Een selectie van negen ‘actiepunten’ uit de Confessio Fraternitatis R.C. van de klassieke rozenkruisers

Hieronder volgen negen actiepunten uit het tweede manifest van de klassieke Rozenkruisers uit de zeventiende eeuw: de Confessio Fraternitatis R.C. of de Belijdenis der Rozenkruisers Broederschap, die in 1615 in Kassel in Midden-Duitsland druk verscheen in het Latijn. 

1. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 4
Ter wille van u is besloten onze broederschap uit te breiden en in invloed te laten toenemen. Dat besluit hebben wij met grote innerlijke vreugde hebben ontvangen omdat wij niet vanwege onze eigen verdiensten, hoop en verwachtingen tot grote schatten zijn toegelaten. Wij zullen dit besluit zodanig met grote trouw uitvoeren, dat zelfs het geweeklaag van de kinderen (die sommigen onder ons in de broederschap hebben) ons niet zal belemmeren, want wij weten dat deze onverhoopte rijkdommen niet geërfd, en uitsluitend op basis van onderscheidingsvermogen kunnen worden overgedragen.

2. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 7
Het nodig is nodig dat alle dwaling, duisternis en gebondenheid nu worden opgeheven. Bij het vorderen van de omwenteling van de grote globe zijn ze geleidelijk ingeslopen in de wetenschappen, de werken en de regeringen, waardoor ze nu voor het grootste deel verduisterd zijn. Zo is er een oneindige verscheidenheid van meningen, vervalsingen en dwaalleringen ontstaan, die het zelfs voor de wijste mensen moeilijk maakt om het juiste te kiezen. Zij worden in verwarring gebracht door de verschillen tussen de verouderde inzichten van beroemde filosofen en hun eigen ondervindingen. Wanneer al deze dingen eenmaal uit de weg geruimd zullen zijn – wij vertrouwen erop dat dit gebeurt – zullen wij daarvoor in de plaats gesteld zien: een zichzelf-eeuwig-gelijkblijvend richtsnoer.

3. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 12
Wij wijzen wij er met grote nadruk op dat de meeste geschriften van de pseudo-alchemisten, en misschien zelfs wel alle, waardeloos zijn. Voor hen is het een spel om de heilige drievuldigheid voor futiliteiten te misbruiken, en een grap de mensen door zonderlinge figuren en raadsels te bedriegen, terwijl zij uit de nieuwsgierigheid van de lichtgelovigen munt slaan. Van dergelijke lieden heeft onze tijd zeer vele voortgebracht, waaronder een toneelspeler van het amfitheater (een man die vindingrijk genoeg is om de mensen wat op de mouw te spelden) wel een van de voornaamsten is. Dergelijke mensen mengen de vijand van het menselijk geluk met het goede zaad, zodat het moeilijker is de waarheid te herkennen. De waarheid is eenvoudig en onverhuld, maar de leugen zich hult in schone schijn en versiert zich met flarden goddelijke en menselijke wijsheid.

4. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 4
Zou het voor ons niet genoeg zijn dat wij ons geen zorgen hoeven te maken over honger, armoede, ziekte en ouderdom? Zou het niet heerlijk zijn zo te leven, alsof u vanaf het ontstaan van de wereld zou hebben geleefd, en tot aan het einde van de wereld zou blijven leven? Zo te leven, dat zij, die aan de andere zijde van de Ganges leven wonen hun handelingen niet kunnen verbergen, en zij die in Peru leven hun overleggingen niet verheimelijken kunnen? Zo in een boek te lezen, dat u de inhoud van alle boeken uit verleden, heden en toekomst voor u ziet, begrijpt en onthoudt? Zo te zingen en te psalmzingen dat u, in plaats van rotsstenen edelstenen, in plaats van dieren de Geest aantrekt, in plaats van Pluto (de god van de onderwereld, het dodenrijk) de machtigste vorsten van het aardse rijk beweegt?

5. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 8
Evenals er in het menselijke hoofd twee organen zijn om te horen en twee om te zien, twee voor de reuk en een voor de spraak, en het tevergeefs zou zijn het spreken van de oren of het horen van de ogen te verlangen, zo zijn er tijden geweest die gezien, andere die gehoord, weer andere die geroken hebben. Nu rest nog dat binnen korte tijd, die met rasse schreden nadert, ook de tong haar eer zal ontvangen, opdat ze hetgeen ze eens gezien, gehoord en geroken heeft, nu eindelijk zal uitspreken, nadat de wereld de roes van haar giftige, bedwelmende beker zal hebben uitgeslapen, en ze vroeg in de morgen de opgaande zon met geopend hart, ontbloot hoofd en ontschoeide voeten vrolijk en jubelend tegemoet zal gaan.

6. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 13
Vindt u niet, dat u na onderzoek van uw gaven, en na het inzicht, die u in de Heilige Schriften bezit, te hebben overdacht, en uit de overweging hoe onvolmaakt en tegenstrijdig alle kunsten zijn, nu eens eindelijk tezamen met ons over hun genezing moet gaan denken? Dat u uw handen moet gaan aanbieden aan God, die het werk verricht, en u gaan wijden aan de eis van uw tijd? De beloning hiervan zal zijn, dat alle goede dingen, die de natuur over alle delen van de aarde verspreid heeft, tot een eenheid verenigd, bij u, als in een middelpunt van zon en maan, zullen worden samengebracht. Dan zult u alles wat het menselijke kenvermogen omsluiert en zijn werkzaamheid belet, alsmede alles wat uitmiddelpuntig is en niet met de cirkel samenvalt, uit de wereld kunnen bannen.

7. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 7
Wij erkennen dat vele voortreffelijke geesten door hun beschouwingen veel zullen bijdragen aan de toekomstige vernieuwingen. Daarom matigen wij ons geenszins de roem aan dat ons alleen zo’n geweldige opdracht ten deel zou vallen. Maar wij getuigen dat, uit de geest van Christus, onze verlosser, eerder stenen zich zullen aanbieden, dan dat het zou ontbreken aan uitvoerders van zijn goddelijk raadsbesluit.

8. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 2
Wat de verbetering van de wijsbegeerte betreft (voor zover die nu moet worden aangebracht), hebben wij hebben reeds uiteengezet dat de wijsbegeerte ziek is, ook al doen de meesten alsof zij gezond zou zijn. Voor ons is het duidelijk dat ze bijna de geest geeft. Maar zoals meestal, juist op dezelfde plaats waar een nieuwe besmettelijke ziekte uitbreekt, de natuur het geneesmiddel openbaart, zo rijzen te midden van de ergste ziekteverschijnselen van de wijsbegeerte in ons land voldoende uitnemende middelen tot gezondmaking op, waardoor zij kan herstellen, als een nieuw, of vernieuwd, in een te vernieuwen wereld kan verschijnen. Er bestaat echter voor ons geen andere wijsbegeerte dan die de kroon is van alle faculteiten, wetenschappen en kunsten. […] Het is een wijsbegeerte die hemel en aarde met een voortreffelijke ontleedkunde doorvorst, of die, om kort te gaan, genoegzaam tot uitdrukking brengt dat de individuele mens een microkosmos is.

9. Confessio Fraternitatis R.C. , paragraaf 12
Als u wijs bent, neem dan uw toevlucht tot ons, die niet uw goud afbedelen, maar u integendeel onmetelijke schatten aanbieden; die het niet – onder het mom van een of andere tinctuur op uw goederen gemunt hebben – maar u deelgenoot willen maken van de onze; die u niet voor raadsels plaatsen, maar u uitnodigen tot een eenvoudige en duidelijke uiteenzetting van onze geheimenissen; die niet het verlangen hebben door u opgenomen of ontvangen te worden, maar u roepen tot onze meer dan koninklijke paleizen. Bij dat alles laten wij ons niet leiden door onze pronkzucht, maar door de Geest.

Bron: De Belijdenis der Rozenkruisers Broederschap van J. van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *