Geschiedenis van de rozenkruisers, het laatste programma van een vierdelige Teleac-cursus over gnosis uit 1990

De bovenstaande video gaat vooral over de krachtige impuls van de rozenkruisers , die begon aan het begin van de zeventiende eeuw en die tot op de dag van vandaag doorwerkt in de samenleving. Het betreft de vierde en laatste uitzending van de cursus ‘Geschiedenis van de gnosis’ die Teleac op televisie uitzond in 1990. Hieronder volgt de transcriptie van de video. 

Het koninkrijk van de Vader is uitgebreid op de aarde, en de mensen zien het niet.
Het Evangelie van Thomas, logion 113

Het was een droom.
Ze hadden een droom.
Een gemeenschap van kennis.
Boven de tijd. Door de ruimte. Een droom.
Een wetenschappelijke gemeenschap, van menselijk weten.
Buiten het bereik van de staat, van de wereldlijke kerk.
Een droom van wie vrij waren, en wachtten op een betere tijd.
Een betere plaats. Een eeuwig geheel.
Nooit bestaand hebbend. Altijd bestaand.
Droom je naar die wereld toe. Een wereld van de verbeelding.
Van het verleden naar de toekomst.
De nieuwe tijd en de de nieuwe mens

Een film door Tobias Churton

In het jaar 1614 gebeurde er iets zeer wonderbaarlijks. In Duitsland verscheen een geschrift met de naam Fama Fraternitatis, De Roep van de Broederschap. De Fama richtte zich tot een Europa dat verscheurd was door een meedogenloos religieus conflict. In de Fama werd gesproken over het afbreken van een muur. Over een verborgen graftombe, een graftombe die tien jaar eerder was ontdekt, en dat het intacte lichaam van Christiaan Rozenkruis zou bevatten.

De tekst verhaalt over een Duitse edelman met de naam Christian Rosenkreutz. Deze edelman was in de vijftiende eeuw naar het Nabije Oosten gereisd op zoek naar wijsheid. In Damascus had hij de Arabische alchemie geleerd. Na zijn terugkeer in Duitsland stichtte hij de geheime broederschap van de Rozenkruisers. Die broederschap bestond, naar men zei, uit acht ingewijden en had samenkomsten in gebouw met de naam ‘De Heilige Geest’.

Dr. Christopher Mc.Intosh, historicus

Gnosis is het proces van onze weg terugvinden naar het goddleijke gebied. Weg van het fysieke. En de weg terug is verborgen. Hij is verborgen. Onbekend. De Rozenkruisers dachten dat ze de weg terug kenden. Een oude, geheime filosofie, die volgens de Fama na de zondeval aan Adam was gegeven en door de eeuwen was overgeleverd. De Rozenkruisers kenden dus het geheim. Zij hadden de kennis, de gnosis. Zij kenden de weg terug.

In de Fama ontmoeten de broeders elkaar in het Huis van de Heilige Geest. De Heilige Geest of Sophia, de goddelijke wijsheid, meestal afgebeeld als een vrouw, is een belangrijke figuur in de gnosis. De Sophia is namelijk de middelaar tussen hemel en aarde. Zij helpt ons de weg terug te vinden.

De broeders wijdden zich aan de geneeskunst, de wiskunde, de alchemie – een voorloper van de wetenschappelijke scheikunde – en aan de hermetische wetenschap. Zij zouden elkaar jaarlijks ontmoeten om de voortgang te bespreken van de wereldhervorming die, naar het schijnt, aan hen was toevertrouwd. Ze zeiden:

Uit God worden wij geboren.
In Jezus sterven wij.
Door de Heilige Geest herleven wij.

Carlos Gillly

De Rozenkruisers waren ongetwijfeld een gnostische beweging. Maar als je één van de schrijvers van hun manifesten gevraagd zou hebben of zij zich als gnostici beschouwden, zouden zij onmiddellijk nee gezegd hebben. Het beeld dat men toen van de gnostici had, werd vrijwel geheel bepaald door wat tegenstanders erover schreven. Het eenzijdige beeld van de kerkvaders die al vanaf het begin van het christendom de gnostici bestreden. Maar in de manifesten van de Rozenkruisers tref je veel elementen aan uit de traditionele gnosis. Je kunt de manifesten dus zien als een schakel in een keten van begrippen die begint met de gnosis van Valentinus uit de tweede en de derde eeuw na Christus.

Dan komen de katharen en de middeleeuwse alchemisten, de middeleeuwse mystiek, het neoplatonisme en de renaissance. En vooral Paracelsus (fakkeldrager van het Rozenkruis 1), die zeker in het taalgebied waar de Rozenkruisersmanifesten waren ontstaan een nieuwe terminologie had bedacht. Hij had de symbolen een nieuwe taal van de traditionele gnosis gegeven.

Het komt dus niet als een verrassing dat de man die voor het eerst in de christelijke geschiedenis de gnosis zag als een vorm van primitief christelijk geloof Abraham von Franckenberg was. Volgeling van Jacob Böhme (fakkeldrager van het Rozenkruis 7), en bewonderaar van de Rozenkruisers. Hij rehabiliteerde de gnosis in een werk in manuscriptvorm in 1627. In een deel dat de titel draagt van Theophrastia Valentiniana stelt hij dat de filosofie van Paracelsus en Jacob Böhme identiek is aan de theosofie of filotheosofie, zoals hij zegt van de eerste Valentinus-beweging. De gnostici dus.

Dit werk bleef een tijdlang alleen manuscript maar werd honderd jaar later gepubliceerd in een historisch werk. Een mijlpaal in de geschiedschrijving van de ketters. De naam van dit werk is: Geschiedenis van Ketters en Kerken door Gottfried Arnold. De eerste uitgave verscheen in Frankfurt, in 1700.

Twee dingen in Frankenbergs boek zijn opvallend. Ten eerste het gelijkstellen van de Paracelsiaanse Rozenkruiser-filosofie van Böhme met gnosis. En niet alleen die worden genoemd. Er staat ook een citaat in van Giordano Bruno, een verwijzing naar Thomas a Kempis, naar Meister Eckehart, naar Tauler en andere mystici en andere theosofische auteurs uit het recente verleden. En bovendien, en dat is belangrijk, noemt hij twee keer de Rozenkruisers.

In 1615 werd een tweede manifest uitgevaardigd: de Confessio Fraternitatis ofwel de Belijdenis van de Broederschap. Daarin werd gesproken over grote veranderingen in Europa die op handen zouden zijn en die al in het eerdere manifest waren voorspeld.

Want Europa is zwanger en zal een sterk kind baren. voor Europa zal zich een deur ontsluiten die reeds zichtbaar wordt en waarnaar velen verlangend uitzien.

Wat eertijds is gezien en gehoord en geroken, zal nu ook worden uitgesproken. De wereld ontwaakt uit haar slaap en zal vroeg in de morgen de opgaande zon met geopend hart, ontbloot hoofd en ontschoeide voeten vrolijk en jubelend tegemoet gaan.

Christopher Mc.Intosh

De uitgave van de Rozenkruisersmanifesten raakte als een mysterie de collectieve geest van een tijdperk. Net als een steen in een vijver. De rimpels lopen maar door.

In dit geval was de klap zo heftig, dat ze nu nog doorlopen. Het was een briljante publiciteitsstunt. De rozenkruisers vonden dat als je een nieuwe tijd wilde je je visie het beste in een legende, een mythe kon hullen. En dan in mysteriën. Want een mysterie is een doeltreffende manier om de aandacht te trekken.

Carlos Gilly

Christian Rosenkreutz heeft niet werkelijk bestaan. En ook de Rozenkruisers Broederschap bestond niet in de vorm zoals beschreven in de Rozenkruiser-manifesten. Christian Rosenkreutz is een symbolische figuur. Niet een historische figuur. Misschien is dat wel de kracht die de rozenkruisers-boodschap toen had. Er is een bekende paralllel: Hermes Trismegistus. Ook een mythische figuur. Hij schreef aan de begintijd van het christendom een serie traktaten, die een revolutie veroorzaakten in de toenmalige filosofie. Met de Rozenkruisers ging het net zo.

Christopher Mc.Intosh

We weten niet wie de manifesten heeft geschreven. Wel het milieu waarin ze zijn ontstaan. een groep in Tübingen in Duitsland rond de grote protestantse theoloog Johann Valentin Andreae (fakkeldrager van het Rozenkruis 8). We zijn nu aan het begin van de 17e eeuw. Deze groep keek om zich heen en vond dat Europa een soort New Age-beweging nodig had. Ze hadden wat we tegenwoordig een holistische kijk zouden noemen. Een wereldbeeld dat filosofie, wetenschap, kunst en religie samenbond tot één groot geheel. Als mensen dat ideaal maar navolgden, zou een nieuwe tijd aanbreken.

De schrijver of schrijvers van de manifesten wisten dat er van mysteries een geweldige aantrekkingskracht uitging. En die werd gebruikt om de aandacht te vestigen op de op handen zijnde verlichting die zowel diep-godsdienstig als wetenschappelijk zou zijn. Een nieuw tijdperk zou aanbreken waarin de verlichte Europeaan tot tal van wetenschappelijke ontdekkingen in staat zou zijn om de geheimen van de natuur te doorgronden. Hierdoor kreeg hij een diepere kennis over God, kosmos, mens om uiteindelijk de goddelijke eenheid die achter alles schuilging te ontdekken. Volgens de schrijvers hield de natuur het licht van de goddelijke geest verborgen. De geestelijke alchemie zou dat licht zichbaar kunnen maken, en zou zo de verborgen goddelijke geest in de mens ontsluieren. Dat zou de kern van de gnosis blootleggen.

De wijze en barmghartige God heeft in deze dagen rijkelijk zijn genade en goedheid over de mensheid uitgestort. Daardoor geraken wij dichter tot de volmaakte kennis van zijn zoon Jezus Christus en van de natuur. Ook zijn wijze mannen opgestaan die de kunsten deels kunnen herstellen en vervolmaken, opdat de mens eindelijk beseffe zijn adel en waarde en hij microkosmos wordt genoemd en hoe groot zijn macht over de natuur is.

In de manifesten stond een oproep aan elke ontwikkelde Europeaan om te reageren en mee te doen. Er stond alleen geen adres in. Veel mensen reageerden wel heel enthousiast en probeerden de rozenkruisers te schrijven. Andere mensen vielen hen aan. Weer anderen zeiden dat ze de broederschap vertegenwoordigden. Ik denk dat ze opzettelijk geen adres hebben opgegeven. Ze wilden ermee zeggen: jij moet die nieuwe tijd scheppen. Dat doen wij niet voor je. Het moet door innerlijke transformatie. Dat is ook een gnostische gedachte.

De aangekondigde veranderingen vonden echter neit plaats. In 1619 brak in Zuid-Duitsland de dertigjarige oorlog uit, een oorlog die het gevolg was van religieuze en politieke conflicten. De alchemie die was opgebloeid rond de hoven van Bohemen en stortte ineen en de verlichting waar de Rozenkruisers op gehoopt hadden bleef uit. Het genootschap moest gedurende meer dan 100 jaar een ondergronds bestaan leiden.

Wat eertijds is gezien en geroken zal nu ook worden uitgesproken. De wereld ontwaakt uit haar diepe slaap en en zal vroeg in de morgen de opgaande zon met geopend hart, ontbloot hoofd en ontschoeide voeten vrolijk en jubelend tegemoet gaan. (Confessio Fraternitatis)

De volgende golf: William Blake (1757-1827)

Blake riep op tot verinnerlijking. Tot het heropenen van de ‘werelden van de eeuwigheid’, de geestelijke werelden dus die in een materialistische beschaving of cultuur vrijwel geheel worden buitengesloten. Blake twijfelde er niet aan dat die werelden bestonden. Hij roept ons op om de uitgangspunten van het materialistische denken te verlaten en de mens opnieuw te zien als een geestelijk wezen en de kosmos waarin wij leven als een groot geestelijk universum.

In 1757, het jaar waarin William Blake werd geboren, zag de wereld er anders uit. Europa was verscheurd door religieuze conflicten en het sterk levende verlangen om gevrijwaard te worden van die conflicten had een nieuw soort wetenschapper en filosoof doen ontstaan. Zij wezen geloof en gezag af en vonden dat uitsluitend de rede het richtsnoer van de wetenschap moest zijn.

Blake viel de rede aan. Aan het eind van de 18e eeuw had in de materialistische wereld die we nu betraden de rede de heerschappij opgeëist. Bij de Franse Revolutie werd de rede zelfs als godheid gekroond in de Notre Dame in Parijs. De mens kende een enorme hoogmoed. Het waarlijk goddelijke in de mens werd ontkend. De verbeelding, om met Blake te spreken.

Terwijl de religieuze conflicten afnamen dreigt er weer een nieuwe oorlog. Een strijd die zou worden veroozaakt door de industriële revolutie. Er zou een scheiding ontstaan tussen geest en stof. De visionaire kunstenaar William Blake had dit nieuwe tijdperk al voorspeld.

Alle kunsten des levens zijn in Albion kunsten des doods geworden.
De zandloper afgekeurd:
zijn ambachtelijke eenvoud was als de vaardigheid van de ploeger.
Het waterwiel dat drinkbakken vult, kapotgeslagen en verbrand
omdat het leek op het werk van de schaapherder.
In hun plaats zijn ingewikkelde machinerieën uitgevonden,
wiel zonder wiel, om de jeugd in verwarring te brengen en te dwingen
tot arbeid in Albion, dag en nacht tot in alle eeuwigheid.
Opdat zij schuren en polijsten koper en ijzer, uur na uur,
moeizaam werk, zonder te weten waarvoor
opdat zij hun dagen van wijsheid verdoen met
ellendig gesloof om een karig stuk brood te verdienen.
In hun onwetendheid zien ze iets kleins en denken dat dat alles is.
Dat noemen ze het bewijs,
blind als ze zijn voor de simpele regels van het leven.

Blake was een gnosticus in algemene zin, niet in sektarische zin want hij onleende zijn systeem aan heel veel bronnen. Maar hij was een gnosticus in de zin dat hij was gebaseerd de exacte kennis van een buitengesloten traditie. Blake was een overtuiging toegedaan die daarna via Jung veel opgeld heeft gedaan. De stuctuur van wat we nu de psyche noemen kende vier lagen. Dat zijn blkes vier zoa’s die ongeveer overeenkomen met Jungs vierdeling: rede, intuïtie, gevoel en zintuiglijke waarneming. deze vier functies heeft Blake fraai gepersonifieerd in figuren die iedereen kent. De schurk uit Blakes ‘mythe’ is de figuur Urizen – rede. Urizen legt het universum aan banden. Het is begrensd, bemeten. Een universum van kwantiteiten. Kwantiteit is er de baas: lengte, breedte, hoogte, gewicht. Het is het meetbare universum en het is begrensd. Hij geeft aan waar de grenzen liggen in het heelal. Je ziet hem in een fraaie late gravure van Blake. God die het universum schept met een passer. Hij begrenst het. Terwijl het universum van de verbeelding onbeperkt en onbegrensd is.

Wat is de mens?

Het zonnelicht dat zich ontvouwt is afhhankelijk van het orgaan dat het ziet. Blake begreep volgens mij dat de enige ware revolutie een innerlijke revolutie is, de innerlijke transformatie van de kerk van het nieuwe Jeruzalem. Die bezingt hij zelf in het gedicht Jeruzalem. De stad in het brein van de mensheid is Jeruzalem in de wordingsfase.

Telkens brengt William Blake in zijn werk het gevaar van onderdrukking naar voren. Een visie die ook nu, in de twintigste eeuw nog van toepassing is. Hij zei: als het denken wordt geketend, dan zal blijken dat de liefde zijn wortels zal hebben in het diepste van de hel. Blake creëerde de figuur Orc, een opstandige jongeling die verandert in een kwade onruststoker als zijn geestelijke vrijheid wordt onderdrukt.

Het westen zag het universum als iets mechanisch. En dus richtten we onze maatschappij, ons systeem zo in dat deze onze ideologie weerspiegelde. Blake realiseerde zich heel goed dat hierdoor sterke tegenkrachten zouden worden opgeroepen.

Liedtekst

Laat de slaaf die maalt in de molen
wegrennen het vrije veld in.
Laat hem opkijken naar de hemel
en lachen in de heldere lucht.
Laat de getekende ziel
opgesloten in duisternis en klagen
die in dertig moeizame jaren
geen gilmlach heeft gezien
opstaan en naar buiten kijken
zijn ketenen los, zijn celdeur open
en laat zijn vrouw en kinderen vrij zijn
van het juk van de onderdrukker.
De slaaf kiest de vrijheid
geen ellende meer
de slaaf kiest de vrijheid.
Ze kijken steeds weer achter zich en denken
het is een droom.
Ze zingen: de zon is boven ’t duister
het is een frissere dag.
En de schone maan verheugt zich
over de heldere wolkenloze nacht
want het rijk is niet meer
leeuw en wolf blijven voortaan weg.
Sta op, kijk naar buiten
de ketenen zijn los, de celdeur open
en laat zijn vrouw en kinderen vrij zijn
van het juk van de onderdrukker.
De slaaf kiest de vrijheid
geen ellende meer.
De slaaf kiest de vrijheid, de vrijheid, de vrijheid.
De slaaf kiest de vrijheid
geen ellende meer.
De slaaf kiest de vrijheid

De woorden van Blake vielen in zijn tijd op dorre grond. Zijn profetische boodschap roept in feite op tot een volslagen ommekeer van de materialistische beschaving van de laatste driehonderd jaar. De mens is een geestelijk wezen en we bewonen een geestelijk, levend universum.

Gedurende de negentiende eeuw was er weinig of geen belangstelling voor het werk van William Blake. Misschien zou daar ooit weer verandering in komen. Intussen ging de wetenschap en de mechnisatie met rasse schreden vooruit. In de kunst echter keek de romantiek in deze eeuw met een bijna overdreven heimwee naar het verleden, alsof het onmogelijk was om vooruit te kijken. 

Karl Marx betoogde dat de arbeiders zich konden bevrijden als ze zeggenschap zouden hebben over de productiemiddelen. De achterliggende gedachten van de mechnisatie bleven onaangetast. De geestelijke vrijheid van de arbeiders was eigenlijk alleen nog terug te vinden in hun saamhorigheidsgevoel. De filosofie van het marxisme gaf hoop op bevrijding van het proletariaat. Een bevrijding die voor velen nooit werkelijkheid zou worden. de mensen verloren hun identiteit en gingen ten onder in de massa. De ontwikkeling van het materialisme zou leiden tot onderdrukking. 

Onderaards rommelde het in Europa. Een enkeling merkte het maar op. In 1875 werd door Helena Petrovna Blavatsky de Theosofische Vereniging opgericht. Zij maakte gebruik van de gnostiek om de esoterische traditie van het christendom te laten samenvloeien met het hindoeïsme en het boeddhisme tot één universele gnosis. Zij blies de studie van de magie en de hermetische filosofie weer nieuw leven in. Vooral in Duitsland en in Engeland bloeit daardoor eind 19e eeuw de magie weer op, maar van een wetenschappelijke benadering was echter nog geen sprake. En de occulte filosofie bewoog zich dan ook in de marge van de Europese cultuur. Zo nu en dan dook zij op in de kunst: schilder- en beeldhouwkunst en de muziek. Zowel de sybolisten als een aantal vroege abstracte schilders werden erdoor beïnvloed. Op de buitenwereld maakte deze kunst een nogal geheimzinnige en decadente indruk.

De filosofie van Rudolf Steiner (fakkeldrager van het Rozenkruis 16) was in zekere zin een reactie hierop. Steiner werd in 1861 in Kraljevec, het toenmalige Oostenrijk. Hij was een bijzondere man. Steiner was niet alleen filosoof en pedagoog, maar ook wetenschapper. Hij was tot het inzicht gekomen dat de mensheid een vreselijke toekomst zou wachten als zij het geestelijke deel van het leven zou blijven veronachtzamen. Wat Steiner zo bijzonder maakte, was hij datgene wat zich afspeelde op spiritueel niveau wetenschappelijk wilde onderzoeken. Het denkvermogen zou het bewijs moeten leveren. Hij begon het idee te ontwikkelen van een spirituele wetenschap. 

In 1902 werd Steiner lid van de Theosofische Vereniging en werd hij redacteur van hat verenigingsblad Lucifer Gnosis. Hoewel hij bevriend was met de leider van de vereniging, Annie Besant (fakkeldrager van het Rozenkruis 14), ontstond er bij hem twijfel over de nadruk die de theosofen op de oosterse filosofieën legden geschikt was voor de westerse geest. 

In 1913 richtte Steiner de Antroposofische Vereniging op. Steiner zei dat het begrip antroposofie alleen maar wil zeggen: het bewust zijn van je mens zijn. Hij zei dat de antroposofische beweging haar wortels in de broederschap der Rozenkruisers had. Volgens Steiner van Christian Rosenkreutz een ingewijde die telkens in de geschiedenis reïncarneerde als geestelijk voorganger. Steiner heeft altijd willen voorkomen dat de antroposofische beweging een sekte zou worden. Zijn wens was dat de esoterische wijsheid bezit zou worden van heel de mensheid. Daarin stond hij niet alleen. Hij werd al snel benaderd door artsen, therapeuten, zakenlieden, academici, wetenschappers, theologen, leraren en boeren.

Veehouder Art Schieman, directeur Warmonderhof, Kerk-Avezaath, Tiel

Ongelooflijk, als je om half vijf ’s ochtends in de stal komt. Het is heel stil, Het wordt net licht. Alle koeien slapen nog. En al voordat je de stal in loopt, komt er een heel vredig gevoel over je. De koeien zijn heel stil. De loopt tussen ze door voor je ze naar de melkruimte brengt. Ze hebben er geen idee van dat het tijd is om op te staan. Je moet ze echt wakker maken. En dan kijk je om je heen. Prachtig. Spiritualiteit heeft heel praktische resultaten. Je loopt over de akkers, kijkt naar de verhouding tussen het weer en het groeiproces, observeert hoe de koeien eraan toe zijn, of ze gezond zijn of niet. Je kijkt naar het groeiproces van een plant. Dat omhoogreiken tussen hemel en aarde is in feite een diep geestelijke daad. 

Antroposofie wordt in de landbouw op allerlei manieren toegepast. Waar het in feite op neerkomt is natuurlijke processen begeleiden. Als boer breng je stukje wilde natuur in cultuur. Daar gaat het in feite om. Wij proberen dat met zoveel mogelijk eerbied te doen. We proberen diongen te behouden. We behouden zoveel mogelijk van wat waardevol is in het landschap. Houtwallen en water en allerlei insecten en vogels en dieren die in de grond leven. En de antroposofie helpt ons daarbij. Wij leren hoe we die processen moeten zien in het kader van wat de aarde omvat en wat voor gebeurtenissen zich afspelen in de kosmos.

Een man die destijds de theosofische lezingen van Steiner in Berlijn bijwoonde was Max Heindel (fakkeldrager van het Rozenkruis 19). Heindel emigreerde naar de Verenigde Staten, waar hij The Rosicrucian Fellowship oprichtte. De leden daarvan ontvingen zijn leerbrieven die gebaseerd waren o pde lezingen van Steiner. Deze lessen werden opgenomen in het nogal zonderlinge werk van Heindel: The Rosicrucian Cosmo Conception, waarvan de eerste uitgave in 1909 verscheen.

Naast de Fellowship van Heindel in de Verenigde Staten bestaat er in Haarlem een afsplitsing met de naam Lectorium Rosicrucianum. Deze tak zegt de authentieke rozenkruisersbeweging en de authentieke gnosis te vertegenwoordigen in Europa. Het Lectorium Rosicrucianum werd in 1934 opgericht door Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) en wordt nu geleid door Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22) en heeft inmiddels vertakkingen over de hele wereld.

Het Lectorium beschouwt zichzelf als de jonge gnostische broederschap en zegt dat ze aan iedereen die op zoek is naar de zin van het leven een weg biedt die kan leiden tot verlossing. Het Lectorium Rosicrucianum vormt een synthese van ideeën die zijn ontleend aan de gnostiek en de leer van de katharen zoals die in de jaren dertig en veertig werd bekendgemaakt door de franse neo-kathaarse patriarch Antonin Gadal. Tot de bronnen behoren ook de symboliek rondom de graal, de alchemie, de vrijmetselarij, de theosofie, de rozenkruisersbeweging en de Johanniters. Dit leidde tot een stelsel van inwijding waar studenten van een uiterlijke school in een innerlijke school komen. De innerlijke school beweert het geheim van gnostische bevrijding in het bezit te hebben.

Joost Ritman, oprichter van de Bibliotheca Philosophica Hermetica

We zijn nog maar pas beginnen met zoeken. Waar zijn de gnostici. En als u mij vraagt wie er vandaag gnosticus is, dan zeg ik: hij kan elk ogenblik worden geboren. Hij is hier. Hij zal hier zijn. Hij is altijd hier geweest. Hij is te herkennen omdat hij staat in de traditie van Hermes Trismegistus, in de innerlijke traditie van Jezus de Christus en in de geestelijke traditie van Christian Rosenkreutz. Ze moeten zelf bewijzen dat ze werken met die innerlijke realiteit. Dat er leven is buiten tijd en ruimte. Dat er een proces is van innerlijke alchemie in het menselijke bestaan.

De waarde van gnostische groepen van tegenwoordig is dat ze hun koninkrijk niet op aarde bouwen. Ze zijn niet bezig hun macht op te bouwen zoals de kerk duizend jaar met veel succes heeft gedaan. Waar het hun om gaat, is de innerlijke vonk van het licht. Die groepen, die organisaties zijn het aardse vat dat de waarheid kan bevatten. Je merkt dat in die groepen de energie, dat is het bloed van de Christus of de innerlijke werkelijkheid van de codices van Nag Hammadi het vraagstuk is dat de meeste aandacht krijgt. Je afwenden van het leven, naar de innerlijke kern gaan, naar een innerlijke werkelijkheid. En dan ben je in staat om net als een vlinder de organisatie te verlaten. Je laat de vorm achter je en vliegt naar de zon, de zichtbare God.

De volgende eeuw (de eenentwintigste) zal aantonen dat de zichbare werkelijkheid van de zon en de zichtbare werkelijkheid van het licht in zekere zin de onzichtbare kern verbergen waar al het zichtbare licht vandaan komt. Dat als je door die spiegel van de zichtbare zon gaat, als je het belang van dat licht beseft, als je het voelt, als het door je heen stroomt, dat je de onzichbare God ontmoet. En dat is de toekomst van de mensheid.

Misschien wordt vandaag de dag het gnostisch denken overal aangetroffen. Gnostische ideen zijn tot in het hart van onze cultuur doorgedrongen. Het is waarschijnlijk dat velen van ons er ideeën op nahouden die enige verwantschap hebben met meer dan 2000 jaar oude gnostische ideeën, of we onszelf nu wel of niet als godsdienstig beschouwen.

Misschien was het boeiendste denkbeeld van de manifesten van de Rozenkruisers wel dat van een onzichbare broederschap. Een spiritueel orgaan dat uitsteeg boven de wisselvalligheden van het tijdelijk bestaan en dat soms haar vertegenwoordigers vond in de katholieke kerk, soms in de protestante kerken en in het hart van een of ander onopvallend individu, verborgen voor het oog van de wereld.

In zekere zin is het allemaal een droom, een wereld die alleen in de verbeelding bestaat. Het kan zijn dat er belangrijke werelden bestaan die allen toegankelijk zijn door middel van droom en fantasie, werelden waar de wetenschap moet zwijgen. Werelden waartoe allen de intuitie de sleutel toe biedt. Het mysterie van het menselijk bewustzijn.

De Rozenkruis-mythen zijn nu belangrijk omdat de behoeften toen en nu gelijk zijn. Er moet een holistische visie komen die wetenschap, relgie, kunst en filosofie verenigt. Er is ook nu behoefte aan het overbruggen van religieuze kloven. En aan het lezen van ‘het boek van de natuur’ om de wereld te behouden. En ook nu voelt men dat een tijd afloopt en hopelijk een nieuwe tijd begint. We hebben een visie op transformatie hard nodig. En de visie van de Rozenkruisers kan ons nog steeds inspireren.

Persoonlijke meningen

  • Gnosis betekent voor mij kennis en zoeken. Niet een eindpunt. Het is een doorlopend proces van verandering en groei.
  • Christus was een gnosticus. Niet in de zin dat hij tot een bepaalde gnostieke school behoorde, maar zijn woorden hebben een dimensie die in staat is om mensen te laten ontwaken voor iets veel diepers in zichzelf.
  • Gnosis is voor mij een licht dat in mij straalt als het heel rustig is, en mij bindt en bevrijdt met de mensheid. Het is iets individueels, dat je toch met veel anderen verbindt. Dat is gnosis voor mij.
  • Als een reclameman vind ik een van de belangrijkste dingen is dat gnosis zich richt op de kloof die de kunstenaar wil overbruggen. De kloof tussen de materialistische maatschappij en de geestelijke wereld. We leven in een tijd van omgekeerde alchemisten die het zuiver goud van de wereld in lood veranderen. En kunstenaars voeren een achterhoedegevecht om dit spirituele leven te behouden.
  • Mijn werk is zoeken en vragen. Dat is gnosis: vragen. Veel godsdiensten zeggen ‘slaap maar, het komt wel goed.’ Maar gnosis zegt: ontwaak, kijk, vraag. Waar ben je, wie, waarom? Dat zit in mijn werk en in mij.

Het gnostische denkbeeld dat misschien het meest tot de verbeelding spreekt is dat de aarde wordt gezien als een mogelijk paradijs. De aarde die allen wij door een geestelijke verlichting weer in een paradijselijke toestand kunnen brengen. Met dit in gedachten kunnen we nu misschien die eenzaam roepende in Egypte van de derde eeuw ontdekken. Hij componeerde de (in het boek Asclepius) volgende klaagzang over een geestloze wereld.

De wereld laat zich niet bewonderen. Zij dreigt een last te worden voor iedereen. Daarom wordt zij geminacht, de prachtige wereld van God. het onvergelijkelijke werk. De energie die vol goedheid is. De veelvormige visie, de onzelfzuchtige overvloed. Vol visies. Duisternis zal de voorkeur genieten boven licht. Dood boven leven. Niemand zal naar de hemel kijken. De vrome zal als krankzinnig gelden en de goddeloze als wijze. Wie bang is, zal sterk heten en wie goed is, zal worden gestraft als een misdadiger.

Ontwaak

Ik ben het licht in het licht.

Ik heb vuur geworpen op de wereld en zee en wacht tot het opvlamt.

Gij zijt mijn geest. Breng mij in de wereld. Gij zijt mijn schatkamer. Open u voor mij. Gij zijt mijn volheid. Breng mij naar u toe.

Wat u in u hebt, zal u redden, als u het naar buiten laat komen.

Er is licht in een mens van het licht, en hij verlicht de hele wereld.

Als ze zeggen: Vanwaar komt u? Zeg dan: Wij komen uit het licht.

Waar gaat u heen?

Naar waar ik vandaan kom.

Als u mee wilt gaan, kom dan.

Ik zal u geven wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord. Wat geen hand heeft aangeraakt, waaraan niemand heeft gedacht.

De beelden zijn zichbaar, maar hun licht blijft verborgen in het beeld van het licht van de Vader. Hij zal zich openbaren, maar zijn beeld blijft verborgen door zijn licht.

LEES MEER OVER MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *