Beschouwing 4

Mysteriën van geboorte leven en dood, week 4

Beschouwing : Verliezen verwerken (hoofdstuk 4 van het bijbehorende boek)

 

Als mens ben je onderhevig aan vele kringlopen. Wanneer je je spirituele opdracht aanvaardt, ga je jezelf gereed maken voor een totaal nieuwe kringloop in je stelsel: de circulatie van lichtkrachten, van het symbolische manna, dat uit de hemel neerdaalt. Ken je het gevoel dat je leven alsmaar in kringetjes ronddraait en dat je daar niet enthousiast over bent? Misschien is het voor jou dan tijd om een andere koers te gaan varen, om een richting in te gaan die past bij wat je innerlijk als juist ervaart.

Kenmerkend voor de mens is zijn vermogen om steeds uit eigen beweging iets nieuws te kunnen beginnen. Hij kan zichzelf herhaaldelijk opnieuw uitvinden en zo als het ware steeds opnieuw geboren worden. Zo kan ook eens de innerlijke geboorte plaatsvinden, de geboorte van het licht in het hart van de mens.

Opnieuw geboren worden vereist wel moed, want om iets nieuws en inspirerends te kunnen ontketenen is het noodzakelijk het oude vertrouwde los te laten. Garanties voor succes zijn er niet. Beginnen met iets nieuws is een reis naar het onverwachte.

De filosofe Hannah Arendt (1906-1971) heeft het beginnen van iets nieuws, dat zij het principe van nataliteit noemt, tot één van de kernthema’s van haar werk gemaakt. Als we uit onze comfortzone treden door iets nieuws te beginnen, doorbreken we oude kringlopen van gebeurtenissen, laten we de wereld zien wie we zijn en brengen we onze uniciteit tot uitdrukking. Zo ontstaat een pluriforme samenleving, die volgens Arendt de beste remedie is tegen totalitaire politieke systemen en waarin de mens als scheppend wezen tot bloei kan komen. Het beginnen van iets nieuws hoeft niet voort te vloeien uit dat wat eraan vooraf ging. Daarom ligt in alle oorspronkelijkheid iets verrassends besloten.

Hannah Arendt hecht veel waarde aan goede verhalen, want van verhalen gaat een veel grotere kracht uit dan van feiten. Ze schrijft dat verhalen betekenis onthullen zonder dat de fout wordt gemaakt deze te definiëren. Verhalen verhelderen je bestaan en bieden aanknopingspunten om je leven zin en betekenis te geven.

Katalysator voor innerlijke transformatie

Een goed verhaal kan een katalysator zijn voor innerlijke transformatie. Sinds mensenheugenis zijn verhalen van levensbelang, net als voeding, onderdak en verbondenheid. Zelfs als we slapen, hebben we nog te maken met verhalen in de vorm van dromen. Er zijn vele soorten verhalen zoals mythen, sagen, legenden, sprookjes, parabels, gelijkenissen, romans en novelles. Ze kunnen tot ons komen via bijvoorbeeld vertellers, boeken, theaterstukken, opera’s, afbeeldingen, films, enzovoort.

Verhalen zijn te zien als een effectief middel om uiterlijke en innerlijke wijsheden binnen te laten komen in de verdedigde burcht van ons vernauwde menselijke bewustzijn. Ze stimuleren ons om de juiste vragen te stellen en complexe ideeën te begrijpen en te onthouden. Verhalen helpen ons belangrijke dingen te herinneren die we onbewust weten en tot nu toe verwaarloosden.

Hannah Arendt werd als joodse geboren in Duitsland en is sterk beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog. Uit eigen ondervinding schrijft zij: ‘Alle smarten zijn te dragen wanneer men ze verwerkt in een verhaal.’ De beroemde Amerikaanse filmproducent Walt Disney (1901-1966) formuleert het zo: ‘Als verhalenvertellers herstellen wij de orde met verbeeldingskracht. Wij boezemen steeds opnieuw hoop in.’

In een goed verhaal krijgen de personages te maken met moeilijkheden en beproevingen, want dat is in het echte leven ook zo. Boeddha vond zijn ontdekking dat moeilijkheden inherent zijn aan het leven, zo belangrijk dat hij dit als volgt formuleerde in zijn eerste edele waarheid: er is lijden. Lijden is hier de vertaling van het Pali-woord dukkha dat verwijst naar de vluchtigheid van het bestaan en de kringlopen van opgaan, blinken en verzinken, die vaak gepaard gaat met het ervaren van pijn en verdriet. Geboorte is lijden, ziekte is lijden, wanhoop is lijden, niet krijgen wat je wilt is lijden, gescheiden worden van geliefden is lijden, gebrek in de ouderdom is lijden en de dood is lijden.

Deze eerste edele waarheid zullen we als mens moeten accepteren. Natuurlijk kunnen we zelf veel doen om lijden te voorkomen of te verminderen, maar we kunnen het nooit volledig uitbannen omdat het deel uitmaakt van de natuur waarin we leven. Prediker had alles wat hij wilde, maar hij was niet gelukkig. Het is onmogelijk om ons leven helemaal naar onze te hand zetten. Als we het lijden ontkennen of ons ertegen verzetten, leidt dat er alleen maar toe dat het lijden nog groter wordt. In de vorm van een formule: lijden = pijn x weerstand.

Waarom staat een almachtige en liefdevolle God toe dat er zo gigantisch veel lijden is op onze planeet? Dat is een existentiële vraag waar filosofen, theologen en miljoenen anderen al eeuwenlang uitgebreid over nadenken. In vroegere tijden werden de duivel en zijn demonen vaak als schuldigen aangewezen. Tegenwoordig horen we nogal eens dat de mens een vrij wezen is en dat hij de vrijheid heeft genomen om van het leven op aarde een rommeltje te maken. Beide visies bevatten een kern van waarheid, maar bieden geen volledige verklaring die voor iedereen bevredigend is.

Er is één bijbelboek dat helemaal gewijd is aan het lijden van de mens: Job. Dit is geen dichtgetimmerde verhandeling maar een verhaal dat – evenals het boek Prediker – grotendeels in dichtvorm is geschreven en wel wordt ervaren als een aanval op de conventionele theologie. Vele lezers kunnen er iets in herkennen dat aansluit bij hun ontwikkeling. Ze kunnen er innerlijk door worden geraakt zonder dat ze de gebeurtenissen intellectueel duiden. Het gaat niet primair om het begrijpen van het leven, want dat blijft altijd een mysterie. Het gaat om transformatie van het bewustzijn, waardoor een fundamentele vernieuwing mogelijk wordt. En daarbij kan een boek als Job behulpzaam zijn. De naam Job betekent ‘vervolgde’.

Wijsheidsliteratuur

Het boek Job behoort samen met de bijbelboeken Spreuken en Prediker tot de wijsheidsliteratuur van het Oude Testament. Die geschriften kenmerken zich door een diep ervaringsweten dat erin verweven is en waarmee men iets kan in het eigen leven. Ze hebben een algemeen religieus karakter, maar zijn niet dogmatisch en ook niet specifiek joods. Er zijn aanwijzingen dat het boek Job een Egyptische oorsprong heeft. De Talmoed, het belangrijkste boek van het jodendom na de joodse Bijbel, vermeldt dat het gaat om een verzonnen verhaal dat geschreven is om iets duidelijk te maken.

In het eerste hoofdstuk van Job zegt de satan tegen God dat het begrijpelijk is dat Job vroom, oprecht en godvrezend is, omdat hij rijk gezegend is met kinderen (zeven zonen en drie dochters), vee en bezittingen. Hij insinueert dat het hier niet gaat om echte vroomheid. God geeft hem toestemming om Job te testen op voorwaarde dat hij hem laat leven. Dan breekt er een wervelstorm van rampen over Job los. Hij wordt beroofd van al zijn rijkdom, vee, knechten en kinderen. In het tweede hoofdstuk verliest hij ook nog zijn gezondheid omdat hij wordt getroffen door een vreselijke ziekte: melaatsheid.

Jobs vrouw stookt hem op met God te breken, maar ondanks zijn hevige verdriet en pijn zegt hij God niet vaarwel. Dan komen er drie vrienden naar Job om hem te troosten. Ze bereiken precies het tegendeel omdat ze beweren dat de ellende van hun vriend de straf van God is voor zijn zonden en dat Job wel een huichelaar moet zijn omdat hij doet alsof hij God dient. Job ervaart zichzelf dan als een door God verworpene. Hij is hevig verontrust, maakt God verwijten en beschuldigt hem van onrechtvaardigheid.

Vervolgens treedt er een een nieuwe figuur op, Elihu. Deze ingewijde en vertegenwoordiger van de universele Broederschap op aarde verschijnt precies op het moment dat Job en zijn vrienden er rijp voor zijn. Is de leerling klaar, dan is de meester daar. Elihu wijst op het onjuiste gedrag van zowel de vrienden van Job als van Job zelf. Hij benadrukt de louterende werking van lijden en dringt bij Job aan op verootmoediging.

Doordat Job door allerlei verschrikkingen is heengegaan, kan hij God dieper beleven. Tegen het einde van het verhaal zegt hij tot God: ‘Alleen door het horen met het oor had ik u gehoord, maar nu heeft mijn oog u gezien.’ (Job 42:5) Nadat Job gebeden heeft voor zijn vrienden, wordt hij weer gezond en ontvangt hij zijn verloren bezittingen dubbel terug. Hij krijgt weer zeven zonen en drie dochters, ziet zijn kleinkinderen nog en sterft in hoge ouderdom.

Miljoenen mensen vinden troost in het diep-symbolische verhaal van Job omdat ze zich herkennen in het lijden en de zielsconflicten die er nauwkeurig in worden geschilderd. Dit brengt hen ertoe om te aanvaarden dat het leven op aarde vaak hard en onbegrijpelijk is, maar dat er toch een stuw tot vooruitgang vanuit gaat die zijn oorsprong vindt in God.

Velen destilleren uit het boek Job praktische aanwijzingen voor het leven zoals: besef dat je alles kunt verliezen en dat het kwaad ook goede mensen treft, maak tijd om te rouwen als je geconfronteerd wordt met verliezen in je leven, ben je ervan bewust dat rouwen heel hard werken is en meestal langer duurt dan je hoopt, twijfel gerust aan God maar geef de moed nooit op, ook als de situatie uitzichtloos lijkt. In het verhaal van Job kunnen we de drie fasen van verliesverwerking herkennen zoals die bekend zijn uit de verlieskunde: afweer, afscheid nemen en accomodatie. Al die inzichten zijn natuurlijk bijzonder waardevol maar leerlingen van de ziel kunnen in het bijbelboek Job nog een diepere laag herkennen.

Het pad van inwijding

De vertelling over Job gaat namelijk ook over de gnostieke weg, over het pad van inwijding in de mysteriën van leven, sterven en herleven, dat vijfduizend jaar geleden al werd uitgedragen in de mythe van de Egyptische god Osiris, en dat waarschijnlijk model heeft gestaan voor het evangelieverhaal over de kruisdood en de opstanding van Jezus. Jezus zei tot zijn discipelen:  ‘Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van mij en om het evangelie, die zal het behouden.’ (Markus 8:35)

Daarbij doelde hij niet op het verliezen van het biologische leven als gevolg van het geloof – zoals bij martelaren – maar om het verliezen van de ego-gerichtheid en conditioneringen die spirituele ontwikkeling belemmeren.

Die obstakels dienen opgeruimd te worden, voordat er een onsterfelijke nieuwe ziel, gesymboliseerd door Jezus, kan groeien in de menselijke microkosmos. Als een mens kiest voor het smalle pad van inwijding, dan gaan goddelijke krachten datgene verbreken wat een belemmering vormt voor het ontkiemen van het zaad en het groeien van de levensboom.

Dit klinkt heel bedreigend, en zo kan het ook worden ervaren. Maar het is juist de bedoeling dat de betrokkene door dat innerlijke sterven vrij komt van angst, zodat het opstandingslichaam in harmonie en vreugde gestalte kan gaan krijgen. De rups moet eerst sterven voordat hij een vlinder kan worden. De leerling van de ziel krijgt onherroepelijk te maken met allerlei uitdagingen die verband houden met het leerlingschap, maar gelukkig zijn die meestal niet zo verschrikkelijk als bij Job. Tegenwind gaat waaien en storm steekt op. Zij die volhouden op de weg van de mysteriën, zullen overwinnen. Ze verliezen hun oude wereld, maar ze winnen het universum.

Als Job is genezen, krijgt hij opnieuw zeven zonen en drie dochters. De gestorven boom van kennis van goed en kwaad wordt bij hem dan vervangen door de boom des levens. De mededeling dat Job zijn verloren bezittingen dubbel terug krijgt, zou een aanwijzing kunnen zijn dat hij niet alleen een nieuwe persoonlijkheid ontvangt, maar ook een werkzame geestziel.

Als je verlangen naar vervulling vanuit de Oerbron toeneemt, vermindert vanzelf je verlangen naar dingen die voorheen belangrijk voor je waren. Zonder forceren ontstaat er dan een vorm van ongehechtheid, die spirituele vernieuwing mogelijk maakt.

Alles wat de betrokkene uiterlijk mag bezitten, stroomt dan vanuit de universele energie naar hem toe, maar hij houdt niets vast, hij laat alles voorbij stromen.  Dat idee ligt ten grondslag aan de kortste uitspraak die van Jezus bekend is: ‘Word voorbijgangers.’ (het Evangelie van Thomas, logion 42).

De Griekse filosoof Epictetus (circa 50 – 130) formuleerde die gedachte iets anders en uitgebreider. Hij was slaaf in Rome en na zijn vrijlating stichtte hij in Griekenland een school waar hij de filosofie van de Stoa uitdroeg. Hij onderwees dat filosofie niet slechts een theoretische aangelegenheid is, maar op de eerste plaats een levenswijze. Epictetus hechtte veel waarde aan integriteit, zelfdiscipline en persoonlijke vrijheid, en leerde dat we alles wat er gebeurt kalm en nuchter dienen te accepteren. Hij heeft zelf geen geschriften nagelaten, maar een leerling van hem heeft veel van zijn leringen genoteerd, waaronder het volgende.

‘Zeg nooit van iets: “ik heb het verloren”, maar zeg: “ik heb het teruggegeven”. Is uw kind gestorven? Het is teruggegeven. Is uw vrouw of uw man gestorven? Zij zijn teruggegeven. “Men heeft mijn landgoed of bezittingen afgenomen”. Dan is ook dat teruggegeven. Nu zeg je misschien: “Maar die het van mij ontnam is een booswicht”. Wat gaat het u aan, door wie de gever het van u heeft terug geëist? Beschouw het, zolang hij het u in bezit geeft als andermans goed, evenals de reizigers de herberg.’

In het boek Job is de satan beslist geen booswicht, bedrieger of duivel (zoals op bijvoorbeeld arcanum 15 van de tarot), maar een volwaardig lid van de goddelijke hiërarchie, een engel of boodschapper van God die in de gaten houdt wat er op aarde gebeurt en in overleg acties uitvoert om mensen op het juiste pad te brengen. Het Hebreeuwse woord satan betekent ‘aanklager’ of ‘tester’.

De wet van karma

De drie vrienden van Job zeggen hem dat de teisteringen die hij ondergaat, straffen van God zijn omdat hij heeft gezondigd. Blijkbaar kennen zij de wet van oorzaak en gevolg, de wet van karma, de wet die de apostel Paulus omschrijft als: ‘Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.’ (Galaten 6:7-8)

Het is heel verheugend dat de wet van karma bestaat, want die algemene natuurwet bindt alles in het gehele universum samen en stelt het godsplan volkomen veilig. Het goddelijke plan houdt dus eeuwig stand; dwars door alle afwijkende of tegenwerkende invloeden heen zal het zich voltrekken. Hoe sterk de machten van de duisternis ook zijn, het Licht zal zegevieren!

Als wij tegen het goddelijke plan ingaan, dan worden wij of de volgende persoonlijkheden in de microkosmos die we nu bewonen, door de wet van karma gecorrigeerd. Dan krijgen we te maken met de goddelijke gerechtigheid die in de Griekse mythologie bekend staat als de godin Nemesis. Zij oordeelt en veroordeelt zonder aanzien van de persoon en wordt daarom wel voorgesteld als een vrouw met in haar ene hand een weegschaal, in haar andere hand en zwaard en om haar hoofd een blinddoek. Dit beeld kunnen we herkennen in vrouwe Justitia en in arcanum 11 (of 8) van de tarot: gerechtigheid.

Wanneer wij medemensen ontmoeten die zoals Job wanhopig zijn, omdat zij diep in de narigheid zitten, dan is het zeer liefdeloos om te wijzen op de wet van karma en zo te suggereren dat hun benarde toestand hun eigen schuld is. Daarmee helpen we hen niet en maken we hun ellende alleen maar groter. Bovendien kunnen wij in onze toestand van bewustzijnsvernauwing helemaal niet weten waarom iemand iets overkomt. Naast individueel karma bestaat er ook collectief karma dat moet worden uitgeboet, waaronder familiekarma, groepskarma en wereldkarma.

Daarom is het juist dat Elihu de vrienden van Job terechtwijst als zij Job een zondaar en een huichelaar noemen. Zo kunnen we ook begrijpen waarom Jezus in zijn Bergrede zegt:  ‘Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.’ (Matteüs 7:1-2)

En in dit licht wordt ook het antwoord van Jezus duidelijk als zijn discipelen vragen waarom iemand blind geboren is. In het evangelie van Johannes lezen we: ‘En zijn discipelen vroegen hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden? Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden.’ (Johannes 9:2-3)

Alles wat aandacht krijgt, groeit

De satan in het verhaal van Job is dus een engel die mensen op het juiste pad brengt en is in die zin beslist niet kwaad. Bestaan er eigenlijk wel kwade machten? Jazeker! Het is belangrijk dat we ons van hen bewust zijn, zodat we er niet door geslachtofferd worden. Dat betekent niet dat je jezelf daar uitgebreid in moet verdiepen want dan zou je jezelf juist met funeste invloeden verbinden. Alles wat aandacht krijgt, groeit. Als je het over de duivel hebt, trap je hem op zijn staart!

Op allerlei afbeeldingen en schilderijen worden de duivel en zijn demonen veelal weergegeven als grimmige wezens die meer dier zijn dan mens, en die erop uit zijn om mensen te verleiden, te misleiden, angst aan te jagen en te pijnigen. Gelukkig bestaan ze niet in de zintuiglijk waarneembare wereld maar in de astrale wereld kunnen ze wel als zodanig worden ervaren.

In alle wereldreligies worden kwade machten erkend en aangeduid als een personificatie. Het hindoeïsme spreekt over Ravana. In het boeddhisme is Mara de grote verstrikker. Siddhartha Gautama weerstond hem in zijn meditatie onder de bodhi-boom, waardoor hij de Boeddha werd. Binnen het zoroastrisme is Ahriman de god van de duisternis en het kwaad. In de islam wordt de satan aangeduid als Shaitan.

Het jodendom en het christendom spreken over een uit de hemel gevallen morgenster en over een draak die door engelen onder aanvoering van aartsengel Michaël uit de hemel is verdreven (Jesaja 14:12-15 en Openbaring 12). Na zijn doop in de Jordaan weerstond Jezus de drie verzoekingen van de satan in de woestijn (Matteüs 4:1-11). In het Nieuwe Testament staan meerdere passages die waarschuwen voor kwade machten en praktische aanwijzingen geven om die buiten te sluiten.

  • De duivel was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. (Johannes 8:44)
  • De satan doet zich voor als een engel van het licht. (2 Korinthe 11:14)
  • Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten  van het kwaad in de hemelse gewesten. (Efeziërs 6:11-12)
  • Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. (1 Petrus 5:8)
  • Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. (Jakobus 4:7)

In beschouwing 7 gaan we daar dieper op in. Iets wat we op een bepaald moment als naar en akelig ervaren, kan later worden gezien als een zegen. Dit principe wordt mooi geïllustreerd door de volgende vergelijking van rabbijn Abraham Twerski.

‘Kreeften zijn zachte beestjes in een harde schaal. Als een kreeft groeit, gaat die omhulling na een tijdje ongemakkelijk aanvoelen, als een te strak pantser. De kreeft raakt in de stress. Hij trekt zich terug onder een steen, werpt zijn pantser af en vormt een nieuwe, grotere schaal. Totdat die nieuwe schaal ook begint te knellen, de kreeft weer stress begint te voelen en hij weer even een tijdje moet schuilen onder een steen om zich te bevrijden. Als kreeften dokters hadden zouden ze nooit groeien. Want dan gaat zo’n kreeft naar een arts, die geeft hem een pilletje en voelt hij zich  weer in orde. We dienen te beseffen dat tijden van stress signalen voor ons zijn om te groeien.’

Een gedachte over “Beschouwing 4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *