De ontdekking van de graftempel van Christiaan Rozenkruis Fama Fraternitatis R.C. deel 5

 

De ontdekking van de graftempel van Christiaan Rozenkruis Fama Fraternitatis R.C. deel 5

Des morgens openden wij de deur, waarachter zich een gewelf bevond met zeven zijden en zeven hoeken, en waarvan elke zijde vijf voet breed en acht voet hoog was. Ofschoon dit gewelf nooit door de zon beschenen werd, was het toch helder verlicht door een andere zon, welke dit vermogen van de zon geleerd had, en dat zich bovenaan, in het midden van de zoldering bevond. In het midden stond, in plaats van een grafteen, een rond altaar, met een bronzen plaat, waarop het opschrift:

A.C.R.C. DEZE SAMENVATTING VAN HET HEELAL HEB IK, BIJ MIJN  LEVEN, MIJ TOT EEN GRAF GEMAAKT

Rondom de eerste cirkel stond:

JESUS MIHI OMNIA
(Jezus is mij alles)

In het midden bevonden zich vier figuren, die omsloten waren door cirkels, waaromheen geschreven stond:

  1. ER IS VOLSTREKT GEEN LEDIGE RUIMTE
  2. HET JUK DER WET
  3. DE VRIJHEID VAN HET EVANGELIE
  4. DE HEERLIJKHEID VAN GOD IS ONAANTASTBAAR

Er is geen ledige ruimte citaat spirituele teksten Fama Fraternitatis RC rozenkruisers broederschap 570Dit alles is klaar en duidelijk, alsook de betekenis van de zevende zijde en de twee zich-zevenvoudig-openbarende driehoeken. Zo knielden wij allen tezamen neder, en dankten de Alleen-Wijze, Alleen-Machtige en Alleen-Eeuwige God, die ons meer geleerd heeft dan alle menselijke vernuft zou kunnen bedenken; geloofd zij Zijn Heilige Naam.

axioma s van de rozenkruisers 570

Dit gewelf verdeelden wij in drie delen:

  • het bovenste deel of de hemel;
  • de wand of de zijden;
  • en de bodem of het grondvlak.

Van de hemel zult u ditmaal van ons niet meer vernemen, dan dat deze, naar de zeven zijden in het lichtende midden in de driehoeken was verdeeld. Wat echter daarbinnen was, zult gij, die het heil verwacht, zo God wil, veel eerder met eigen ogen aanschouwen. Iedere zijde is in tien vierkante ruimten onderverdeeld, ieder met zijn eigen figuren en opschriften, welke aan ons boek, beknopt, zo zorgvuldig en getrouw mogelijk weergegeven, zijn toegevoegd.

De bodem is eveneens in de driehoek verdeeld, maar omdat daarin de kracht en de macht van de lagere heerser beschreven zijn, kan men deze niet aan misbruik, dat de onbescheiden en goddeloze wereld ervan zou maken, blootstellen. Wie echter met de hemelse sprake in harmonie is, treedt de oude boze slang zonder vrees en schade op de kop, iets waartoe onze tijd zich zeer goed leent.

Elk der zijden had een deur, die toegang gaf tot een kast, waarin verschillende dingen lagen, in het bijzonder al onze boeken, die wij echter reeds bezaten, alsmede het Vocabularium van Theophrastus Paracelsus von Hohenheim, benevens die werken waaruit wij dagelijks in oprechtheid aan anderen mededelen. Hierin vonden wij ook zijn reisgids en levensbeschrijving, waaraan de meeste van de mededelingen zijn ontleend.

In een andere kast waren spiegels van velerlei eigenschappen, terwijl zich op andere plaatsen klokjes, brandende lampen, en ook enige wonderbaar kunstzinnige gezangen bevonden. In het algemeen was alles erop gericht, dat, ook indien na vele honderden jaren de gehele orde of broederschap te gronde zou gaan, zij door middel van dit ene gewelf wederom hersteld zou kunnen worden.

Nog hadden wij het dode lichaam van onze zo zorgzame en wijze vader niet gezien. Daarom verplaatsten wij het altaar; toen wij een zware bronzen plaat oplichten, waaronder zich een fraai en edel lichaam bevond: ongeschonden, en zonder enig ontbindingsverschijnsel, zoals het hier, zo nauwkeurig mogelijk uitgebeeld, in al zijn schoonheid en met alle vermogens te zien was.

In de hand hield het een boek, met gouden letters op perkament geschreven, T. genaamd, dat nu, na de Bijbel, onze grootste schat is, en dat vanzelfsprekend niet lichtvaardig aan het oordeel der wereld mag worden onderworpen. Aan het einde van dit boek staat de volgende lofrede:

EEN ZAADKORREL, GEZAAID IN HET HART VAN JEZUS

Christiaan Rozenkruis was geboortig uit een edel en zeer gezien Duits Rozenkruisersgezin, een man van zijn eeuw, geroepen tot goddelijke openbaringen, toegerust met een uiterst gevoelige verbeeldingskracht, en onvermoeibare daadkracht, en toegelaten tot hemelse en menselijke geheimenissen.

Zijn meer dan koninklijke of keizerlijke schat, die hij op zijn reizen in Arabië en Afrika bijeengebracht had, doch waarvoor zijn tijd nog niet rijp was, en die door het nageslacht weer opgegraven zal moeten worden, gaf hij in bewaring, en maakte zijn trouwste en beste vrienden tot erfgenamen van zijn kennis, alsook van zijn naam.

Nadat hij een kleine wereld had gevormd, waarvan de rotaties in harmonie waren met die van gindse grote wereld, en tenslotte deze kleine wereld tot een samenvatting der voorbijgegane, tegenwoordige en toekomstige dingen had gemaakt, en meer als gevolg van zijn 100 jaren dan van enige ziekte (die hij zelf nooit aan zijn lichaam had leren kennen, en die hij nimmer had gedoogd anderen te verontrusten), veeleer daartoe door de  Geest Gods geroepen, zijn verlichte ziel (onder de omhelzingen en laatste kussen der broeders) aan God, zijn Schepper, had teruggegeven, is hij, C.R.C.,

onze hoogvereerde vader,
onze meest liefdevolle broeder,
onze trouwste voorganger,
onze rechtschapenste vriend,

hier, door de zijnen, voor 120 jaren verborgen.

Daaronder hadden hun namen geschreven:

  1. Vader A., broeder R.C., door uitverkiezing hoofd der broederschap;
  2. Broeder G.V.M.P.G.;
  3. Broeder R.C., de jongere, erfgenaam van de Heilige Geest;
  4. Broeder F.B.M.P.A., schilder en bouwmeester;
  5. Broeder G.G.M.P.I., kabbalist;

en van de tweede cirkel:

  1. Broeder P.A., opvolger van broeder I.O., mathematicus;
  2. Broeder A., opvolger van broeder P.D.;
  3. Broeder R., opvolger van de met Christus overwinnende vader C.R.C.

Aan het slot staat:

Uit God worden wij geboren;
In Jezus sterven wij;
Door de Heilige Geest worden wij wedergeboren.

Te dien tijde waren dus broeder I.O en broeder D. reeds overleden: waar is nu hun graf te vinden? Wij twijfelen er echter in het geheel niet aan of wijlen onze broeder senior is op een bijzondere wijze ter aarde besteld, of misschien ook is dit geheim gehouden.

Wij hopen ook dat dit ons voorbeeld anderen zal aansporen met meer vlijt hun namen, die wij daartoe hebben bekendgemaakt, na te speuren, en de plaatsen waar zij begraven liggen, te vinden. Want het merendeel van hen is wegens hun kennis der geneeskunde nog onder de zeer oude lieden bekend en beroemd geworden. Aldus zal onze Gaza wellicht vermeerderd worden of tenminste beter toegelicht worden.

Wat minutus mundus (kleine wereld, microkosmos) aangaat, deze vonden wij in een klein altaar bewaard; hij was fraaier dan zelfs een ter zake kundig mens zich kan voorstellen. Wij zullen deze echter niet afbeelden, totdat men op deze onze oprechte Fama (Roep) in vertrouwen geantwoord heeft.

Zo hebben wij de plaat weer over het graf gelegd, het altaar erop geplaatst, de deur opnieuw gesloten en met ons aller zegel verzegeld.  Voorts hebben wij, op aanwijzing en op last van onze Rotae, enkele boeken, waaronder het boek M. (dat door de liefdevolle M.P. , die vele andere huiselijke plichten daarvoor verzaakt had, gedicht werd), bekendgemaakt.

En tenslotte zijn wij, naar onze gewoonte, wederom uiteengegaan, en lieten de natuurlijke erfgenamen in het bezit van onze kleinodiën; en wachten thans op het antwoord en het oordeel of veroordeel, dat wij van geleerden en ongeleerden hierop zullen ontvangen.

Bron: Fama Fraternitatis R.C., De Roep der Rozenkruisers Broederschap van Jan van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *