Voordracht ‘Comenius, fakkeldrager van bewustwording’ van Hans Peter Knevel en inhoudsopgave symposionreeks 16

BESTEL SYMPOSIONREEKS 16: J.A. COMENIUS

Deze vijfde bijdrage in het kader van de zomerserie Historische vernieuwers in de Nederlanden is gewijd aan de universele mens Jan Amos Comenius (1592-1670) die afkomstig was uit Moravië (in het huidige Tsjechië) en de laatste veertien jaar van zijn leven woonde en werkte in Amsterdam. Hieronder volgt het eerste deel van een voordracht die Hans Peter Knevel over hem heeft gehouden en de inhoudsopgave van het symposionboek over Comenius. 

De man die onder de Latijnse naam Comenius geschiedenis heeft gemaakt, was een veelzijdig begaafd mens met een open hart voor zijn medemensen. Zijn levensopvatting was gebaseerd op de gedachte van de goddelijke eenheid van de mensheid en op de samenhang daarvan met de eeuwige natuur der dingen. Hij was een man die altijd streefde naar vrede en harmonie in het menselijke hart. Een onbaatzuchtige man die gedreven werd om de wereld (toen nog het Europa van de 17e eeuw) op een hoger plan van ontwikkeling te brengen en tevens de menselijke waardigheid te bevorderen. Hij streefde naar eenheid in religieus beleven, eenheid in wetenschap en bovenal gerechtigheid.

Comenius heeft vele landen van Europa bereisd. Maar ondanks zijn vele reizen, zijn onderwijstaken, zijn vredesactiviteiten, de zorg voor de gemeenschap en zijn gezin, verschijnt van zijn hand een onafgebroken stroom van geschriften; filosofische en pansofische werken, pedagogische werken, woordenboeken, taalstudiemethoden en leerboeken, alsmede voorstellen om te komen tot een beter begrip tussen de volken en om de alwijsheid, de pansofie, tot ieders beschikking te stellen.

Zijn reizen brengen hem in contact met belangrijke denkers en wetenschappers uit heel Europa, maar ook met de bronnen waarmee deze hun denkwereld hebben gevoed. Dat hij daarbij een grote openheid van geest ten toon spreidt, blijkt wel uit het feit dat hij zich in zijn werk niet alleen laat inspireren door zijn theologische achtergrond, maar ook door ideeën die tot het gedachtegoed van de rozenkruisers en de hermetici behoren. 

Aan de Duitse lutherse theoloog Johann Arndt (1555-1621) ontleent hij het beeld van het Licht van goddelijke wijsheid dat de mens tot zijn oorspronkelijke bestemming zal voeren. Van de Engelse arts en geleerde Robert Fludd (1574-1637, fakkeldrager van het Rozenkruis 6) bestudeert Comenius de bepaling van het licht als derde kosmologische principe, als het verbindende aspect tussen de geest en de materie, en werkt deze verder uit tot een Fysica van het Licht. 

Hij heeft getracht om de pansofie, de alomvattende studie van de wijsheid, ingang te doen vinden, waarbij hij steeds op het belang wees, daarmee al bij de vroegste jeugd aan te vangen. Hij heeft koningen, politieke en kerkelijke leiders benaderd om zijn veelzijdige voorstellen en gedachten ingang te doen vinden.

In vele gevallen tevergeefs. Men wilde niet of men was er nog niet rijp voor. Hij was zijn tijd eigenlijk ver vooruit. De visionair Comenius is met zijn vooruitstrevende ideeën over onderwijs, staatshuishoudkunde en vooral religie in menig opzicht de mentale architect en grondlegger geweest van tal van latere wereldwijde belangenorganisaties. Daaronder zijn de Wereldraad van Kerken, de grote volkerenorganisaties, het Internationale Hof van Justitie en de Verenigde Naties, die uiteindelijk pas in de 20e eeuw zijn gesticht. 

Comenius wordt aangeduid als een pansofist en wordt ook wel een universele mens (homo universalis) genoemd. Een mens die door toegepaste kennis en wijsheid begrenzingen wil overstijgen. Een mens met een boodschap, met een opdracht. Wij plaatsen Comenius in dit grootse verband en trachten een beeld te schetsen van een mens, die in een uiterst woelige en voor vrijdenkende mensen erg gevaarlijke tijd toch met open vizier, een helder verstand en een zuiver gemoed zijn leven zonder voorbehoud gewijd heeft aan het welbevinden van zijn medemens. 

Vol overtuiging zette hij zich in voor diens uiterlijke zowel als innerlijke ontwikkeling, in een tijd waarin de joods-christelijke God, met en door het zwaard van de autoriteiten gedwongen, beleden moest worden. Nagenoeg elke oorlog of strijd was om het geloof en het aanzien en de macht van hen die dit alles in stand trachten te houden. Strijd in de landen, strijd in het eigen hart.

In feite is dat heden niet anders, hoor ik u denken. Met dat verschil echter dat dit bedrog nu voor iedereen duidelijker wordt. Wij leven nu in een tijd dat alles wordt ontmanteld, ontsluierden daardoor ontdekt; alles en iedereen moeten hun ware gezicht en essentie laten zien. 

Mensen die met oude gewoonten en opvattingen willen afrekenen en nieuw baanbrekende ideeën ingang willen doen vinden, ondervinden veelal weerstand en onbegrip bij de gevestigde orde. Dat geeft onrust. Dat was toen zo. Dat geldt nu nog steeds. Mensen die licht en warmte om zich spreiden, veroorzaken en onmoeten in deze wereld van tegenstellingen en dualiteit ook altijd schaduwwerking en koude. Door alle tijden heen is ook dat steeds in meerdere of mindere mate zo geweest. De tijd moet steeds ergens rijp voor zijn. En er moeten ook altijd mensen zijn die de spits afbijten, die hun nek durven uitsteken. Voortrekkers die door een zuivere intuïtie geleid worden.

Ontdekken is een begrip dat voor veel mensen de waarde heeft van iets nieuws, iets dat er voorheen niet was. De ontdekking van planeten of sterren. De ontdekking van elektriciteit. De ontdekking van een evangelie. De ontdekking van God in een mensenleven. De planeten, sterren, elektriciteit, het evangelie waren er echter reeds lang en voor ons begrip was God er al voor alle tijd. Eeuwig ongeboren. Wij zijn of waren ons al deze dingen evenwel niet bewust. Het bewustzijn van die dingen moet in ons geboren worden, een plaats krijgen en groeien. In de moderne en vooruitstrevende wetenschap, waar de kwantumfysica een deel van vormt, wordt nu gesteld, dat de mens put uit een gemeenschappelijke bron, één groot energieveld. Wat er uit gehaald wordt of zich meedeelt, is mede afhankelijk van individuele ontvankelijkheid, vermogens en intelligenties. Dus van bewustzijn. 

Vroeger sprak men in het oude India over de Akashakroniek, die later ook werd aangeduid als het geheugen van de natuur, waar alles in te lezen valt en waar alles in opgeslagen is. Wat heeft dit veld, dit geheugen van de natuur, van het gehele al, wel te verstaan, ons dan te vertellen?

En is het hebben van eigen gedachtes dan een illusie? Zijn wij mensen wel degenen die wij denken te zijn? Of is het soms zo dat verborgenheden zich steeds als het ware in de atmosfeer en dus ook in het ademveld van de mens en daarmee in het bewustzijn van de mensheid opdringen? En als dat al zo is, wat doen we ermee?

In de kwantumfysica – de leer die een verklaring zoekt en wil geven van de waarschijnlijkheid van oneindigheid van lichtdeeltjes – wordt kortweg aannemelijk gemaakt dat iets pas voor iemand werkelijkheid is als hij of zij het zich bewust is. De mens schept aldus zijn eigen werkelijkheid en leeft daaruit, zou je kunnen zeggen.

Daarbij staan de natuurkundige benaderingenen verklaringen van het universele leven de laatste tijd sterk op de voorgrond. De moderne natuurkunde onderkent tegelijkertijd de beperkingen van de zintuiglijke waarneming, inclusief het principe ‘meten is verstoren’. Vooralsnog komt men in uiterlijke zin aan een grens. 

Wat de kantumfysica nu aan het daglicht brengt is een stap verder in bewustwording. Een kwantumsprong, een nieuw paradigma zogezegd, dat veroorzaakt wordt doordat het zonnelichaam met al zijn planeten en daardoor onze aarde en dus de mensheid tot in zijn atomaire structuur aan de verhoogde energie van een naderend interkosmisch energieveld, dat wij aanduiden als Aquarius, wordt blootgesteld. 

Door wijziging in kosmische en planetaire stralingswaarden, waaraan niemand ontkomt en die elk mens als het ware letterlijk inademt, zijn er steeds tijden van rijpheid en van ommezwaai in bewustwording. Ook dat is niet alleen nu het geval en duidelijk merkbaar, maar dat is altijd in meerdere of mindere mate zo geweest. 

Onze werkelijkheid is betrekkelijk. Zij is als een trap met vele treden, een ladder die op aarde is opgesteld en die de mensheid bestijgt. Moet bestijgen. Soms staat zij schijnbaar stil, soms lijkt zij te vallen, soms wil zij wegvliegen. Maar de ladder moet sport voor sport beklommen worden, het innerlijke rijpingsproces moet doorleefd worden. 

Waarheen voert deze trap, deze ontwikkeling, deze weg? Naar Shiva, Boeddha of Tao (zoals in het verre Oosten tot uitdrukking wordt gebracht), naar Quetzalcoatl, Kukulcan, Viracocha (zoals men in Midden- en Zuid-Amerika dacht), of naar Toth, Allah of God (om dichter bij huis te blijven)? Of zoals H.P. Blavatsky het zegt naar de waarheid, die boven alle godsdienst staat? 

Hoe het ook zij, dit wordingsproces van de mensheid moet door mensen gekend kunnen worden, wil het zijn uitwerking hebben. Daarom zijn de goden onder de mensen komen wonen, zoals de oude verslagen dit formuleren. Daarom zijn er met een zekere regelmaat boodschappers van de goden tot de mensheid gekomen. En daarom zijn er tussentijds ook steeds fakkeldragers. Zij werken of in het verborgene of treden duidelijk op de voorgrond. Maar de fakkel wordt steeds doorgegeven. Het zijn mensen, die op zeer concrete en aanschouwelijke manier een nieuw, hoger begrip van de dingen voor het voetlicht brengen. 

Naast mensen als Paracelsus (fakkeldrager van het Rozenkruis 1), Ficino, Boehme (fakkeldrager van het Rozenkruis 7) en Spinoza was ook Comenius (fakkeldrager van het Rozenkruis 9) zo iemand. Zij hadden allen een vakgebied en hebben daarop in de geschiedenis naam gemaakt. Maar feitelijk hebben zij een veel grotere betekenis gehad in de spirituele opvoeding van de mensheid zowel in hun tijd als ook nog lang daarna. Tot het zand van de uiterlijkheid alles weer lijkt te bedekken en er een nieuwe impuls wordt voorbereid. een andere, een nieuwe fakkeldrager dient zich aan. 

Mensen die in andere tijden en omstandigheden zijn opgegroeid en hebben bestaan, zullen uit een ander bewustzijn hebben geleefd. Dat bewustzijn herkennen wij thans niet als zodanig en begrijpen dat wellicht ook niet zonder meer. Wij geven daaraan echter een uitleg volgens hedendaagse opvattingen en zeggen dan waarom iemand bekend is geworden. 

Comenius kreeg met name in de wereld van het onderwijs bekendheid als de grote pedagoog. En dat niet alleen in Nederland of Tsjechië, maar ook in Polen en andere Noord- en Oost-Europese landen en zelfs in Rusland is het basisonderwijs gebaseerd op zijn ideeën. Comenius stelt:

‘Onderwijzen houdt in een leiden van iets bekends tot iets onbekends. En het leiding geven is een vreedzaam, zachtmoedig en geen gewelddadig werk; een beminnelijke en geen hatelijke zaak. Degene, die ik leiden wil, sla, noch stoot, noch vertrap ik; ik plunder hem niet uit, maar vat hem voorzichtig als een leidsman bij de hand, ga de weg banend voor hem uit en leid hem achter mij aan.’

Voor weer anderen was Comenius een grote theoloog, die stelde:

‘Wij zullen dus de mensen niet oproepen tot strijd, doch tot overwegen en vergelijken, want ik ben overtuigd, dat het beter is overal de opvattingen tot elkander te brengen, dan ze uit elkander te drijven. Welnu, wij geven het goede voorbeeld. In ons werk, of men nu het geheel, dan enig onderdeel daarvan beschouwt, doen wij ons best daar te beginnen, waar geen verschil van mening ons scheidt of voor elkaar verdacht maakt. Stap voor stap gaan wij voorzichtig verder, terwijl wij alles vermijden, wat beledigend kan werken, opdat joden, Turken en heidenen, en ook wij christenen, die in onze opvattingen verstrikt zijn, onze vredesarbeid onaangevochten kunnen verrichten, en deze voortzetten, tot allen daar belanden waar zij gevoelen, dat zij door de stralen van het licht worden omschenen en door het licht der waarheid omvat.’ 

Mensen als Comenius bestreden de fundamentele onwetendheid van de mens en gaven een enorme stuw tot inzicht in en bewustwording van de werkelijke menselijke zieleaard om tenslotte de kloof tussen uiterlijke mens en innerlijke mens over te kunnen trekken, opdat de eenheid van microkosmos, kosmos en oorspronkelijke natuur bereikt wordt.   

NHOUDSOPGAVE

Bron: J.A. Comenius, een brandend hart, een helder hoofd, een aantoonbare daadSymposionreeks 16

BESTEL SYMPOSIONREEKS 16: J.A. COMENIUS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *