De Adem des Levens – tekst van Catharose de Petri uit haar boekje ‘Transfiguratie’

BESTEL TRANSFIGURATIE

Hieronder volgt de integrale tekst van het zevende en laatste hoofdstuk van het boekje ‘Transfiguratie’ van Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22), het eerste deeltje van de vier uitgaven in de Rozenserie.

Zhuang Zi heeft in één van zijn werken een hoofdstuk geschreven dat hij ‘Volmaking’ noemt, en dat als volgt luidt:

‘Mijn meester Lie Zi zei tegen Yin, de grenswachter: “De volmaakte mens beweegt zich onder water zonder hinder, gaat over vuur zonder zich te branden, wandelt hoog boven de dingen zonder vrees; laat mij u vragen hoe hij dat bereiken kan.”

De wachter Yin antwoordde: “Dat is door het bewaren van de volkomen Adem; het kan niet worden verklaard als gevolg van behendigheid of durf. Kom, ga zitten, ik zal het u uitleggen. Wat vorm heeft, klank en kleur, is een ding. Hoe zou een ding anders kunnen verschillen van een ander? Maar geen van die dingen kan bereiken wat aan allen vooraf ging. Zij zijn slechts waarneembaarheid. 

Maar het volmaakte is boven vorm en boven mogelijkheid uit te worden veranderd. Wanneer iemand dit bereikt en tot het uiterste hierin doorgaat, hoe zouden dan andere dingen hem in de weg kunnen komen en weerstaan. Hij zou de hem toegekende plaats kunnen innemen zonder daarbuiten te gaan, en verborgen liggen in de spoorloze tijd. Verheugd zou hij de werkin gadeslaan die aan alle dingen hun begin en einde geeft. Door zijn natuur te herleiden tot eeinheid, zijn kevenskracht te voeden en zijn wezen samen te trekken, zal hij doordringen in het onstaan van de dingen. He zou er in die toestand, waar zijn hemels natuur volkomen in zichzelf besloten ligt en zijn geest ongedeeld is nog iets anders kunenn binnendringen?

Neem het geval van een beschonkene, die vna de wagen valt. Zo hij letsel mag krijgen, is dit niet dodelijk. Zijn beenderen en gewrichten zijn dezelfde als die van andere mensen, maar het letsel dat hij krijgt is anders, want zijn geest is ongedeeld. Hij weet niets van zijn komst in het rijtuig, noch van zijn val. De gedachten aan dood of leven, aan schrik of vrees, komen niet in hem op. Daarom ontmoet hij het gevaar zonder ervoor terug te deinzen. Volkomen onder de invleid vna de drank die hij gebruikte, is het aldus met hem gesteld. Hoeveel sterker zou dit blijken, als hij verkeerde onder de invloed van zijn hemelse natuur! De wijze is in zijn hemelse natuur geborgen en daarom deert hem niets.”’

In de moderne Geestesschool streeft iedere waarachtige leerling naar volmaking, naar Heiligmaking. De leerling streeft ernaar aan de vale oorden van de dood te ontstijgen en op te gaan in het Nieuwe Leven, na een offerande van alles wat tot de natuur des doods behoort. Wie op dit Pad van Heiligmaking wandelt, komt volledig vrij van angst, zorg en vrees, en ontstijgt aan de greep der natuur-eonen. Zo iemand wandelt in het Licht gelijk Hij in het Licht is, en verheft zich boven de dingen des doods. Hoe kan men dit bereiken? Door het bewaren van de volkomen Adem van de Gnosis!

Iemand, die onder de invloed heeft gestaan van occulte stromingen, zal kunnen menen deze woorden te verstaan, zoals bijvoorbeeld diegenen, die hebben meegedaan aan oefeningen als de euritmie, welke echter met betrekking tot wat de Geestesschool het Nieuwe Leven noemt, geen nut zullen geven. de grenswachter Yin doelt, met ‘het bewaren van de volkomen Adem’ zeker niet op dergelijke ademtechnieken.

Alleen wie het Rozenpad gaat, komt in binding met de Adem des Levens, met de astrale Krachten van de Gnosis! Eerst wordt, via de Roos des Harten, het sternum (borstbeen) ontvankelijk gemaakt voor de nieuwe ademhaling, en op een gegeven moment zal ook het magnetische breinstelsel gaan ademen in die natuur des Eeuwigen Levens. Procesmatig en tevens harmonisch zal deze verandering zich in de leerling kunnen voltrekken. Wie het geschonken is uit deze Adem Gods te leven, weet dat dit niet het gevolg is van bepaalde oefeningen, en ook geen kwestie van techniek, of van moed en uithoudingsvermogen.

Zhuang Zi geeft ons deze uitleg : alles in deze natuur heeft vorm, klank en kleur; het is de natuur van de veelvormigheid; het is de tijd-ruimtelijke natuur, waarin het steeds weer ‘andere’ zich ook in steeds weer ‘hetzelfde’ openbaart.

Geen tijd-ruimtelijk wezen kan volkomen gelijk zijn aan een ander tijd-ruimtelijk wezen. Beide wezenheren, beiden elkaar wellicht volkomen imiterende, zijn ze toch van elkaar gescheiden, zijn ze wederzijds toch volkomen eenzaam , autonoom en dus absoluut vreemd voor elkaar. Zij zijn slechts waarneembaarheid, zij zijn verschijnselen, zij zijn dingen.

In het Nieuwe Leven stijgt de volmaakte mens, na de gehele weg terug te hebben bewandeld, in zijn eindfase volkomen uit boven vorm en verandering, boven alle aanzichten en verschijnselen der tijdruimtelijke orde.

Het is niet mogelijk van zulk een existentie enige voorstelling te maken, hoewel er wel degelijk sprake is van een toestand van zijn. Wij mogen echter geenszins denken aan een verheerlijkte vorm, want de absolute nieuwe mens is een boven-vorm-entiteit. Hij is als onbegrensde, ín het onbegrensde.

Wie in de volkomen Adem des Levens binnengaat, wie daaraan deel krijgt, gaat binnen in een proces, een proces van groei, dat een ontstijgen is aan het dialectische Iets, in het Goddelijke Niets.  

Wie in dit proces staat, komt steeds méér vrij van de begrenzingen, beperkingen en verschijnselen der tijdruimtelijke vormwereld, en uiteindelijk zal niets hem meer weerstaan. Hij zal de hem toegekende plaats kunnen innemen zoder daar buiten te gaan, en verborgen liggen in de spoorloze tijd, vrij van de stof, vrij van de spiegelsfeer, en toch een ‘Ik-Ben’; vrij van iedere dialectische waarneembaarheid, verborgen in de spoorloze tijd. 

Wie ademt in de volkomen Adem en het rozenpad gaat, zal de natuur herleiden tot de oorspronkelijke samenhang met de Gnosis. Daarom, als iemand het Rozenpad gaat, hoe zou dan iets anders zijn wezen kunnen beroeren?

Denk, als deze uiteenzetting u te abstract is, eens aan iemand die door alcohol beneveld of gevoelloos is. gedachten aan dood, leven, schrik of vrees komen niet in hem op. Hij is zonder enige angst, en niets deert hem, ook het ernstigste niet; immers in zijn toestand is zijn bewustzijn beneveld of uitgedreven door de alcohol.

De kandidaat voor het Nieuwe Leven zet zijn poorten open voor het Licht en de Kracht van de Gnosis, en over hém komt de Adem des Levens! Daardoor wordt hij dermate geabsorbeerd, dat hij alle teistering, angst, zorg en vrees en beperking niet slechts te boven komt, doch zij deren hem niet meer! Hij gaat binnen in de rust van de Ziel.

Moge deze verheven wijsheid van 2500 jaar geleden ons sterken in ons besluit, de Weg die ten Leven leidt te gaan. Wie het Pad gaat, komt vrij, voor eeuwiglijk, in het verborgene van de spoorloze tijd. 

Bron: Transfiguratie door Catharose de Petri, hoofdstuk VII

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *