De roos der zevenvoudige openbaring Gods – hoofdstuk 11 uit ‘De komende nieuwe mens’ van Jan van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS VAN € 28,50 voor € 15,00 (ACTIEBOEK)

(EN ONTVANG GRATIS HET BOEKJE MONTREALP DE SOS – DE GRAALBURCHT)

Hieronder volgt het elfde hoofdstuk uit De komende nieuwe mens, een magistraal geschrift waarin Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) de weg van transfiguratie uitgebreid toelicht.  Dit boek is heel veel gebruikt tijdens kleine bijeenkomsten om beginnende leerlingen vertrouwd te maken met de wijsbegeerte van het moderne Rozenkruis.

U zult ongetwijfeld in de literatuur van de moderne School van het Rozenkruis of in een van haar tempelgebouwen wel eens een afbeelding hebben gezien van de gestileerde roos. Deze roos wordt gevormd door zeven in elkaar vloeiende cirkels met een gemeenschappelijk hart. Zij is het symbool van de kosmische zevenheid, van de werkelijk goddelijke Aardeplaneet, en wanneer u deze zevenvoudige roos verbonden ziet met het kruis, dan zult u zeker de zin daarvan verstaan.

De mens die dit Rozenkruis tot zijn doelwit kiest, is een transfigurist. Hij is de mens die door middel van de kruisgang de elektromagnetische gevangenis van de dialectische natuur verbreekt, om zijn wederopneming in het Verloren Vaderland, het Onbeweeglijk Koninkrijk, mogelijk te maken.

U bemerkt hieruit dat lang niet ieder die zich ‘rozenkruiser’ noemt dezelfde idee voorstaat, en dat lang niet iedereen die zegt het Rozenkruis te volgen, zich op dezelfde weg richt. Er zijn mystieke, occulte, kerkelijke en transfiguristische rozenkruissymbolen. Daarin schuilt natuurlijk voor de zoekende mens een groot gevaar, want lang niet iedere vlag dekt de lading. De grootste voorzichtigheid met symboliek is dan ook voor een ieder die zijn weg nog moet zoeken zeer gewenst.

Het rozensymbool van de kosmische zevenheid is onder andere aangebracht op de steen die de grondslag vormt van de internationale Renovatempel van het Lectorium Rosicrucianum te Lage Vuursche, Nederland. Deze steen brengt aldus tot uitdrukking waartoe de moderne Geestesschool geroepen is. Wij vinden verder op deze hoeksteen het kruis, dat is het pad waarop en waardoor het doel bereikt zal moeten worden; voorts de aanduidingen van de vier heilige spijzen, de vier oorspronkelijke elementaire krachten, die de leeftocht vormen op de reis naar het rozendoel.

Nu kan men vragen: ‘Zal dit symbool van een zo heerlijke werkelijkheid te zijner tijd niet in zeer vele opzichten een illusie blijken? Men kan zich voorstellen dat een wondere idee de mensen optilt uit hun geboren gang in de tredmolen van de gewenning; dat, zoals een sprankje vreugde een mens weer een beetje moed kan geven, ook de idee van een tocht naar het oorspronkelijke Jeruzalem ertoe kan bijdragen met een glimlach de ijzeren werkelijkheid onder ogen te zien. Daarom is het goed met het spreken over een nieuw leven voort te gaan. Het helpt altijd een beetje. Doch de verwerkelijking… ach!’

U bent wellicht een mens die zich, in deze zieletoestand verkerend, bij de Geestesschool heeft aangesloten, teneinde zich uitsluitend met de zoetheid van een idee te laven. Mogen wij u daarom uiteenzetten hoezeer het symbool der kosmische zevenheid, het symbool van het Rozenkruis en de vier heilige spijzen de karakters zijn van een zó nabije werkelijkheid dat een der groten kon zeggen: ‘Het Koninkrijk Gods is binnen in u.’

U herinnert zich dat wij hebben besproken op welke wijze de gevallen mensheid in haar bestaansveld gevangengehouden wordt in het elektromagnetische veld van de tegen de mens opponerende natuurkrachten. In de aardkring van de oertypen en in die van de natuurkrachten ontwikkelt zich steeds een krachtig verzet tegen elk ongoddelijk leven, en daar deze aardkringen geheel en al met het menselijke bestaansveld corresponderen, worden allen die in de Val besloten zijn elektromagnetisch gevangen gehouden en door vulkanische en andere natuurwerkingen voorzien van een atmosfeer die geheel bij hun staat-van-zijn past. Wie bestudeert op welke wijze de goddelijke natuur zichzelf beschermt, beseft de waarheid van Jacob Boehmes woorden dat God van dit bestaansveld een afgesloten geheel heeft gemaakt, waarin het al van de gevallen mensheid in opgaan, blinken en verzinken zal wentelen tot de dag van de zelfbevrijding is aangebroken.

Iedere entiteit die in de kosmische zevenheid tot ontwikkeling komt, is ten nauwste met de fundamentele levensformule van deze planeet verbonden. Wie tegen deze fundamentele levenswet op enigerlei wijze opponeert, brengt een vibratie voort die een onmiddellijke weerstand van de fundamentele natuurkrachten oproept. Als automatisch zenden deze een elektromagnetische stroom uit, die de rebellerende entiteit omringt en bindt, zodat hij daarbuiten niets meer kan ondernemen en schenden. Aldus is hij opgenomen in een ‘afgesloten geheel’, mede om hem tegen zichzelf te beschermen.

In dit nieuwe elektromagnetische veld worden vier elementaire krachten tot openbaring gebracht, die de entiteit in zijn afgeslotenheid tot leeftocht moeten dienen:

  • waterstof voor zijn zieleradiatie,
  • zuurstof voor het verbrandingsproces,
  • stikstof om dit proces te regelen en in stand te houden,
  • en koolstof om uitdrukking te geven aan de levensidee die in het betrokken veld heerst.

Deze vier dialectische krachten bezitten echter nagenoeg in geen enkel opzicht meer de geaardheid van de oorspronkelijke vier heilige spijzen. Zij kolken onder andere omhoog uit de talloze vulkanische trechters, die door de natuurkrachten worden bestuurd. Door transformatie zijn aldus de vier heilige spijzen voor gebruik door de mens geschikt gemaakt. Het transformatiestation bevindt zich in de aardkring van de natuurkrachten en de aldus voor de mens gevormde atmosfeer wordt, evenals hij zelf, door het elektromagnetische veld vastgehouden.

De zuivere, oorspronkelijke, elementaire krachten zijn echter eveneens in de Aarde aanwezig. Hun centrum bevindt zich in het hart van de kosmische zevenheid en komt ongeveer overeen met het middelpunt van wat wij de Aarde noemen. Deze krachten stromen uit de zeven noordpolen naar buiten, tot voeding van alle goddelijke creaturen. Zij worden als oorspronkelijke atmosfeer samengehouden door het elektromagnetische veld van de zeven natuurkrachten, zoals dit veld naar zijn oerwezen tot ontwikkeling komt. De vier oorspronkelijke elementen en de vier dialectische elementen hebben derhalve dezelfde herkomst; het zijn vibraties en radiaties van de oersubstantie.

Stel dat plotseling het incidentele dialectische elektromagnetische veld zou worden opgeheven. Dan zou op hetzelfde moment de dialectische atmosfeer ophouden te bestaan en in de ruimte vervluchtigen en alle mensen zouden komen te staan in de oneindige zee van de oorspronkelijke atmosfeer. Zij zouden zich daar niet kunnen handhaven en op hetzelfde ogenblik in ademnood omkomen. Zij zouden verdrinken in de zee van de levende wateren.

Het is goed hierbij even stil te staan, want er blijkt uit dat de menselijke gevangenis niet slechts een strafkolonie is, doch tegelijkertijd een genade-oord, waarin men tracht de mens te helpen wederom het kindschap Gods te verkrijgen. Opnieuw blijkt zo de waarheid van Jacob Boehmes woorden dat God deze wereld in het hart heeft aangegrepen, om een terugkeer mogelijk te maken.

Het staat nu wellicht klaar voor uw bewustzijn, dat er twee atmosferische velden zijn. Niet het ene hier en het andere elders, doch tegelijk existentieel aanwezig, zoals er ook twee elektromagnetische velden existentieel aanwezig zijn. De ene toestand typeert de staat van de gevallenheid en van de genade, de staat van het geduld en van de hulpverlening; de andere toestand de volstrektheid en de goddelijkheid. Beide toestanden zijn aanwezig, op hetzelfde moment, in dezelfde ruimte, hier en nu. Men kan geen plaats aanwijzen waar de zee van de goddelijke levensvolheid niet aanwezig is.

Het Koninkrijk Gods en zijn levensatmosfeer is nader dan handen en voeten, ja, het is binnen in u. En de groten, die van deze goddelijke levensvolheid getuigen, zeggen tot u: ‘Zie, ik ben met u, tot aan de voleinding van uw wereld. Hij is midden onder u, die gij niet kent. Het levende water is er, en u kunt het drinken om niet. Wilt u het drinken, wilt u in de andere atmosfeer leven, dan moet u uw eigen incidentele wereld verlaten, dan dient ge uw wereld van nu te voleinden. Ga heen, verlaat al wat ge hebt en volg mij.’

Om echter de gevangenis van uw eigen incidentele wereld te kúnnen verlaten, moet u Meester van de Steen worden, moet u de eerste steen leggen voor een nieuwe tempelbouw. Doch om meester te kunnen zijn, moet u eerst leerling worden, leerling-tempelbouwer.

U hebt, door ervaring daartoe verkoren, de aard van uw dialectische gevangenis leren kennen, en u hebt ontdekt dat deze wereld tevens een genade-oord is. Want de Gnosis begeert niet uw vernietiging, zij verlangt u te helpen. Daarom is er een Universele Broederschap, die de kloof tussen de beide levensatmosferen overbrugt. Zijn brengt u iets van het oorspronkelijke levende water, in verschillende toestanden, aangepast bij uw staat-van-zijn. De totale sprong kunt u niet maken en behoeft u ook niet te maken.

Er zijn broeders en zusters die u bij iedere stap die u zou willen doen, voorthelpen en die uw voet zetten op één steen van de brug die van uw huidige staat naar de andere voert. Waarom zou u angst en vrees koesteren? Er is niemand die u zal dwingen een stap te ondernemen die u nog niet kunt gaan. Niemand van de broeders wil u forceren. Blijf staan op de steen waarop u staat, en als u kracht hebt voor de volgende stap zal men u helpen. Daarom werd er gezegd: ‘Kom allen tot mij die vermoeid en beladen zijn en ik zal u rust geven. Zoek en ge zult vinden, klop en u zal worden opengedaan.’

Er is slechts één voorwaarde tot het pad: er wordt van u verlangd dat u leerling-tempelbouwer zult zijn. Dan zult u ongetwijfeld eens Meester van de Steen worden. Wat wil het zeggen, leerling-tempelbouwer zijn? Het wil zeggen dat u de eerste steen gaat leggen voor een nieuwe tempelbouw, en dat u die eerste steen op de juiste wijze zult gereedmaken.

Mogen wij u leren op welke wijze u dit moet doen? Welnu, neem een stuk hardsteen, dat wil zeggen, stel voor u de keiharde basalten werkelijkheid van uw dialectische, doelloze bestaan. Plaats u nu met de scherpe beitel van uw juiste gerichtheid en onwrikbare vastbeslotenheid voor dit stuk werkelijkheid en kerf daarin met al uw kracht de gestileerde roos van de kosmische zevenheid. Deze gestileerde roos is dan als een venster in uw gevangenis, waardoor u naar buiten kunt zien.

Door deze roos blikte de Faust van Goethe (fakkeldrager van het Rozenkruis 11). Door deze roos staarde Dante naar het Paradiso. Door deze roos ziet met klare blik de leerling-tempelbouwer. Door dit venster heen breekt en beitelt en houwt de leerling nu het kruis. Hij houwt zijn pad, zijn bevrijdingsweg. In dit teken zal hij overwinnen, evenals Christiaan Rozenkruis (zoals vermeld in de eerste dag van De Alchemische Bruiloft).

Dan plaatst hij zijn steen voor de Gnosis en, terwijl hij voortgaat op het enduristische pad der zelfontlediging en zijn oude wereld voleindigt, roept hij met het scherp van zijn wapen de vier heilige spijzen op:

  • Ignis – de oorspronkelijke waterstof,
  • Flamma – de zuurstof van de godswerkelijkheid,
  • Materia – de tweevoudige kracht van de vervulling,
  • Mater – de vormgevende oorspronkelijke koolstof.

Nu legt hij zijn steen in de nis van de verwerkelijking, in de opperzaal van de bouwmeesters. Wat dacht u dat er nu zal gebeuren?

‘Toen de dag van het Pinksterfeest was aangebroken, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en het vervulde het gehele huis waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op ieder van hen.’ (Handelingen 2

De nieuwe atmosfeer, het aloude geestvuur, grijpt de pelgrim en zet zich op hem neer nu hij, gelijk een oude prent het uitbeeldt, met zijn hoofd en zijn staf door de bol van de dialectische waan heen steekt en de werkelijkheid van de gestileerde roos aanschouwt; nu niet meer als een symbool, doch als een innerlijk bezit, een zich voor hem openende werkelijkheid. Zijn stelsel wordt een radio-actief veld van de Broederschap. Hij gaat het oorspronkelijke elektromagnetische veld binnen. Door het leggen van de eerste steen wordt de brand van het geestvuur ontstoken en wordt de leerling-tempelbouwer een Meester van de Steen.

Moge de roos van de zevenvoudige openbaring Gods spoedig als een zevenvoudig vlammenvuur van u gezien worden. Moge in deze lichtende brand uw tempelbouw aanvangen.

Bron: De komende nieuwe mens van J. van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS VAN € 28,50 voor € 15,00 (ACTIEBOEK)

(EN ONTVANG GRATIS HET BOEKJE MONTREALP DE SOS – DE GRAALBURCHT)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *