De Bibliotheca Philosophica Hermetica of Ritman-library in het Huis met de hoofden in Amsterdam, Keizersgracht 123

De stichter de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam, Joost Ruben Ritman, werd zich al op zijn zestiende bewust van dat unieke veld van de christelijk-hermetische gnosis. Toen hij in 1964 van zijn moeder het boek Aurora van Jakob Boehme uit 1657 kreeg, realiseerde hij zich voor het eerst dat een bepaald soort oude boeken nog steeds te koop waren. Na een kwart eeuw actieve collectieverwerving, praktisch vanaf het begin met een wetenschappelijke staf werkend, kon hij vanaf het midden van de jaren tachtig deze collectie op zinnige wijze in de openbaarheid brengen.

De eerste tentoonstelling ging over de manifesten van de klassieke rozenkruisers. Van meet af aan heeft hij alle activiteiten van deze bibliotheek in samenhang gezien met de geestelijke lijn die in dit boek besproken is; in samenhang dus eveneens met dezelfde impuls, die de geestesschool van het Rozenkruis stuwt.

Hij stelt in een toespraak op 19 januari 1985 dat ‘de arbeid in het Licht ook zeer zeker in stoffelijke en concrete vorm bewaard is gebleven. De bibliotheek stelt zich daarom dan ook op het standpunt dat deze geestelijke schat in de vorm van documenten, manuscripten en geschriften, inclusief de geschriften van onze grootmeesters eigenlijk thuishoort in een traditie die vele duizenden jaren oud is. […] De bibliotheek is een getuigenis van de ‘rivieren der wijsheid’, die, volgens de tijdlijn van Robert Forlong al 12.000 jaar stromen en in het rijke slib waarvan talloze bijzondere zaden zijn ontkiemd, die de mens in zijn ontwikkeling verder helpen’.

Hij vervolgt: ‘Als in het Scheikundig Huwelijk van CRC wordt gesproken over ‘Hermes is de oerbron’ dan zien wij in één keer het principe van het werk van onze grootmeesters, namelijk de Egyptische Oergnosis en de mysteriën van Christiaan Rozenkruis. […]’ Dit is eens door Karl von Eckartshausen als volgt omschreven: “Er is nog steeds een geheim gezelschap van onbekende meesters aanwezig dat sinds de tijden van de eerste christenen in een ononderbroken opvolging is voortgezet. Door dit geheime gezelschap en haar ononderbroken duur is niet alleen de ware traditie van de geheime krachten aanwezig door middel waarvan Christus en de apostelen wonderwerken verricht hebben, maar dit gezelschap is ook in het bezit van een deel van deze wonderkrachten, waardoor zij niet slechts de natuur beheersen, maar ook met behulp van de geest ofwel de geestelijke adem in die natuur de gewichtigste werkingen kunnen voortbrengen”.’

Ritman besluit de voordracht met te verwijzen naar een analogie in De Alchemische Bruiloft, waarmee hij de eenheid van straling, en de eenheid van werken van geestesschool en bibliotheek uit één bron wil onderstrepen. Hij citeert uit verklaringen van J. van Rijckenborgh:

‘De kostbare bibliotheek die Christiaan Rozenkruis in de grafkelder van het slot aantrof, zal nu voor ons geen vraagtekens meer behoeven op te leveren. Want in een astraal brandpunt van een astraal veld worden de ideeën, de krachten, de wijsheidsontwikkelingen, de machtige wijsheidsimpulsen van de verhevenen die het veld en het brandpunt gevormd hebben, steeds vastgehouden. Zij zijn in de tempel der vernieuwing en zij blijven er. Als uitgangspunt van de ideeën, steunend op de levende geest zelf. Daarom kan geen partikeltje van die wijsheid verloren gaan. […] Levende zielen, waar ook woonachtig, hoe ook verspreid over de aarde bouwen allen tezamen aan de tempelburcht, zonder dat de één afbreekt wat de ander bouwt. De wijsheid en de kracht die door een levende ziel wordt vrijgemaakt is altijd eensluidend met, voegt zich altijd harmonisch tot de wijsheidskracht van iedere levende ziel, ook al zijn beiden elkaar niet bekend.

In deze wereld en haar spiegelsfeer wordt wat de een opbouwt door de ander afgebroken. Een  filosoof ontwikkelt een bepaald idee, een andere filosoof komt met een tegengestelde opvatting. Geheel anders is het in de levende zielestaat. Daarom zal ook altijd, wanneer de gnostieke wijsheid wordt ontdekt, deze eensluidend zijn met de andere wijsheid van de gnosis. De ene waarheid bevestigt altijd de andere, ook al vertonen de daarin vervatte ideeën variaties en zijn ze op bepaalde aanzichten afgestemd, toch zijn ze samen in volkomen harmonie. Levende zielen kunnen maar één taal spreken. en in welke variatie dan ook, er is altijd één fundamentele eenheid, omdat er tenslotte maar één wijsheid, één fundamentele waarheid is.’

Catharose de Petri, die bij deze toespraak aanwezig is, benadrukt haar enthousiasme en dankbaarheid in haar woord van dank. Zij uit haar grote respect voor hetgeen in de bibliotheek bijeen is gebracht: ‘Het is groots; zeer groots! Na alles, waarvan we kennis mochten nemen, rijst slechts deze ene bede vanuit het hart, dat de geest, de liefde, het licht en de wijsheid die in uw boekenschat nu nog als ‘woorden’ gebonden liggen, eenmaal door ontelbare zoekende zielen zullen worden vrijgemaakt. Wel te verstaan, niet als kennisleer, maar vrij zullen komen in het hart van ieder, die naar de ziel ook werkelijk vrij gemaakt wil worden, opdat eenmaal het ontvangene – in de werkzaamheid van het stralende Licht – tot vervulling, tot wasdom kan komen. Want het doel van uw arbeid is toch immers, dat het werkelijke absolute leven, dat uitgaat van de oorspronkelijke geest, in een zuivere verschijningsvorm geboren kan worden.’

De Bibliotheca Philosophica Hermetica is met de vele activiteiten die zij sindsdien heeft ontplooid een treffend voorbeeld van de stroom van de Pistis, die invloed die de mensheid verbindt met de kennis van bevrijding. Hier ligt, besloten in boeken, manuscripten en unica, de Gnosis der eeuwen, de hermetica, de wetenschap van de alchemie bijeen in een unieke verzameling. Het is een getuigenis van de eeuwenlange strijd van de mens, die keer op keer de wetten van het universum in geestelijke zin moet leren kennen; een getuigenis van de mens die leert zien, dat het niet de aardse wetten zijn, met hun moeizame vooruitgang, maar de wetten van het Licht, de stralingswetten uit de zonnewereld, die hem sneller vooruitbrengen dan hij voor mogelijk houdt. En  eenmaal beladen met deze kennis, zal hij inzien dat beide stelsels van wetten elkaar niet bestrijden, maar verrijken.

Bron: Geroepen door het wereldhart van Peter Huijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *