prinsen’, wat gebaseerd is op de idee dat God in de hemel een ‘hofhouding’ had; dit werd op aarde weerspiegeld door de wereldse koningen die hun macht op aarde van God hadden verkregen. In onze huidige democratische wereld kunnen we het spirituele deel in onszelf als ‘koninkrijk’ beschouwen.

De verhalen die ons zijn overgeleverd, vooral die uit de Bijbel, beschrijven hoe onze voorouders met machtige hemelse wezens communiceerden; hun beschrijvingen van de serafijnen en de cherubijnen en de visitaties van de aartsengelen helpen ons om onze relatie met het Goddelijke te begrijpen. En, wat zeer belangrijk is, ze vertellen ons hoe onze voorouders kennis en wijsheid van deze krachtige wezens kregen.

Neem nu astrologie bijvoorbeeld, die haar oorsprong heet in het oude Babylon. Engelen hebben een sterke band met de sterren, en ik ben er zeker van dat de kennis van astrologie door de engelen aan de Babylonische priesters is overgebracht.

Wanneer de priesters de hemel bestudeerden, zouden ze in een meditatieve staat zijn geraakt, waardoor ze in staat waren informatie te ontvangen. Veel van de menselijke kennis is zo ooit bij ons gekomen, en zo gebeurt dat nu nog; het kan ons in de vorm van belangrijke artistieke inspiratie of in de vorm van kleine maar nuttige inzichten bereiken; zelfs als we geen engelen zien, komt het bijvoorbeeld vrij veel voor dat we geneigd zijn om net datgene te doen wat net op dat moment de juiste keuze blijkt te zijn. Of we hebben bepaalde informatie nodig, en een boek valt precies op de juiste bladzijde open. De engelen slapen nooit.

De Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament) vertelt het verhaal van de vele beproevingen,  ellende, oorlogen en ballingschappen die de Israëlieten – het oude joodse volk – hebben geteisterd. Op regelmatige tijdstippen in hun geschiedenis, vooral in tijden van crisis, verschenen er profeten – spirituele leermeesters die boodschappen van God overbrachten om de Israëlieten iets bij te brengen, om hen aan te moedigen of om hen te straffen.

Vele van deze profeten kregen een bezoek van de ‘engel des Heren’, die in verschillende Bijbelse scènes zijn opwachting maakt. Of deze verhalen naar een engel of naar meerdere  engelen verwijzen, is niet uit te maken; pas na hun gevangenschap in Babylon begonnen de Israëlieten de engelen ook een naam te geven.

In een erg bekend verhaal verscheen de ‘engel des Heren’ aan Mozes ‘in een laaiende vlam’ in het midden van een struik die in vuur leek te staan zonder op te branden. Vanuit deze brandende struik sprak God tot Mozes. In een ander zeer bekend verhaal zei God aan Abraham dat hij zijn liefde voor Hem moest bewijzen door zijn zoon Isaac op te offeren; op het laatste moment verscheen de engel des Heren om hem tegen te houden. Met de mededeling dat God hem enkel wilde ‘testen’.

Tijdens de oorlogen tegen de Israëlieten tegen de Assyriërs werd het Assyrische leger eropuit gestuurd om Jeruzalem aan te vallen, en ‘het geschiedde dan in diezelfde nacht, dat de engel des Heren uitvoer en sloeg in het leger van Assyriërs honderd vijf en tachtig duizend: en …. ziet, die allen waren dode lichamen.’

Wie deze engel of aartsengel ook was, blijkbaar was hij wel een macht waarmee je rekening moest houden. We vinden ook verhalen terug waarin God steden verwoest telkens wanneer hij vond dat de Israëlieten niet aan Zijn zeer strenge eisen voldeden.

Aangezien engelen normaal niet destructief of agressief van aard zijn, is het zeer waarschijnlijk dat deze voorvallen het resultaat waren van natuurlijke oorzaken, of van het heel dappere verweer van de Israëlieten, die gesterkt waren door de overtuiging dat de Heer en zijn engelen aan hun zijde meevochten. Sterke overtuigingen zijn op zichzelf stimulerende machten.

De bijbelse profeten hadden heel creatieve ervaringen met enkele magnifieke en ontzagwekkende hemelse wezens – niet de zachtaardige engelen die we tegenwoordig als onze helpers beschouwen.

Misschien waren deze heilige mannen in staat om de meer onstuimige kanten van het Goddelijke te ervaren omdat ze een simpel leven in de woestijn leidden en hun geest minder werd bestookt door de zaken die ons vandaag afleiden. (En de meesten onder ons zouden niet gelukkig zijn als deze grootse karakters ons dagelijks leven in de war zouden gooien!)

De profeet Jesaja bijvoorbeeld kreeg zijn roeping in een wonderbaarlijk visioen van de serafijnen. Toen hij op een dag in de tempel was, kreeg hij een visioen van God die op zijn hoge troon zat. Het gewaad van God vulde de tempel en Hij was omringd door serafijnen, elk met zes vleugels – twee om het gezicht te bedekken, twee om de voeten te bedekken en twee om te vliegen.

En de serafijnen zongen een steeds weerkerend lied: ‘Heilig, Heilig, Heilig, God der Hemelse Machten, vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid’. Terwijl ze zongen, begon de tempel te trillen op zijn grondvesten en Jesaja werd bang en geloofde dat hij niet goed genoeg was om God te zien. Maar een van de serafijnen nam een gloeiende kool van het altaar en bracht die naar Jesaja’s mond, en sprak: ‘Zie, deze kool heeft uw lippen geroerd; uw zonde is verdwenen en uw schuld is u vergeven.’

Het lied van de serafijnen ‘Heilig, Heilig, Heilig’ (Kadoish, Kadoish, Kadoish in het Hebreeuws en Sanctus, Sanctus, Sanctus in het Latijn ) komt zowel in de christelijke als joodse religieuze diensten terug, en vele grote componisten hebben muziek op deze woorden gezet. Al duizenden jaren hebben vele generaties religieuze mensen Jesaja’s visionaire poëzie weer aangehaald om voeling te krijgen met de kracht van het Goddelijke.

Ongeveer honderd jaar na Jesaja, toen de Israëlieten in Babylon in ballingschap leefden, had de profeet Ezechiël een aantal visioenen die hij beschrijft in het boek Ezechiël in het Oude Testament. In het eerste visioen ontmoette hij vier cherubijnen die arriveerden in een stormwind in een glanzende wolk, waarin een amberkleurig vuur brandde. Ze leken op mensen maar hadden elk vier gezichten: het gezicht van een man, van een leeuw, van een stier en van een arend.

Ze hadden elk vier vleugels; ze schitterden zo hevig als gloeiende kolen of brandende fakkels, en ze bewogen met de snelheid van bliksemschichten. Boven hen verscheen een wezen dat op een mens leek, gezeten op een troon van saffiersteen, badend in licht en omgeven door een regenboog. Hij gaf Ezechiël de boodschap van God voor de Israëlieten.

De wonderlijke wezens die Jesaja en Ezechiël verschenen, had geen individuele namen. Het verwondert u misschien dat de eerste aartsengel die in de Bijbel een naam krijgt, Satan is, die in het boek van Job verschijnt als een tester van God. Hij is een heel interessant karakter en misschien niet zo kwaadaardig als algemeen wordt aangenomen.

De volgende bezoekers die worden genoemd zijn Gabriël en Michaël, die beiden in het boek Daniël opduiken. Daniël was een van de Israëlieten die in het koninkrijk van Babylon in Ballingschap leefde; hij werd de droomuitlegger van de Babylonische koning, Nebukadnezar. Gabriël verscheen aan Daniël in menselijke gedaante en hielp hem zijn eigen visioenen te interpreteren. In hetzelfde boek wordt Michaël omschreven als een ‘prins’, als Gods voornaamste helper, met als speciale opdracht over het volk van Israël te waken.

Voor de christenen is de bekendste boodschap van Gabriël die welke hij aan Maria bracht: de aankondiging van de geboorte van Jezus. Er bestaan overigens vele mooie schilderijen  over de Annunciatie (Maria-Boodschap), waarbij Gabriël aan Maria een lelie overhandigt, een symbool van zuiverheid, terwijl hij haar vertelt dat haar baby een geschenk is van de Heilige Geest.

Hoewel hij niet bij naam wordt genoemd, geloven vele christenen dat het ook Gabriël was die de geboorte van Christus aan de herders verkondigde en Maria en Jozef aanraadde om naar Egypte te vluchten toen de soldaten in opdracht van Herodes de jacht op de nieuwgeboren Koning inzetten. Ook wordt aangenomen dat het Gabriël was die de steen wegrolde die het graf van Jezus verzegelde, na de verrijzenis.

Gabriël speelt ook in de islam een belangrijke rol, want hij overhandigde de Koran aan de profeet Mohammed. Het verhaal vertelt dat de engelen Mohammed aan een zuivering onderwierpen: ze bezochten hem in zijn slaap, openden zijn borstkas, verwijderden uit zijn har elke spoor van twijfel en valse overtuigingen, en vilden het daarna met wijsheid, gegoten uit een gouden vat, voor ze hem weer dichtnaaiden.

Gabriël nam daarna de profeet mee voor een nachtelijke vlucht, op de rug van het bovennatuurlijke paard, Buraq, en bezocht de zeven hemelen. Volgens de profeet heeft Gabriël 600 vleugels bezet met rode kristallen; hij is witter en helderder dan sneeuw, met een diadeem van licht op zijn voorhoofd , waarop staat geschreven: ‘Er is geen andere God dan God’.

In al deze verhalen treedt Gabriël op als voornaamste boodschapper van God; hij kondigt speciale gebeurtenissen aan en brengt spirituele wijsheid en begrip. Hij lijkt een beetje op Mercurius, de goddelijke boodschapper van de Romeinen (in de Griekse mythologie als Hermes bekend), die ook bekend stond als de bewaker van de wijsheid.

De kunstenaars uit de islam mochten, evenals de joden, geen afbeeldingen van levende wezens maken: hun artistiek talent spitste zich toe op mooie kalligrafie en abstracte ontwerpen. Maar bij de christenen was dat verbod er niet en christelijke kunstenaars hebben vanaf het begin de verhalen en personen uit de Bijbel geïllustreerd.

In de Middeleeuwen werden de kerken en kathedralen in Europa met kleur gevuld, schitterend versierd met muurschilderingen, houtsnijwerken en beelden van de heiligen en  engelen, vooral van de machtige aartsengelen Gabriël, Michaël en Rafaël.

In die tijd kon men het leeuwendeel van de grote kunst in kerken nog terugvinden omdat de pausen en bisschoppen extreem welgesteld waren. Vele van de oude kerken in Europa  hebben muurschilderingen waarop bijbelse verhalen van menselijke ontmoetingen met engelen staan afgebeeld.

Voor de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15e eeuw hadden de gewone mensen geen boeken en konden de meesten niet lezen, dus waren ze voor hun kennis van de bijbelverhalen en de engelen grotendeels aangewezen op deze behalende schilderijen.

De christenen vatten hun geloof erg serieus op in die dagen, en de schilders, dikwijls monniken, die deze afbeeldingen maakten, haalden hun inspiratie uit oprecht vertrouwen en geloof. Het is heel goed mogelijk dat hun schilderijen werden gebaseerd op visioenen die ze tijdens het bidden en mediteren hadden gezien.

De mooie afbeeldingen die u vandaag op kerstkaarten en in engelenboeken tegenkomt, zijn veelal geschilderd tijdens de Renaissance en de 15de en 16e eeuw; u kunt gaan ze bekijken in de musea en kerken van de Italiaanse steden, zoals Florence en Venetië. Die afbeeldingen tonen ons het traditionele beeld dat we van engelen hebben, met vleugels, lange gewaden en aureolen; ze zingen en bespelen muziekinstrumenten op de muren en plafonds van kathedralen en kerken.

Bron: ‘De bijzondere kracht van engelen’ van Theolyn Cortens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *