Heilig u voor allen die nog zoekende zijn – overdenking van Catharose de Petri gebaseerd op het hogepriesterlijk gebed

BESTEL HET ZEGEL DER VERNIEUWING

We lezen in de verzen 14 tot en met 19 van Johannes 17:

‘Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uwe Waarheid; Uw Woord is de Waarheid. Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb Ik ook hen gezonden in de wereld, en ik heilig Mijzelve voor hén, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in de Waarheid.’

Wie deze woorden leest met enig inzicht, zal zijn hart voelen opspringen van vreugde en dankbaarheid, want hier wordt gedoeld op de Heilige Methode van uitredding, die door de Gnosis voor een zekere groep entiteiten ondernomen wordt. 

Onder de Gnostieke geschriften die in 1945 in Egypte ontdekt zijn en waaronder zich ook het reeds in de School van het Rozenkruis besproken Evangelie der Waarheid bevindt, werd ook aangetroffen het dusgenaamde Evangelie der Drie Naturen. Daarin wordt de mensheid verdeeld in drie hoofdtypen. Het betreffende Evangelie zegt daarvan:

‘Het pneumatische geslacht, dat licht is uit licht en geest uit geest, is, toen zijn “Hoofd” verscheen, naar Hem toegesneld en heeft een lichaam gevormd voor zijn hoofd, het heeft de Gnosis ontvangen met gretigheid bij de openbaring. Maar het psychische geslacht, dat licht is uit vuur, heeft geaarzeld de Gnosis te ontvangen, maar snelde op Hem toe in geloof … Maar het hylische geslacht, dat Hem volkomen vreemd is, zal afgescheiden worden als duisternis door de glans van het licht.’ 

In de eerste groep treffen wij dus mensen aan, die zó open staan voor de Gnosis, wier wezenheid zulk een schreeuwende behoefte heeft aan de aanraking en de vervullig door het Licht, dat wanneer het Licht verschijnen gaat, zij direct op Hem toesnellen, zich direct daarmee trachten te associëren, onmiddellijk pogen daaraan te beantwoorden door het vormen van een lichaam. Zij bouwen vanuit de stof-der-natuur een School om het Licht te kunnen dienen, om het een woning te bieden. Met gretigheid ontvangen zij de Gnosis bij haar openbaring.

Op déze mensengroep is nu het woord uit het Hogepriesterlijk Gebed van toepassing. Want dezulken, hoewel natuurgeborenen, zijn in diepste wezen ‘niet uit de wereld’, gelijk Jezus de Heer niet uit de wereld is. Deze geestelijk-gerichten nu, deze geestelijk gegrepenen, deze ‘peumatici’, zij kunnen ervan verzekerd zijn dat zij steeds opnieuw heiliging ontvangen, dat zij steeds door de genezende aanraking van het Universele Licht, geholpen worden. Daarom staat er: ‘Heilig hen in Uwe Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.’

We verstaan, dat door de aanwezigheid van deze pneumatici, deze geestelijk gegrepenen, deze minst verzonken groep onder de mensheid, grote genademogelijkheden worden vrijgemaakt. Want zij hebben krachtens hun natuurgeboorte binding met de tweede groep, het dusgenaamde psychische geslacht, dat niet ‘licht uit licht’ is, doch ‘licht uit vuur’. De mensen die tot dit geslacht behoren zijn wel hunkerend en zoekend en verlangend naar uitredding, doch zij zijn verzonken, beneden een directe herkenningsmogelijkheid  van het Licht. Zij zien het Licht niet als het komt. Daarom moeten die mensen door tussenkomst van de pneumatici geholpen worden. 

En dus, als het Licht verschijnt en door de pneumatici direct herkent wordt, dienen zij zich te heiligen en worden zij in de wereld uitgezonden, opdat het psychische geslacht in het Licht gelóven zou.

Daarom horen wij in het Hogepriesterlijk Gebed: ‘Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, zo heb Ik hen gezondenin de wereld.’ Zo dienen wij nu te verstaan de Grote Wet van het Gnostieke Leven: dat iedere dienaar en iedere dienares van de Gnosis zich dringend te heiligen heeft, ten dienste van de ander. Jezus de Heer zegt: ‘Ik heilig Mijzelve voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in de Waarheid.’   

Onverschillig of u tot de eerste of tot de tweede menselijke natuur zou behoren, onverschillig of we ‘lichtenden’ of ‘gelovigen’ zouden zijn, wij hebben allen als deelhebbenden aan het Levende Lichaam van de School de plicht tot levensheiliging, want dat is een factor van het allergrootste belang.  

Wie geheiligd is, kan immers anderen heiligen. Wie iets heeft, kan anderen van zijn bezit meedelen. Daarom staat er elders in de heilige taal: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig’ (1 Petrus 1:16). Dit ontzaglijke mantram is veelzeggend. Want wie in het Licht staat, weerkaatst dat Licht in de wijde omtrek. Zo een wordt als een baken voor hen, die de weg zoeken, en zo een accentueert ook zeer duidelijk, door de glans van zijn licht, het wezen van de duisternis en brengt daardoor waarheid en helderheid, zodat niemand zich meer zal kunnen vergissen. 

Daarom: heilig u met Kracht, naar de maatstaven van de Gnosis. Heilig u voor allen die nog zoekende zijn, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in de Waarheid. Dan kunt u allen die het Licht zoeken, redden met de machtige zekerheid: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’

Bron: Het Zegel der Vernieuwing door Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22)

BESTEL HET ZEGEL DER VERNIEUWING

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *