De zevenarmige kandelaar en de menselijke tempel – hoofdstuk 11 van ‘Elementaire wijsbegeerte’

 

BESTEL ELEMENTAIRE WIJSBEGEERTE VAN HET MODERNE ROZENKRUIS

De onderstaande tekst is hoofdstuk 11 uit het boek Elementaire wijsbegeerte dat J. van Rijckenborgh publiceerde in 1950. Daarin geeft deze stichter van de geestesschool van het Rozenkruis zijn visie op de zevenvoudige kandelaar en de menselijke tempel.

Zoals wij in het vorige hoofdstuk zagen, heeft de lichaamsgestalte van de mens drie aanzichten, namelijk :

  1. het denkvermogen,
  2. het begeertelichaam (ook wel astraal lichaam of ademveld genoemd),
  3. het stoflichaam met zijn etherische tegenhanger (het etherisch dubbel).

De zielegestalte heeft eveneens drie aanzichten, namelijk:

  1. de vuurgestalte of verstandsziel: het mentale bloed; de schakel tussen geest en denkvermogen en het hoofdheiligdom in het algemeen, en werkzaam in het zenuwfluïde;
  2. de krachtgestalte of aandoeningsziel: het astrale bloed; de schakel tussen geest en begeertelichaam, die haar brandpunt in het hartheiligdom heeft en werkzaam is in het bloed;
  3. de levensgestalte of bewustzijnsziel: het stoffelijke bloed; de schakel tussen geest en stofetherlichaam, die haar brandpunt in het bekkenheiligdom heeft en werkzaam is in het lymfestelsel.

Ook de geestgestalte heeft drie aanzichten, namelijk:

  1. de goddelijke geest,
  2. de levensgeest,
  3. de menselijke geest,

respectievelijk werkend in de drievoudige zielegestalte en, door haar, in de drievoudige lichaamsgestalte. Deze negenvoudige menselijke openbaring staat onder leiding van een vormloos drievoudig geestelijk beginsel, de centrale geest of monade. Dit drievoudige geestelijke beginsel vertegenwoordigt:

  1. het besturende principe,
  2. het bouwende en onderhoudende principe,
  3. het vormgevende principe,

welke achtereenvolgens openbaren:

  1. de goddelijke wil,
  2. de goddelijke wijsheid,
  3. de goddelijke werkzaamheid.

Aldus staat de twaalfvoudige mens voor ons, wiens drie beginselen tot negen openbaringen leiden. Het twaalfvoudige beginsel van de mens stemt overeen met de twaalfvoudige zodiak. Het wordt gesymboliseerd door de twaalf toonbroden, die in de tempel te Jeruzalem voor de Heer worden gesteld. De leerling op het pad, die zich van deze twaalfvoudige volledigheid bewust wordt en na zijn regeneratieve opgang in staat wordt gesteld zijn microkosmos weer volkomen te gebruiken, wordt in het Evangelie ’twaalf jaar oud’ genoemd.

Van Meegeren (1889-1947) heeft heel mooi de twaalfjarige Jezus in de tempel geschilderd, er zijn over deze twaalfjarige jongen tal van mooie mythen en legenden in omloop en men weet op zondagsscholen heel aardig over hem te vertellen. Naar gnostiek besef gaat het hier echter om de twaalfvoudig bewuste mens, die de Heer zijn twaalf toonbroden kan offeren, en die de tempel dezer wereld binnengaat om de leraren der dialectica te ontmoeten en de strijd met deze wereld aan te binden.
Zodra de zoekende religieuze mens het stadium te boven is, waarin hij de Bijbel als historisch verslag of als mystiek verhaal beschouwt, kan hij de geweldige diepte van het Evangelie beseffen.

In de oersubstantie, in het heelal, in de ruimte van het zevende kosmische gebied, vinden wij de krachten en stoffen waaruit de negenvoudige mens is opgebouwd en waaruit en waardoor hij naar zijn negenvoudige wezen wordt onderhouden.

Wij onderkennen terzake drie primaire elementen, namelijk: het onzichtbare vuur, het levende water of de oersubstantie en licht; en drie secundaire elementen, namelijk: lucht, aarde en water.

Het duistere, onzichtbare vuur zweeft over het levende water; door deze ontmoeting ontstaat hitte en licht. Door het licht worden ons dus vuur en levend water openbaar. Door het licht worden echter tevens de secundaire elementen gevormd, en wel uit het levende water en door de hitte. Zo ontstaan door alchemische omzetting vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.

Stellen wij nu een eenvoudig voorbeeld dat, hoewel zeer onvolledig, toch enigermate van het voorgaande een denkbeeld geeft: als een ketel water verhit wordt, gaat het water koken, er vormt zich damp, lucht; doch er vormt zich ook kristallisatie, ketelsteen, aarde; en er vormt zich een overblijvende watermassa. Wordt ook deze resterende watermassa tot verdamping gebracht, dan ontstaat er weer neerslag, en opnieuw water. Hieruit blijkt dus een cirkelgang.

Zo zien wij hoe uit de drie primaire elementen zich drie secundaire vormen. Tevens ontdekken wij hoe deze gehele beweging, omzetting en cirkelgang bewogen moet worden door een eerste oorzaak. Deze is dus het zevende, of in feite het eerste element: de Logos. Er is dus een zevenkracht, een heilige Zevengeest, die het al baart, draagt en onderhoudt.

Zo kunt u nu begrijpen, wat de zevenarmige kandelaar symboliseerde die in het heilige van de tabernakel bij de tafel met de twaalf toonbroden stond. Hij bracht onder andere de zeven machten van het zevende kosmische gebied tot uitdrukking; de zeven verheven elementen waaruit, waardoor en waarin de twaalfvoudige mens zijn taak vervult.

Wanneer wij de twaalfvoudige mens in zijn hoogste staat van volheerlijke ontwikkeling schouwen, zoals hij zijn móet, zijn kán en oorspronkelijk wás, gevoed en geleid door het licht van de zeven sterren, de zevenarmige kandelaar, de zeven elementen, dan begrijpen wij dat deze mens een werkelijk kind van God was en is, in de letterlijke zin van het woord. Er is bij deze volheerlijke staat een eerstehands binding tussen God en mens, een persoonlijk kennen en ontmoeten.

Van deze twaalfvoudige mens gaat een licht, een vibratie, een liefdegloed tot God uit. In en door deze dagelijkse vanzelfsprekende offerande, van binnenuit, zien wij de binding tussen God en mens tot stand komen volgens eerstehands begrip. Aldus staat het heilige der heiligen uit de tabernakel voor ons.

In het heilige der heiligen zien wij het gouden wierookvat, als symbool van de twaalfvoudige verheerlijkte mens, lichtend in zijn zielekwaliteit. Hieruit blijkt onmiddellijk de dwaasheid en negativiteit van het wierookbranden. De wierook die van binnenuit komt, als de vibratiekracht van het lichtende wezen van de ware mens, en die aldus een binding maakt en onderhoudt met de lichthiërofanten vanwege de ‘Gode welbehaaglijke geur’, (zoals de Psalmist zegt), wordt bij het wierookbranden geparodieerd door een kunstmatige wierook, met de bedoeling etherische vibraties op te wekken.

Verder zien wij in het heilige der heiligen de ark des verbonds, waarin de Godsontmoeting eerstehands plaatsvindt. In de ark zien wij de gouden kruik met manna, het brood des levens, en de staf van Aäron en de tafelen des verbonds, symboliserend: het brood, dat ons direct wordt gereikt; de universele kracht, die ons tot bezit is; en de heilige wet, die wij volledig kennen en bezitten, waaruit en waardoor wij leven.

De binding tussen God en mens, tussen licht en mens, ligt dus diep verankerd in de Bijbel. En alles wat wij u tot nu toe gezegd hebben over inwijding en opneming in de Hiërarchie, en levende deelneming aan de Hiërarchie, is dus geen eenzijdige rozenkruisersfilosofie, doch de universele wijsbegeerte, die wij u overdragen. Al deze dingen, die de Bijbel ons overdraagt, zijn geen klanken uit overoud verleden, doch volstrekt eeuwig heden.

De twaalfvoudige mens heeft de tabernakel of tempel in zijn eigen wezen. Wij noemden daarvan reeds de drie heiligdommen: het hoofdheiligdom, het hartheiligdom, het bekkenheiligdom.

In het hoofdheiligdom zien wij de tafel met toonbroden en de zevenarmige kandelaar. Deze krachten en lichten vertegenwoordigen de menselijke zodiak en het menselijke planetarium. In het hoofdheiligdom moeten de twaalf tekenen van de microkosmische zodiak stralen, gevoed en geleid door de zeven elementen.

In het hartheiligdom zien wij de ark en het wierookvat. Het wierookvat is het borstbeen, het sternum (dit woord betekent uitstraler). Vanuit het sternum stijgt, naar buiten en naar binnen en via de ruggenmergskolom, ‘de liefelijke geur’ omhoog. In het hartheiligdom, achter het sternum, vinden wij voorts het thymusorgaan, dat is de ineigen ark des verbonds. In de piramide van Gizeh is deze ark gesymboliseerd in de open tombe van de koningskamer. Deze tombe is nog open, tot God zelf hem zal sluiten en verzegelen. Men denke ook aan de ark van Noach die eveneens door God gesloten werd, opdat Noach ongestoord over de levenszee kon reizen.

Het bekkenheiligdom is de voorhof van de tempel; maar ook de werkelijkheid, waarin de ineigen priester weer treedt als hij zijn werk in de tempel verricht heeft. Het is, als handelingsbrandpunt, een centrum van etherkrachten (bouwstoffen), dat gevoed wordt door de milt.

De drie heiligdommen zijn anatomisch en wat hun fysieke functies betreft zeer nauw verbonden, doch geestelijk beschouwd is hun samenwerking als een groot en heilig wonder.

De krachten in het bekkenheiligdom kunnen namelijk door de acht openingen van het heiligbeen (Let op die naam !) in de spinale geestvuurtoren opklimmen, tot in het heilige (hoofdheiligdom) en het heilige der heiligen (hartheiligdom). De priester kan van daaruit afdalen tot het werkelijke leven om zijn werkstuk in dienst van de Heer te bouwen.

Wij hebben u iets van de tabernakel laten zien, doch u hebt daar, afgezien van een zekere algemene oriëntering, in feite niets aan. Immers, de menselijke tabernakel van mij is dialectisch: in het hoofdheiligdom heerst een biologisch bewustzijn; in het hartheiligdom overheersen de zielekrachten van de lagere mens; in het bekkenheiligdom zijn de etherkrachten daarmee in overeenstemming.

De mens van nu is geroepen een nieuwe tempel te bouwen, die wel gelijkenis moet hebben met de oorspronkelijke menselijke tabernakel, maar fundamenteel anders is. De mens is namelijk geen volledige twaalfvoudige mens meer. Hij is het weliswaar principieel, maar praktisch is hij in zeer geschonden staat.

De geest- en zielegestalten functioneren vrijwel automatisch. Van een bewust leiden, bouwen, ordenen en stuwen van de geest is geen sprake meer. De zieletoestand is in overeenstemming met deze totale dorheid, deze toestand van geestelijke doodsslaap. Van de aanvankelijke goddelijke schepping is slechts een biologische, machinale mens in een zwaar gekristalliseerde lichaamsgestalte overgebleven. Van een binding met de Logos, met God, is geen sprake meer: de mens is een gebroken realiteit.

Het zevenvoudige vuur, dat voor de mensheid brandt, is een symbool geworden. En de toonbroden, de kandelaar, het reukoffer en de ark zijn nog slechts kerkparamenten.

De oude tempel, de tabernakel, stelde de ideële twaalfvoudige mens, met alle geestelijke attributen en krachten die hij nodig had. Maar hij bracht tevens nadrukkelijk tot uitdrukking dat de mens deze tempel was uitgedreven, dat hij hem niet meer kon gebruiken. Alleen de priesters konden het heilige binnengaan. Alleen de hogepriester mocht eenmaal per jaar het heilige der heiligen binnengaan.

Aldus kreeg de mens slechts door middel van een medium binding met de Logos; de priesterschap was schakel tussen God en de mens. Een zwaar voorhangsel hing voor het heilige; een nog zwaarder voor het heilige der heiligen. Ook lichamelijk is dit een feit. Wij spreken weliswaar van ‘zelfvrijmetselarij’ en u zegt wellicht dat wij de fase van het priesterschap te boven zijn, maar: wat betekent uw zelfvrijmetselarij, daar u immers aan alle kanten gebonden bent!

Als u het goede wilt doen, dan doet u of ontbindt u het kwaad. Zo is de wet der dialectiek, de wet der tegendelen die, in voortdurende wieling, goed en kwaad gepaard houdt. U zit gevangen in een grensland. Zo kan de vraag gesteld worden – en u stélt haar, als u eerlijk bent, of totaal in uzelf bent vastgelopen en uitgeëxperimenteerd: ‘Hoe herbouw ik de tempel? Hoe reconstrueer ik de oorspronkelijke mens?’

Dat kan alleen geschieden in en door de Christuskracht, zonder welke u niets kunt doen. Wij hebben u verteld van het bloed als de ziel; van de ziel als het licht; van het licht dat zichtbaar maakt; van het licht dat de kandelaar ontsteekt; van het licht als het bouwende en onderhoudende principe.

Zoals in de kosmos het al zich door het licht openbaart, zo moet ook de ware mens door het zielelicht tot wederopstanding komen en gered worden. Als er dus gezegd wordt dat het bloed van Jezus-Christus u reinigt van al uw zonden, dan is dat geen traktaattekst die wij napraten, doch een klaar wetenschappelijk feit.

Als dát licht door de werkzaamheid der vier heilige ethers in u geboren wordt en dagelijks in u sterft, dan wordt daardoor het voorhangsel vaneengescheurd en vindt u de toegang tot de nieuwe tempel. Eerst dan komt u uit het grensland vrij en komt u de oudtestamentische fase te boven. Dan ontvangt u, als Johannes op Patmos, in grote glorie de zeven gouden kandelaren terug en zij worden u tot zeven sterren in de rechterhand. U zult deze krachten dan positief en direct gaan gebruiken in de nieuwe ineigen tempel. Het gouden wierookvat zal branden en de open tombe uit de piramide zal door God zelf gesloten worden. U zult gaan reizen in nieuwe landen.

BESTEL ELEMENTAIRE WIJSBEGEERTE VAN HET MODERNE ROZENKRUIS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *