Inleiding ‘Het Rozenkruis en de samenleving’ van Jan Schoeber in het nieuwe boek over de rozenkruisers

Mensen, samenlevingen en de omstandigheden op aarde veranderen in hoog tempo. We leven in een tijd van versnellingen en transities. Die bieden grote mogelijkheden voor een toename van het bewustzijnsniveau van de mensheid. Tegelijkertijd zien we ook dat er krachten in het spel zijn die de nieuwe mogelijkheden aangrijpen om de positieve impulsen om te buigen voor egoïstische doeleinden. Hierdoor wordt de waan in stand gehouden of zelfs versterkt, zodat mensen overal hun aandacht aan schenken, behalve aan het “ene nodige”. 

In de meer dan 400 jaar bestaande levende traditie van het Rozenkruis werd en wordt dat “ene nodige” bekend gemaakt, belevendigd en beoefend. Wat heeft het Rozenkruis de mens van de 21ste eeuw nog te bieden? Om die vraag te beantwoorden is het zinvol om eerst terug te kijken op de situatie in de 20ste eeuw. Hoe was de spirituele oriëntatie in de westerse wereld van zo’n honderd jaar geleden? 

Een grote meerderheid is dan betrokken bij een kerk. Een klein deel hangt een andere religie dan het christendom aan of is atheïst. En nog een veel kleiner deel maakt deel uit van het zeer diverse esoterische veld. Met name in de esoterisch en occult-georiënteerde bewegingen kijkt men dan vol verlangen uit naar het nieuwe tijdperk, dat niet lang na het jaar 2000 zal beginnen, 2160 jaar zal duren en bekend staat als het Waterman tijdperk, of de Aquarius era, een periode waarin de mensheid een grote sprong kan maken in haar bewustzijnsontwikkeling. In de eerste decennia van de vorige eeuw zien we in het Westen een explosie van esoterische en occult-humane stromingen en groepen, waaronder allerlei stromingen die de benaming rozenkruis gebruiken. Ook wordt dan het fundament gelegd voor wat later uitgroeit tot de Internationale School van het Gouden Rozenkruis. 

De twee wereldoorlogen zijn uiteraard voor iedereen een dieptepunt, een breuk in het vertrouwen in de goedheid van de mens. Vanaf de jaren zestig ontstaat een cultuur waarin nieuwe generaties het oude en versletene achter zich willen laten om zich te richten op onder andere zelfrealisatie, mystiek, spiritualiteit, holisme, vrede, natuur en milieu. In de jaren tachtig is het geen randverschijnsel meer. Dan is de roep tot vernieuwing op basis van een nieuw bewustzijn onmiskenbaar doorgedrongen in de hele samenleving. Dat komt onder andere tot uiting in het grote succes van het boek De aquarius samenzwering Persoonlijke en sociale transformatie in de tachtiger jaren’ dat de Amerikaanse schrijfster Marilyn Ferguson in 1980 publiceerde.

Kerkelijke organisaties in het Westen gaan deels mee in de vernieuwingsdrang, maar verliezen al decennialang steeds meer leden. Daar staat tegenover dat er een breed aanbod ontstaat dat wordt geschaard onder de noemer New Age. Maar deze ‘New Age’ houdt de meest uiteenlopende dingen in: goeroes, psychedelica, meditatie, astrologie, pendelen, tarot, I-Tjing, yoga, aura-healing, zen, sjamanisme, channelling, tantra, psychosynthese, mindfulness, exotische geneeswijzen, enzovoort. Tal van oeroude methoden worden daarbij opgepoetst en opnieuw gepresenteerd. Mensen die daarin hun heil zoeken, worden losgemaakt uit de bestaande vertrouwde kaders en verkrijgen een nieuwe oriëntatie, de eerste voorwaarde om tot een nieuwe bewustzijnswerkelijkheid te komen. 

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Wie tegenwoordig zoekt naar ‘feel good spirituality’ kan naar hartelust shoppen: in de fysieke werkelijkheid en op internet. Er is een bijna onuitputtelijke spirituele grabbelton. Dergelijke cadeautjes kunnen tijdelijk de nieuwsgierigheid bevredigen en bijdragen aan een gevoel van welbevinden, maar uiteindelijk blijven ze oppervlakkig, want ze leiden niet tot een fundamentele verandering van de mens. Het consumentisme op religieus, filosofisch en spiritueel gebied laat een niet te vervullen leegte achter zich. Het dramatische is dat er velen zijn die zo blijven steken in de een of andere illusie, omdat het probleem waar het werkelijk om gaat niet wordt opgelost. Dat probleem is in essentie: het feit dat de mens geleid wordt door een ik-bewustzijn dat niet verbonden is met de Ene Bron. 

Mede dankzij een groei van het menselijke bewustzijn en de daaruit doorvloeiende vooruitgang in wetenschap, techniek, geneeskunde, onderwijs, bestuurskunde en management hebben wij het nu materieel vele malen beter dan onze voorouders. In onze samenleving hebben we echter nog steeds te maken met grote problemen. 

Waarom is er nog steeds zoveel ellende op onze planeet? Ten eerste leven we in een wereld die wordt gekenmerkt door tijdelijkheid en vergankelijkheid, die maken dat bepaalde vormen van lijden onontkoombaar zijn. Ten tweede wordt het lijden van de mens nog eens versterkt omdat de overgrote meerderheid van de mensheid niet leeft vanuit het eeuwigheidsprincipe dat in ieder mens aanwezig is en dat direct in verbinding staat met de Bron van alle leven. Dit is geen probleem dat typisch is voor onze tijd, want die moeilijkheid speelt al sinds mensenheugenis en is inherent aan het proces van vergoddelijking dat zich wil voltrekken in ieder menselijk wezen. 

Om die reden zien we door alle tijden heen en in alle culturen profeten optreden die mensen bewust willen maken van hun toestand van bewustzijnsvernauwing, en hen aansporen te gaan leven vanuit hun diepste kern. Ook zien we dat er steeds weer gemeenschappen gevormd en ontwikkeld worden waarin mensen gezamenlijk optrekken om een weg van geestelijke bewustwording en vernieuwing te gaan met hulp vanuit de goddelijke dimensie van ons levensveld die de klassieke rozenkruisers in hun eerste manifest als ’de verborgen helft van de wereld’ kenschetsten. 

Ruim tweeduizend jaar geleden, omstreeks het begin van onze jaartelling, wordt de mensheid geconfronteerd met een enorm krachtige vernieuwingsimpuls. Als een nieuwe oerknal opent het christendom wereldwijd en in alle culturen nieuwe mogelijkheden voor een kwantumsprong in het menselijke bewustzijn. De Christusimpuls aan het begin van het Vissen tijdperk of de Pisces era vormt als het ware de synthese van een universele wijsheid die uit verschillende culturen afkomstig is, waardoor er nieuwe vormen van spiritueel beleven tot ontwikkeling komen. Op basis daarvan ontstonden er nieuwe mogelijkheden voor de mensen om richting te geven aan hun leven, op een manier die recht doet aan de ware bedoeling die eraan ten grondslag ligt; een bedoeling die ook wel wordt omschreven als het goddelijke plan met wereld en mensheid. 

In de eerste eeuwen van onze jaartelling komt in Alexandrië in Egypte het hermetisme tot ontwikkeling op basis van geschriften die worden toegeschreven aan de legendarische Egyptische ingewijde Hermes Trismegistus.  Het hermetisme is niet zo bekend als het christendom, maar heeft er wel aan bijgedragen dat esoterische stromingen zoals de alchemie, de kabbalah (de joodse mystiek), het neo-platonisme, het soefisme (de gnostiek binnen de islam) en andere gnostieke stromingen tot bloei konden komen. 

Gnosis, dat het Griekse woord is voor kennis, is het innerlijke weten dat zich openbaart als gevolg van het gaan van een spirituele weg. Het is primair een levende, actuele ervaring; geen geloof in een wereldbeschouwelijk of religieus systeem en ook geen weten in de zin van informatie. Gnosis is evenmin een eenduidige georganiseerde religieuze of spirituele stroming uit het verleden.

De levende werkelijkheid van de gnosis kan aan de mens kenbaar worden door de in zijn of haar hart verborgen geestvonk. Jezus spreekt in dit verband over het mosterdzaadje of de graankorrel, Mani noemt het de lichtvonk, in het boeddhisme wordt gesproken over het juweel in de lotos en de rozenkruisers duiden het eeuwigheidsprincipe in de mens aan als de roos. Bij de rozenkruisers staat het kruis overigens symbool voor onder andere de zintuiglijk waarneembare wereld, het menselijk lichaam en voor de verbinding tussen de tijd-ruimtelijke wereld en de goddelijke wereld die deze doordringt en er tegelijk bovenuit stijgt. Wie een gnostieke weg bewandelt, hecht – symbolisch gesproken – de roos aan het kruis. 

Gnosis openbaart zich in de mens die de weg van de mysteriën gaat. Al duizenden jaren zijn er mysteriescholen waar mysterieleerlingen hulp ontvangen op hun inwijdingsweg. Inwijding heeft in dit verband niet zozeer betrekking op het overdragen van geheime kennis door een meester aan een leerling, maar op het proces waarbij de leerling zich bewust wordt van datgene wat voordien onbewust was in hem of haar. Symbolen, gelijkenissen, beschouwingen en ritualen binnen een mysterieschool kunnen verborgen bewustzijnslagen in de leerling activeren, maar stimulering van buitenaf heeft geen enkel succes wanneer de leerling – daartoe gedreven vanuit zijn innerlijke geestelijke kern – niet naar ware bewustwording hunkert. 

Het is algemeen bekend dat er in de oudheid mysteriescholen waren in onder andere Perzië, Egypte, Griekenland en Italië. Minder bekend is dat ook het oorspronkelijke christendom het karakter heeft van een mysterieschool. 

Door de hoofdpersoon in de evangeliën – d.w.z. in de mysterieverhalen van het christendom – gelijk te stellen aan de reeds lang verwachtte Messias van het jodendom, kreeg het christen- dom een vorm die zowel binnen de zogenoemde heidense als binnen de joodse gnostieke gemeenschappen aanvaardbaar was. 

Het oerchristendom kunnen we daarom in essentie beschouwen als een mysterieschool. Het optreden van Jezus, zijn dood en opstanding, de leringen die hij uitdraagt en de weg die hij met zijn leerlingen gaat, stemmen nauwkeurig overeen met de verhalen die bekend zijn van vroegere mysteriescholen, zoals bijvoorbeeld de school van Pythagoras. De bekende christelijke humanist Desiderius Erasmus stelde al dat Jezus verwant was aan Socrates en Plato, en dat de Bergrede van Jezus het hoogtepunt was van wat in beginsel al door de Grieken was uitgesproken. Zoals bij alle mysteriescholen is er ook bij de kring van leerlingen van Jezus en bij de eerste christelijke gemeenten die de apostel Paulus stichtte, een bepaalde vorm van geheimhouding. Leringen en werkwijzen worden geheim gehouden om ze te beschermen, omdat ze niet zonder meer begrepen kunnen worden. 

Naarmate een religieuze of spirituele beweging groeit, ontstaat de behoefte om deze te gaan organiseren. In de eerste eeuwen komt daarom het instituut kerk tot stand waarin steeds meer wordt vastgelegd in de vorm van leringen en procedures. De geestelijke bezieling verdwijnt hierdoor meer en meer, en de geestelijke leiders van de veruiterlijkte religie komen steeds meer vijandig te staan tegenover de innerlijke religie van de mysteriën, omdat die hun verworven positie ondermijnt. 

Zo zien we in de loop van de historie dat er binnen religieuze en spirituele organisaties steeds weer een vorm van desintegratie en verval ontstaat. Daarom zijn de krachten van het Goede steeds weer bezig om nieuwe initiatieven te ontplooien, die mensen in staat stellen om tot geestelijke groei en rijpheid te komen. Van deze Universele Broeder-Zusterschap gaat een ononderbroken stroom van hulp en kracht uit naar de vaak nog onbewuste mensheid om haar voortgang te bevorderen. 

Zo komt in de twaalfde eeuw in met name Zuid-Frankrijk de omvangrijke kathaarse kerk tot ontwikkeling als reactie op de vele misstanden in de Roomse kerk. Aan het einde van de veertiende eeuw ontstaat in de Nederlanden de beweging van de moderne devotie onder leiding van Geert Groote om dezelfde reden. Die hervormingsbeweging wordt vaak gezien als een voorloper van de reformatie aan het begin van de zestiende eeuw. 

De reformatie, waarvan de Duitse hervormer Maarten Luther de icoon is, draagt aanzienlijk bij aan de heropleving van het christendom, maar blijkt wel gepaard te gaan met veel strijd en rivaliteit, en een enorme fragmentatie. Omstreeks het jaar 1600 realiseren steeds meer mensen zich dat de reformatie mislukt is. Wat aanvankelijk begint met het bespreekbaar maken van misstanden in de toenmalige kerk, is dan immers vervallen tot polarisaties, godsdiensttwisten, gewelddadigheden en een geloof volgens de dode letter. 

Dan groeit bij de pioniers het verlangen naar een werkelijke reformatie van de mens en de mensheid die onder meer tot uitdrukking komt in de impuls van de rozenkruisers. Deze impuls, die zich vanaf het begin van de zeventiende eeuw in meerdere landen in Europa manifesteert, kan worden gezien als een samensmelting van religie, wetenschap en kunst op basis van innerlijk weten of gnosis, en ook wel als een synthese van innerlijk christendom, hermetisme en wetenschap. Het innerlijke christendom is toegelicht in het boek Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood en het hermetisme vormt de basis van het boek Mysteriën en lofzangen van God, kosmos, mens.

Zoals de titel al aangeeft, staat in dit boek Mysteriën en fakkeldragers van het Rozenkruis de wijsheid van de rozenkruisers centraal. De wereld vernieuwen op basis van een innerlijke vernieuwing van de mens, in overeenstemming met het goddelijke plan dat aan de mensheid ten grondslag ligt. Dat is kort gezegd de ambitie van de rozenkruisers uit de zeventiende eeuw waar we ons nu, in de eenentwintigste eeuw, nog steeds door kunnen laten inspireren. 

De klassieke rozenkruisers schrijven over een algehele wereldhervorming die gebaseerd is op wat zij noemen ‘het goddelijk raadsbesluit’. In die tijd is vernieuwing heel hard nodig want de omstandigheden waarin mensen leven zijn veelal erbarmelijk. Zij hebben te kampen met de strijd om het bestaan, hongersnoden, epidemieën, oorlogen en analfabetisme. 

Het gedachtegoed van Maarten Luther wijkt in meerdere opzichten af van dat van de klassieke rozenkruisers, maar de grote hervormer draagt er wel aan bij dat er een bedding ontstaat waardoor het Rozenkruis zich in de samenleving kan manifesteren. Er zijn echter ook andere vernieuwers met een grote invloed, die veel meer de signatuur van het Rozenkruis hebben, zoals zich dat later in de zeventiende eeuw manifesteert. Daarbij kunnen we denken aan de Duitser Nicolaas van Cusa (1401- 1464), de Zwitser Paracelsus (1483-1546) en de Nederlanders Desiderius Erasmus (1469-1536) en Dick Volckertszoon Coornhert (1522-1590). 

De klassieke rozenkruisers zijn ook beïnvloed door auteurs die schrijven over esoterie en magie, onder wie: Johannes Reuchlin (1455-1522), Johannes Tritheim (Trithenius, 1462-1516), Giovanni Pico Della Mirandola (1463-1494) en Heinrich Cornelius Agrippa von Nettesheim (1486-1535). Wij moeten hier bedenken dat er tot aan de verlichting in de zeventiende eeuw niets ‘geheim’ is aan esoterie. Pas na de ‘verlichting’ en de opkomst van het filosofisch materialisme verdwijnen esoterische inhouden uit de mainstream en wordt dat wat eerst tot de wetenschap werd gerekend gekwalificeerd als arcane (geheime) wetenschap en vaker nog als pseudo-wetenschap. 

Vernieuwende impulsen met een bevrijdende uitwerking in de maatschappij blijken vaak uit te gaan van relatief kleine vriendengroepen die ontstaan rondom grote inspiratoren zoals de Platoonse Academie van Marsilio Ficino (1433-1499) in Florence, de ‘Goede Pennen’ (Good Pens) van Francis Bacon (1561-1626) in Engeland, de Theosofische Pinksterschool van Jacob Boehme (1574- 1624) in Oost-Duitsland en de Kring van Tübingen van Tobias Hess (1558-1614) in Zuid-Duitsland. 

Al die vriendengroepen, waarvan de leden met grote aspiratie samenwerken, kunnen we zien als beginnende mystereriescholen. Zij krijgen echter niet de kans om uit te groeien tot een volwaardige mysterieschool in de samenleving, zoals dat destijds wel mogelijk was bij bijvoorbeeld de gnostiek-christelijke beweging van de katharen. 

In 1614 verschijnt in Duitsland in druk de Fama Fraternitatis.  Het is een programma voor algehele wereldhervorming dat is opgesteld door ‘de Broederschap der zeer lofwaardige orde van het Rozenkruis’. In dit geschrift – dat gericht is aan de staatshoofden, regeringen en hoofden van Europa – worden lezers verzocht de gepresenteerde ideeën grondig te onderzoeken en vervolgens hun inzichten daarover schriftelijk of in druk bekend te maken. 

In 1615 wordt de Roep of Fama gevolgd door de Confessio Fraternitatis, de Belijdenis van de Broederschap.  Deze bevat zevenendertig grondslagen waar opnieuw een krachtig appèl van uit gaat aan de geleerden en vorsten van Europa om eendrachtig in de geest van Christus samen te werken. 

In 1616 verschijnt als derde en laatste manifest van de Broederschap van het Rozenkruis De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis.  Daarin wordt het pad van inwijding van het Rozenkruis – benoemd als de koninklijke weg – in zeven symbolische dagen weergegeven in de vorm van een alchemisch proces, waarbij de nieuwe ziel zich verbinden gaat met de geest. 

Onderzoek naar de oorsprong en doorwerking van de drie rozenkruisersmanifesten laat zien dat de geschriften als een lopend vuurtje door Europa zijn gegaan en talloze reacties pro en contra teweegbrengen, vergelijkbaar met de roerige gebeurtenissen in de tijd van de reformatie. Alleen al in de eerste tien jaar na publicatie verschijnen er circa 400 gedrukte of geschreven reacties uit allerlei geledingen van de samenleving, en tot in de achttiende eeuw is het totaal aantal gedrukte reacties opgelopen tot ongeveer 1700. 

Sommige gedrukte reacties op de manifesten zijn zeer lovend, uitgebreid en diepzinnig – zoals die van de geleerden Robert Fludd en Michael Maier – maar er zijn ook uitingen die ronduit vernietigend kunnen worden genoemd. Uit de reacties blijkt dat een grote meerderheid van de respondenten niet inziet waar de manifesten werkelijk toe uitnodigen. 

Op geen enkele geschreven of gedrukte reactie komt een antwoord van de Broederschap van het Rozenkruis zoals die zich in de Fama presenteert. Achteraf is dat begrijpelijk, want die broederschap heeft nooit bestaan als organisatie. De Fama kunnen we vooral zien als een bron van inspiratie voor de realisatie van een mysterieschool die bijdraagt aan de vernieuwing van de maatschappij doordat haar leerlingen gezamenlijk een weg van innerlijke vernieuwing gaan. 

Uit onderzoek is gebleken dat de manifesten op schrift zijn gesteld door een vriendenkring van Lutherse geleerden – de Tübinger Kring – waarvan Tobias Hess (1558-1614) en Johann Valentin Andreae (1586-1554), deel uitmaakten. Daarbij hebben zij zich laten inspireren door vele geschriften en personen. Na de dood van Tobias Hess in 1614 valt de kring uit elkaar en houden degenen die erbij betrokken zijn zich niet meer bezig met hun rozenkruis-plannen. De maatschappelijk-politieke voorwaarden voor de opbouw van een mysterieschool blijken niet aanwezig, laat staan de voorwaarden voor een ‘algehele wereldhervorming’. 

Dat wordt helemaal duidelijk als in 1618 de Dertigjarige Oorlog begint, een drama dat voor een belangrijk deel te verklaren is uit conflicten tussen diverse toenmalige katholieke en protestantse staatjes, maar dat geleidelijk aan uitgroeide tot een meer algemeen Europees conflict waarin de meeste Europese grootmachten waren betrokken.

De inhoud van de manifesten kunnen we alleen begrijpen wanneer we ze lezen als één geheel. De Fama geeft het programma voor de algehele wereldhervorming, de Confessio bekrachtigt deze met zijn belijdenis en de Chymische Hochzeit gaat over de innerlijke weg, zonder welke elke hervorming gedoemd is te mislukken. De teksten bevatten een sleutel, waardoor het gehele plan uitstijgt boven gewone vernieuwingsplannen. Die sleutel ligt in de figuur van Christiaan Rozenkruis. 

Na de publicatie van de manifesten ontstaan er in Europa geleidelijk vele groepen en loges die zich met de naam Rozenkruis sieren, en waarvan de leden zich soms rozenkruisers noemen. In dit verband is het zinvol om kort in te gaan op de brug tussen rozenkruiserij en vrijmetselarij. De mystieke vrijmetselarij baseert zich volgens eigen zeggen op de bouwkunst van de tempel van Salomo en zijn bouwmeester Hiram Abiff. In de middeleeuwen worden de geheimen van innerlijke tempelbouw doorgegeven via de bouwgilden van metselaars en andere bouwlieden. 

Gezien de overeenkomsten in symboliek kunnen we aannemen dat de opleving van de vrijmetselarij in de zeventiende eeuw in Engeland is geïnspireerd door de rozenkruis-impuls. Vanaf het einde van de achttiende eeuw wordt het toenmalige gedachtegoed van het rozenkruis levend gehouden door onder andere vrijmetselaars. Ook nu nog speelt de symboliek van het Rozenkruis een belangrijke rol in de rituelen die binnen de vrijmetselarij worden beoefend. 

Vanaf de publicatie van de manifesten tot op de dag van vandaag zijn er veel misverstanden over het Rozenkruis. Waarom eigenlijk? Ten eerste zijn de drie manifesten van de klassieke rozenkruisers niet historisch, maar vooral symbolisch van aard. Ze vermelden geen auteursnaam en worden uitgebracht in de naam de Broederschap van het Rozenkruis. 

De manifesten zijn opzettelijk gesluierd geschreven omdat ze gaan over inwijding in de mysteriën, die altijd worden gekenmerkt door een oneindige diepte, en die dus nooit volledig in woorden of andere vormen kunnen worden uitgedrukt. Dat betekent dat ze op meerdere, en dus ook onjuiste, manieren kunnen worden begrepen. De mysteriën houden verband met het doormaken van een vernieuwingsproces teneinde geschikt te worden om te gaan leven en werken vanuit de werelden van de ziel en van de geest, om te kunnen meewerken aan de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. Sluiering was overigens ook noodzakelijk om vervolging te voorkomen, want afwijkende interpretaties van het christendom werden in die tijd niet getolereerd. 

Het zuivere Rozenkruis is vanaf het begin van zijn manifestatie in de wereld altijd gericht geweest op het dienen van de mensheid, en niet op het persoonlijk verwerven van bezit, macht en roem. Werkelijke rozenkruisers laten hun ik-bewustzijn leiden door het geest-zielebewustzijn dat geleidelijk in hen tot ontwikkeling komt als gevolg van het gaan van een innerlijke weg op basis van de universele Christusgeest. 

Het bewustzijn van de grote meerderheid van de mensen was in de afgelopen eeuwen nog niet zover ontwikkeld dat zij de verheven inzichten van het Rozenkruis innerlijk als belangrijke waarheden konden herkennen. Integendeel, deze inzichten werden vaak als een bedreiging gezien voor hun vertrouwde, maar wel op illusie en onwetendheid gebaseerde orde. Dat is inmiddels aan het veranderen, want het algemene bewustzijnsniveau van de mensheid is in de afgelopen decennia gestegen, mede doordat steeds meer mensen zijn gekomen tot een innerlijke doorbraak die ten goede komt aan het gehele planetaire veld. Het lijkt erop dat een profetie uit de Confessio uit 1615 nu werkelijkheid wordt: ‘Wat enkelen thans fluisteren en zoveel zij kunnen in gesluierde taal verhullen, zal in de toekomst de aarde vervullen.’ 

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Het werk van de rozenkruisers richt zich – symbolisch gesproken – op het versterken van de connectie tussen het kruis en de roos, tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het natuurlijke en het goddelijke. Dat draagt tevens bij tot de regeneratie van mens en maatschappij. De leringen van het Rozenkruis hebben een universele en tegelijkertijd een Christocentrische signatuur. Ze stellen de mens in staat te komen tot een innerlijk weten, tot gnosis, door het gaan van een pad van bewustwording in hun dagelijkse leven. 

Jan Schoeber,
augustus 2019 

 

6 thoughts on “Inleiding ‘Het Rozenkruis en de samenleving’ van Jan Schoeber in het nieuwe boek over de rozenkruisers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *