Het vrijmakende pad van het Rozenkruis – toespraken voorafgaand aan de vierde Aquarius conferentie

BESTEL DE VIJFDELIGE BUNDEL ‘DE APOCALYPS VAN DE NIEUWE TIJD’ VOOR € 10,–

Het boekje Het vrijmakende pad van het Rozenkruis bevat alle teksten van de vierde van de vijf Aquarius-conferenties van de Internationale School van het Gouden Rozenkruis. Dat boekje kan afzonderlijk worden besteld en maakt tevens deel uit van een bundel van de vijf boekjes van met de teksten van de vijf Aquarius-conferenties, die vanaf september 2020 kan worden aangeschaft voor slechts € 10,-. De lezer wordt aangespoord zichzelf te vernieuwen, waarbij de werkzaamheid van Aquarius, een veranderende stralingswerkzaamheid die over de wereld gaat, een grote hulp is. Hieronder volgt de integrale tekst van de inleidingen die gehouden zijn op een openbare bijeenkomst voorafgaand aan de vierde Aquarius-conferentie (Bazel).

WIE ZIJN DE ROZENKRUISERS?

Wij zijn van grote vreugde en diepe dankbaarheid vervuld dat het ons vergund is u hedenavond in naam van de Internationale School van het Rozenkruis, het Lectorium Rosicrucianum, hier welkom te mogen heten. Zoals aangekondigd werd zullen wij tot u over de rozenkruisers spreken en enige met dit onderwerp samenhangende aanzichten nader belichten.

Als wij op de geschiedenis terugzien, constateren wij dat er in de laatste zeshonderd á zevenhonderd jaar steeds weer over de rozenkruisers gesproken wordt. In werkelijkheid echter bestaat deze verheven Broederschap reeds veel langer. Deze orde werd onmiddellijk na de val van de mensheid gevormd en ontving door goddelijke openbaring de kennis van de weg waarlangs de mensheid uit haar diepe verzonkenheid weer bevrijd kan worden.

Ofschoon deze onsterfelijke Broederschap steeds uitsluitend voor de bevrijding van de mensheid heeft gewerkt, moest zij toch door alle tijden heen veel laster en vervolgingen doorstaan. Steeds heeft men gepoogd haar arbeid te verijdelen en dit geschiedde telkens het eenvoudigst door haar naam te misbruiken en bewegingen te stichten die zich wel met de naam van het Rozenkruis tooiden, maar die geheel andere doeleinden nastreefden.

Er nadert echter snel een tijd waarin een groot deel van de mensheid de waarheid met betrekking tot het Rozenkruis zal begrijpen en doorzien.Vanuit een net van leugens en bedrog, dat van oudsher om deze verheven orde werd gesponnen, zal een monument verrijzen van onvergelijkbare en onbevlekte schoonheid, namelijk: het universele christendom der rozenkruisers, een christendom dat altijd slechts door weinig mensen werd begrepen.

Spoedig zal de dag aanbreken waarop velen, zoals eenmaal met Saulus het geval was, op een bepaald moment, als Paulus, met grote ontroering het licht en de liefde van het kruis in zich zullen opnemen en uit hun geestelijke blindheid met nieuwe ogen zullen ontwaken.

Wie zijn de Rozenkruisers?

Zoals reeds gezegd vormen de Rozenkruisers de oudste bekende Broederschap. Vóór men sprak van alle grote geestelijke leiders der mensheid, die ons vanuit de oudste geschiedenis bekend zijn, bestond reeds de innerlijke kerk, de innerlijke gemeenschap van het Universele Rozenkruis. Van deze innerlijke lichtgemeenschap gingen alle groten en verhevenen uit om voor de gevallen mensheid te werken. Daarom bevatten de mysteriën, waarmee de rozenkruisers vertrouwd zijn, alles wat over God, de natuur en de mensen bekend kan worden. ledere wijze die ooit geleefd heeft was een leerling van deze Broederschap en heeft van haar de ware wijsheid ontvangen.

De rozenkruisers doorvorsen slechts één boek: het levensboek. Hun plaats van samenkomst is de tempel van de Heilige Geest, die de gehele natuur doordringt. Voor de uitverkorenen, zegt de Broederschap, is deze tempel gemakkelijk te vinden, maar voor de ogen van de grote massa blijft hij verborgen. Zijn geheimen staan iedere mens, die ze ontvangen kan, vrij ter beschikking. De geheimhouding ontstaat dus niet uit gebrek aan bereidwilligheid deze geheimen aan anderen mede te delen, doch uitsluitend uit onvoldoende ontvankelijkheid van hen die naar de goddelijke wijsheid uitzien.

Om nu de mens voor de goddelijke waarheid, wijsheid en liefde ontvankelijk te maken, werkt de Broederschap van het Rozenkruis in de wereld. Zij werkt niet slechts met woorden, maar in de eerste plaats met een stralingskracht, die zich tot het hart van de mensen wendt. Met deze stralingskracht poogt zij in vele mensen het geestvonkatoom te wekken, een geestelijk centrum, vol geheimenis, dat aan de top van de rechter hartkamer gelegen is. Als het gelukt deze verborgen levenskern, deze zielevonk, in het mensenhart te doen ontwaken, kan zich het wonderbaarlijke proces voltrekken dat wordt aangeduid als de wedergeboorte van de ziel.

Dit is een innerlijk groeiproces, waarin de nieuwgeboren ziel zich steeds meer ontplooit, steeds lichtender wordt, om zich eens in onmetelijke glorie te verheffen en grootse verten met haar stralende licht te doordringen. Behalve de eigen grote bevrijding, die daardoor aan de betrokken mens geschonken wordt, brengt dit ook hulp en zegen aan allen die nog in de kluisters van het aardse leven smachten, daar het zich uitbreidende zielelicht van de goddelijke liefde tot een losprijs voor velen wordt.

Om dit verheven doel beter en sneller te kunnen bereiken werd vele jaren geleden de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis in het leven geroepen, als een werktuig in handen van de Broederschap. In deze School ontvangt men geen leerstellingen, maar een nieuwe kracht om tot wedergeboorte te komen; want de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis vormt een krachtveld, een stralingsveld, uit de Heilige Geest. Zulk een stralingsveld wordt opgebouwd door afgezanten der Broederschap van het Rozenkruis, die de vrijheid en de onsterfelijkheid reeds in een vroeger bestaan op aarde verworven hebben en die vrijwillig, ten dienste van hun medemensen, tot de aarde zijn teruggekeerd.

Wij hebben het grote voorrecht hedenavond twee afgezanten der Broederschap van het Rozenkruis, en stichters van de moderne Geestesschool, de heer J. van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) en mevrouw Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22), in ons midden te hebben. Deze beide gezondenen vormen de kern van een nieuwe, gnostieke rozenkruisarbeid in onze era.

Van dit geestelijke brandpunt gaan ononderbroken stralingen uit, reine astrale lichtstromen. Met deze stralingen en krachten worden al diegenen verbonden die vrijwillig de Geestesschool naderen en uit haar centrale bron, die liefde is, wensen te leven. Deze mensen worden van stonde af aan opgenomen in een alchemisch proces, dat in het hartatoom aanvangt en eenmaal zijn bekroning zal vinden in de drievoudige wedergeboorte naar geest, ziel en lichaam.

DE ALCHEMIE DER ROZENKRUISERS

In het jaar 1919 gelukte het de Engelse natuurkundige Ernest Rutherford voor het eerst langs experimentele weg atomen om te zetten. Door het beschieten van stikstofatomen met alfadeeltjes ontstonden zuurstof- en waterstofatomen. Hiermee was aan de moderne atoomwetenschap de omzetting der elementen gelukt. Het oeroude verlangen uit onedele metalen goud te maken scheen daarmee zijn vervulling nabij. Men was, zo meende men, het geheim van de oude alchemisten op het spoor gekomen en geloofde het raadsel der alchemie, de kunst van het goudmaken, opgelost te hebben. Geen wonder dan ook dat men de hedendaagse omzetting van atoomkernen wel eens als moderne alchemie aanduidt.

Deze opvatting berust echter op een grote vergissing, want bij de ware alchemie, bij de ware kunst van het goudmaken gaat het niet om het uiterlijke, het aardse goud, doch om zeer verborgen microkosmische processen, die reeds sinds de grijze oudheid de kern van de goddelijke mysteriën vormen. De omzetting van onedele metalen in goud dient dan ook symbolisch te worden verstaan: het ware goudmaken heeft betrekking op geestelijke proces- sen terzake van de ziel, die de volkomen wedergeboorte, de volkomen herschepping van de mens ten doel hebben. De ware alchemie geldt dan ook het goud des geestes.

De steen der wijzen, waarnaar zovelen tevergeefs hebben gezocht, is daarom niet in het mineralenrijk te vinden, doch deze goddelijke bouwsteen ligt als een zaadkorrel in het mensenhart verzonken. Het koninkrijk Gods is in de mens zelf. Het wezen des geestes is geconcentreerd in een verborgen punt in het menselijke hart. Dáár is de steen der wijzen te vinden.

Zoals wij reeds zeiden bevindt zich aan de top van de rechter hartkamer van de mens een geheimzinnig, spiritueel centrum dat ‘zaadkorrel Jesu’, ‘roos des harten’ of, moderner, ‘geestvonkatoom’ of ‘Christus-atoom’ genoemd wordt. In deze zaadkorrel van de ziel sluimert het geweldige vermogen om de innerlijke, hemelse mens, die uit de gouden oersubstantie bestaat, te doen opwaken.

De ontwikkeling van deze innerlijke mens, van deze lichtdrager, is een waarlijk koninklijke kunst. Het is geen natuurlijk proces, in de gewone zin van het woord, maar een geestelijk, een alchemisch proces. Daarom moet dit proces beginnen in het geestvonkatoom des harten. Slechts het geestvonk-atoom, als gouden elixer, als steen der wijzen in de mens verzonken, vermag het lood der natuur om te zetten in het goud des geestes.

Uit de stralingskracht van het geestvonk- of Christus-atoom wordt de nieuwe ziel geboren, die zich, vanuit haar kern, een zielelichaam bouwt. Dit zielelichaam heeft een prachtige, goudkleurige uitstraling en omgeeft de mens als een gouden gewaad. Wie zich zulk een gouden lichtkleed weet te weven, verkrijgt daardoor weer binding met de goddelijke geest.

Uit deze samensmelting van ziel en geest, uit deze alchemische bruiloft – zoals de oude rozenkruisers dit alchemische proces noemden – wordt de Zoon der Volheid, de innerlijke Hemelse Mens, geboren.

Als moderne mensen weten wij welk een geweldige macht in het atoom verborgen ligt. En wij weten ook van de verschrikkelijke gevaren die met de experimentele atoomsplitsing verbonden zijn, gevaren waarvan zich de verantwoordelijke atoomgeleerden evenzeer ten volle bewust zijn. Toch kunnen zij het experimenteren ermee niet laten, omdat zij uit innerlijke drang als het ware daartoe gedreven worden.

De leer van het moderne Rozenkruis maakt ons ook bekend dat, naast het reeds genoemde atomaire brandpunt in het hart, het geestvonk- of Christus-atoom, er nog een atomair brandpunt bestaat en wel in het hoofdheiligdom van de mens. Dit atoom in het hoofd, ook wel Luciferisch atoom genaamd, brandde eens in het licht van het hartatoom of Christus-atoom. Het Luciferische atoom in het hoofd was toen de weerspiegeling van het atoom des harten, waardoor de eenheid van hart en hoofd een feit was en het denken van de mens zich aan de hand Gods, aan de hand des geestes, voltrok.

Doch deze heerlijke eenheid werd verbroken. Sinds onnoemelijk lange tijden heeft het Luciferische atoom in het hoofdheiligdom zijn gehoorzaamheid aan het Christus-atoom des harten gestaakt, de leiding van het ganse menselijke levensstelsel aan zich getrokken en dit structureel in ieder opzicht gedesorganiseerd. Het menselijke verstand is in Lucifer ontstoken en zo jaagt de mens voort in de kettingreactie van de hem opgedwongen gedachten: de natuurgeboren mens leeft niet, maar wórdt geleefd.

Het alchemische proces dat zich aldus aan hem voltrekt wordt, vanwege de onheilige gedachtenkracht, gekenmerkt door een tweevoudige werking: naar buiten door explosie en verwoesting, naar binnen door kristallisatie en dood. Slechts indien de mens weer tot de ware alchemie terugkeert, waartoe de wedergeboorte van de ziel voorwaarde is, zal het hem mogelijk worden de innerlijke Hemelse Mens te bevrijden en daarmee zelf de eeuwige vrijheid te erlangen.

Het verheugt ons bovenmate dat wij hier in Bazel over deze dingen tot u mogen spreken. Immers, vierhonderdveertig jaar geleden leefde in deze stad een werkelijke alchemist, wiens naam u zeker bekend is en die door zijn tijdgenoten niet begrepen werd: Theophrastus Paracelsus von Hohenheim, bij afkorting Paracelsus (fakkeldrager van het Rozenkruis 1) genaamd.

Paracelsus bezette aan de universiteit van Basel gedurende korte tijd de leerstoel voor natuurkunde en medicijnen en vervulde gelijktijdig het ambt van gemeentearts. In de innerlijke scheikunde, tot bevrijding van de innerlijke mens toegepast, waren aan Paracelsus inzichten en krachten gegeven die hem onder andere ook tot een werkelijke arts, tot een ware heelmeester maakten, een waarachtige genezer, wiens diepste opdracht de heiliging van de mens was. Genezing, heelmaking, is in deze zin altijd heiliging, op basis van de nieuwe, de wedergeboren ziel.

HET MYSYERIE VAN DE ZIEL

‘Wat baat het de mens, zo hij de gehele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?’

Op dit woord, dat Jezus de Heer eens tot zijn jongeren richtte, steunt het ganse bouwwerk der ware alchemie, het bouwwerk der evangelische wedergeboorte uit water en geest. De ziel heeft, als schakel tussen geest en lichaam, een overheersende betekenis, want met haar reine goddelijke wezen, als geestziel, wordt zij tot lichtende verklaarster van de onkenbare geest en maakt zij bovendien de instroming van de kracht des geestes in het lichaam mogelijk.

Zonder ziel geen bewustzijn en daardoor geen binding met de geestopenbaring. Als een kreet breekt daarom het verlangen van ieder bezield wezen door het al: het oerverlangen naar geborgenheid en vrede, dat uitdrukking vindt in de woorden: ‘Red mijn ziel, o God!’ De opwekking tot zielevernieuwing, tot zielewedergeboorte, loopt als een gouden draad door de evangeliën heen, en de heilige taal aller tijden is zo vol van verwijzingen naar deze eis dat men zich onwillekeurig afvraagt: Wat is dan eigenlijk de ziel?

De ziel is een vuur, een vurig beginsel. Daarom spreekt men van zielevuur. Dit zielevuur is, in de terminologie van het moderne Rozenkruis, een waterstofgas dat in zuurstof brandt. Wij weten dat er zonder vuur geen verbranding is, geen omzetting van stoffen. Ook in de mens vinden verbrandingsprocessen en dus stofomzettingen plaats.

In het zichtbare Universum, dat door Jakob Böhme (fakkeldrager van het Rozenkruis 7) het ‘huis des doods’ werd genoemd, is een ongoddelijk vuur ontstoken, een waterstofconcentratie, die niet in overeenstemming met het goddelijke plan der dingen brandt. Dit ongoddelijke vuur werd van oudsher in de Universele Leer aangeduid als Lucifer. ledere natuurgeboren mens draagt dit onheilige vuur als een zielevlam in zich. ‘In dit vuur worden’, zo zegt Shankara, ‘als een onophoudelijke stroom van offergaven de voorwerpen der begeerte geworpen, waardoor het zichtbare heelal ontstaat.’

Dit Luciferische zielebeginsel verschaft aan de natuurgeboren mens een bepaald bewustzijn: het hem eigen natuurbewustzijn en een daarmee overeenstemmende gedachten- en gevoelswerk- zaamheid. Daarom kunnen wij zeggen dat het menselijke denken in Lucifer ontstoken is en dienovereenkomstige werkingen voortbrengt. Als u dit voor ogen houdt, wordt u duidelijk waarom wereld en mensheid zijn zoals ze zijn.

Volgens de Universele Leer is de ganse grote ruimte, het universum, gevuld met oersubstantie. Deze oerstof bestaat uit atomen van verschillende elementen in onverbonden toestand. Zij is het materiaal waaruit de gehele schepping is en wordt opgebouwd. Zo kan de mens vergeleken worden met een atoomzuil, want ook zijn viervoudige lichaamsgestalte is opgebouwd uit ontelbare atomen.

Deze atomen van zijn lichaamsgestalte zijn gepolariseerd in overeenstemming met het ongoddelijke zielevuur dat in de natuurgeboren mens brandt. Hun polarisaties wijzen alle in de richting van het tijdruimtelijke leven der dialectische wereldorde. En daar het leven van deze wereld slechts schijnleven is en de schijn niet gehandhaafd kan worden, gaat de menselijke lichaamsgestalte steeds weer onder in de dood, en keren de atomen, waaruit deze gestalte bestaat, tot hun oorsprong terug. Wilt u dus de dood overwinnen, dan moeten de atomen van uw persoonlijkheid voor een geheel andere polarisatie worden geopend. Daartoe is nodig dat u het Luciferische vuurbeginsel in u dooft en een ander zielevuur in u ontsteekt: het Christusvuur.

In het middelpunt van de microkosmos, in het hart, bevindt zich het reeds meermalen vermelde geestvonkatoom of Christusatoom. Dit atoom behoort tot een andere wereldorde dan de atomen van de lichaamsgestalte. Het is het atoom waarvan een dichter zegt: ‘Eén goddelijk atoom zou beter zijn dan duizend paradijzen.’ Als dit goddelijke atoom in het hart tot werkzaamheid komt, gaat er een nieuwe, heiligende kracht van uit. Een nieuw licht begint zich dan in het hart te openbaren, hetgeen de geboorte van de nieuwe, de goddelijke ziel, genoemd kan worden.

Als dit nieuwe zielelicht, dit Christuslicht, in het hart gaat stralen en uw wezen binnenstroomt, worden alle atomen van uw persoonlijkheid door deze geestelijke stroom doorgloeid. Dan verandert procesmatig de polarisatie der atomen: zij worden vergeestelijkt. Een nieuw bewustzijn, een nieuwe mentaliteit, is daarvan het gevolg. Met andere woorden: via de nieuwe ziel en het nieuwe bewustzijn vloeit de geestkracht het lichaam binnen en brengt de transfiguratie van het lichaam tot stand. Dit is het mysterie der evangelische wedergeboorte.

U moet eerst naar uw sterfelijke ziel wedergeboren worden en vervolgens het zielelichaam opbouwen. Dan zal uit ‘het lood der natuur’ het ‘goud des geestes’ ontstaan. Dan zal het vergankelijke worden omgezet in het onvergankelijke, zoals Paulus het uitdrukt in zijn eerste brief aan de Korinthiërs (1 Korinthe 15):

‘Gezaaid wordt in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; gezaaid wordt in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; gezaaid wordt in zwakheid, en opgewekt in kracht, gezaaid wordt een natuurlijk lichaam, opgewekt een geesteslichaam. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geesteslichaam. Alzo staat er ook geschreven: de eerste mens Adam, werd een levende ziel, de laatste Adam werd een levendmakende geest.’

Moge u van deze grote waarheid diep doordrongen worden.

HET ROZENKRUIS IN ONZE TIJD

Wij staan aan het begin van een nieuw wereldtijdperk. De voor ons liggende periode wordt algemeen Aquarius-tijd of Waterman-tijd genoemd, daar het lentepunt het zodiakale teken van de Waterman binnengetreden is. Daarmee begint een nieuw hoofdstuk in de aarde- en mensheidsontwikkeling, want de invloeden van het aangebroken Watermantijdperk beginnen zich steeds sterker te doen gevoelen, ten gevolge waarvan wereld en mensheid ingrijpende veranderingen zullen ondergaan.

Hand in hand met deze kosmische omwenteling gaat een stralingskracht van zeer hoge vibratie, die voortdurend in macht toeneemt en uit het oorspronkelijke menselijke levensveld tot ons komt. Ook de aardeatmosfeer wordt door deze kosmische revolutie aangegrepen. En daar u weet hoezeer de mens met de hem omringende atmosfeer, zijn ademsubstantie, verbonden is, kunt u zich voorstellen dat, wanneer de atmosfeer verandert, dit een geweldige invloed op het natuurlijke, zedelijke en geestelijke gedrag van de mensheid moet hebben.

Door deze nieuwe interkosmische stralingsinvloeden ondergaat de samenstelling van de aardeatmosfeer geleidelijk, en dit met een diepe, goddelijke bedoeling, een grote verandering. Indien de mens zich naar lichaam, ziel en bewustzijn daarbij niet weet aan te passen, zal hij. natuurwetmatig, zowel naar het lichaam als naar de ziel voor onoverkomelijke moeilijkheden komen te staan.

Anderzijds bergt het Aquarius-tijdperk ook grote en heerlijke mogelijkheden in zich. Want wie op deze atmosferische Christuskracht positief weet te reageren, zal de nieuwe zon, de zon des geestes, in zijn leven zien opgaan. In deze periode wordt het namelijk mogelijk dat de bevrijde mens, het kind Gods, terugkeert in het Vaderhuis.

Om echter positief op deze atmosferische Christuskracht te kunnen reageren heeft de mens een middelaar nodig, met name de nieuwe, de wedergeboren ziel. Want slechts deze geestziel is in staat zich harmonisch bij de huidige kosmische ontwikkeling aan te passen. Zoals wij echter reeds hebben vastgesteld, bezit de natuurgeboren mens deze geestziel niet en zij valt hem ook niet zonder meer in de schoot.

Wat in de mens wel voorhanden is, is de natuurziel, het Luciferische vuurbeginsel. Deze natuurziel komt echter na de dood onvermijdelijk tot ontbinding, als zij niet reeds bij het leven wedergeboren wordt, dat wil zeggen: opgaat in de verheerlijkte geestziel.

Daarom is voor iedere mens de allesbeslissende vraag: Hoe kom ik tot zielewedergeboorte? Op welke wijze kan ik de geestziel verwerven? De reine krachtstromen van de bovennatuur, de krachtstromen van het Koninkrijk Gods, zijn namelijk in hun vibraties te hoog om door de natuurziel geassimileerd te kunnen worden.

Hoe kan deze moeilijkheid overbrugd worden? Het is de Broederschap van het Gouden Rozenkruis die hier als middelaar voor de mens optreedt. Zij bedt allen die zielevernieuwing zoeken in, in een krachtveld, een stralingsveld, waarvan de vibratie door de natuurgeboren mens verdragen kan worden en waarmee hij kan werken tot zijn gezondmaking, zijn genezing. Dit stralingsveld staat in heerlijkheid te lichten en verbindt zich met het brandpunt dat de gezondenen der Broederschap hier op aarde vormen.

Deze stralingen gaan uit naar allen die ernaar verlangen, in het bijzonder echter naar de harten van hen die de Geestesschool naderen om zich met deze stralen te verbinden. Anders gezegd: de Geestesschool is een sterk elektromagnetisch veld, waarin verschillende stralingen, vibraties en krachten werkzaam zijn, om allen die dit stralingsveld binnengaan voor het hogere, geestelijke leven te wekken. Het is uitgesloten dat een mens aan het goddelijke leven deel kan krijgen alleen op grond van burgerlijke vroomheid of officieel erkende godsdienstigheid.

Voordat de geestziel zich kan ontplooien moet de gehele oude natuurgestalte worden opgebroken. Het geestvonkatoom, de roos des harten, moet bij dag en bij nacht, ononderbroken, een met zijn wezen overeenstemmende lichtstraling ontvangen, wil het tot nieuw leven kunnen ontbloeien. Daarom ziet de mens zich gesteld voor de vraag of hij zich door de interkosmische krachtstromen, die het ganse universum bewegen, in een voortdurende verbreking en vermaling zal laten meeslepen, óf dat hij de reddende hand zal grijpen die hem tot uitredding uit de greep des doods gereikt wordt.

Wij spreken van het moderne Rozenkruis, omdat de School van het Rozenkruis een stralingskracht overdraagt die aan onze huidige tijd is aangepast. De vroegere wegen tot bevrijding kunnen thans niet meer bewandeld worden, omdat de kosmische en atmosferische toestand anders is geworden en de momentele mens zich aan deze nieuwe ontwikkeling moet aanpassen.

In deze dagen houdt de Geestesschool van het moderne Rozenkruis hier, van 23 tot 27 juli, haar vierde internationale Aquarius-vernieuwingsconferentie. Leerlingen uit vele Europese landen, en ook van overzee, zijn hier samengekomen om zich onder een intensieve, geestelijke krachtuitstorting te plaatsen.

Deze conferentie is alleen toegankelijk voor de leerlingen van de Geestesschool. Toch kan het licht, dat in deze dagen hier zal worden vrijgemaakt en een grote stralingswijdte heeft, allen tot hulp zijn die van goeden wille zijn, zodat ook zij die thans nog terzijde staan het licht zullen kunnen vinden en zijn wegen zullen kunnen bewandelen.

INHOUDSOPGAVE

Openbare bijeenkomst
1. Wie zijn de rozenkruisers?

Openingsdienst door het Zwitserse Presidium
2. Zalig zij die het woord Gods horen en het bewaren

Aquariusconferentie door Catharose de Petri en J. van Rijckenborgh
3. De ontwikkeling van het denkvermogen
4. De bovennatuur
5. De eerste doorbraak
6. Inwijding en zelfinwijding
7. De overwinning op de anti-mens

Sluitingsdfienst door het Zwitserse presidium
8. Ware dankbaarheid

Bron: ‘Het vrijmakende pad van het Rozenkruis’ door Jan van Rijckenborgh en Catharose de Petri

BESTEL DE VIJFDELIGE BUNDEL ‘DE APOCALYPS VAN DE NIEUWE TIJD’ VOOR € 10,–

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *