De start van het werk van het Rozenkruis in Haarlem – Geroepen door het wereldhart 1 – zelf het keerpunt zijn

 

DEEL 1DEEL 2DEEL 3

LEES OVER GEROEPEN DOOR HET WERELDHART

BESTEL GEROEPEN DOOR HET WERELDHART

In het kader van het 100-jarig bestaan van het Gouden Rozenkruis in 2024 is het zinvol om op deze website aandacht te besteden aan de geschiedenis van deze geestesschool. Daarom zijn er begin 2024 drie teksten daarover uit Geroepen door het wereldhart gepubliceerd die ook kunnen worden beluisterd. Hieronder volgt deel 1 van 3.

Er is een universeel werkplan, dat steeds van toepassing is als een nieuw initiatief zich aandient, een plan, waarlangs werkelijk spirituele arbeid zich altijd en onafwijsbaar voltrekt. Voor ons, die veraf staan, is dit plan vaak pas achteraf te herkennen; degenen die ouder van ziel zijn en het werk ter hand nemen, kennen het wanneer zij aanvangen.

In een korte terugblik die J. van Rijckenborgh (fakkeldrager  van het Rozenkruis 21) na dertig jaar werken geeft (hoofdstuk 26 van Elementaire wijsbegeerte) schetst hij hoe de toestand in het esoterische levensveld was, op het moment dat zij met een kleine groep vrienden begonnen. En als altijd is er in zijn toon geen aarzeling; steeds is het, alsof hij het geheel overziet, en slechts stappen zet die volkomen zeker zijn, en die passen in een virtuele werktekening, een planmatigheid die sterk in hem doorklinkt.

‘Toen wij in 1924 onze arbeid aanvingen, vonden wij in de wereld een rozenkruisbeweging, die alleen de naam met het rozenkruis gemeen had. over de gehele linie werden volledige yogi-methoden toegepast, met alle gevolgen daarvan. De beweging zat vol met negatieve occultisten, die nimmer verder zouden kunnen komen en die zeer ziek waren. Voorts een groot aantal volstrekt ‘zwart’ willenden, die overal in doordrongen. en tenslotte enkele serieuze mensen die, op een dwaalspoor geleid, hun waarachtig geboorterecht verkochten voor een vermeend geluk. Dàt was de uiterst dramatische situatie. Daarbij troffen wij een overgrote filosofische en organisatorische verwarring.’

BESTEL ELEMENTAIRE WIJSBEGEERTE

De vrienden ontmoeten elkaar in die vroege dagen van het werk in de jaren twintig bij elkaar thuis. Het zijn ontmoetingen in de persoonlijke levenssfeer van de eerste enthousiaste verspreiders van de nieuwe en ‘esoterische leer van een zuiver christendom’ van Max Heindel (fakkeldrager van het Rozenkruis 19), zoals deze laatste het in zijn literatuur en brieven zelf formuleert. Vanuit het hoofdkwartier in Oceanside ontvangen ze de adressen; en in hun voortvarendheid bundelen zij in het maandblad de verschillende initiatieven die overal in den lande ontstaan. In die eerste jaren is er een gemoedelijke relatie van de studenten onderling, die vaak in Amsterdam bij de leidster A. van Warendorp thuis de leringen van Heindel bestuderen.

De visie van de broers Wim Leene (fakkeldrager van het Rozenkruis 20) en Jan Leene strekt evenwel veel verder. Huiskamer-esoterie en gemoedelijke avonden bij de thee kunnen onmogelijk voldoende zijn om de wereld, die in brand staat, van dienst te zijn en om het ideaal naderbij brengen. Daarmee wordt ook niet aan de behoefte van beide broers voldaan. Er is meer nodig, en dus (volgens De gnosis in actuele openbaring):

‘… huurden wij, in 1924, met ongeveer vijftien belangstellenden een gedeelte van het pand aan Bakenessergracht 13 te Haarlem, dat er toen heel anders uitzag dan nu. Hier kon een kleine tempel worden ingericht, en in het achterhuis een cursuskamer; alles op uiterst bescheiden schaal. Hier, in deze eigen omgeving, kon orde en een geregeld werktempo in de arbeid worden gebracht, hier kon het werk zijn eigen noodzakelijke ritme ontvangen, dwars door alle teleurstellingen heen, zoals die vooral in het begin dikwijls voorkomen, wanneer er, bijvoorbeeld als de zaal gereed is en de bijeenkomst aangekondigd, niemand komt. Dwars door dergelijke en vele andere teleurstellingen heen ontwikkelde zich iets van wat wij thans een krachtveld noemen.’

BESTEL DE GNOSIS I N ACTUELE OPENBARING

Vanaf dan krijgt hun pogen vaart. Zestien jaar lang, tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, hebben de broers, samen met vrienden als Cor Damme, A. Rutgers van der Loeff, E. Roland-Retera en zeker nog veel anderen de denkbeelden en inzichten van de ‘oude wijsheid’ onderzocht en opnieuw uitgelegd.

In 1927 nemen ze initiatief en verantwoordelijkheid voor de verschijning van Het Rozekruis, waarvan het proefnummer in december 1927 het licht ziet en dat vanaf januari 1928 als maandblad zal verschijnen. Daarin brengen ze de werken van de klassieke rozenkruisers onder de aandacht, maar ook de achtergronden en basisbegrippen van de astrologie. Ze vertalen een feuilleton van E. Prentiss Tucker over het leven na de dood, en geven een maatschappijkritische visie op de wereldgebeurtenissen. Van meet af aan is er aandacht voor de opgroeiende jeugd; E. Roland-Retera is de eerste om een jeugdwerk van het rozenkruis in het leven te roepen. In alles is het uitgangspunt goedheid, waarheid en gerechtigheid.

DE GELUIDSOPNAMEN KOMEN VAN DE LP MET HET JUBILEUMCONCERT IN 1964

Jan en Wim Leene schrijven over het belang van een gezond jeugdwerk, met esoterisch-christelijke uitgangspunten. Mevrouw E. Roland-Retera schrijft in afleveringen over de groei en de wording van het kind, en over het rozenkruisideaal van goede scholing, niet alleen gericht op materiële vooruitgang zonder meer. Het gaat hen erom hun actieve, op het innerlijke christendom gerichte groep binnen te leiden in de mysteriën van de bevrijding, en tegelijkertijd als zodanig als groep naar buiten te kunnen treden. Daartoe stichten zij in datzelfde jaar 1928  het ‘Publicatie-bureau van het Rozekruisersgenootschap’.

We vermelden deze stichting van het Publicatiebureau, omdat deze de prelude vormt voor het zelfstandige werk in Nederland, los van de Amerikaanse beweging. Want ondanks dat de eerste jaargangen van het tijdschrift Het Rozekruis volkomen getrouw de wijsbegeerte, de astrologie, de denkbeelden en de leer weerspiegelen van ‘Oceanside’, zoals men toen zei, is de jonge en idealistische drang om een eigen werk gestalte te geven per jaargang meer en meer voelbaar.
De volgende stap is de aankondiging in augustus 1929 dat ’te Haarlem, indien de onderhandelingen slagen, al ons werk geconcentreerd zal worden in een eigen gebouw, gelegen in het centrum van de stad, hetgeen de populariteit van het Rozekruisersgenootschap in nog meerder mate zal bevorderen’.

Op 24 december van het jaar 1930 sluit de echtgenote van H.J. Stok, een van de vrienden van het eerste uur, zich bij hen aan. Haar naam is H. Stok-Huizer (Catharose de Petri, fakkeldrager van het Rozenkruis 22), en we zullen aan haar  werkzaamheid en vormgevende kracht verderop in dit boek nog veel aandacht besteden. eerder al, rond 1928, hadden de gebroeders Leene en de voorzitter van het Haagse centrum, C.L.J. (Cor) Damme (1897-1969) elkaar gevonden. In elkaar herkenden zij een oude verwantschap, en een grote passie voor de zuivere bron: de orde van het Rozenkruis. Cor Damme, geestverwant met een dynamische persoonlijkheid en een puntige pen, belichaamt in de vooroorlogse jaren de derde zijde van de driehoek die het voortvarende driemanschap vormt dat het werk gestalte en vaart geeft.

Damme is ook een van de beste vrienden van Wim Leene. Onder andere om zijn diepgaande esoterische kennis maakt hij al gauw deel uit van de kerngroep en wordt hij opgenomen in het bestuur van de (Nederlandse) organisatie. Dat hij bovendien kok was in Hotel Centraal aan de Lange Poten in Den Haag, kwam tijdens de rozenkruis-zomerkampen die vanaf 1934 begonnen, uitstekend van pas. Na de oorlog emigreert Damme naar Brazilië; en later vinden we hem terug in Las Vegas en in California, aan de Amerikaanse West Coast. Hij is dan werkzaam als een succesvol antiquair en handelaar in Aziatische kunst.

De activiteiten die van het Haarlemse en Haagse centrum uitgaan, de wekelijkse esoterische bijbellessen en het maandblad Het Rozekruis vormen een grote samenbindende factor. Zij combineren een voortdurende aandacht voor het welzijn van het nationale werk (dat zich voornamelijk afspeelt in de randstad) met een grote concentratie om het internationale werk van het geestelijke centrum in Californië naar buiten te brengen.

In 1933 vereist de organisatie, mede om de bezittingen die het Haarlemse centrum zich inmiddels heeft verworven, en vanwege de plannen tot uitbreiding hiervan, dat er een nieuwe rechtspersoonlijkheid wordt opgericht: de Max Heindel Stichting. Overal in het werk ervaart men dat de kring rond Cor Damme, Jan en Wim Leene niet alleen jong en enthousiast is, maar ook iets bijzonders, iets extra’s brengt. De drie vrienden evenwel voelen, dat hun nog een teken, een nieuwe zekerheid, een derde basis ontbreekt. Heindels werk en leringen zijn diepgaand en verstrekkend, en maken het mogelijk een werkelijk esoterisch christendom te beleven en in de praktijk te brengen. Maar het is slechts zijdelings, dat hij spreekt over de impuls van de klassieke rozenkruisers aan het begin van de zeventiende eeuw.

Cor Damme is iemand die diep ingaat op de astrologische aspecten en ideeën. Ook heeft hij een bijzonder gevoel voor de esoterische lichamelijke consequenties van de leer. Van de beweging in Nederland wordt Jan Leene algemeen secretaris; Wim Leene is zonder meer het spirituele middelpunt. Het centrum Haarlem en het centrum Den Haag vormen de motorische kracht achter het Nederlandse werk; zij werken toe naar een veel krachtiger genootschap, dat niet alleen maar lessen op schrift verzendt. Zij willen een hechte groep vrienden en gelijkgestemden, die een verschil kunnen maken. Damme stimuleert hen om naar Duitsland te gaan en hij neemt hen mee naar St. Petersburg.

Een bijzondere drang, ingegeven door hun verlangen de zuivere bronnen te vinden, doet hen naar Engeland gaan. Gewend als hij is om te reizen, neemt de ondernemende Damme hen mee naar Londen. Zeker varen de drie vrienden op hun intuïtie, die hen al vaak in de juiste richting heeft geleid, en die hen ook daar de weg wijst. Hun doel is de bibliotheek van The British Museum; want, mogelijk op aangeven van A.E. Waite (fakkeldrager van het Rozenkruis 15) in zijn eerste editie van The Real History of the Rosicrucians, weten zij dat ze daar in ieder geval één van de manifesten kunnen vinden.

Wat zij zoeken is niet in de eerste plaats voor henzelf; de motivatie voor hun zoektocht komt voort uit de behoefte iets te kunnen betekenen voor hun vriendenkring. Hun drijfveer is: hoe vinden we de kern; hoe kunnen we onze geestverwanten ondersteunen in hún zoeken naar nieuwe levenswaarden? Als er iets in de komende periode nodig zal zijn, is het dat wel; nieuwe levenswaarden, weg van de oude en vermolmde frasen. Want wie levenswaarden heeft, kan zijn leven veranderen, ja, vormt zelf het keerpunt.

BESTEL GEROEPEN DOOR HET WERELDHART

 

INHOUDSOPGAVE VAN ‘GEROEPEN DOOR HET WERELDHART’

Woord vooraf door J.R. Ritman
Voorbericht van de schrijver
Inleiding op het boek

DEEL 1: DE ORDE VAN HET ROZENKRUIS – DE VOORBEREIDING IN HET WERELDWERK

1. Natuurziel en wereldhart

2. Het keerpunt vorm je zelf

  • De Haarlemse jaren: eerste cirkel van ontwikkeling
  • De invloed van een Haarlemse predikant: A.H. de Hartog
  • Het axioma van Jacob Boehme als innerlijk richtsnoer
  • De Hartogs maatschappelijk engagement
  • Wat betekent dat, zelf het keerpunt vormen?

3. De geestelijke lijn. Het wereldwerk begint

4. Max Heindel en The Rosicrucian Fellowship

  • Het herkennen van de geestverwantschap
  • Terugkeer tot de eenvoud
  • Een duidelijke en logische verklaring van de wereld en de mens
  • Een pioniersgroep treedt naar voren
  • Op weg naar een vrijplaats in de wereld
  • Het ideaal van Rudolf Steiner, een geheime rozenkruiserskring

DEEL II: DE ORDE VAN HET ROZENKRUIS – HET WERK VAN Z.W. (WIM) EN JAN LEENE

5. Het werk in Nederland

  • 1924-1935, de eerste periode – het Nederlandse Rozekruisersgenootschap
  • Tijdschriften en Publicatiebureau
  • De samenwerking en de sleutel: het werk van Johann Valentin Andreae
  • De nieuwe, autonome grondslag.

6. Londen. Het vinden van de drie manifesten

  • 1935, de Fama Fraternitatis, de Confessio Fraternitatis de Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis anno 1459
  • Een nieuwe dimensie van geestverwantschap
  • De sfeer waarin zij ontstaan
  • Tobias Hess als geestelijke vader
  • Paracelsus als de peetvader van de klassieke rozenkruisers
  • Het geestelijk testament van de orde van het Rozenkruis
  • Aanzet tot een overkoepelende internationale federatie

7. Het belang van innerlijke en uiterlijke tempelbouw

  • 1935-1946, de tweede periode
  • de eerste vuurtempel en een stroom zelfstandige publicaties

8. De Aquarius-bond

9. De zomerkampen op ‘De Haere’ van 1934-1940

10. Drie schrijvers

Het oeuvre van Jan Leene, Wim Leene en Cor Damme

11. Geestelijke gemeenschap, geestelijke intelligentie

  • 1938-1940, de centrale rol van Z.W. Leene als spiritueel leider
  • Diens overlijden en de nieuwe raad van beheer met H. Stok-Huizer
  • De wondere kerstnacht
  • De periode na Z.W. Leene tot aan 1940
  • De laatste Rozekruiskampen op ‘De Haere’

12. Onder druk brand ik het felst

  • Plunderingen in Haarlem en Doornspijk
  • Verhoor door de Gestapo
  • Bezinning en reflectie
  • Het werk in de illegaliteit
  • Het Bergrede-leven

13. Een periode van bezinning

  • Nieuwe wegen van inwijding
  • terug naar het oorspronkelijke christelijke begin
  • De voorgaande broederschap
  • De bewustwording van het wereldwerk
  • Het nieuwe teken – De hermetische levensbasis

DEEL III: HET LECTORIUM ROSICRCIANUM – DE OPBOUW VAN DE GEESTESSCHOOL

Beginselverklaring van het Lectorium Rosicrucianum

14.De nieuwe aanpak

  • 1946-1957, de derde periode
  • De christelijk-hermetische gnosis
  • De stichting van het nieuw-gnostieke rijk

15. Elckerlyc – Renova

16.Een nieuwe Fama of Roep van de broederschap R.C.

17. Een vrije werkplaats – de school als autonome organisatie

  • De reis naar Frankrijk
  • De conferenties in de eerste helft van de jaren vijftig
  • De Renovaserie

18. De verzegeling in de keten van de broederschap

  • De ontmoeting met A. Gadal
  • De Driebond van het Licht
  • Een periode van koortsachtige activiteit
  • De eerste buitenlandse conferentieoorden van het Lectorium Rosicrucianum.
  • Brazilië en het werk van Cor Damme

19. De schatkamer van de universele broederschap

  • 1957-1968, de vierde periode
  • Het Tehuis Sancti Spiritus in de moderne tijd
  • Hermes is de oerbron: De Egyptische Oergnosis.
  • De verklaringen van de Rozenkruisersmanifesten.
  • De wijsheid van het pad is universeel
  • De commentaren op de Daodejing (Tao Teh King)
  • Nog eenmaal Egypte
  • Valentinus en de Pistis Sophia – de boeken van de Verlosser

20. Aquarius als een apotheose van de geest

  • De conferenties van Renova in 1963
  • Christian Rosenkreuzheim te Calw in 1964
  • J. van Rijckenborghheim te Bad Münder in 1965
  • In 1966 te Basel
  • In 1967 te Toulouse

DEEL IV: DE ZEVENVOUDIGE WERELDBROEDERSCHAP

21. Het werk consolideert zijn structuur

22.De publicaties van Catharose de Petri

  • De symboliek van twee geestelijke figuren
  • Het Levende Woord
  • Leef zoals een zielemens zou leven

DEEL V: HET WERK VANUIT HET TEHUIS SANCTI SPIRITUS

23. De totstandkoming van het gnostieke rijk

  • 1990-2001, Het werk van de zevenvoudige wereldbroederschap
  • De grote triade
  • De Pistis en de Sophia
  • Nieuwe impulsen en initiatieven van de internationale spirituele leiding.
  • Zeven regio’s.
  • De symposia op conferentieoord Renova.
  • Conferentiedagen in het J. van Rijckenborgh-centrum te Haarlem
  • De Bibliotheca Philosophica Hermetica in het licht van de universele Gnosis
  • Verdere uitbouw van het werk

24. Besluit

Naschrift
Algemene Bibliografie
Bibliografie
Register

Uit: Geroepen door het Wereldhart van Peter Huijs
Hoofdstuk 5: Het werk in Nederland

BESTEL GEROEPEN DOOR HET WERELDHART

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE ROZENKRUISERS