22 Gnosis nu! – De wijze maakt zich tot een voorbeeld in de wereld

Gnosis nu! – online jaarprogramma – week 22
De wijze maakt zich tot een voorbeeld in de wereld
28 mei 2022

 

WEEK 1 – WEEK 2WEEK 3  – WEEK 4 – WEEK 5 – WEEK 6 – WEEK 7 – WEEK 8WEEK 9 – WEEK 10 – WEEK 11 – WEEK 12 – WEEK 13 – WEEK 14 – WEEK 15WEEK 16 – WEEK 17 – WEEK 18 – WEEK 19 – WEEK 20 – WEEK 21 – WEEK 22 – WEEK 23

BELUISTER OF LEES EEN LANGERE BEZINNING OVER STROFE 22 VAN DE TAO TEH KING

‘Het versletene zal nieuw worden.’ De vernieuwing der transfiguratie zal zich voltrekken. Dan blijkt de waarheid van het woord uit de Tao Teh King hoofdstuk 22: ‘Met weinig wordt ‘het’ verkregen. Met veel dwaalt men ervan af’. U moet voorzichtig zijn dat u dit in telegramstijl gesproken woord van Lao Tse niet bagatelliseert. Want het wijst ons ten volle op het geweldig revolterende karakter van het gnostieke pad der zelfverwerkelijking. Om naar het werkelijke zelf iets te worden, dient men zich naar het oude zelf volkomen te ontledigen.

De mens moet tot het niet-zijn doordringen. Heel de cultuur van het dodenrijk moet prijs worden gegeven. De zoeker moet de moed hebben af te dalen tot het weinig-zijn. Met het weinig-zijn wordt ‘het’ verkregen; met veel dwaalt men ervan af. Dan zal door het minder worden de Andere kunnen wassen. Dan zal de stem van de roos des harten kunnen klinken, dan kan de ontmoeting met ‘het’, met Tao, worden gevierd.

‘Daarom,’ zo zegt Lao Tse, ‘omvat de wijze het Ene en maakt zich zo tot een voorbeeld in de wereld.’ Een merkwaardig voorbeeld voor de wereld zal de mens vormen die de Johannes-rozenkruiserij in toepassing brengt. Lao Tse gaat nu over tot een nadere detaillering van dit minder worden om het andere – de Andere – te doen wassen:

  1. zelf niet licht schijnen,
  2. zichzelf niet hoog schatten,
  3. zichzelf niet roemen,
  4. zich niet in de hoogte plaatsen,
  5. in de strijdloosheid staan.’

Uit: De Chinese Gnosis
Hoofdstuk 22: De wijze maakt zich tot een voorbeeld in de wereld (22-2)

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

Wat moet nog gezegd worden na deze woorden? ‘Met weinig wordt ‘het’ verkregen. Met veel dwaalt men ervan af.’ Schijnbaar eenvoudige woorden, maar zij getuigen van een grote diepzinnigheid. Afdalen tot het ‘weinig zijn’, tot de stilte van het ‘niet meer zijn’, is aankomen diep binnen in jezelf, bij het enige nodige, het enig werkelijke: licht, God. Daarom de zo vaak gegeven raad zo min mogelijk deel te nemen aan het gehol en gedraaf in het spanningsveld van deze wereld, op gepaste afstand te blijven, wel te doen wat nodig of je plicht is, maar niet je hele ziel en zaligheid er in te leggen. Alle ballast, al het vele van buiten zo veel mogelijk achter je te laten en je te richten op ‘het ene’, op de ziel. Op het punt in je waar je zelf verdwijnt en het licht je aanraken kan.

Leef het biologisch minimum, wordt ook wel gezegd en ontledig jezelf. Blaas je zelf niet op met ‘ík ben dit’ of ‘ík doe dat’, loop leeg van belangrijkheid, laat eer en aanzien voor wat het is,
wordt leeg als een vaas en ervaar met Rumi ‘het lichaam als aardewerk dat zijn waarde krijgt
door wat God erin schenkt’. Zeg het woord ‘l i c h t’ en je weet dat het grootser, omvattender en doordringender is, dan alles wat je zelf bent of ooit kan zijn. Dat ‘licht’ wil je richtsnoer zijn. Het wil je leiden.

Een verhaal vertelt van een koning, die alom zeer geliefd was. Betrokken bij alle mensen in zijn rijk, stak hij waar nodig de handen uit de mouwen. Hij had aandacht voor iedereen, maar op de één of andere manier behield hij toch altijd zijn waardigheid. Op een dag klopte één van zijn onderdanen op de paleispoort aan. Hij wilde de koning een voor hem heel belangrijke vraag stellen. ‘Koning, hoe komt het toch dat u leven kan zoals u leeft?’
Terwijl de koning de man uitnodigde binnen te komen sprak hij: ‘Vanavond zal ik u mijn geheim vertellen. Geniet nu van de mooie tuin, en van al wat mijn personeel u te bieden heeft. Ik vraag u slechts één ding: wilt u deze kaars gedurende de hele dag voor mij brandende houden?’
Het werd avond. ‘En’, vroeg de koning, ‘hoe hebt u de hele dag doorgebracht?’
‘Ik heb genoten van de schitterende bloemen in uw tuin, van uw prachtige handgemaakte tapijten, van de heerlijke verse sappen die uw personeel mij bracht…. en bij al wat ik zag en deed heb ik de kaars niet vergeten.
Hij is blijven branden.’ ‘Dat is nu mijn geheim,’ sprak de koning. ‘Bij alles wat ik doe, wat ik zeg, wat ik overweeg, wat ik ervaar, houd ik de lamp van mijn ziel brandende in het Licht,
in de Geest die God is.’

Wanneer je verlangt je onder te dompelen in Tao, in het licht, wanneer je ervaart dat door minder te worden ‘het ene’ zich grenzeloos wijd als de eeuwigheid, in je opent, dan word je geconfronteerd met het woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig’ (1 Petrus 1:16).

Het woord ‘heilig’ moeten we niet opvatten als in het gezegde ‘hij is een heilig boontje’, een o zo braaf mens. Heilig verwijst niet naar je als persoon – maar naar dát wat niet-persoonsgebonden in je is: de vallei van het rijk, de roos. En heiliging betekent dan: leef het leven van de roos, van het licht dat liefde is door zelf niet licht te schijnen, jezelf niet hoog te schatten, niet te roemen, jezelf niet in de hoogte te plaatsen, door in de strijdloosheid te staan.

Heiliging ontvangen door de genezende aanraking Tao, houdt tegelijkertijd in: verantwoordelijkheid kennen jegens alle mensen, want wie geheiligd is, kan anderen heiligen.
Als je bent binnengegaan in de vallei van het rijk, het rijk van licht en liefde wordt de wereld – hoe onvolkomen ook – rijk en schoon, want zij bestaat uit niets dan gelegenheden om lief te hebben. Zo maakt de wijze zich door heiliging tot een voorbeeld in de wereld.

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN EN E-BOOKS OVER TAO