Essay 2

   Symbolen van de ziel, week 2

De ziel als boom, hoofdstuk 11 van Mysteriën en symbolen van de ziel

 

De ziel wordt vaak gezien als een potentiële verbinding tussen de eenheid en de veelheid, tussen de geest en de persoonlijkheid. Dat komt mooi tot uitdrukking in een boom want uit de stam, symbool voor de oorsprong, groeien vele takken. We zien dat verschijnsel ook in schematische bomen zoals stambomen en boomdiagrammen.

In het oude India waren er geen mysteriescholen. Esoterisch onderricht werd persoonlijk gegeven door een leraar aan een leerling. Veel van de geheime Vedische leringen uit die tijd zijn terug te vinden in de zogeheten Upanishads, die vanaf ongeveer 750 v. Chr. zijn opgeschreven maar daarvoor al eeuwenlang mondeling werden doorgegeven.

In hoofdstuk 12 van het zesde deel van de Chandoya Upanishad lezen we dat een zoon door zijn vader onderwezen wil worden in de mysteriën van het leven. Hij vraagt hoe het mogelijk is dat de veelheid van namen en vormen voortkomen uit puur Zijn. De vader vraagt zijn zoon dan om een vrucht van de vijgenboom te halen, deze open te breken en te vertellen wat hij ziet. Als de zoon antwoordt dat hij kleine zaden ziet, vraagt de vader hem een zaad open te breken en opnieuw te vertellen wat hij ziet. De zoon antwoordt dat hij helemaal niets ziet. Dan legt zijn vader hem uit dat het bestaan van de machtige vijgenboom berust op de subtiele essentie die hij niet ziet, en dat het Zelf van de wereld en van hemzelf ook zo’n subtiele essentie is.

Met bomen is een enorm uitgebreide symboliek verbonden want er kunnen talloze betekenissen aan worden toegekend. Zo staan bomen ook symbool voor onder andere:

  • standvastigheid omdat ze vaak bestand zijn tegen allerlei weersomstandigheden: warmte, koude, vochtigheid, droogte en storm
  • groei omdat ze ontstaan uit een klein zaadbeginsel, zich gestaag ontwikkelen en veel ouder en groter kunnen worden dan een mens
  • voortzetting van het leven via de zaden uit de vruchten
  • kringlopen omdat veel bomen een duidelijke jaarlijkse cyclus kennen die samenhangt met de seizoenen: bloeien in de lente,  bladeren vormen in de lente en de zomer, vruchten en bladeren afwerpen in de herfst en rust in de winter.

Inwijding

Tevens wordt de boom in verband gebracht met inwijding. Boeddha bereikte verlichting na een lange meditatie onder de bodhiboom. Over Jezus wordt gezegd dat hij zijn discipelen onderwees in een kring van palmen.  Vers 3 van Psalm 1 vergelijkt de godvruchtige mens met een boom die geplant is aan waterstromen, die vruchten geeft op zijn tijd en waarvan de bladeren niet verwelken. En in Mattheüs 7 lezen we dat iedere goede boom goede vruchten voortbrengt, dat een goede boom geen slechte vruchten draagt en dat een slechte boom geen goede vruchten draagt.

Wat is inwijding eigenlijk? In algemene zin verstaat men onder inwijding dat er een handeling of meerdere opeenvolgende handelingen worden verricht waardoor een buitenstaander wordt opgenomen in een bepaalde groep of gemeenschap. Vaak gaat inwijding gepaard met een leerproces dat eindigt en begint met een ritueel. Deze generieke omschrijving kan ook van toepassing zijn als het gaat om de mysteriën van de ziel. Daar komt echter wel wat meer bij kijken.

In authentieke spirituele tradities heeft inwijding primair betrekking op zelf-inwijding: de betrokkene verwerft door zelfwerkzaamheid nieuw innerlijk weten en nieuwe vermogens. Een leraar of een mysterieschool kan de leerling van de ziel wel begeleiden en van krachten voorzien, maar uiteindelijk moet de betrokkene het werk zelf verrichten. Wanneer je een nauwkeuriger indruk wilt vormen over inwijding in de mysteriën, kun je de volgende uitspraken van spirituele leraren uit de twintigste eeuw overdenken.

  • Inwijding is een overwinning op de vier elementen: de aarde, het water, de lucht en het vuur. Tegenwoordig vindt de inwijding niet meer in tempels plaats, maar in het dagelijks leven. Want daar, in het leven van alledag, tref je de vier elementen aan en daar dien je ze te trotseren. (Omraam Mikhaël Aïvanhov)
  • Inwijding is het gevolg van het vermogen om begoochelingen en illusies te boven te komen die de waarheid versluieren en het bewustzijn beperken. (Alice Bailey)
  • Inwijding is ook het ondergaan van beproevingen, want die zijn een teken van werkelijke vooruitgang in de leerling. (Hazrat Inayat Khan)
  • Inwijding is het zelf stichten van het koninkrijk van God in u. (Wim Leene)
  • Inwijding is de trapsgewijze opneming in de hiërarchie en de sacramentele verzegeling van krachten en vermogens van de oorspronkelijke mens in de wedergeboren nieuwe mens. (Jan van Rijckenborgh)
  • Door inwijding valt iemand het weten en kunnen ten deel dat hij zich zonder die inwijding pas in een zeer verre toekomst na tal van incarnaties – langs een heel andere vorm – eigen zou kunnen maken. (Rudolf Steiner)

Een ingewijde in de mysteriën van de ziel zouden we ook een levende verbinding tussen aarde en hemel kunnen noemen. Hij of zij heeft de opdracht aanvaard om naar beneden wortel te schieten en naar boven vrucht te dragen (2 Koningen 19:30). De aarde is de zintuiglijk waarneembare wereld waarin we leven en handelen. En onder de hemel verstaan we het domein van de ziel, de reine astrale wereld van de concrete oertypen en werelden die daar nog bovenuit stijgen.

Zo’n ingewijde ademt en leeft niet meer, zoals de meeste mensen, uitsluitend uit de verontreinigde astrale sfeer van de aarde – die mede het gevolg is van de val van opstandige engelen, de zondeval van de mens en duizenden jaren onheilig leven door de mensheid.

Opstijgen en neerdalen  

Ook een boom is een levende verbinding tussen aarde en hemel. Een loofboom is geworteld in de aarde en strekt zijn kroon uit tot in de hemelen. Een boom is een levend en ademend wezen waarin water en voedingsstoffen vanuit de bodem via de wortels, de stam en de takken naar de kroon opstijgen. En er is een neerdalende stroom waarbij organische voedingsstoffen die in de bladeren door fotosynthese zijn aangemaakt uit kooldioxide, water en zonlicht via de takken en de stam neerdalen tot in de wortels. Zo is er ook in de vernieuwde menselijke ziel voortdurend sprake van een opstijgen en een neerdalen van lichtkrachten.

Het belang van het juiste evenwicht tussen opstijgen en neerdalen komt ook tot uitdrukking in de volgende regels uit de klassieke tekst Tabula Smaragdina of de Smaragden Tafel van Hermes Trismegistus:

‘Van de aarde stijgt het op tot de hemel.
en daalt het vandaar weer af tot de aarde,
en neemt daarbij tot zich de kracht van hetgeen boven is,
en die van hetgeen beneden is.  
Zo zult u de glorie van de ganse wereld bezitten,
en deswege zal alle duisternis van u vluchten.’  

Hierin staat een mooie belofte: alle duisternis zal van u vluchten. Door opstijgen en neerdalen kan het licht zich dus manifesteren. Opstijgen en neerdalen herkennen we op het fysieke niveau als inademen en uitademen. Mede om die reden wordt de geest ook wel aangeduid als adem of pneuma.

Als iets niet ademt, is het dood. Ieder levend mens ademt, maar dat betekent natuurlijk niet dat ieder mens ademt in de geest. Als een zoekend mens in aanraking komt met een authentieke spirituele traditie, wordt hem duidelijk gemaakt dat hij in symbolische zin in duisternis leeft, dat hij niet verlicht is en dat hij afgesneden is van de overvloedige hemelse genade. Met andere woorden: dat hij geen levende verbinding vormt tussen aarde en hemel.

De profeet Jesaja vergelijkt de mens in het eerste vers van hoofdstuk 11 met het restant van een omgehakte boom die hij de afgehouwen tronk van Isaï noemt. Tegelijkertijd wordt hem of haar het grootste perspectief voorgehouden dat er zich in zijn binnenste een goddelijke kiem bevindt van waaruit een machtig herscheppingsproces kan plaatsvinden als de mens daar aandacht aan schenkt.

De vruchten van de geest  

Jesaja schrijft namelijk dat er een scheut tot ontwikkeling komt die vruchten van de geest zal voortbrengen. Wat zijn die vruchten? De apostel Paulus benoemt ze in hoofdstuk 5 van zijn brief aan de Galaten als liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

In ieder mens is een symbolische boom aanwezig die we op basis van de paradijsmythe uit Genesis 3 de boom van kennis van goed en kwaad zouden kunnen noemen. Het betreft het centrale cerebrospinale zenuwstelsel van het lichaam, waarvan de stam wordt gevormd door het ruggenmerg en de kroon door het brein. In het ruggenmerg is een vurige bewustzijnskracht aanwezig die het slangenvuur wordt genoemd.

In het gehele centrale cerebrospinale zenuwstelsel circuleren onheilige energieën. Jakob Boehme spreekt over een vuur dat in Lucifer ontstoken is, dat dus samenhangt met onder andere de val van opstandige engelen en de zondeval van de mens. Volgens de paradijsmythe heeft de slang in de boom van kennis van goed en kwaad de mens verleid om te eten van de vrucht van die boom, waardoor die mens zich geleidelijk geheel met de stoffelijke aardse werkelijkheid moest verbinden en een stoffelijk lichaam aannemen.

Naast de symbolische zwarte slang die de aanzet heeft gegeven voor de involutie van de mens, voor de verstoffelijking, is er ook witte slang die de mens vanaf het dieptepunt van stoffelijkheid, het nadir, aanspoort om de weg terug naar het verloren paradijs, het pad van evolutie, te gaan. De zwarte en de witte slang zien we in een samengestelde symbolische boom van kennis van goed en kwaad die bekend staat als de mercuriusstaf, de hermes staf en de caduceus.

De mercuriusstaf

Beide slangen kronkelen zich drieënhalve slag om de stam, en de bladerkroon is vervangen door twee vleugels die het mogelijk maken om innerlijk op te stijgen en neer te dalen, om net als de Griekse god Hermes of zijn Romeinse equivalent Mercurius een boodschapper van de goden te zijn, een levende verbinding tussen hemel en aarde.

In het menselijk lichaam staan de twee slangen voor de strengen van de nervus sympathicus links en rechts van het ruggenmerg. Deze drie energiekanalen staan in de Indiase filosofie bekend als Ida, Pingala en Sushumna. In het verhaal over de opwekking van Lazarus uit de dood zoals dat beschreven staat in hoofdstuk 11 van het evangelie van Johannes, kunnen we de drie kanalen in verband brengen met Maria, Martha en Lazarus van Bethanië. De bolletjes onderaan en bovenaan de staf staan symbool voor het geopende stuitchakra en het geopende kruinchakra.

Inwijding in vroegere tijden had vaak betrekking op het op basis van allerlei oefeningen bewust laten opstijgen van de vurige kracht uit het stuitcentrum door de drie energiekanalen tot in het kruinchakra. Voor de huidige mens brengt die yoga-weg grote gevaren met zich mee omdat deze al lang niet meer past bij het huidige niveau van zijn ontwikkeling en de sterk verontreinigde astrale sfeer van de aarde.

In het transfiguristische inwijdingsmysterie voor de huidige mensheid spelen de drie energiekanalen ook een belangrijke rol, maar het proces verloopt geheel anders en veel veiliger. Op basis van de kundalini van het hart, die het gevolg is van een werkzame geestvonk, en zonder oefeningen komen heel andere vernieuwende energiestromen in het lichaam tot ontwikkeling. Dat proces wordt beschreven in de module ‘Spirituele Pinksteren’ van het boek ‘Spirituele Pasen en Pinksteren’.

In de mercuriusstaf kunnen we de structuur van een uiterst belangrijk samengesteld symbool herkennen dat bekend staat als de boom des levens of de levensboom uit de kabbalah. Dat is een gnostieke traditie die tot ontwikkeling is gekomen binnen het jodendom, die later ook invloed heeft gehad op esoterische stromingen binnen het hermetisme en het christendom. Zo wordt er niet alleen gesproken over de joodse kabbalah, maar ook over de hermetische kabbalah en de christelijke kabbalah.

Het woord kabbalah betekent letterlijk traditie. Veel mensen associëren het woord direct met getallenmystiek en numerologie. Dat is slechts een klein aspect van de kabbalah. In de kabbalistische traditie gaat het vooral om het doordringen tot de diepere betekenissen die verborgen liggen in de joodse bijbel, dus dat wat christenen het oude testament noemen. Dit is zeker niet alleen een verstandelijke activiteit. In veel kabbalistische tradities spelen bijvoorbeeld ook rituelen, gebeden en gezangen een belangrijke rol.

De levensboom  

De levensboom bestaat uit tien cirkels, ook wel sefiroth genoemd, die met elkaar verbonden zijn. Deze abstracte figuur heeft wel iets weg van een echte boom die geworteld is in de aarde en zijn kruin uitstrekt tot in de hemel. Het is een heilig symbool dat volgens de kabbalistische traditie niet door mensen is bedacht, maar evenals heilige teksten door engelen geschonken is aan verlichte mensen.

De levensboom van de kabbalah behoort niet tot de ervaringswereld van de concrete oertypen, maar tot de ervaringswereld van de abstracte oertypen, waar ook bijvoorbeeld getallen en geometrische figuren deel van uitmaken.

De levensboom is een blauwdruk voor het goddelijke scheppingsplan en geeft weer hoe het goddelijke licht zich stap voor stap manifesteert op alle niveaus, als een bliksemschicht of een vlammend zwaard. Wie die blauwdruk begrijpt, ervaart en er bewust deel van uitmaakt, wordt herschapen tot een nieuwe mens.

De tien sefiroth zijn krachtwerkzaamheden, uitstralingen of eigenschappen.  In de levensboom wordt altijd een duidelijke scheiding gemaakt tussen de drie hogere sefiroth – Kether, Chokmah en Binah – en de overige zeven lagere sefiroth. Deze scheiding wordt ook wel aangeduid als de sluier of de afgrond. Het houdt onder andere in dat de hogere drie sefiroth zich niet manifesteren en geestelijk blijven.

De 22 verbindingen tussen de sefiroth corresponderen met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, en ook met de 22 grote arcana van de hermetische tarot. De 10 sefiroth en de 22 verbindingen vormen tezamen de zogeheten 32 paden van wijsheid, die beschreven worden in het klassieke kabbalistische boek Sefer Yetzira.

Een belangrijk idee achter de levensboom is dat er schepping of manifestatie plaatsvindt doordat het hemelse licht afdaalt en getemperd wordt via tien transformatiestations die sefiroth worden genoemd. Dat gebeurt in de kosmos en in de mens op een manier die lijkt op een bliksemstraal en is weergegeven in de mercurius-staf op de afbeelding.

Voor de sefiroth worden meestal de Hebreeuwse namen gebruikt. Van boven naar beneden zijn dat Kether, Chokmah, Binah, Chesed, Geburah, Tifareth, Netzach, Hod, Yesod en Malkuth. Er zijn Nederlandse vertalingen voor deze woorden, maar die worden vrijwel nooit gebruikt omdat dit gemakkelijk tot verwarring kan leiden aangezien het dan niet direct duidelijk is dat het gaat om sefiroth.

Over de kwaliteiten die horen bij de tien afzonderlijke sefiroth is heel veel te zeggen. Hier volstaan we met de mededeling dat de sefiroth corresponderen met planeetkrachten. In nieuwere boeken over de levensboom worden de sefiroth meestal verbonden met de planeten op een wijze die in afbeelding 11 is weergegeven.

Het lichaam, de persoonlijkheidsziel, de ziel en de geestziel van de mens kunnen allemaal worden gezien als een levensboom. Al die dimensies van onszelf hebben dus dezelfde innerlijke structuur. In het zevende hoofdstuk met de titel ‘De ziel als zevenvoud’ gaan we daar dieper op in.

Jaarcyclus  

Dit essay besluiten we met een korte uitleg over het transfiguristische spirituele pad aan de hand van een jaarcyclus van een fruitboom. Wanneer een kind wordt geboren, is het nog in zekere mate verbonden met hemelse sferen en kan het de schoonheid daarvan ervaren. Deze toestand is vergelijkbaar met het begin van de herfst. De fruitboom toont zich nog in volle glorie. Naarmate de herfst vordert, vallen er steeds meer bladeren van de boom totdat deze vrijwel helemaal kaal is aan het begin van de winter.

Naarmate een kind opgroeit, ervaart het steeds minder van de hemelse sferen totdat dit zelfs tot vrijwel nul is gereduceerd. Dat is ook nodig om een persoonlijkheid op te bouwen die in deze wereld kan functioneren. Maar onmerkbaar vinden er tijdens het volwassen worden van de persoonlijkheidsziel wel voorbereidingen plaats waardoor een spiritueel ontwaken mogelijk wordt. In het verborgene ontstaan knoppen.

Op een gegeven moment kan in een volwassene de geestvonk ontwaken en is hij of zij zich daar duidelijk van bewust. Dit moment van de geboorte van de ziel is vergelijkbaar met het begin van de lente waarop de bloesemknoppen van de fruitboom zich openen. De nieuwe ziel is geboren, groeit, neemt toe in kracht en bereikt na een jarenlang proces een hoogtepunt aan het begin van de zomer. Op dat moment wordt de geestziel geboren en is alles gericht op het voortbrengen van vruchten ten dienste van het grote geheel. Dan voltooit de uiterlijke mens zijn innerlijke opdracht.

Hoe kunnen we in dit verband de naaldbomen zien die altijd groen zijn? Sparren zijn groen in alle jaargetijden en worden daarom al sinds mensenheugenis gezien als een symbool voor eeuwig leven. Daarom spelen ze al eeuwenlang een belangrijke rol in het midwinterfeest of joelfeest dat gevierd wordt vanaf 21 december en meestal twaalf dagen duurt. Als de eeuwigheid indaalt in de tijd zoals dat wordt herdacht met Kerstmis, wordt de nieuwe ziel geboren in de mens.

En die nieuwe ziel kan uitgroeien tot een onsterfelijk zielekleed dat in het lied van de parel wordt aangeduid als het stralende gewaad. Vanuit die optiek kun je een versierde kerstboom met lichtjes zien als een symbool voor het onsterfelijke zielekleed dat in jezelf tot ontwikkeling kan komen, een stralende verschijning die licht, leven en vreugde schenkt.

BESTEL ‘MYSTERIËN EN SYMBOLEN VAN DE ZIEL

 

2 gedachten over “Essay 2

  1. Jes Jespers

    Als jongeling was ik me al bewust dat je alle geleerdheid van de wereld kunt verzamelen, maar dat het hebben van die kennis je nog niet tot een wijs mens maakt. Wijsheid laat zich niet verzamelen, wijs kun je ‘slechts’ zijn. Leven is het vervoegen van het werkwoord zijn en ‘zijn’ kun je niet in je dromen, daarvoor moet je wakker in het ‘Nu’ zijn. Verleden en toekomst behoren tot de tijd, het ‘nu’ niet, via het ‘nu’ zijn we verbonden met de eeuwigheid, met de ‘boom des levens’. Om in het nu te kunnen zijn moet je aandachtig zijn, dat is een staat waarin je zonder gedachten bent en je je helder bewust bent dat je het middelpunt van waarneming bent. In deze heldere staat is of wordt het je zonneklaar dat je niet kunt zijn wat je kunt waarnemen, je bent nog je lichaam, noch je geest of welke ervaring dan ook! De geest met zijn beperkte mentale bewustzijn, moet leren inzien dat hij geen eigen identiteit is doch slechts rollen speelt. De geest moet wijken om het licht van het Zelf niet meer te blokkeren. Het bewustzijn van de geest is te vergelijken met slechts een golfje op de eindeloze oceaan van bewustzijn. De geest is onze persoonlijke bloedeigen boom van kennis van goed en kwaad, zo listig als een slang, die we door door hem te observeren (waar-nemen) aan het licht moeten brengen. We moeten leren zien dat we in wakende toestand, met uitzondering van de tijd dat we onze aandacht aan iets schenken, in ‘gedachten’ zijn. We zijn dan gewoon aan het dagdromen, mechanisch en ongecontroleerd ergens ver weg in ruimte en tijd verblijven we al ‘malende’. Om in het Nu te kunnen zijn moeten we uit de geest met zijn denken en voelen treden in een staat van ‘aan-dacht’. Aandacht is bewust zijn en in bewust zijn is er wijsheid in weten. We zijn allen op zoek naar wie we in realiteit zijn om ons Zelf te realiseren. Simpeler kan ik het niet maken, gewoon arm van geest zien te worden, toch?!

    Reageren
  2. Miomi Pront

    wat een rijkdom aan inzicht en bewustzijn wordt me hier besproken…een inzicht dat me laat voelen diep vanbinnen dat dit de weg is ..die ik en wij als mens hebben te gaan ; waar we ons nu ook bevinden ;mooi om het geleidelijke rijper worden te ervaren,..steeds weer in andere lagen , maar in dankbaarheid

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *