De fundamentele verontrusting van de mens met een werkzame geestvonk

BESTEL DE GNOSTIEKE MYSTERIËN VAN DE PISTIS SOPHIA

De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia behandelt het eerste van de zes boeken van Het Evangelie van de Pistis Sophia uit de oudheid. De Pistis Sophia is als gelovende ziel (Pistis) gekomen tot de grenzen van haar aardse mogelijkheden, verlangend het mysterie voorbij deze grens te ervaren. Gesterkt door de kracht van de wijsheid (Sophia) overwint zij alle hindernissen die de aardse wereld opwerpt bij het oversteken van deze grens. Hieronder volgt een gedeelte uit hoofdstuk 3 waarin Jan van Rijckenborgh schrijft over de fundamentele verontrusting. 

Wanneer de moderne Geestesschool van het Rozenkruis u tot tevredenheid, tot innerlijke rust heeft gebracht, in de staat waarin u zich nu bevindt, dan is uw rozelaar in de verzorgingskas van de natuurmagie terecht gekomen. Want het is uitgesloten dat een geestvonkentiteit rust en vrede kan vinden in de natuur-des-doods. Is dat het geval, dan is er iets niet in orde. Hoe kan een kind van het licht rust en vrede bezitten, wanneer het niet in het licht thuisgekomen is?

Wij bedoelen niet dat er bij zo iemand angst, zorg en vrees aanwezig moeten zijn, of een voortdurende ontevredenheid, want een kind van het onzienlijke licht kan zeer blijmoedig zijn en hoogst evenwichtig, in de zekerheid op weg te zijn naar het Vaderhuis. Maar de gezapige rust en de goedkope vrede van het compromis met deze natuur zijn volkomen uitgesloten. Een kind van het licht heeft de Jezus-ervaring: het vindt geen hol voor de voet en geen steen om het hoofd op neer te leggen. Het vindt dat fundamenteel niet. 

Daarom, zo u een leerling van de Geestesschool van het Rozenkruis bent, dient u zich af te vragen: ‘Wat doet de School in mij? Weet de School mij nog te verontrusten? Wekt de School in mij nog dat naar adem snakkende verlangen? Of is er geen sprake meer van enige bewogenheid? Gaat de tot mij overgebrachte leer het ene oor in en het andere uit? Sta ik nog in het proces, of ben ik inmiddels uitgerangeerd door mijn satan – mijn hoger zelf – mijn aurisch wezen?’

U moet zich dat zelf afvragen, want u dient te weten dat u ieder uur in gevaar bent. Wie dat niet inziet en zegt: ‘Kom, kom, doe niet zo dramatisch’, bezit niet de signatuur van het elementaire leerlingschap. 

Als de zoon van de roos op de wereld komt zal hij geen erkenning vinden, zal hij niets het zijne kunnen noemen, geen hol voor de voet vinden en geen steen om het hoofd op neer te leggen. Kortom, hij is een volkomen vreemdeling. Gaat hij nu de bevrijding zoeken om zijn goddelijke, natuurlijke bestemming terug te vinden, dan zal men hem in de oorden van de vreemdelingenschap trachten vast te houden door hem met valse klanken en valse lichtflarden tot gewenning te stemmen. Dát is het gevaar!

Dit gevaar, dit unieke verblindings- en vervalsingsgevaar, neemt gestaltenis aan in dat wat zich ‘kerk’ noemt, doch de Kerk niet is. Nu denkt u, leerling, wellicht: ‘O, daar heb ik geen last van. Ik ben in de School van het Rozenkruis.’ Doch de magische polieparmen van de kerk grijpen verder dan u denkt. Zij hebben een stralend vermogen. Van dat vermogen gaat een kristalliserende invloed uit, een stollingsinvloed tot allen die het licht zoeken. En de organisatorische apparatuur is slechts een bijkomstigheid. 

Door alle eeuwen heen is er een samenzwering op touw gezet jegens allen die de rozelaar tot bloei willen brengen. Die samenzwering stelt een gevaar. Dat gevaar is ieder uur acuut. Wij suggereren u geen duivelengeloof en wij willen u geen angst aanjagen, maar wij willen u drijven tot een elementaire zelfkenniservaring. 

Gevoelt u zich als waarachtige lichtzoeker nog  steeds verontrust, weet u zich een voorwerp van strijd en staat u daarom in de bewogenheid van een zeer grote activiteit, zodat u ervan siddert, hebt u in u iets van die spankracht van de psalmist, die het ene ogenblik juicht en zich een volgend moment bedreigd voelt tot in het diepste diep van de ziel, voelt u muren om u heen – dan staat u in de genade van het levende leerlingschap. 

Is er niets dan rust in u, zit u teneer zonder enige levende activiteit binnen in u, dan heeft een kristaliserende invloed macht over u gekregen, die uw rozelaar zijn grond ontnomen heeft. Zo u daar nog kracht voor hebt, moet u de oorzaak opsporen. En als wij in staat zijn geweest door onze woorden u, lezer, in de oude verontrusting ter jagen, als wij daarin geslaagd zijn, dan zijn wij zeer dankbaar. Dan hebben wij u ontrukt aan de worgende greep van uw particuliere vijand. 

Ieder mens met de rozeknop wordt in het hart getroffen door de elementaire stralingskracht van de Gnosis. Een grote verontrusting ontstaat er in hem. En nu gaan er van de Gnosis dienaren uit. Zij spreken van het licht. Zij getuigen daarvan. Zij willen echter uw verontrusting niet stillen, maar zij willen het richting geven. Dát is de signatuur: het recht plaatsen van de betrokkenen op het pad. Want achter die verontrusting staat heel het besef van uw vreemdelingschap, van uw hier niet thuisbehoren. 

Zou de verontrusting worden weggenomen, dan zou daarmee onmiddellijk de dynamische energie vermoord zijn om op het pad van bevrijding voortgang te kunnen maken. Iemand die niet meer verontrust is, die accpteert, aanvaardt, genoegen neemt, is van stonde aan het slachtoffer geworden van de kerk, die de Kerk niet is. 

Daarom, het zij zó, dat wij u iets terug hebben gegeven, of iets bij u hebben gewekt, van die zo noodzakelijke spankracht. Van die fundamentele verontrusting, welke de zonen en dochters van de Gnosis dient te kenmerken. 

Bron: De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia door J. van Rijckenborgh, hoofdstuk 3

BESTEL HET ACTIEBOEK VAN € 29,50 VOOR € 19,50 (TOT 1 JULI 2020)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *