Zelfoverwinning – Commentaar op het aforisme ‘Wie zichzelf overwint is almachtig’ van Lao Zi in de Chinese Gnosis

De onderstaande beschouwing over zelfoverwinning is afkomstig uit hoofdstuk 33-2 van De Chinese Gnosis door J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri. Deze is gebaseerd op strofe 33 van de Daodejing in de vertaling van Henri Borel die wordt toegeschreven aan Lao Zi.

U zult hebben bemerkt dat de noodzakelijk geworden nieuwe gerichtheid op de nieuwe dag van openbaring, die nu nabij gekomen is, nochtans een zeer klassieke bodem heeft. Aan het einde van de Ariës-era werd deze boodschap aan de langzaam volwassen wordende mensheid gebracht. Door de gehele era der Vissen heen werd zij door diverse grote voorgangers en boodschappers der mensheid voorgeleefd en uitgebeeld. En in de nu komende Aquarius-era dient zij door heel de mensheid te worden nagevolgd. De grote symbolen van deze drievoudige periode van brengen, voorleven en navolgen, zijn achtereenvolgens het Lam, de Vissen en de Waterman, die zijn kruik vol levend water leeggiet over heel de mensheid. 

De tijd van vervulling is nabij gekomen, en die tijd kan komen en zich realiseren omdat de mens, krachtens zijn existentiële mogelijkheden daartoe in staat is. De mens heeft ruim vierduizend jaar de tijd gehad om al deze mogelijkheden mobiel te maken. Daarom dienen de leerlingen van de Geestesschool zich met vreugde en dankbaarheid gereed te maken voor deze grandioze taak van bevrijding. 

Het eerste aanzicht van het zelfverwerkelijkingsproces dat u daartoe wordt voorgehouden, hebben wij besproken in de terminologie van de Tao Teh King: zichzelf kennen, en daardoor de verlichting deelachtig worden. En wij gaan nu verder met het tweede aanzicht: zichzelf overwinnen, en daardoor almachtig worden. 

Wij hebben u uiteen gezet dat er in een mens – als hij maar lang genoeg gedronken heeft uit de beker vol bitterheid, en maar lang genoeg gegeten heeft van de vruchten van de boom der kennis des goeds en des kwaads – een nieuw gevoelsleven, een nieuwe levensnoodzaak tot ontwikkeling komt, namelijk een intense behoefte om het doel van zijn leven te leren kennen, het plan dat aan zijn existentie ten grondslag ligt. 

Naarmate hij nu doordringt in dat plan, en zijn verlangens, zijn hart, daarmee gevoed wordt, en zijn hart aldus door het grandioze licht van de Gnosis verlicht wordt, dan gaat het hart voor heel deze wonderlijke vervulling open. De roos bloeit open en de hogere mens, die de leerling als microkosmos omvat houdt, gaat dan tot hem spreken. Zo gaat de kandidaat binnen in wat wij en vele ouden aanduiden als de periode van de mystieke verlichting, van de koestering van het hem aanrakende plan. 

Het kan in die primaire, nieuw ontluikende toestand-van-zijn geschieden dat er in die mens een gehele andere levensgerichtheid ontstaat, dus een geheel nieuw waardebepalend vermogen. Alles wat hij voorheen uitermate belangrijk achtte, het wordt als niets. Het wordt als niets in het licht van de nieuwe dag. Een nieuw redelijk-zedelijk vermogen is dan vrij gekomen. Redelijk, omdat door die verandering, naast het hartheiligdom ook, het hoofdheiligdom zijn waarachtige functies kan gaan vervullen. Hoofd en hart, hart en hoofd, werken zo samen in een aldus verlichte, redelijk-zedelijke staat-van-zijn. Nu kan het grote werk beginnen. Na het zichzelf kennen, moet nu komen: het zichzelf overwinnen. Wat wil dat zeggen? 

Daar de mensheid voor de aanvang van de Aquarius-era staat, heeft zij dus én de Ariës-era én de Pisces-era bijna geheel achter de rug. Dat wil zeggen: daar uw microkosmos gemiddeld genomen eens in de zevenhonderd jaar een nieuwe persoonlijkheid omvat houdt, hebt u dus in de achter u liggende vier duizend jaar ongeveer zes levens ervaren, en u staat dus nu óf in het zesde óf in het zevende leven na de aanvang van de Ariës era. Wij willen u hiermee duidelijk maken, dat u in stoffelijk existentiële zin reeds in het oerverleden de boodschap van uw roeping persoonlijk ontvangen en ervaren hebt. Vervolgens werd u in dezelfde condities het heil voorgeleefd en uitgebeeld. Daarom moet deze machtige opgave nu door u worden nagevolgd. 

Wij bedoelen u te zeggen dat de leerlingen van onze School in de achter ons liggende levensstadia tot op dit moment in feite nog geen gebruik hebben gemaakt van de talloze kansen tot bevrijding die zij ontvangen hebben. Zij hebben wellicht al die grote voorgangers en hun dienaren persoonlijk gekend en hen horen spreken – zonder dat zij er gebruik van hebben gemaakt. En tijdens hun laatste levensgang was het de geweldige bewogenheid van de Gnosis der Katharen die hen geroepen heeft. 

In heel dat verleden waren zij wellicht nog niet rijp genoeg voor de overwinningsgang en hebben zij uiteraard veel karma op zich geladen. En zo hebben zij hun astrale dwangbuis tot een complete gevangenis gemaakt. Zo, dat zij eerst nu voor de grote opgaaf worden geplaatst, het overwinningspad te betreden. Ook is het mogelijk dat zij in dit leven niet verder kunnen komen dan het pad van de mystieke verlichting, zoals dat met zovelen het geval is. 

Doch nemen wij eens aan dat deze mystieke verlichting de uwe geworden is, en uw hart en hoofd dus gereedgekomen zijn voor het gaan van het overwinningspad, en dat u daartoe vast besloten bent want daar komt het op aan! U kunt alles bereiken, de mogelijkheden bezit u daartoe, wanneer u maar wilt doorzetten. En dan hebt u er alleen maar voor zorg te dragen dat hoofd en hart in die nieuwe toestand-van-zijn blijven verkeren. U hebt hart en hoofd ‘in het licht’ te houden, zoals wij dat zeggen, om het proces te kunnen voortzetten. En u mag zich niet laten verminken door de greep van de natuur. 

In de verlichting staand vormt de microkosmische mens, door middel van de persoonlijkheid, het zielenwezen. Als u hart en hoofd in het licht houdt, ontwikkelt zich een ideale toestand om de microkosmos met de persoonlijkheid te verbinden. De verbindende kracht, het verbindende element, manifesteert dan de ziel. 

De ziel staat daarbij steeds als in het midden. De ziel is het nieuwe lichaam dat zich dan vormt. De uitstraling van de persoonlijkheid, in het licht van de Gnosis, de steeds ingrijpende, indalende microkosmos, zij vormen tezamen de levende ziel. Het is een existentie, een lichaam, waarvan men zeggen kan dat het wel ín de wereld is, maar niet meer ván de wereld. Zo plaatst de mens zichzelf in de transfiguratie. 

Anders wordt het wanneer wij ons bezinnen op het tot almacht komen, zodra men de overwinningspaden betreden heeft.Wat is almacht? Men spreekt bijvoorbeeld van de almacht, of van de almogendheid van God. De Almachtige is dus God zelf. Het komen tot almacht wil dus zeggen: het doordringen tot, het deel krijgen aan het kernwezenlijke van de Godheid. 

En daar het kernwezenlijke Gods steeds verbonden wordt met het vuur, steeds vergeleken wordt met het vlammende vuur, zult u kunnen verstaan dat de kandidaat, zodra het hem mogelijk wordt de vijfde ether, de vuurether, te beheersen, daardoor tegelijkertijd het kernwezenlijke van het atoom beheerst en hij door deze beheersing tot volstrekte almacht komt. Atoombeheersing  dát is almacht. 

Het klinkt vreemd, maar u kunt als het ware voor u zien dat iedere leerling die het pad gaat, in feite een atoomreactor wordt en kernsplitsing toepast. Door het hier beschreven proces gaat het atoom, waaruit u samengesteld bent, zijn ware aard, zijn diepste krachten tonen en spreiden. En dientengevolge ontwikkelt zich die majesteitelijke verandering. Atoombeheersing is almacht. 

Misschien bent u wel eens in de grot van de Grootmeester geweest, die zich bevindt op de Heilige Berg in Ussat-les-Bains. Daar ziet u een schip, zoals het in het oude Egypte werd afgebeeld, een paar lijnen die het hemelschip aanduiden. Op dat schip ziet u als mast een zevenvoudig kruis. Een krachtige hand houdt dit kruis rechtop, zodat een even krachtige, verticale stroom van Godskracht kan neerdalen vanuit de bovennatuur.

De twee armen van het kruis vormen elk een drieheid. De ene drieheid wordt gedragen en gestuwd door een adelaar en de andere door het getal negen, de grote symbolen van het goddelijke vuur en van de Godskracht. Daarom zeggen wij dat de kandidaat door de vuurether, de Heilige Geest dus – wanneer deze vrij komt en op waardige wijze door de kandidaat kan worden ontvangen en aangewend – wordt voortgestuwd op de golf van almacht. Alzo wordt het hemelschip met vaste hand gericht op het ene grote doel. Door het verticale het horizontale. Door God zelf de almacht. Door de vuurether de bevrijding. 

Alzo zult u verstaan dat de mystieke fase der verlichting moet worden gevolgd door de eenwording, de samensmelting met de vlam, en door de eenwording met de vlam, met het vuur, met het licht: de eenwording met God. 

Wij spreken toch van de goddelijke alomtegenwoordigheid? Welnu, die goddelijke alomtegenwoordigheid, die goddelijke kracht, is vervat in het vijfde aanzicht van het atoom. Stelt de kandidaat zich open voor die kracht, dan wordt hij één met God zelf. Hij wordt dan één met het kernwezenlijke van de al-openbaring, tot in het atoom toe. En daardoor gaat voor hem open de kracht Gods, de almacht. 

Daarop volgt het derde aanzicht van de formule die de Tao Teh King ons gegeven heeft: een nieuwe energie ontplooien, en daardoor het magische vermogen van de wil ontwikkelen. De wil is de hoogste en grootste kracht die de mens kan bezitten. Daarom wordt de wil ‘de hogepriester’ genoemd. Als de lagere mens door het proces van transfiguratie is opgegaan in de hogere mens, door middel van de ziel, zal de wil, als een waarlijk koning-priesterlijk vermogen, kunnen worden aangewend, kunnen worden verbonden met het vuur van de Godheid. Zo zal dan een vurig kruis kunnen worden getrokken, alomvattend en volstrekt, verticaal stromend uit de bovennatuur, en horizontaal zich spreidend over heel de wereld. 

Nu gaat het er niet om in hoeverre u dat proces reeds gerealiseerd hebt, maar het gaat er om, dat u mee gaat doen. Het gaat er om dat u er in treedt. Dan zullen de sterken de zwakken kunnen helpen, en dan ontwikkelt zich een eenheid, een groepseenheid, waarvan wij eerder gesproken hebben. Dan zullen wij niet meer in de wereld staan als roependen, doch dan zullen wij in de wereld van het moment tezamen als machthebbenden staan. Dan zullen wij tezamen de Geestesschool heffen tot een machtige burcht in de albewogenheid. En dan zullen wij, als resultaat van die nieuwe wilsinzet, heel de wereld, heel de mensheid, heel onze maatschappij, zien veranderen. 

Bron: De Chinese Gnosis door J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri 

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *