Reïncarnatie van de microkosmos en bevrijding van het wiel van geboorte en dood in een hemels lichaam door transfiguratie volgens Jan van Rijckenborgh

 

Het dialectische stratum bestaat uit twee sferen: de aardse sfeer en het hiernamaals. Door de dood wordt de mens niet uit het dialectische stratum verlost, maar gaat hij van de ene sfeer naar de andere over.

En als zo zeker is dat de dood ons in de stoffelijke sfeer achterhaalt, zo noodzaakt de ontwikkeling in de andere sfeer ons – dat wil zeggen als microkosmos – tot het opnemen van een nieuwe persoonlijkheid, omdat de mens aan gene zijde slechts over een onvolledig organisme beschikt.

Men spreekt in esoterische kringen in dit verband gewoonlijk van reïncarnatie of wederbelichaming, daarmee suggererend dat er zoiets als een voortbestaan na de dood zou zijn. Geheel ten onrechte!

Als u straks naar uw natuurwezen sterft, vervluchtigt na verloop van tijd uw gehele persoonlijkheidswezen en slechts het fundamentele vuurbeginsel, dat u leven gaf, keert tot het hogere zelf, het aurische wezen terug.

Zoals het wezen van een hond binnen enkele dagen na de dood vervluchtigt, zo gaat het met ons in een wat langer tijdsbestek, indien wij bij deze natuur blijven staan.

Kan men dan zeggen dat het hogere zelf een vorig bestaan heeft gekend? Neen! Het heeft maar éénmaal bestaan! Dit bestaan ving aan bij de dageraad van de onheiligheid en zet zich, zij het met talloze wijzigingen en gedaanteveranderingen, tot op dit moment voort.

Het hogere zelf, het aurische wezen, is een blinde, voortjagende kracht, de verpersoonlijking van een aan leiding ontsnapte krachtenstructuur, waarvan het resultaat – de planeet binnen de microkosmos, dat is de mensopenbaring – steeds vernietigd wordt.

Er is dus geen reïncarnatie, geen wederbelichaming van de persoonlijkheid. Van de sterfelijke ziel blijft na de dood niets over. De sterfelijke ziel, uw ik-wezen, vervluchtigt volkomen. Van u, als sterfelijk wezen, blijft niets over.

Zoals het stoffelijke lichaam verteert tot stof en as, zo vergaat het ook de sterfelijke ziel: de ziel die zondigt moet sterven. En iets dat dood is, is in die zin volkomen dood.

Alleen indien uw ziel door wedergeboorte uit water en geest, dat is door transfiguratie, onsterfelijk is geworden, kunt u, eventueel wanneer men u gebruiken kan, vrijwillig in geboorte terugkeren, om dienstbaar te zijn in de grote, nimmer eindigende verlossingsarbeid van de Universele Broederschap, ten dienste van de gehele mensheid. De geboorteprocedure verloopt dan evenwel anders.

In dit verband kan de vraag rijzen wat er bedoeld wordt met het wiel van geboorte en dood. Het wiel van geboorte en dood kunt u in zijn werkzaamheid alleen begrijpen indien u het gaat schouwen in zijn samenhang met de gehele microkosmos.

Laat ons nu mogen volstaan met u eraan te herinneren, dat de microkosmos steeds weer wordt ontledigd, vanwege de sterfelijkheid van het zielewezen en zijn persoonlijkheid. De microkosmos dwaalt daardoor, als in een wielwenteling, in de natuur van de dood rond en moet steeds weer een ziel, een sterfelijke ziel, in zijn stelsel opnemen, opdat eens, uit en door deze ziel, de mogelijkheid zal vrijkomen de microkosmos, door herstel van de oorspronkelijke eenheid van geest, ziel en lichaam, via het proces van transfiguratie te regenereren tot zijn oorspronkelijke, door God bedoelde glorie.

Tenslotte merken wij nog op dat deze dingen voor de gnosticus klaar en duidelijk zijn. En wel uit hoofde van het feit dat de ontwikkelingsgang van de Gnosis tot hoger goed voert en dus tot eerstehands kennis. Alleen directe, eerstehands kennis is hier bevrijdend, doch redelijk-zedelijk wijsgerig inzicht en een zuivere praktische godsdienstigheid van de daad moeten hier de basis zijn.

Gnostiek esoterisch onderzoek bewijst trouwens de waarheid van al het voorgaande volkomen: reïncarnatie, wedervleeswording, van de microkosmos, via een sterfelijke persoonlijkheid, is een feit! Het gehele microkosmische reïncarnatieproces is door de geoefende gnosticus te volgen.

Zulk een onderzoek toont aan dat de microkosmische reïncarnatie een noodwet is, een gevolg van onze val. Het is een harde wet, doch niettemin een zeer genadevolle wet, omdat zij de mens in openbaring houdt en hem voor een opgave plaatst die niet te zwaar is.

Het weer ondergaan in de dood toont aan dat de grote les, waarvoor wij hier bestaan, nog niet is geleerd en dat de mens het regeneratieproces nog niet heeft aangevangen. De les moet hiér worden geleerd, omdat het hier ons een volkomen drievoudige lichamelijkheid naar bewustzijn, ziel en lichaam schenkt.

In deze toestand moet het nieuwe lichaam, het hemelse lichaam, worden gebouwd. Het oude lichaam is dus de apparatuur waarmee het onsterfelijke lichaam moet worden opgericht. Zo moet dus dáár met het regeneratieproces begonnen worden waar de afbraak gepleegd werd.

Dáárom wordt de mens – dat is de microkosmos – gebonden aan het wiel. Daarom volgt op de dood steeds weer een nieuwe persoonlijkheidsopenbaring. Daarom is elke nieuwe persoonlijkheidsopenbaring een nieuwe bevrijdingskans voor de microkosmos.

Pas als de mens geleerd heeft zijn hemelse lichaam te bouwen, en als hij in die bouw vorderingen heeft gemaakt, komt voor hem eens het moment, dat hij van het wiel verlost wordt. Zijn sterven is dán een opstanding in het hemelse koninkrijk, de godsorde, en geen komst in de andere sfeer van het dialectische stratum, die dan nog ten hoogste een doorgang vormt voor zijn binnenkomst in de waarachtige vrijheid van de godsorde.

Bron: Elementaire wijsbegeerte van Jan van Rijckenborgh

2 thoughts on “Reïncarnatie van de microkosmos en bevrijding van het wiel van geboorte en dood in een hemels lichaam door transfiguratie volgens Jan van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *