1 van 5 – Leven in eenheid – hoofdstuk 1 van module 37 Innerlijke Bron

GA NAAR HET WEBINAR ‘LEVEN IN LIEFDE’ OP WOENSDAG 28 APRIL 20.00 UUR

In dit eerste hoofdstuk van de cyclus Innerlijke Bron (module 37, Leven in eenheid, vrijheid, liefde) willen we over het thema eenheid spreken. Eenheid. Dat is een concept dat op verschillende wijze begrepen kan worden. We willen allereerst bekijken hoe het woord ‘eenheid’ in het alledaagse leven verstaan wordt, om later in dit hoofdstuk een diepere laag van betekenis te proberen ontdekken. 

Er is eenheid tegenover veelheid, uniformiteit tegenover diversiteit. Mensen hebben de neiging om zich te groeperen. Met vereende krachten sta je namelijk sterker. Mensen vormen met elkaar een zichtbare eenheid, dus in de vorm, als ze er gelijk uitzien en gelijk bewegen, zoals dansers dat bijvoorbeeld kunnen en militairen. De eenheid van de groep is dan herkenbaar in de uiterlijke vorm. Er is een zichtbare gelijkheid. 

Als je deel uitmaakt van zo’n groep, dan ervaar je een vorm van harmonie en onderlinge verbondenheid. Je persoonlijke identiteit gaat wat naar de achtergrond. Als je in een dergelijke groep bent, zonder je te voegen naar die uniformiteit, valt dat onmiddellijk op. Je bent niet meer één van hen. Je ziet er anders uit. 

Je kunt eenheid ook heel goed voelen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan musici die met elkaar een muziekstuk uitvoeren of aan een goed op elkaar afgestemd sportteam. Dan voel je een sterke onderlinge verbondenheid, een onderlinge harmonie als je met elkaar zoiets tot stand brengt: een muziekstuk of een goede wedstrijd of oefening. Als je uit de toon valt doordat je je onvoldoende kunt aanpassen, dan voel je dat ook direct. Er is dan eigenlijk geen samenklank meer.

We zien ook dat mensen met overeenkomstige ideeën naar elkaar toe trekken. Je ziet dat bij religieuze en spirituele groeperingen bijvoorbeeld en bij politieke partijen. Je ziet het ook bij bewegingen die zich bewust bezighouden met duurzaamheid of klimaatneutraal leven, bijvoorbeeld ook de zero-waste lifestyle. We zoeken in het algemeen naar bevestiging van onze eigen ideeën. Het is ook prettig omgaan met gelijkgestemden en fijn samenwerken met mensen die je liggen, en die je kent. Mensen die jouw werkwijze begrijpen en ondersteunen. wanneer je daarmee het doel wilt bereiken, ja, dan is het nodig dat de neuzen dezelfde kan op staan, dat je een gelijke visie hebt en dat je overeenkomstige waarden onderschijft. 

Mensen verenigen zich dus op allerlei manieren. In de samenleving zien we heel veel verschillende van die groepen. Groepen met eigen missies, eigen bijbehorende werkwijzen waarmee ze hun doestellingen willen realiseren. Ze vormen kleinere of grotere eenheden op een gemeenschappelijke basis in een wereld die zich verder overigens juist kenmerkt door diversiteit.

Diversiteit is tegenover de eenheid, een hele belangrijk waarde in de wereld. Wij maken ons zorgen om bijvoorbeeld diersoorten die uitsterven of bedreigd worden met uitsterven, ook talen die verdwijnen. Juist de diversiteit van de soorten is essentieel voor het instandhouden en de verdere ontwikkeling van het leven op aarde. Het bestaansveld waarin wij leven is een wereld van veelvuldigheid en van tegengestelden, of zoals de taoïsten dat bijvoorbeeld noemen: de wereld van de tienduizend dingen. 

Alles komt voort uit ‘het Ene’ 

Hermes Trismegistus, wiens wijsheidsleer opgetekend is in het oude Egypte, spreekt ook over eenheid, maar op een andere wijze. Hij zegt dat de eenheid alleen voort kan komen uit het goddelijke. In deze wereld is geen durende eenheid mogelijk omdat alles wat komt, ook weer weggaat. Alleen in het goddelijke is eenheid mogelijk. Want alle leven komt voort uit God, of anders gezegd, uit ‘het Ene’, uit het ongeschapene. En Hermes zegt hierover: 

Het is moeilijk zich een voorstelling van God te maken, maar ook al is iemand daartoe in staat, dan kan hij hem toch niet omschrijven, want het is voor het lichamelijke onmogelijk om het onlichamelijke aan te duiden, het onvolmaakte is niet in staat het volmaakte te begrijpen en het is moeilijk voor het kortstondige met het eeuwige samen te gaan. Het Ene is er immers altijd en het andere gaat voorbij. 

Uit: J. van Rijckenborgh, De Egyptische Oergnosis 

BESTEL DE 4 DELEN VAN DE  EGYPTISCHE OERGNOSIS VAN € 90,- VOOR € 75,-

Hermes spreekt over God als onlichamelijk, als volmaakt en eeuwig. En over ons mensen als lichamelijk, als onvolmaakt en kortstondig. Wij hebben echter ondanks onze sterfelijkheid een herinnering, als een latente vonk in ons, aan dat volmaakt eeuwige. Hermes noemt een mens daarom een tweevoudig wezen, namelijk aards en sterfelijk naar zijn persoonlijkheid, en goddelijk en onsterfelijk naar zijn innerlijke kern, naar die latente vonk. Ons lichaam is de zichtbare vorm van wie wij zijn, maar onzichtbaar in ons is er een onstoffelijk beginsel dat in feite wezenlijker is dan ons lichaam omdat het onsterfelijk is. 

En dat onsterfelijke beginsel wil zich openbaren. J. van Rijckenborgh, één van de grondleggers van het Rozenkruis, schrijft in zijn boek De Egyptische Oergnosis het volgende: 

Enerzijds is daar in het menselijke stelsel de zaadkorrel van de onsterfelijkheid, de geestvonk, ook wel aangeduid als de roos van het hart; anderzijds is daar het sterfelijke menswezen, de natuurgestalte. U kunt geen enkel ander schepsel vinden van een dergelijke tweevoudige geaardheid. 

En zo is door de val van de oorspronkelijke mensen Gods die zozeer wonderlijke toestand ontstaan, dat in myriaden sterfelijke entiteiten het zaad van de geest gedifferentieerd is. En dat al die myriaden entiteiten waarin dat zaad aanwezig is, samen het volk van de kinderen Gods zullen kunnen doen groeien. 

Uit: J. van Rijckenborgh, De Egyptische Oergnosis 

J. van Rijckenborgh schetst hier een groots perspectief. Door de aanwezigheid van ‘de zaadkorrel in het hart’ is het mogelijk dat dit zaad in de lichtkracht van de gnosis gaat ontkiemen en groeien. Dan is het mogelijk om een nieuw, volmaakt en onsterfelijk wezen tot leven te wekken. Om vrij te komen van het onvolmaakte leven als aardse mens, om weer ‘een kind van God’ te worden, een volmaakte, hemelse mens. 

Onze wereld van nu is een afgescheiden deel van de goddelijke wereld. Ze is ontstaan in een heel ver verleden door het eigenwillig handelen van een deel van de oorspronkelijke mensheid. Een misstap zou je het kunnen noemen, die echter helemaal hersteld kan worden door een door ‘de roos van het hart’ gewezen, innerlijke weg te gaan. 

De wereld is een leerschool 

Jan Amos Comenius schrijft in zijn geschrift Via Lucis dat de wereld een school is van Gods wijsheid. Hij onderbouwt dit in vijftien uitgangspunten. In het tweede uitgangspunt spreekt hij over een vervulbaar zoeken en verlangen. Hij zegt:

De wereld zoekt en bekent met dit zoeken, dat zij verlangt naar een vollediger weg, tot vollediger licht. Indien dit verlangen zonder enige hoop op vervulling
in ons hart geplant is, dan zal meteen ook een streep getrokken moeten worden door de uitspraak: God en de natuur doen niets tevergeefs. Als die echter onuitwisbaar is, dan is het verlangen dus wel vervulbaar en niet vergeefs gegeven.
Uit: Jan Amos Comenius, Via Lucis 

In ons leven doen we ervaringen op. We oefenen als het ware alleen al door ons leven te leven. Deze ervaringen leiden, met name als zij overdacht worden, tot een zeker bewustzijn. En al doende en steeds meer bewust gaan we, in eerste instantie nog vaag, een plan zien en herkennen. Een plan waaraan we kunnen meewerken. We gaan de idee die aan de schepping ten grondslag ligt herkennen en doorzien.

J. van Rijckenborgh noemt het leven een alchemisch laboratorium, waarin we een taak, een opdracht te vervullen hebben. hij schrijft:

God roept zijn schepselen niet slechts tot aanzijn, hij plaatst ze niet slechts in een wereldorde, doch hij geeft hun ook een opdracht: te werken aan de voortgangen van de al-openbaring, en hij schenkt hun daartoe een gigantisch alchemisch laboratorium, het zevende universum. 

Uit: J. van Rijckenborgh, De Egyptische Oergnosis 

Onze wereld is een afgescheiden deel van het goddelijke, een toegesloten deel zou je kunnen zeggen. In dit bijzondere levensveld is het mogelijk om te leren, te oefenen en om bewustzijn op te bouwen. En de innerlijke opdracht, die als een wenkende roep van het hart uitgaat, te gaan horen en wat meer is, die ook te gaan volgen. 

Gehechtheden 

Onze wereld is veranderlijk van aard. Alles komt, alles gaat. Alles wordt na ontstaan en groei weer minder en verdwijnt. Alles wat tot leven komt, sterft weer. Na de blijdschap van een geboorte komt onherroepelijk de droefenis van een sterfgeval. Natuurlijk verheugen we ons in al het nieuwe dat het leven ons biedt. We zijn blij met de geboorte van een kind, schenken het onze liefde, zodat het zich goed hechten kan. Want een goede hechting is belangrijk voor een harmonische ontwikkeling. We scheppen zo een onderlinge band met onze familie en daarnaast ook met vrienden en anderen. En we hechten ons aan gewoonten, aan gedachten of aan opvattingen. En aan materiële zaken en aan allerlei dingen die we belangrijk vinden. 

Tegelijkertijd beseffen we ook dat al deze gehechtheden knellende banden kunnen worden. We zitten er een beetje aan vast en worden erdoor beperkt in onze bewegingsvrijheid. Als we dit beseffen, wordt ons aangeraden ‘los te laten’, dus minder te hechten. Dit geldt ook voor materiële zaken; soms is het gewoon te veel en staat het niet figuurlijk, maar letterlijk in de weg. ‘Ruim op’ is het devies, ofwel ga ‘ontspullen’. Kwaliteit vóór kwantiteit.     

Als leerling-schepper 

Wat is menselijk gezien voor ons kwaliteit? Wat doe er echt toe in het leven? Hoe kunnen wij zo leven dat de essentie van het leven naar boven komt? Hoe scheppen wij een harmonisch eigen leven?

In principe is een mens een schepper in wording, een schepper in ontwikkeling, een leerling-schepper. Elk mens heeft scheppende vermogens, maar hij weet nog niet goed hoe hij die vermogens gebruiken kan. In feite is alles wat je doet, zegt of denkt, ja zelfs wat je voelt, een scheppende handeling, want je creëert iets. En als creëerder, als schepper, ben je verbonden met je scheppingen en ook verantwoordelijk voor de gevolgen ervan. Ook als je onnadenkend gehandeld, gedacht of gesproken hebt. 

Wij zijn verbonden met alles wat we doen, met alle mooie en ook alle minder mooie acties. Met alle mooie en ook minder mooie gedachten en gevoelens. En alle gevolgen van ons handelen, de consequenties ervan, alles keer naar ons terug, als een boemerang. Consequenties die we soms helemaal niet hadden voorzien. We zijn immers nog aan het leren. En daarom zijn de consequenties in feite ook weer een zegen, want ze zijn onmisbaar om ervaring op te doen. Op die manier oefenen we ons en groeien we in bewustzijn. 

Alles wat komt, verdwijnt ook weer. En ja, dat begrijpen we nu, dat is ook een zegen, omdat we daardoor weer vanzelf loskomen van onze creaties, er niet blijvend aan vastzitten. We krijgen steeds weer nieuwe kansen. 

Verlangen naar eenwording 

Het geheel van deze al dan niet prettige ervaringen kan ons bewust maken van onze huidige levensstaat, met zijn wisselende en vaak onvolkomen kanten. Dit bewust worden van het onvolmaakte kan tegelijkertijd het verlangen naar het wél volmaakte oproepen. Op een gegeven moment raak je uitgeprobeerd ‘die hemel op aarde te vestigen’, zonder dat het verlangen dat daaraan ten grondslag zit, minder wordt. En dan groeit er langzaam een besef in ons dat het onze roeping is om de onvolmaaktheid op te heffen op een heel ander niveau, namelijk op een ziele-niveau. 

Als we dat beseffen gaan, voelen we ons een beetje een vreemdeling in deze wereld, voelen we ons soms ontheemd in de drukke bedoening van ons alledaagse leven. We gaan op zoek, op zoek naar een nieuwe en meer essentiële invulling van ons leven. We ervaren dit vermoeden van iets essentiëlers als een soort heimwee, een heimwee naar een ‘betere wereld’. 

Je kunt dit heimwee vergelijken met ervaringen die je vroeger als kind misschien gekend hebt. Je ging logeren bij een tante of vriendje en je verheugde je erop, omdat er allerlei leuke dingen op het programma stonden. Pannenkoeken eten, een uitje naar de dierentuin of misschien wel een feestje. En dan, dan gebeurde het ineens. Je wist dat je niet thuis zou gaan slapen, maar ergens anders, in een vreemd bed in een vreemde kamer in een vreemd huis. En de pannenkoeken smaakten niet meer want er zat een knoop in je maag. Die dierentuin was leuk, maar toch maar eventjes want toen dacht je er weer aan. Door het heimwee verloor alles zijn schittering en kleur. En je wilde nog maar één ding eigenlijk:  naar huis! 

Op vergelijkbare wijze kan er een soort heimwee, een onbepaald verlangen ontstaan naar iets dat we innerlijk als bekend vermoeden, maar waar we van afgesloten zijn. Iets waar we naar terug willen gaan. Door te ‘logeren in deze wereld’, door het leven te leven met al zijn ups en downs, kan er op een gegeven moment een opening in ons ontstaan, een opening waar licht doorheen kan vallen. Via een barst in ons pantser wordt het hart getroffen door het ene licht en raakt het een verlangen aan, een diepgevoeld verlangen naar een-zijn met ‘het Ene’, met het licht. Een heimwee dat niet meer te stillen valt, inspireert ons het innerlijke roer om te gooien en ons toe te wenden tot dat licht. 

Een-zijn met het licht 

Dit verlangen stuwt ons voort in onze zoektocht, op onze innerlijke ontdekkingsreis. Mevrouw Catharose de Petri schrijft hier ook over. Zij gebruikt hier de ons bekende christelijke mysterien om drie fasen te onderscheiden in deze reis. Wij citeren haar: 

Ten eerste onderscheiden we de aanraking, ten tweede de wording en ten derde de vervulling. 

De eerste fase wordt in de heilige schrift aangeduid als het geloof. Via de aanraking van de heilige zevengeest, wordt als het ware een brug geslagen tussen de leerling en het nieuwe leven. 

Wanneer de leerling in die eerste fase over het nieuwe leven hoort spreken, dan hoort hij, als het ware, deze stem van binnenuit spreken.
Alleen uit dit geloof ontwikkelt zich de aanraking van de heilige geest.
In de tweede fase komt uit de aanraking de wording voort. De wezenswerkelijkheid van de leerling wordt, door die aanraking, als het ware geheel en al veranderd. Deze nieuwe levenskracht wordt aangeduid met het begrip hoop, de hoop des eeuwigen levens. En deze wordt voor de leerling: werkelijk nieuw leven. 

Uit dat nieuwe leven komt de vervulling. Het proces van transfiguratie kan zich inzetten. Eerst dan staat de leerling in de liefde, die het meest is.
In het geloof werd hij behouden. In de hoop ging hij leven, maar in en door de liefde, en in en door de vervulling, ontvangt hij macht, de derde fase. Die macht bezitten beduidt: vrijheid bezitten. 

Uit: Het Levende Woord door Catharose de Petri

BESTEL HET LEVENDE WOORD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *