De oprichting van de broederschap van het Rozenkruis volgens de Fama Fraternitatis R.C. deel 3

 

De oprichting van de broederschap van het Rozenkruis volgens de Fama Fraternitatis R.C (derde deel).

Laat ons onze geliefde vader, broeder C.R. niet vergeten, die na vele moeitevolle reizen, en tevergeefs verkondigde, waardevolle leringen, opnieuw naar Midden-Europa is teruggekeerd, dat hij (in verband met weldra verwachte veranderingen en onbegrijpelijk gevaarlijke twisten) van harte liefhad. Ofschoon hij door zijn kunst, in het bijzonder die van de transmutatie van de metalen, zeer had kunnen schitteren, liet hij zich de hemel, en diens burgers, de mensen, veel meer gelegen dan alle pracht.

Hij bouwde zich een geschikte, heldere woning, waarin hij over zijn reizen en zijn wijsbegeerte nadacht, en deze in een gedenkboek op schrift stelde. In dit huis moet hij veel aandacht aan de wiskunde hebben besteed, en vervaardigde er veel fraaie instrumenten, op alle gebieden van zijn kunst, doch, zoals wij hierna zullen zien, is ons daarvan slechts weinig overgebleven.

Na vijf jaar kwam de gewenste reformatie hem nogmaals in gedachten. Daar hij van de hulp en bijstand van anderen weinig verwachtte, daarnaast echter, wat hemzelf betreft, werkzaam, ijverig en onverdroten was, nam hij zich voor dit werk slechts met weinig helpers en mede-arbeiders te ondernemen. Tot dit doel vroeg hij uit zijn eerste klooster (waarvoor hij een grote genegenheid koesterde) drie van zijn medebroeders, broeder G.V, broeder I.A. en broeder I.O., die in zijn kennis meer zagen dan toenmaals in het algemeen het geval was.

Deze drie verplichtte hij jegens hem tot de hoogste trouw, vlijt en geheimhouding, alsook alles wat hij hun meedelen zou, met de grootste ijver te boek te stellen, opdat zij, die na hen zouden komen, zo zij door bijzondere openbaring in de toekomst tot de orde toegelaten zouden worden, niet door ook maar één lettergreep of woord op een dwaalspoor zouden worden gebracht.

Op deze wijze begon de broederschap van het Rozenkruis eerst met slechts vier personen. Door hen werd de magische taal en het magische schrift van een uitvoerige woordverklaring voorzien, die wij nog vandaag de dag gebruiken, tot eer en roem van God, en waarin wij grote wijsheid vinden. Zij schreven ook het eerste deel van het boek M.

Doch daar die arbeid te zwaar voor hen werd en de ongelooflijke toeloop van zieken hen zeer hinderde, en bovendien het nieuwe gebouw, Sanctus Spiritus genaamd, voltooid was, besloten zij nog meerdere in hun gezelschap en broederschap te betrekken. Hiertoe werden gekozen broeder R.C., de zoon van de broer van wijlen zijn vader; broeder B., een bekwaam schilder; G.G. en P.D., hun schrijvers, allen Europeanen, met inbegrip van I.A.; zo waren er nu in totaal acht, allen ongehuwd en door belofte tot maagdelijkheid gebonden.

3 Citaat Fama Fraternitaties Roep van Broederschap van het Rozenkruis spirituele teksten 570Door hen werd een boekwerk samengesteld van alles wat de mens wensen, begeren of hopen kan. Ofschoon wij thans wel willen toegeven, dat de wereld de laatste honderd jaar aanzienlijk verbeterd is, zijn wij er toch van overtuigd, dat onze axiomata onveranderd zullen blijven tot aan de Jongste Dag; zelfs in haar laatste en hoogste ouderdom zal de wereld niets te zien krijgen dat onaantastbaarder is dan deze.

Want onze rotae vingen aan op de dag dat God zijn ‘Fiat’ (Het geschiede) uitsprak, en zullen eindigen, wanneer Hij zijn ‘Pereat’ (Het verga) zal spreken. Toch slaat Gods klok alle minuten, terwijl de onze nauwelijks de hele uren aangeeft.

Wij geloven dan ook met beslistheid dat, indien onze geliefde vaders en broeders in ons tegenwoordige heldere licht geleefd hadden, zij de Paus, Mohammed, schriftgeleerden, artiesten en drogredenaars met meer gestrengheid behandeld zouden hebben, en hun hulpvaardig gemoed meer met de daad zouden hebben bewezen, dan slechts te zuchten en te verlangen naar de voleindiging.

Toen nu deze acht broeders alles dienovereenkomstig geregeld en zodanig beschikt hadden, dat er nu geen bijzondere arbeid meer nodig was, en ook ieder volkomen de verborgen en openbare filosofie kon onderrichten, wilden zij ook niet langer bijeenblijven, maar (zoals in de aanvang was overeengekomen) verspreiden zij zich over alle landen, opdat niet alleen hun axiomata in het geheim door de geleerden dieper onderzocht zou worden, maar ook, indien zij zelf, in een of ander land, enige dwaling waarnamen, zij elkaar daarvan in kennis konden stellen.

Hun overeenkomst luidde als volgt:

  1. Ten eerste: Niemand van hen zou een ander beroep uitoefenen dan zieken genezen, en wel kosteloos.
  2. Ten tweede: Niemand van hen zou vanwege de broederschap genoodzaakt zijn een bepaald gewaad te dragen, maar zou zich naar de gewoonten van het land voegen.
  3. Ten derde: Ieder jaar, op de dag C. zou iedere broeder bij Sanctus Spiritus verschijnen, of de oorzaak van zijn wegblijven melden.
  4. Ten vierde: Iedere broeder zou naar een waardig persoon uitzien, die hem na zijn dood zou kunnen opvolgen.
  5. Ten vijfde: Het woord R.C zou hun zegel, hun parool en hun inwezen zijn.
  6. Ten zesde: De broederschap zou honderd jaar geheim blijven.

Op deze zes artikelen verbonden zij zich jegens elkaar. De vijf broeders vertrokken en slechts de broeders B. en D. bleven een jaar lang bij vader C. Toen ook deze vertrokken, bleven zijn neef I.O. bij hem, zodat hij gedurende zijn levensdagen steeds twee van zijn broeders bij zich had.

Bron: Fama Fraternitatis R.C., De Roep der Rozenkruisers Broederschap van Jan van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *