Dante’s goddelijke komedie of Divina Commedia als spirituele zoektocht beschreven in de grote levensspiraal

BESTEL DE GROTE LEVENSSPIRAAL VAN MARTIN ZIRCHNER

Over de Divina Commedia zijn al talloze boeken geschreven. Vaak gaat het dan over de literaire of de symbolische betekenis van het verhaal. Martin Zichner beschrijft de klassieker van Dante als een spirituele zoektocht. De zoektocht van Dante komt zo op een heel andere manier tot ons als in andere uitgaven. Hier is de zoektocht direct, spiritueel, gericht op ons binnenste, en het laat ons zien wat de Louteringsberg echt betekent. 
Dantes bijdrage tot de wereldliteratuur is als een onuitputtelijke bron die ons inzicht in de mysteriën van leven en bestaan steeds meer verdiept en verrijkt. In zijn Divina Commedia worden tijdgebonden en historische gebeurtenissen vermengd met tijdloze, eeuwige waarheden. Door dat laatste aspect heeft zich in de loop der eeuwen een ruime en gevarieerde Dante-kennis kunnen ontwikkelen. Wie de Divina Commedia onderzoekt, kan een grote verrijking ervaren die zijn hele innerlijk aangrijpt en verandert. Dantes dichtwerk heeft gedurende de afgelopen zes eeuwen veel grote kunstenaars geïnspireerd tot opmerkelijke illustraties.

EEN GEDEELTE UIT DE GROTE LEVENSSPIRAAL VAN MARTIN ZIRCHNER

Faust en de goddelijke komedie als spirituele bronnen 

Twee geweldige getuigenissen heeft de Europese mens als erfgoed ontvangen, twee getuigenissen die zijn diepste bestemming aangaan: de Faust en de Divina Commedia. Deze dichtwerken vertonen een diepgaande overeenkomst. Ze handelen beide over de mens in zijn streven, zijn val, zijn ronddolen, zijn zoeken en tenslotte zijn loutering. En dat terwijl er tussen de totstandkoming van beide werken niet minder dan een half millennium ligt. Bij het ontstaan van de Divina Commedia rond 1300 in het Italië van de opkomende burgerij, waren de drie grote stromingen van Reformatie, Renaissance en Verlichting nog niet op gang gekomen. Maar in Goethes Faust, dat rond 1800 ontstond, is hun invloed – samen met die van Dantes oeuvre – onmiskenbaar. 

Ondanks deze verschillen bespeurt men in beide werken een identiek tijdloos streven. Overigens moet vermeld worden dat Goethe (fakkeldrager van het Rozenkruis 11) in 1826 een vrij grote verhandeling over de Divina Commedia en Dantes intentie heeft geschreven. 

Goethe en Dante kozen verschillende wegen om tot hetzelfde doel te komen. Goethe laat ons lijfelijk opgaan in de figuur van Faust om in diens dadenstorm een mensenleven méé te doorleven. Tot deze tenslotte door innerlijk streven tot rust komt en zich aan het eind van zijn leven laat doorlouteren. Alles is en blijft bij Goethe gesitueerd in het hier en nu van de levenswerkelijkheid. De ervaringsweg naar een hoger bewustzijn – de inwijding – begint bij hem van onder af door het leven zelf.

Dante koos echter een heel andere sleutel om ons innerlijk te bereiken. Hij plaatst het gebeuren achter een sluier, een gordijn – ons gewone, verduisterde bewustzijn. Door dit gordijn voor ons weg te halen laat hij ons vanaf een afstand – door een rijkdom aan beelden – deelhebben aan zijn visie. Op zijn pelgrimsreis door de verschillende sferen in het generzijdse ontmoet hij vele van zijn tijdgenoten die door eigen schuld aan bepaalde omstandigheden gebonden blijven. Zelf laat hij zich samen met zijn gids Vergilius het bestaande verband tussen oorzaak en gevolg verklaren.

Dat maakt hem tot een boodschapper die een innerlijke wetmatigheid beschrijft die voor iedere mens geldt. Zo wil hij duidelijk maken wat het betekent, wanneer men in het leven steeds geestelijke wetten overtreedt. De gevolgen daarvan worden plastisch uitgebeeld in het Inferno, dat onze aandacht het eerst zal opeisen. Inferno betekent een bewuste ‘nederdaling ter Helle’ die op de aangegeven inwijdingsweg niet kan worden overgeslagen. Alleen zo zal men – met Dante – de kracht hebben om de Louteringsberg te bestijgen. Op basis van een hogere wetmatigheid zal men zich daar procesmatig kunnen bevrijden. Richel voor richel zal men hebben te gaan tot de poort van het Paradiso wordt bereikt. 

Met zijn Divina Commedia legt Dante het eeuwige plan bloot, zoals dat voor ieder mens is weggelegd. Goethe daarentegen laat zien hoe dat plan in de mens zelf gestalte moet aannemen door handeling. 

Beide dichtwerken gaan ervan uit dat het bewustzijn van de mens sinds de zondeval een verandering heeft ondergaan. Daardoor is het verstand eenzijdig ontwikkeld en kan het de werkelijkheid van het menselijke leven niet meer ten volle bevatten. Als een doffe spiegel moet het bewustzijn uiterst moeizaam worden geslepen door ervaring en onderricht, om uiteindelijk het betreden van het Louteringspad mogelijk te maken. Een tot dan toe ongekende wilsomwending is daarvoor – volgens Dante – nodig. Iets dat niet zonder schokken en vele, vele smartelijke ervaringen zal gaan, wil de begoocheling wijken voor de ontluikende waarheid. Voor Faust is het hele leven één onafgebroken Purgatorio op allerlei niveaus. Faust gaat de weg van de wilsmagie die door het leven in de juiste banen moet worden geleid. Pas dan zal er evenwicht ontstaan in de ziel en zal het absolute inzicht oplichten. In de Divina Commedia heeft dat inzicht reeds vanaf het begin de leiding over Dante. 

Komedie en tragedie in de Oudheid 

Het is bekend dat de theaterstukken in de Oudheid in de eerste plaats religieuze inwijdingsspelen waren. Doel ervan was de toeschouwer diep in de ziel te raken en te zuiveren. Of een stuk als tragedie of als komedie kon worden bestempeld, hing af van het goede (komedie) of het tragische (tragedie) verloop van de handeling. Heden ten dage heeft in de theaterwereld de term komedie (blijspel) een heel andere betekenis gekregen. In aansluiting op de antieke zienswijze gaf Dante zijn dichtwerk de naam ‘Divina Commedia’ omdat het eindigt in het Paradiso en als zodanig als een blijspel te beschouwen is. 

Vooruitblik op het verloop van de Divina Commedia 

Om in het Paradiso aan te komen moet Dante eerst ongedeerd door het Inferno zien te komen en gelouterd worden in het Purgatorio. Als plaatsvervanger voor de hele slapende mensheid moet hij daar bewust achter de sluiers van het bestaan leren zien, met alle consequenties van dien. Lang voordat hij eindelijk de eeuwige hemelsferen zal mogen betreden, moet hij de verschrikkingen van de Hades leren kennen, het trechtervormig Hellerijk. 

Waar gij zult horen de wanhopige kreten, zult zien de geesten van vroeger in hun lijden, zodat ieder roept om een tweede dood.
[INF. 1, 115-117]

Op de Louteringsberg wordt hij vervolgens voorbereid met de woorden: 

En daarna zult ge hen zien die tevreden zijn in het vuur, omdat zij hopen te komen, wanneer het ook zij, tot de schare der zaligen. [INF. 1,118 -120]

Met dat doel moet de mens zich innerlijk geheel op de sferen-harmonie afstemmen. Tot dit punt kan zijn gids Vergilius hem begeleiden. Dan zal een andere leiding zich moeten aandienen om Dante door het Paradiso verder te voeren: Beatrice. 

Dan, wanneer gij zult wensen tot die op te stijgen, dan zal er een ziel zijn, daartoe waardiger dan ik; haar zal ik u laten als ik vertrek.
[INF. 1, 121-123]

Vergilius geeft aan dat hij zelf niet in staat is om in alle op – zichten aan de hoogste wet te voldoen: 

Want die Imperator, die daarboven regeert, wil niet, daar ik opstandig was tegen zijn wet, dat door mij zijn stad wordt betreden.
[INF. 1, 124-126] 

Vervolgens spreekt hij over diens almacht. De wet geldt en werkt overal. Maar de sferenharmonie is niet overal aanwezig! 

Overal regeert hij, en hier is zijn koninkrijk, hier is zijn stad en zijn hoge troon;
o zalig de mens die hij daartoe uitverkiest! [INF.1,127-129] 

Met deze paar versregels wordt de aanstaande pelgrim het gehele verheven programma voor ogen gesteld. Wanneer hij op zijn afgelopen leven terugkijkt, bespeurt hij de invloed van de opdracht, de almacht van de hogere sferen, de vreugde maar ook zijn eigen onvermogen. 

INHOUD

Voorwoord

Inleiding
Faust en de goddelijke komedie als spirituele bronnen
Komedie en tragedie in de Oudheid
Vooruitblik op het verloop van de Divina Commedia
De architectuur van de komedie
De vier betekenislagen volgens Severinus Boëthius
De brief aan de Can Grande della Scala
Dante ‘verklaart’ de Commedia
De Hel volgens Meester Eckhart

‘Het lied van de ziel’ of de grote bestaansspiraal
Het lied van de ziel of de grote levensspiraal
In het woud der verdoling
In het woud der verdoling
Vergilius, de drie wilde dieren en de windhond
De windhond als symbool voor de waakzaamheid van de ziel
Op het kruispunt des levens aangekomen

Inferno
De inscriptie boven de hellepoort
De veerman in de onderwereld
De Limbo of eerste hellekring
In de Voorhal – de grote geesten van de Oudheid
Minos de zielenrechter
Vijf misstappen uit hartstocht
Aan de rivier van de onderwereld: de Styx
De ‘verboden’ Hellestad
De geestelijke weg en zijn hindernissen
De centauren en de zelfmoordenaars
Oorsprong en bestaansreden van de hellestroom
De strijd om het bestaan als leerschool
Het koord – de geestelijke wet
De Malebolgia, de ‘Buidel des Kwaads’
In het strafoord van leugen en bedrog
Het magnetisme van de ontaarde ziel
Het lot van de tweedrachtzaaiers
Lucifer in de laatste hellekring
De ontdekking van een nieuwe levensspiraa

Purgatorio
De grondstemming in het Purgatorio
Dantes geestelijke opdracht op basis van deemoed en inzicht
Cato als vertegenwoordiger van de geestelijke wet
De overvaart naar de stranden van het Purgatorio 64
De Hemelse Vogel en zijn scheepje
De hulpbehoevende zielen oriënteren zich
De poort tot de Louteringsberg
De ziel wordt door de Vuurhemel aangetrokken
Ontmoeting met de Wachtengel

De drie treden en de zeven zonden
De zeven windingen van de spiraal
De eerste P – reiniging van de hoogmoed
Psychologische of geestelijke kennis van het eigen wezen?
De zeven onzevaders als transformatorisch tegenwichtvan de zeven P’s

De tweede P – reiniging van de afgunst
Afgunst als zielekrankheid bewerkt enghartigheid
De balsem van het medelijden

De derde P – reiniging van de toorn
Trots, afgunst en toorn – bevrijdende deemoed, medelijden en ootmoed
Het mysterie van de wilsvrijheid

Marco Lombardo en de kathaarse invloed
De vierde P – reiniging van de traagheid
De vijfde P – reiniging van de hebzucht
De geesteshuivering op de vijfde richel – een ziel bevrijdt zich
Oeroude inwijdingswegen – geen scheiding tussen heidendom en christendom

De zesde P – reiniging van de vraatzucht
Geestelijke kennis: de ‘omgekeerde boom’
Op de weg des vredes
Het ‘volkomen bloed’ van de zielenontwikkeling
Hoe het eeuwigheidsprincipe zich opoffert
De lotsdraden van de godin Lachesis
Voor elkaar bestemd: geest en ziel

De zevende P – bevrijding van de zinnelijkheid
De ‘vuurproef’ en Vergilius’ afscheid
De heilige bron en de triomf van de geest
De waterdoop door Maelda-Proserpina
De heilzame dronk van het water der vergetelheid en het water van de goede herinnering
Beatrice lost Vergilius af als geestelijk leidster
De griffioen als zinnebeeld van Christus
De zeven kandelabers en de hoer van Babylon

Paradiso
De grondstemming in het Paradijs
Het mysterie van Apollo
Beatrice verklaart de wetten van de sferenharmonie

De eerste hemel – de Maansfeer en de vrije wil
De sleutel van het verlangen
Gehoorzaamheid regeert de hogere scheppingsvelden

De tweede hemel – de Mercuriussfeer
Ziekte en genezing vanuit een geestelijke visie
Het oorspronkelijke adamitische mensengeslacht

De derde hemel – de Venussfeer
Het oerreligieuze en de sfeer van de serafijnen
De vierde hemel – de Zonnesfeer
De adem van de Wil des Vaders en het werken van de zonnecirkels
De vijfde hemel – de Marssfeer
De hogere offerstroom vloeit ononderbroken
De natuurlijke bloedswil
Zelfvergeten hogere levensdrang

De zesde hemel – de Jupitersfeer
De adelaar van de geest verklaart de absolute gerechtigheid
Het universele christendom

De zevende hemel – de Saturnussfeer
Confrontatie met het eeuwige raadsbesluit
De sfeer van de Vaste Sterren
De diepste verinnerlijking voert tot scheppingsdaad
De glorie van Adam

De negende sfeer – de Kristallijnen hemel
De twee tegengestelde cirkelbanen
De Harmonie der Sferen gevormd door de goddelijke Hiërarchieën
Het levende gewaad van God
De tiende sfeer – de hemelse roos

Nabeschouwing
Wat was de relatie van Dante met de Tempelriddersvan zijn tijd?

Korte samenvatting van de honderd zangen
Inferno
Purgatorio
Paradijs

Nederlandse vertalingen van de Goddelijke Komedie

Bron: De grote levensspiraal door Martin Zichner

BESTEL DE GROTE LEVENSSPIRAAL VAN MARTIN ZIRCHNER

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *