De wet van karma en schuldvergeving, wat u zaait zult u maaien, en de verlossing van de mensheid

 

Alle microkosmoi die nog geen deel kunnen hebben aan het proces van de opstanding, blijven gebonden aan de wet van reïncarnatie, alsmede aan die andere noodwet: de wet van karma, de wet van oorzaak en gevolg; de wet die leert: ‘wat u zaait, dat zult u maaien’.

Dit betekent dat het volgende persoonlijkheidsleven zich logisch wetenschappelijk bij dít leven aanpast; wat de mens heeft opgenomen, moet hij volbrengen; wat hij heeft ontketend, moet hij aanvaarden. Een nieuwe bestaansfase in het hier begint dus daar, waar de vorige geëindigd is.

Niemand ontvangt een te zware taak en ieder leven brengt naast een last ook een vermogen en een mogelijkheid. Er is een gebondenheid aan het verleden, maar er wordt eveneens een weg ter bevrijding gewezen; want al kan het verleden niet herroepen worden, de wet van karma laat de mogelijkheid tot juist gebruik van het nú open.

Toch is de wet van karma in zekere zin een meedogenloze wet, want de hand van het lot en het bewustzijn van het fatum kunnen zó zwaar drukken, dat de mens volkomen moedeloos wordt.

Ten aanzien van de onontkoombaarheid van deze meedogenloze wet reiken het orthodoxe christendom en de theosofie elkaar de hand. Door deze fatale beschouwingswijze van de werking van de wet van karma is dan ook zeer veel onheil gesticht, daar zij de mens de moed ontnam.

Deze wet van de vergelding wordt inderdaad in alle wereldgodsdiensten verkondigd, ook in het christendom. En zij is een logische wet en de enige methode om de mens van-onderen-op tot inzicht te brengen omtrent zijn staat-van-zijn. Doch deze wet behoeft niet oneindig te zijn in haar werking ten aanzien van de mens, daar zij doorkruist en tenietgedaan kan worden door een andere wet: de wet van schuldvergeving.

Als u tot inzicht komt omtrent uw staat en het pad van regeneratie gaat, zoals ons dat door het christendom gewezen wordt, kan de last van de eeuwen, de schuld van het verleden, van u worden afgewenteld.

De wet van karma grijpt u en bindt u zolang u haar werking ten opzichte van uzelf oproept. Zij moet u evenwel loslaten, indien u zich redelijk-zedelijk onder de wet van de schuldvergeving plaatst, mits dit een daad is van fundamentele levensomkering.

‘Bekering‘ volgens de orthodoxe zienswijze is een mystificatie, een emotionele activiteit, die ten aanzien van de wet van karma in geen enkel opzicht bevrijdend kan zijn. De mogelijkheid van schuldvergeving berust op een wetenschappelijk proces dat door de hiërarchie wordt uitgestraald.

Het is tenslotte goed op te merken dat reïncarnatie vooral niet vereenzelvigd mag worden met evolutie. Evolutie immers is voor ons individueel en voorwaardelijk. Met de wet van evolutie krijgt men contact door het gnostieke christendom. De Christus voegt namelijk door zijn offer door middel van de hiërarchie een nieuw element toe aan de aarde en aan de dialectische persoonlijkheid van de mens, waardoor deze in staat wordt gesteld de gevolgen van de kristallisaties teniet te doen en dán weer het proces van evolutie aan te vangen.

De persoonlijke evolutie is dus afhankelijk van uw besluit en uw daadleven in Jezus Christus. Karma is dan geen noodlotswet meer, maar wordt in Christus’ kracht verslonden. Dít is de onuitsprekelijke liefde van God in Christus: door de noodwetten houdt hij ons in openbaring; daarna komt hij ons verlossen.

De verlossing is evenwel geen automatisch proces, doch een meervoudig intelligent proces, waaraan de gehele mens bewust moet meewerken. Hiermee staat en valt het grote werk van de hiërarchie.

De christelijke inwijdingsmysteriën hebben tot doel de opstanding bij velen mogelijk te maken en een kern van werkers te vormen in dienst van de Christus. Het is dus de mensheid die de mensheid moet verlossen. In deze zin dienen wij ook te verstaan de woorden: ‘werk uw zelfs zaligheid in vreze en beven’: niemand kan uiteindelijk zonder de ander voortgaan.

Inwijding is versnelde evolutie, opdat de daardoor verkregen waarden ingezet kunnen worden tot het grote doel: de uiteindelijke verlossing van de gehele mensheid. De mens die daartoe het verlangen heeft, kan de koninklijke kunst gaan beoefenen.

Bron: Elementaire wijsbegeerte van Jan van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *