Goedheid, waarheid en gerechtigheid in ‘De vuurgloed van de ontstijging’ en ‘De Egyptische Oergnosis’

LEES MEER OVER DE WEBINARCYCLUS ‘LEVEN IN EENHEID, VRIJHEID EN LIEFDE’

GA NAAR HET WEBINAR OVER WAARHEID OP WOENSDAG 19 MEI 20.00 UUR

GA NAAR HET WEBINAR OVER GERECHTIGHEID OP WOENSDAG 2 JUNI 20.00 UUR

In het eerste manifest van de drie manifesten van de klassieke rozenkruisers – de Fama Fraternitatis R.C. uit 1614 – wordt als volgt gesproken over de trigonum igneum of vlammende driehoek: ‘Stellig zijn zij de uiterste top van de vlammende driehoek geweest, waarvan de vlammen nu steeds helderder zullen lichten, en ongetwijfeld voor de wereld het laatste licht ontsteken zullen.’ Binnen het Rozekruisers Genootschap in het interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen) werd die vurige driehoek in verband gebracht met goedheid, waarheid en gerechtigheid, gebaseerd op een een vers uit de bief van de apostel Paulus aan de Efeziërs (Efeze 5:9). Twee van de drie waarden worden besproken in (webinar)cyclus 37 van De Innerlijke Bron onder de titel Leven in eenheid, vrijheid en liefde.

Hierna volgen eerst vier korte citaten uit die periode uit het boek De vuurgloed van de ontstijging, en vervolgens drie gedeelten over goedheid, waarheid en gerechtigheid uit De Egyptische Oergnosis van J. van Rijckenborgh.

  • Zo ontsteken wij de vurige driehoek, het teken van goedheid, waarheid en gerechtigheid, het teken van de mystieke vrijmetselarij (p. 99).
  • Wij zijn het Licht niet, wij verbeelden ons niets, wij staan met beide benen stevig geplant in de harde werkelijkheid, wij willen slechts getuigenis afleggen van Hem die het leven en de ziel van allen is, in goedheid – waarheid – gerechtigheid (p. 109).
  • De grote driehoek van goedheid, waarheid en gerechtigheid zal ons eerst dan van natuurlijk in geestelijke mensen veranderen, wanneer wij het Licht inplanten in de natuur van ons wezen (p. 124).
  • Christus in u maakt u anders, meer stralend van goedheid, waarheid en gerechtigheid. Hij maakt u een strijder tegen uw lagere natuur; maar dat niet alleen, hij maakt u van dag tot dag een overwinnaar (p. 222).

1. Leven in goedheid

In het tiende boek van het Corpus Hermeticum lezen we reeds in het eerste vers: ‘Het goede is uitsluitend in God, of juister: God is in alle eeuwigheid het goede’. Met dat woord is onmiddellijk vastgesteld dat het goede voor ons een onkenbare realiteit is; een aanduiding van een toestand die door ons niet kan worden benaderd. Als we hierover nadenken zullen we inzien, dat óns goed, datgene wat wij gewend zijn goed te noemen, betrekking heeft op iets heel anders. Het is een volkomen relatief begrip, voor de ik-mens slechts gedurende een beperkte tijd van waarde. en u weet: wat u goed noemt, vindt een ander soms heel slecht of bedenkelijk.

De waarheidszoeker keert terug naar de grond van de dingen, tot de basis van alle wording, tot het alleen-goede. Alleen in God is het goede te vinden. En wie God vindt, wie aan het goede deel krijgt, is van stonde aan niet meer van deze wereld. Als u God gevonden hebt, existeert u met de andere broeders en zusters in het nieuwe levensveld, in de zielewereld. Let wel, de mens kan wel déél krijgen aan het goede, doch hij kan het goede niet zijn. Het goede zal zich altijd van de mens blijven onderscheiden.

Tussen de natuurgeboren mens en het goede ligt het pad, het pad tot het deel krijgen aan het goede. Wie dat pad wil bewandelen móét aanvangen met niet-gehecht zijn. Als u niet meet gehecht bent aan de natuur waaruit u geboten en getogen bent, noch met liefde, nog met haat, dan pas kunt u met de ziel reizen van Bethlehem naar Golgotha. Dan kunt u het pad bewandelen tot de eenheid van God, tot het ene goede.

Uit: De Egyptische Oergnosis deel 3
Hoofdstuk: Het mysterie van het goede

2. Leven in waarheid

In de ruimte van de al-openbaring is alles steeds bezig te veranderen; het ene gaat, het andere komt, en als het komt ligt de verandering erin opgesloten. Bijgevolg is het altijd veranderlijke ten opzichte van het onveranderlijke volstrekt onwaar. Daarm stelt Hermes vast dat de waarheid alleen maar kan wonen in eeuwige lichamen, die in volstrektheid de waarheid vertegenwoordigen. Zo is er dus een volstrekte gescheidenheid tussen de absolute waarheid en onwaarheid. Bij onwaarheid moeten wij dan niet denken aan leugenachtigheid, opzettelijke verdraaiing van de goddelijke rede, doch aan alles en allen die in het veranderlijke, in het beweeg van de tegengestelden en in het beweeg van de ontwikkelingen staan.

Onwaar is het in ontwikkeling verkerende; datgene wat nog niet tot de waarheid behoort. Noemen wij het in ontwikkeling verkerende waar, dan zetten wij de ontwikkeling stop, dan vertragen en belemmeren wij haar, dan zet een kristallisatie zich in, en wordt de fundamentele onwaarheid onwaar, in de zin van leugenachtig en ongoddelijk. De waarheid drijft, als het goed is, de fundamentele ónwaarheid tot haar hoge status. Daarom zal de waarheid zich steeds openbaren, opdat het fundamenteel nog ónware zich procesmatig tot haar zal opheffen.

Daarin ligt een zeer grote troost verborgen, want dé waarheid kan nimmer worden gedood. De waarheid is een zevenvoudige straling die van het Absolute uitgaat, en die zich zal en móét openbaren om het ene grote scheppingsdoel te bevorderen en tot een goed einde te voeren. Die waarheidsstraling, wij herhalen het, kan nimmer worden gedood. Wie zich tegen die wet verzet, is steeds bezig het eigen graf te graven.

Uit: De Egyptische Oergnosis deel 4
Hoofdstuk: De waarheid wint altijd

3. Leven in gerechtigheid

Er is een natuurwet, een algemeen geldende natuurwet, die alles in het wijde universum samenbindt, een natuurwet die al die menigvuldigheden van scheppingen en krachten en bewogenheden en werkingen in één vermogen samenbundelt. De betrokken natuurwet kan men aanduiden als een sleutelkracht; het is één ontzaglijk machtig vermogen. Deze oerkracht, deze basiswet van de schepping, wordt in de mythologie wel aangeduid als Nemesis, hetgeen wil zeggen dat deze natuurkracht onveranderlijk dezelfde is en blijft, dat zij niet kan worden aangetast. Daarom wordt Nemesis in de Griekse gedachtenwereld aangeduid als de godin van de wrekende gerechtigheid, die de ondeugd straft en elk misdrijf, elk vergrijp, vervolgt. Een andere naam voor deze oerkracht is karma.

De geest van God straalt een plan uit in de afgrond; door de kracht van de geest worden de krachten van de natuur gewekt, het al komt in beweging en gaat zich manifesteren. En nu is er één controlerende factor: Nemesis, die het grote plan van God absoluut veilig stelt; een kracht die geen transigeren kent, geen wijsheid uitstraalt, geen goedheid en geen kwaad, geen positiviteit noch negativiteit; een kracht die slechts de wil van de Logos handhaaft, dwars door alle afwijkende of tegenwerkende invloeden heen. Dat is, welbekeken, overweldigend heerlijk! Gods plan houdt eeuwig stand, het kan niet worden aangetast, het zal zich voltrekken.

Doch welk een ontzaglijk gevaar ligt tegelijkertijd daarin opgesloten! Wanneer wij de wet van Nemesis overtreden, dan corrigeert zij ons, dan treedt zij op als de wreekster, als het noodot. Dát is de naam waaronder wij Nemesis in onze dialectische orde het allerbeste kennen: als het noodlot, het blinde noodlot. Daarom wordt Nemesis wel voorgesteld als een godin met een blinddoek voor het gezicht.

Uit: De Egyptische Oergnosis deel 2
Hoofdstuk: Karma-Nemesis en de weg van de verlossing

BESTEL DE EGYPTISCHE OERGNOSIS DEEL 2

BESTEL DE VIER DELEN VAN DE EGYPTISCHE OERGNOSIS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *