De onkenbare mysteriën – hoofdstuk 1 van ‘De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia’ – J. van Rijckenborgh

 

BESTEL DE GNOSTIEKE MYSTERIËN VAN DE PISTIS SOPHIA

Door middel van de in dit boek vervatte reeks besprekingen willen wij u plaatsen voor het alleroudste en meest authentieks evangelie dat wij bezitten mogen, met name de Pistis Sophia. Hierdoor zullen wij u duidelijk kunnen maken dat het actuele wonder, dat ons heeft aangeraakt, zijn bedding vindt in de Universele Leer van alle tijden.

De Pistis Sophia is de figuur van de denker die, stuk gedacht naar de dialectiek, naar de bevrijdende wijsheid streeft. Zij wordt voorgesteld als een vrouw die naar inwijding zoekt en die, verslagen naar de Pistis, het verstandsdenken, deze nu door en uit de Sophia, de goddelijke wijsheid, ontvangen mag.

De Pistis Sophia is een bij uitstek gnostiek evangelie; de gehele geopenbaarde wijsheid van alle tijden is er in samengebundeld en in een nieuwe taal gezegd. Doch zó gezegd, dat geen enkele onbevoegde het kan verstaan en eventueel de inhoud verknoeien kan. Wij citeren uit het eerste hoofdstuk:

‘Nadat Jezus van de doden was opgestaan bracht Hij elf jaren door waarin Hij zich met zijn discipelen onderhield en waarin Hij hen alleen onderwees over de gebieden van het Eerste Gebod en over de gebieden van het Eerste Mysterie achter de sluier. Vervolgens over de inhoud van het Eerste Gebod, dat het vierentwintigste mysterie, van binnen naar buiten, is, en over hetgeen zich
in de tweede ruimte van het Eerste Mysterie bevindt, dat vóór alle mysteriën is: de Vader in de gedaante van een duif.
En Jezus sprak tot zijn discipelen: ‘Ik ben uitgegaan uit het Eerste Mysterie, dat het laatste mysterie is, namelijk het vierentwintigste.’ De discipelen hebben noch geweten, noch begrepen dat er in dat mysterie iets zou bestaan, doch zij dachten van dat mysterie dat het het hoofd van het Al was en het hoofd van al het bestaande en de voleinding van alle voleindingen.’

Wie de zin van dit woord ontdekken wil, moet zijn onderzoek aanvangen op het eigen bestaansniveau. Het dialectische levensveld is een veld dat natuurwetenschappelijk te schouwen is in twaalf aanzichten, in twaalf toestanden. Uit de twaalfvoudige zodiak der dialectiek ontwikkelt zich de twaalfvoudige natuuropenbaring. Elk van deze twaalf aanzichten heeft een weerspiegeling, een projectie, een spiegeldomein, een spiegelsfeer.

Aldus kan men zeggen dat er in ons levensveld vierentwintig natuuraanzichten zijn, twaalf begrepen naar de stofsfeer en twaalf naar de spiegelsfeer. En iedereen die dit wenst, kan mystiek of occultistisch deze vierentwintig aanzichten bestuderen. Ons levenswiel wentelt daarin.

Het zijn vierentwintig mysteriën die door de mens volledig kunnen worden omvat. Het zijn de vierentwintig mysteriën van de dialectiek, van de waan. En het zal u duidelijk zijn dat de Pistis Sophia zegt, dat Jezus over deze vierentwintig mysteriën met geen woord gerept heeft en dat Hijzelf uit deze vierentwintig niet voortgekomen is.

Wanneer de natuurmens zijn weg door de eigen mysteriën gaat, komt hij tot aan een grens, tot aan de einden van zijn heelal, van zijn elektromagnetische universum. Dan staat hij – naar de taal van de Pistis Sophia – voor een gebod, waar de meest formidabele magiër niet doorheen vermag te dringen, want dan staat hij voor de ring-niet-verder. Dan komt hij tot zijn werkelijke eerste mysterie, dat onoplosbaar is. De zielenwereld blijft voor hem gesloten.

Het is nu over de gebieden van dat eerste gebod en dat eerste werkelijke mysterie – waarvoor de natuurdrijver staat als voor een muur – dat Jezus zijn discipelen leraarde. Om dat nog eens goed te preciseren herhaalt de Pistis Sophia dat Jezus sprak over het eerste gebod, hetwelk is het vierentwintigste mysterie van binnen-naar-buiten. Op het punt waar het dialectische natuurveld dus eindigt en een ander levensveld begint. Het is een veld buiten alle spiegelsfeer gelegen.

Zo u wellicht ooit gemeend hebt dat de moderne wijsbegeerte van het Rozenkruis voortgesproten is uit de hersens van een modern mens, wordt u hier gecorrigeerd door taal van tweeduizend jaar her, welke toenmaals een synthese was uit wijsheid van honderdduizend jaar daarvoor. Daar waar de grens is van eindig streven, daar denkt de primitieve mens zich zijn hoogste god, want ieder domein van het door hem bereikbare heeft hij met afgoden bevolkt en hij exploiteert hen. Doch de god achter de grens bewijst hij domme, niets zeggende eerbied.

Jezus echter onderwijst zijn leerlingen in de onkenbare mysteriën. Want deze onkenbare mysteriën vormen de ene werkelijkheid, de bevrijding. Ik ben uitgegaan uit het Eerste Mysterie achter de sluier, zegt Hij. Het levensdomein van de Christus is eveneens een veld met vierentwintig aanzichten: twaalf positieve magnetische ruimten met hun twaalf reflexen.

Uit de reflex van één van die ruimten straalt de Vader, in de gedaante van een duif. De duif is in de Gnosis een der grote symbolen van de Heilige Zevengeest, van de zevenvoudige microkosmos, van het zevenvoudige universum, zoals de zeven Amens of de zeven donderslagen. In de Pistis Sophia wordt ook wel gesproken van de zeven klinkers, die te zamen de naam van de ene God vormen.

Welnu, voor de natuurmens, staande aan het eind van het eigen kunnen, aan de grens van het eerste gebod, voor het werkelijk onkenbare, straalt vanuit dat onkenbare de Heilige Zevengeest. Het is het roepen van de heilige naam Gods door deze naam zelf. Daarom staat er in de Pistis Sophia (hoofdstuk 143):

‘Er is geen mysterie dat voortreffelijker is dan deze mysteriën, waarnaar ge mij vraagt, daar het uw ziel zal voeren naar het Licht der Lichten […]. Er is niets voortreffelijker dan deze mysteriën, behalve dan het mysterie der zeven stemmen en hun negenenveertig krachten.’

Zie, van de grenzen van ons bestaansveld komen deze zeven stralen en zij stichten hier hun brandpunten. In een nieuw crisismoment der wereldhistorie klinkt opnieuw de stem, het geheimenis van de zeven klinkers en hun negenenveertig krachten.

Wij hebben u meermalen uitvoerig geïnformeerd over de zevenvoudige Wereldbroederschap met haar negenenveertig, dus zeven maal zeven aanzichten. Span u dan in, u die het Rozenpad gaan wil en geef u volkomen aan het Heilige Werk. Het gaat erom, vernieuwde zielen te voeren tot het Licht der Lichten.

Uit: De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia door J. van Rijckenborgh

BESTEL DE GNOSTIEKE MYSTERIËN VAN DE PISTIS SOPHIA

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN OVER DE PISTIS SOPHIA