De verlichting van Boeddha, de vier edele waarheden en het achtvoudige pad volgens het evangelie van Boeddha

 

De verlichting Boeddha, de vier edele waarheden en het achtvoudige pad volgens het evangelie van Boeddha

De heilige richtte zijn schreden naar die gezegende bodhi-boom, onder welks schaduw hij zijn zoeken ten einde zou brengen. Terwijl hij heenging, beefde de aarde en een schitterend licht veranderde het aanzijn der wereld. Terwijl hij nederzat, weerklonken de hemelen van vreugde en alle levende wezens werden vervuld van blijdschap. Mara alleen, de heer der vijf begeerten, de brenger des doods en de vijand der waarheid, was verstoord en verheugde zich niet.

Met zijn drie dochters, de verleidsters, en met zijn gevolg van boze geesten, ging Mara naar de plek waar de grote sjramana zat. Maar sjakjamoeni duchtte hem niet. Mara uitte vreeswekkende bedreigingen en deed een wervelstorm ontstaan, zodat de hemelen verduisterd werden en de oceaan bulderde en sidderde. Maar de gezegende onder de bodhi-boom bleef kalm en vreesde niet. De verlichte wist, dat geen kwaad hem kon overkomen.

De drie dochters van Mara verzochten bodhisattwa, maar hij lette niet op hen, en toen Mara zag, dat hij geen verlangens in het hart van de overwinnende sjramana kon ontsteken, beval hij alle boze geesten onder zijn bevel, de grote moeni aan te vallen en te overweldigen.

Doch de gezegende sloeg hen gade als een die op het onschuldige spel van kinderen toeziet. Al de woeste haat der boze geesten was vruchteloos. De vlammen der hel werden tot heilzaam reukwerk, en de woedende bliksemflitsen werden veranderd in lotusbloemen. Toen Mara dit zag, ontvlood hij met zijn heir de bodhi-boom. Toen daalde van boven een regen van hemelse bloemen neder, en stemmen van goede geesten werden gehoord, zeggende:

Ziet de grote moeni! Zijn geest onberoerd door de haat; zijn heir der bozen heeft hem niet overmocht. Hij is rein en wijs, vol liefde en mededogen. Gelijk de stralen der zon de duisternis der wereld wegnemen, zo zal hij die in zijn zoeken volhardt, de waarheid vinden, en de waarheid zal hem verlichten.

Nadat boddhisattwa Mara had doen vluchten, gaf hij zich aan overpeinzing over. Alle ellenden der wereld, het kwaad teweeggebracht door boze daden en het lijden, dat daaruit ontsproot, ging voor zijn geestesoog voorbij, en hij dacht:

“Voorzeker, indien de levende schepselen de gevolgen zagen van al hun boze daden, zo zouden zij zich met walging daarvan afkeren. Maar de zelfzucht verblindt hen, en zij blijven gehecht aan hun kwade verlangens. Zij hunkeren naar genot en zij veroorzaken smart. Wanneer de dood hun persoonlijkheid verstrooit, vinden zij geen vrede; hun dorst om te bestaan blijft aanwezig en hun zelfbewustzijn verschijnt weder in nieuwe geboorten.

Zo blijven zij zich in de kring voortbewegen en kunnen geen uitweg vinden uit de eigengemaakte hel. En hoe ledig zijn hun genoegens, hoe ijdel hun pogingen! Hol gelijk de banaanboom en zonder inhoud gelijk de zeepbel. De wereld is vol zonde en smart, omdat zij vol van dwaling is. De mensen gaan op doolwegen, omdat zij de waan beter achten dan de waarheid. Liever dan de waarheid volgen zij de dwaling, die in het begin schoonschijnend is, doch die zorg, onrust en ellende veroorzaakt.”

En boddhisattwa begon het dharma te ontwikkelen. Het dharma is de waarheid. Het dharma is de heilige wet. Het dharma is godsdienst. Het dharma alleen kan ons verlossen van dwaling, zonde en verdriet. Peinzende over de oorsprong van geboorte en dood, erkende de verlichte, dat onwetendheid de wortel was van alle kwaad, en dat er schakels in de ontwikkeling van het leven zijn, die de twaalf nidana’s worden genoemd. Deze zijn:

“In het begin is er bestaan, dat blind is en zonder kennis; en in deze zee van onwetendheid werken de verlangens vormend en organiserend. Uit vormende en organiserende verlangens ontstaan bewustheid en gevoelens. Gevoelens doen organismen ontstaan, die als individuele wezens leven. Deze organismen ontwikkelen de zes velden, dat zijn de vijf zinnen en het verstand. De zes velden komen in aanraking met dingen. aanraking doet gewaarwording ontstaan.

Gewaarwording schept de dorst naar het persoonlijk bestaan. De bestaansdorst schept gehechtheid aan dingen. De gehechtheid brengt de groei en de voortduring van zelfbewustzijn voort. Het zelfbewustzijn blijft voortbestaan in vernieuwde geboorten. De vernieuwde geboorten van het zelf zijn de oorzaak van lijden, ouderdom, ziekte en dood. Zij brengen weeklachten, angst en wanhoop voort.

De oorzaak van alle smart ligt in het eerste begin en is verhuld in de onwetendheid, waaruit het leven ontstaat. Neem de onwetendheid weg, en de verkeerde verlangens, die uit onwetendheid ontspringen, zullen vernietigd worden. Vernietig deze verlangens, en de verkeerde gewaarwordingen die eruit ontstaan, zullen worden uitgewist.

Vernietig de verkeerde gewaarwordingen, en de dwalingen in de verpersoonlijkte wezens nemen een einde. Vernietig de dwalingen in verpersoonlijkte wezens, en de inbeeldingen der zes velden, zullen verdwijnen. Vernietig de inbeeldingen, en de aanraking met de dingen zal niet langer verkeerde begrippen doen ontstaan. Vernietig verkeerde begrippen, en de dorst zal verdwijnen. Vernietig de dorst, en gij zult u bevrijd hebben van alle ziekelijke gehechtheid. Vernietig de gehechtheid, dan vernietigt gij daarmee de zelfzucht van het zelfbewustzijn. Indien de zelfzucht van het zelf vernietigd is, zult gij boven geboorte, ouderdom, ziekte en dood verheven zijn en zult gij aan alle lijden ontkomen.”

De verlichte zag de vier edele waarheden, die het pad aanwijzen, hetwelk naar Nirwana of de uitblussing van het zelf geleid; “De eerste edele waarheid is het bestaan van smart. Geboorte is smartelijk, groei is smartelijk, ziekte is smartelijk en dood is smartelijk. Droevig is het, samengevoegd te worden met datgene, wat wij niet liefhebben. Nog droever is de scheiding van datgene, wat wij beminnen, en pijnlijk is het vurig verlangen naar datgene, wat niet verkregen kan worden

De tweede edele waarheid is de oorzaak van smart. De oorzaak van smart is begeerte. De omringende wereld geeft gewaarwording en doet een brandende dorst ontstaan, die onmiddellijk gelest worden wil. De waan van het zelf is oorzaak van en openbaart zich door gehechtheid aan dingen. Het verlangen om te leven voor het genoegen van het zelf verstrikt ons in een net van smarten. Genoegens zijn het lokaas en pijn is het gevolg.

De derde edele waarheid is het ophouden van smart. Hij, die zichzelf overwint, zal vrij zijn van verlangen naar genot. Hij hunkert niet langer, en de vlam der begeerte vindt geen brandstof, om zich mee te voeden. Dus zal zij uitgaan.

De vierde edele waarheid is het achtvoudige pad. Er is verlossing voor degene, wiens zelf verdwijnt voor de waarheid, wiens wil gericht is op datgene, wat hij behoort te doen, wiens enige verlangen de vervulling van zijn plicht is. hij, die wijs is, zal dit pad betreden en aan de smart een einde maken. Het achtvoudige pad is:

  1. het ware begrip
  2. de ware voornemens
  3. het ware spreken
  4. het ware handelen
  5. de ware wijze van voorzien in levensonderhoud
  6. het ware streven
  7. ware gedachten
  8. de ware toestand van innerlijke vrede

Dit is het dharma. Dit is de waarheid. Dit is de godsdienst. En de verlichte sprak deze regelen uit: “Lang heb ik gedwaald. Lang was ik gebonden door de keten van begeerte, door vele geboorten heen. Lang heb ik vergeefs gezocht. Van waar deze rusteloosheid in de mens? Van waar zijn zelfzucht, zijn angst? Ja zwaar te dragen is samsara, als smart en dood ons omknellen. Gevonden! Gevonden! Gij, veroorzaker van het zelf-besef, niet langer zult gij mij een woning bouwen. Verbroken zijn de boeien der zonde; het juk der zonde is vernield. Mijn denkvermogen is overgegaan in nirwana. Het einde der begeerten is ten laatste bereikt.”

Er is zelf, en er is waarheid. Waar het zelf is, is de waarheid niet. Waar de waarheid is, is het zelf niet. Het zelf is de vluchtige dwaling van samsara; het is persoonlijke afgezonderdheid en de zelfzucht, die nijd en haat verwekt. Het zelf is het verlangen naar genot en begeerte naar ijdelheid. De waarheid is het juiste begrip der dingen; het is het blijvende en eeuwigdurende, het ware in ieder bestaan, de gelukzaligheid der gerechtigheid.

Het bestaan van het zelf is een waan, en er is geen kwaad in de wereld, geen ondeugd, geen zonde, die niet voortvloeit uit het vasthouden aan het zelf. Het is alleen mogelijk de waarheid te bereiken, wanneer het zelf erkend is als inbeelding. Gerechtigheid kan alleen beoefend worden, wanneer wij ons denkvermogen bevrijd hebben van de hartstochten van zelfzucht. Volkomen vrede kan alleen wonen, waar alle ijdelheid verdwenen is.

Welgelukzalig hij, die het dharma heeft verstaan. Welzalig hij, die aan zijn medeschepselen geen leed doet. Welzalig hij, die de zonde overwint en bevrijd is van hartstocht. Hij, die alle zelfzucht en ijdelheid overwonnen heeft, heeft de hoogste zaligheid bereikt. Hij is geworden de boeddha, de volmaakte, de gezegende, de heilige.

De gezegende vertoefde zeven maal zeven dagen in de eenzaamheid, genietende de zaligheid der bevrijding. Te dien tijde volgden Tapoessa en Bhallika, twee kooplieden, op reis zijnde, de nabijgelegen weg, en toen zij de grote sjramana zagen, vol majesteit en vrede, naderden zij hem eerbiedig en boden hem rijstkoeken en honing aan. Dit was het eerste voedsel, dat de verlichte nuttigde sedert hij de toestand van boeddha bereikt had.

En Boeddha sprak hen toe en toonde hun de weg des heils. De twee kooplieden, wier denkvermogen vervuld werd van de heiligheid van de overwinnaar van Mara, bogen zich eerbiedig ter aarde en zeiden:  “Wij zoeken ons heil, o heer, in de gezegende en in het dharma.” Tapoessa en Bhallika waren de eersten, die lekediscipelen werden van Boeddha.

Bron: Het Evangelie van Boeddha van Paul Carus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *