Symbool – De steen der wijzen

In de alchemie is de steen der wijzen een legendarische substantie die op magische wijze in staat zou zijn om sommige lagere metalen zoals kwikzilver om te zetten in goud of zilver. Deze steen stond ook bekend als het levenselixer, en men schreef er verjongende kracht aan toe. Je zou er zelfs onsterfelijk mee kunnen worden. 

De steen der filosofen, zoals hij ook wordt aangeduid, staat daarom in esoterische zin voor verlichting, hemelse gelukzaligheid en perfectie en het was het ultieme doel van de alchemie deze steen te vervaardigen. 

Het symbool bestaat uit een cirkel in een vierkant, omgeven door een driehoek waar- omheen weer een cirkel is getrokken, en dit zou de kwadratuur van de cirkel bewijzen. Michael Maier gebruikt dit beeld in de beroemd geworden 21ste afbeelding van Atalanta fugiens, zijn emblemenboek waarin hij werkwijze, doel en geheimen van de alchemie uiteenzet. Als motto schrijft hij: 

‘Maak een cirkel rond een man en vrouw, plaats die in een vierkant en vat deze in een driehoek, en trek daaromheen een cirkel en dan heb je de steen der wijzen.’

Als deze steen is verworven, beschikt de alchemist of gnostieke magiër over het vermogen iedere substantie weer terug te voeren naar een onbedorven, zuivere staat, zoals die bestaat in de zuivere dialectica of de hoogste hittesfeer van onze aarde.

Bron: Pentagram 2019 nummer 1

TOELICHTING VAN MICHAEL MAIER OP EMBLEEM  XXI IN ATALANTA FUGIENS

De zeer beroemde filosoof Plato beweert, dat in het menselijke gemoed feitelijk alle wijsheid en de wetenschappen der kunsten zijn ingeprent, en door iemand kunnen worden gewekt en aan den dag gelegd door ze vaak te herhalen en in herinnering te brengen. Om dit te bewijzen, voerde hij een kleine, ruwe en ongeletterde jongeman op, aan wie hij allerlei geometrische vragen voorlegde. Daarbij ging het de knaap niet boven zijn pet om ze goed te beantwoorden, wat hij tegen alle willen en weten in ook klaarspeelde, zodat hij reeds van binnen een dergelijke hoge kunst beoefende.

Daarom zou geen enkele kunst vanaf het begin bereikt en geleerd zijn, doch alleen al worden opgetrommeld door erover na te denken en haar vanuit het gemoed naar boven te halen. Zo zou zij hier de knaap van kindsbeen af in zijn denkwereld zijn binnengeleid. Daar voegde hij betreffende zijn grote jaar aan toe, dat de personen, zaken en daden er 48.000 jaar eerder al waren, dus vóór het verloop van het gesternte in zijn huidige vorm en aard, zoals ze ook nu nog zijn en te zien zijn.

Dit alles echter is zonder fundament en een ijdele droom. Zoals bekend is, kleven ons nog enkele vonken van die wetenschappen in het gemoed aan, doch dat is meer een potentie of mogelijkheid om de kunsten te kunnen aanleren, dan dat het werkelijke bezit van die wetenschappen aan den dag wordt gelegd zuiver door te herhalen, na te denken of zich iets te herinneren. Dat echter de wetenschappen en kunsten bij de knaap zo ongeveer waren ingezaaid, valt niet aan te tonen.

Nu zullen sommigen de vraag willen stellen waar de kunsten en wetenschappen toch vandaan zijn gekomen, wanneer de mensen ze niet hebben uitgevonden? Stammen ze dan af van de goden uit de hemel of van de regenten der wereld? Daarop antwoord ik in het kort, dat het wat anders is of men zegt dat zo’n gloed onder de as verborgen ligt en dat wanneer men die tevoorschijn pookt, men er gemakkelijk een maaltijd bij kan bereiden of er onze koude ledematen mee kan verwarmen; of dat men slechts beaamt dat er alleen maar een heel klein vonkje verborgen zit, dat – om gebruikt te kunnen worden – eerst door ijver, moeite en kunst moet worden aangeblazen, aangeleerd en vermeerderd. Anders dooft het geheel uit en verandert het in een koude as. Dat laatste valt samen met de mening van Aristoteles, terwijl Plato het eerste beweert. Doch die negeert het verstand en de ervaring, omdat wat hij beweert, alleen uit fantasie en inbeelding opwelt.

Daarom zou men zich kunnen afvragen, waarom Plato op de deur van zijn school heeft geschreven dat aan de onervarenen in de geometrische wetenschappen hier de toegang is ontzegd, terwijl hij toch wil beweren dat de kleine knaap er inderdaad mee op de hoogte was. Of hij dan lieden op het oog had die minder verstand hebben dan kinderen, of die aan de kinderen gelijk zijn, of het door ouderdom zijn vergeten, valt niet te achterhalen. Vooral in de natuur is dagelijks te zien, dat de redeloze dieren een drang hebben om het vuur te schuwen en ervoor te vluchten, en zich voor het gevaar van water en andere ongelukszaken in acht te nemen. Doch een pasgeboren kind onderkent zoiets niet eerder dan wanneer het zijn vinger verbrandt, net zoals een vleermuisje dat in een lamp is gevlogen en zijn vleugels verliest.

Waarom begeven niet ook de bijen, muggen en vliegen zich door hun snelle vlucht in het gevaar van het vuur? Want zij weten toch net zo min als de anderen welk gevaar hun wacht of eruit kan voortkomen? Ik vermoed en denk, dat de natuur het alleen hun heeft aangeleerd en niet de kinderen. Wanneer de jonge knaap de meetkundige wetenschap net zo aangeboren is, hoe komt het dan, dat Plato niet wist hoe hij een cirkel in een vierkant moest veranderen, en dat Aristoteles zijn leerlingen moest bekennen dat deze kunst weliswaar bekend was, doch dat hij er niet mee op de hoogte was? De filosofen en de wijzen der natuur komt dit alles niet vreemd voor, want van hen zegt men, dat zij de cirkel in een vierkant, en het vierkant via een driehoek weer in een cirkel weten te veranderen. Hiermee geven zij gestalte aan het eenvoudige lichaam zonder windsels, net zoals zij de vier elementen door een vierkant uitbeelden. Zij geven ermee aan, dat van alle eenvoudige lichamen de vier elementen moeten worden afgescheiden.

Een dergelijk vierkant ontspringt aan de natuurkunde, en zoals het eenieder bekend is, stemt het met de natuur overeen. Voor de menselijke gezindheid, de publieke zaak en het verlichten van zijn verstand is dat veel nuttiger en voordeliger dan de theoretische en van de materie afwijkende wiskunde. Wanneer men haar moet aanleren, staat zij de landmeter bij om vaste lichamen te karakteriseren. Dat wil zeggen, de diepte van een bol of een kubus te onderzoeken en het resultaat ervan toe te passen. Wanneer de omtrek van de kogel of bol 32 passen zou zijn, moet hij uitzoeken hoe lang een zijde van de kubus is. Dan moet hij de inhoud met die van de kogel vergelijken. Als de omtrek van de bol maat 32 zou hebben, hoeveel zou dan de zijde van een kubus kunnen bevatten, als die qua inhoudsmaat gelijk zou zijn? Of hij zou moeten uitgaan van de maat en bekijken hoe hij de maat van de kubus en de bol, met de voet of schoen van de omtrek vergelijkt.

De filosofen leren door het veranderen van het vierkant in een driehoek dat men geest, lichaam en ziel tevoorschijn moet brengen, welke drie dan in drie voorbijgaande kleuren verschijnen vóór het rode. Het lichaam of de aarde bijvoorbeeld in de zwarte Saturnus; de geest in de kleur van de witte maan, als een water; de ziel of lucht echter als een geelachtige kleur. Als de driehoek tot zijn hoogste vervolmaking is gekomen, moet hij weer tot een cirkel – dat wil zeggen, tot een onveranderlijke roodheid – worden omgevormd. Door die werkwijze verandert de vrouw in een man, en is er uit beiden een eenheid geworden. Het getal zes is het eerste onder de absoluut volmaakte getallen. Het wordt volmaakt door de een, en vervolgens door de twee, wanneer ze weer in de een worden samengebracht, waarin men rust en eeuwige vrede kan vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *