De ontwikkeling het Lectorium Rosicrucianum – internationale geestesschool, opgericht op 24 augustus 1924

BESTEL ARBEID IN MENSENDIENST

DOWNLOAD WORK IN SERVICE OF HUMANITY (PDF, 80 PAGES)

De onderstaande tekst over het ontstaan, de groei en het doel van het Gouden Rozenkruis zijn gedeelten uit toespraken die zijn gehouden ter gelegenheid van de viering van het 70-jarig bestaan van de Internationale School van het Gouden Rozenkruis in 1994. Alle toespraken ter gelegenheid van dat jubileum zijn in 1995 uitgebracht in het boekje ‘Arbeid in mensendienst’, dat destijds is gestuurd naar alle leden en leerlingen van het Gouden Rozenkruis. Vier video’s van oude filmreportages geven een impressie van het werk van de pioniers. De vijfde en laatste video geeft een impressie van de conferentiecentra en centrumgebouwen van het Rozenkruis. 

Wij zouden onze overwegingen van deze inleiding willen stellen onder het motto van grote bescheidenheid, ja, van deemoed. Wanneer wij ons verbinden willen met de waarlijke, diepe betekenis van de gnostieke volheid, geopenbaard in dit tijdsgewricht, gelden zeker te woorden: ‘Nader met diepe deemoed en ootmoed het heilige dat u nabij is en u van alle kanten omringt.’

Wij zouden deze woorden kunnen zien als een iets te gevoelige, misschien wat overdreven beginfase van een reeks lofuitingen aan het adres van de stichters van het Gouden Rozenkruis, de heer J. van Rijckenborgh en mevrouw Catharose de Petri. Het gaat echter in de Internationale School van het Gouden Rozenkruis niet om sentimentaliteit, maar om waarheid en werkelijkheid. 

De waarheid en werkelijkheid zijn niet te vinden in deze natuurorde. Met aardse zintuigen valt de waarheid niet te ontdekken en te doorschouwen of te begrijpen. En toch hebben de waarheid en werkelijkheid, de andere natuurorde, zich door middel van geestesschool in deze natuurorde kunnen openbaren.

Is dit geen onbegrijpelijk wonder? Een verschijnsel, een fenomeen, een gebeurtenis, die ingrijpt, die de verzonken natuurorde tot op haar grondvesten doet trillen. Een levend vibratieveld, een kosmos van een geheel andere orde dan de natuurorde, waaraan zij vreemd is. De leerlingen van het Gouden Rozenkruis staan er middenin, en als het goed is, is het letterlijk tot in merg en been met hun wezen verbonden. 

Er is een titanenarbeid verricht om dat veld op te bouwen, tot stand te doen komen, te vormen te midden van een tegengesteld vibratieveld. Dat is de arbeid, die met diepe overtuiging, maar ook in diepe deemoed haar begin vond op zondag 24 augustus 1924. Toen vond in Haarlem voor het eerst een bijeenkomst plaats onder auspiciën van de gebroeders Z.W. Leene (fakkeldrager van het Rozenkruis 20) en J. Leene. De laatstgenoemde nam later de schrijversnaam J. van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) aan.

Beiden waren kort tevoren toegetreden tot de Rosicrucian Fellowship. Deze school was in 1909 in de Verenigde Staten van Noord-Amerika gesticht door Max Heindel (fakkeldrager van het Rozenkruis 19) en had sindsdien in verscheidene andere landen, waaronder Nederland, vaste grond gekregen. De datum van 24 augustus 1924 wordt herdacht als het begin van een arbeid die, na een doorgevoerde verzelfstandiging in 1935, zich langzaam ontwikkelend, heeft geleid tot de schepping van de Internationale School van het Gouden Rozenkruis, die ook bekend staat als het Lectorium Rosicrucianum.

De gebroeders Leene, voortkomend uit een christelijk georiënteerd gezin, en sedert hun jonge jeugd zoekend, waren zich hoe langer hoe meer bewust geworden van de richting die zij moesten inslaan en op welke wijze hun honger naar de ene werkelijkheid zou kunnen worden gestild. Van grote invloed is daarbij het contact met professor A.H. de Hartog en diens geschriften geweest. Een groot rechtvaardigheidsgevoel deed hen warm lopen voor de in die dagen zeer actieve arbeidersbeweging. Zo werd langzaam maar zeker hun weg geleid naar het Rozenkruis: een woord, een begrip dat hoe langer hoe meer invloed kreeg, levend werd, en uitgroeide tot de ware betekenis van levensvervulling. 

In deze wereld, in dit aardeveld werd begonnen de fundamenten te bouwen voor het huis Sancti Spiritus, het geestelijke huis van de bevrijding, door mensen opgericht, door mensen gebouwd, in dient can het werk van de broederschap. In deze wereld werd een kruis geplant. Er werd een begin gemaakt met een kruisgang der rozen, die de bevrijding betekent voor velen, die deze roep kunnen herkennen en het vermogen bezitten erop te reageren. 

Aldus kwam hun ook de taak, de heilige opdracht, steeds duidelijker voor ogen te staan. Steeds helderder werd het beeld, en de beperkingen die een aardse geboorte nu eenmaal met zich meebrengt, werden duidelijker herkend en konden overwonnen worden. Over dit alles is uitvoerig te lezen in het boek van J. van Rijckenborgh: De gnosis in actuele openbaring. 

Zo werd reeds vroeg een begin gemaakt met een zeer dynamische arbeid, waarvan ook de krachtige taal uit die beginjaren, de pionierstijd van de geestesschool, getuigt. Sedert het jaar 1930 kreeg ook mevrouw Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22) deel aan deze arbeid en met vereende krachten werd het werk voortgezet. 

Het was een periode van dynamiek, van elan, van ongelooflijke inspanning, van zegenrijke ontwikkelingen, maar ook van teleurstelling en verdriet. In het volle geloof en de roeping, in de hoop op bekroning en gedragen door de liefde voor de mensheid werd een begin gemaakt met het planten van het levende Rozenkruis in de wereld. 

Het levende Rozenkruis moest niet een interessante wijsbegeerte zijn, waardoor velen tot inzicht konden komen, hoewel dat zeer belangrijk is, maar het had tot taak in de wereld de waarheid en werkelijkheid van het nieuwe leven, van het onbeweeglijk koninkrijk, te vertegenwoordigen.

Die weg moest gebaand worden, steeds moest de spade op een volgende plek in de grond van de dialectische natuurorde de gestoken worden om een volgende meter van de weg vrij te maken. De weg moest met volledige zelfwegcijfering gegaan worden, ontgonnen worden. steeds moest een ontwikkelingsveld tot stand komen, geschapen worden, waarin die hulp en die kracht aanwezig was die leerlingen voor hun spirituele ontwikkeling nodig hadden. 

Zo is de geestesschool vanaf haar eerste begin van ontwikkeling gekenmerkt geweest door de intense verbondenheid, in onpersoonlijke liefdedienst, van de leiding van de school met de leeringenschare. Immers, het kenmerk van bevrijdende arbeid is mensenliefde. Verbonden met, gebonden aan de groep, moest de bloedstorting plaatsvinden. 

LEES OVER DE EERSTE CONFERENTIES EN HET CONFERENTIECENTRUM NOVEROSA

Een kleine organisatie moest uitgroeien tot een zevenvoudige geestesschool. Iedere fase, iedere trede van deze zevenvoudige trap moest aan de dialectische natuur ontworsteld worden. Verschillende malen bleek dat de groep nog niet toe was aan een volgende ontwikkeling. Pogingen om een nieuwe stap te zetten moesten soms onderbroken worden, vanwege de onmacht van de groep om op de nieuwe weg de nieuwe zo noodzakelijke volgende stap inderdaad te zetten. Zo was daar het verdriet dat de liefdedaad niet begrepen werd, nog niet opgevolgd kon worden. Dergelijke situaties brachten zelfs tegenstand en haat tot ontwikkeling. 

In de veelbewogen vooroorlogse jaren klonk op alle mogelijke wijzen de waarschuwende stem tegen de toen komende verschrikkingen. De leus goedheid, waarheid en gerechtigheid heeft velen tot nadenken gebracht en steeds verder gevoerd naar bezinning op het doel van het leven, bezinning op de waanzin die tot ontwikkeling kwam. De bezinning deed de rijping en loutering ontstaan die in de naoorlogse jaren tot de definitieve consolidatie voerde van de leer en de vorm waarin de geestesschool tot openbaring moest komen. Als een mijlpaal in de vooroorlogse ontwikkeling van de geestesschool moeten wij zeker de  wijding van de eerste grote tempel in Haarlem op zaterdag 4 september 1937 zien.

LEES MEER OVER DE WIJDING VAN DE EERSTE GROTE TEMPEL IN HAARLEM

De goddelijke geest kan zich openbaren omdat gewerkt wordt in de kracht van de liefde, die door middel van de Christus-openbaring met de mensheid verbonden wordt. Alleen in die kracht, alleen door zulk een rozenkruisgang kan de openbaring tot stand komen en kan de Heilige Geest zich, tot verwerkelijking, uitstorten. Zo zien wij in de gehele school een weg van loutering tot uiting komen, die gegaan is door en met de geestelijke leiding van de school, met en door de medewerkers op alle fronten, en door de leerlingenschare. 

Het vuur van loutering heeft veel kunnen reinigen. De wonden waren soms moeilijk te dragen, Leerlingen, werkers, leiding, zij zijn niet gespaard gebleven, maar in de tot stand gebrachte zuiverheid kon het heilige werk, het ware opus magnum, zich ontplooien. Steeds in en door die ene zekerheid: de weg van het Rozenkruis kan en moet nu gebaand worden, door mensenhoofden, mensenharten en mensenhanden. 

Een kleine organisatie moest uitgroeien tot een internationale zevenvoudige geestesschool. Iedere fase, iedere trede van deze zevenvoudige trap moest aan de dialectische natuur ontworsteld worden. Zo werd een trap van zeven treden gebouwd, een zeer merkwaardig verschijnsel in de wereld van de dialectiek.

LEES MEER OVER DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET CONFERENTIECENTRUM RENOVA

Leden, leerlingen en leerling-werkers verenigen zich regelmatig in de tempels en conferentieoorden en worden daar verbonden met een rijkdom aan licht en kracht, een uitstorting van onbegrensde mogelijkheden, als een wonderbare spijziging. Woorden, beelden, uitleggingen, zijn bronnen van kracht en openbaring voor wie er aan toe is, voor hen die hunkerend uitzien naar de bergen vanwaar hun hulp komen zal (Psalm 121). Dit is een wisselwerking, die ontstaat door de actieve gerichtheid en innerlijke spiritueel gerichte medewerking van een zo groot mogelijke groep bewuste mensen.

Woorden beelden en uitleggingen zijn bronnen van kracht voor wie er aan toe zijn citaten spirituele teksten Arbeid in mensendienstDe grote geestelijke erfenis, vastgelegd in boeken en geschriften, die de geestesschool van het Gouden Rozenkruis ter beschikking staat, zou verworden tot een dode letter indien de geest er niet uit wordt vrijgemaakt door mensen die inderdaad het voorgestelde pad bewandelen, die de geboden helpende hand inderdaad aanvaarden en hun leven ernaar inrichten.

Op 1 september 1954 sprak Jan van Rijckenborgh nog: ‘Wij hebben in de moderne geestesschool dertig jaren nodig gehad om een magnetisch lichaam te bouwen, dat thans verkeert in een staat van een volkomen levend verkeer met de gnosis. In dat lichaam vinden wij een vrije werkplaats, en alle elementen om het bevrijdingswerk te verrichten, om het veelzijdige bouwwerk van vrijwording en vrijmaken voor en met elkaar te vervaardigen.’

Op diezelfde datum ontvingen de twee gebenedijde afgezanten, Jan van Rijckenborgh en Catharose de Petri, eveneens de geestelijke erfenis van de voorgaande broederschap van de katharen, die zevenhonderd jaar eerder een gnostiek rijk in Europa had gesticht, dat de afgezanten, in navolging daarvan, ook nu weer tot stand hadden mogen brengen. De patriarch van de voorgaande broederschap, Antonin Gadal, herkende in hen, en maakte dit ook aan de leerlingen in de Renovatempel bekend, ‘Het Grootmeestertlijk Instituut’,  zoals dat in een bonafide broederschap bestaat en zoals het ook in de kathaarse broederschap fungeerde.

LEES MEER OVER DE OVERDRACHT VAN DE GEESTELIJKE SCHAT VAN DE KATHAREN

De grootmeesters van de jong gnostieke broederschap, J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri, hebben hun zegel gedrukt op een uitstorting en het op schrift vastleggen van een magistrale gnostieke openbaring, die wij vinden in hun boeken en geschriften, maar meer nog als een levende werkelijkheid, die staat te lichten in het levende lichaam van de School van het Gouden Rozenkruis. Zij hebben onder andere onsluierd:

Het wedergeboren licht roept de geestesschool op haar taak uit te voeren in de tijd van het einde, de tijd van het nieuwe begin. Deze taak heeft meerdere aanzichten die alle trouw vervuld dienen te worden.

De eerste taak is de zelfrealisatie, de zelfbevrijding door het endura en zielenbouw, het ondergaan in Jezus de Heer en het vernieuwd worden door de Heilige Geest. Zonder die zelfrevolte valt er voor ons niets te doen in de wereld en voor de wereld.

Ten tweede is er de taak van het prediken van het evangelie ofwel het uitdragen van de leer aan serieuze zoekers, met het doel hen zo snel mogelijk op te nemen in het hemelschip. Deze arbeid kan vervuld worden zolang de levenscondities het nog toelaten dat de school fysiek in deze dreven existeert.

Ten derde is er de taak van het staan in de wereld als een rots in de branding, als een Petra Christi, waardoor de loop van historische gebeurtenissen gewijzigd kan worden. Dit is een taak voor uitgelezen werkers, die nimmer in isolatie, maar altijd in de groepseenheid van de levenden deze arbeid volvoeren, zonder dat zij ‘partij kiezen’, maar in volkomen mee-bewegen met het goddelijke plan. Dit is het medetorsen van het kruis van de Christus.

De vierde taak is het voorbereiden van een nieuwe impuls en het prepareren van een voorhof, een veld dat achterblijft voor de opvang van zoekers zodra de innerlijke school met haar oogst verdwijnt.

De vijfde taak is de kerntaak van elke geestesschool. Het is het vrijmaken en thuisbrengen van allen die willen, van al diegenen die in het krachtveld van de school zijn opgenomen. Dit is het genezen van de zieken en de oogst in de schuren brengen. Dat is een arbeid die kan en zal doorgaan, ook al zou de innerlijke school gesloten zijn en zich geleidelijk uit deze dreven terugtrekken. Dit houdt in een volkomen transfiguratie van alle meetrekkenden.

In de worsteling om te slagen zullen vele eersten de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Velen van de aanvankelijk geroepenen zullen zich afkeren en velen van hen die naar aardse maatstaven ‘te laat’ waren, zullen alsnog ingaan en voorgaan.

Zo staat levendig voor ons bewustzijn dat de grote arbeid in alle gebieden van het leven in het verleden een heldentorsen is geweest, in het heden een intense licht- en genadewerking mag ondervinden, en in de toekomst onafgebroken zal voortgaan tot het laatste gevallen godenkind is uitgered.

Mogen wij in de komende jaren van zaaien en oogsten ons geheel voorbereiden op het einde, dat een nieuw begin in zich houdt. Dan zullen in het aquariustijdperk de vruchten geplukt kunnen worden van de offergangen van het licht in verleden en heden. De gloriegang die komen gaat, tekent zich af in de vuurether.

TEN GELEIDE

Wij zijn verheugd onze lezers in deze uitgave de tekst te kunnen aanbieden van de tempeltoespraak – aangevuld met enige historische gegevens – welke gehouden werd op Broederschapsdag 24 augustus 1994, die de zeventigjarige arbeid van het Rozenkruis markeerde.

In de loop van deze Broederschapsdag werden voorts fragmenten ten gehore gebracht van drie historische toespraken, namelijk de Kersttoespraak 1937 van Z.W. Leene, een conferentietoespraak van J. van Rijckenborgh over de bloedstiel en de toespraak van Catharose de Petri bij de inwijding van een nieuwe Haags centrumgebouw op 22 augustus 1982. De tekst van deze drie fragmenten hebben wij eveneens in deze uitgave opgenomen.

Tenslotte bevat de uitgave de tekst van de drie toespraken tijdens de zich bij de Broederschapsdag aansluitende conferentie die in de onderscheidene werkvelden van het Lectorium Rosicrucianum in de maanden augustus en september 1994 gehouden werd.

Rozekruis Pers

INHOUD

Ten geleide

  1. Zeventig jaar Rozenkruisarbeid
  2. Het christendom een waagstuk?
  3. De bloedsziel
  4. Zichtbare en onzichtbare bouwstukken Gods
  5. De ontwikkeling van de geestesschool van 1924 tot 1994
  6. De wereldwijde uitbreiding van de geestesschool
  7. De toekomst van de geestesschool

Bron: Arbeid in mensendienst

BESTEL ARBEID IN MENSENDIENST

DOWNLOAD WORK IN SERVICE OF HUMANITY (PDF, 80 PAGES)

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *