Beschouwing 1

      Mysteriën van geboorte leven en dood, week 1

Beschouwing : Het woord aannemen (hoofdstuk 1 van het bijbehorende boek)

 

Jij bent een wonder.  
Je ademt en je beweegt.  
Je neemt waar, je ervaart en je leert.  
Je denkt, je voelt, je wilt en je handelt.  
Je verlangt, je werkt, je verwerft, je geniet en je ontwikkelt.  
Je droomt, je communiceert, je creëert, je oogst, je evalueert en je lacht.
Je slaapt, je ontwaakt, je wordt verontrust, je worstelt, je verliest  en je huilt.  
Je lijdt, je zoekt, je vindt, je streeft en je volhardt.
Je wordt verwonderd, je bidt, je ontvangt en je dankt.
Je gelooft, je hoopt, en je bemint.
Je sterft en je herleeft.
Jij bent een wonder.  

Jouw leven in het hier en nu op moeder aarde is enorm belangrijk. Je leeft hier om voorbereidingen te treffen voor innerlijke doorbraken, zodat het geestelijke licht steeds dieper
in je kan doordringen en je doet ervaren dat je een essentieel onderdeel bent van een machtig goddelijk plan dat zich voltrekt van eeuwigheid tot eeuwigheid, dat je diepste wezen deel uitmaakt van een hemelse symfonie, van een kosmische dans en van een stralende vreugde.

Waarom besef je dat nu niet of nauwelijks? Omdat je nog toegesloten bent voor het licht van de geestelijke zon. Daar mag je dankbaar voor zijn, want wanneer het volle licht zich nu in jou zou openbaren, zou dat je huidige leven totaal ontwrichten. Als er scheurtjes komen in je aurische pantser en er straaltjes van goddelijk licht in je stelsel komen, ervaar je die misschien als onprettig of zelfs pijnlijk. Toch kun je ze zien als een geschenk omdat je jezelf en de wereld daardoor anders gaat zien en er een geheel nieuwe ontwikkeling mogelijk wordt die zich geleidelijk voltrekt: de ontplooiing van het goddelijk potentieel dat nu diep in jou verborgen ligt als een mosterdzaadje, dat mogelijk al is ontkiemd en zal uitgroeien tot een levensboom.

Dit zijn natuurlijk maar woordbeelden die tot zinnen aan elkaar geregen zijn om iets te benoemen van het grote plan dat schuil gaat achter jouw leven en achter alles wat geschapen en nog ongeschapen is. Dat goddelijke plan is een groots mysterie. We kunnen het onmogelijk kennen, maar we kunnen er wel dieper in doordringen zodat we ons leven daarop kunnen afstemmen. Zodra een mens een bepaalde innerlijke rijpheid heeft bereikt, is het meebewegen in de mysteriën van het leven niet alleen mogelijk maar zelfs noodzakelijk, omdat dit in het goddelijke plan besloten ligt.

Goddelijke realiteit

Al meerdere millennia treden er in allerlei culturen mensen op die getuigen van een goddelijke realiteit, en medemensen die daar ontvankelijk voor zijn, aansporen om daarmee contact te
maken en daaruit te gaan leven. Die mannen en vrouwen worden aangeduid met benamingen als profeet, apostel, gnosticus en fakkeldrager. De werkelijk geestelijke reuzen onder hen worden wel bodhisatva, avatara of messias genoemd. Daarbij kunnen we natuurlijk denken aan personen als Krishna, Boeddha en Jezus, die we kennen uit oeroude heilige geschriften.

Misschien kijk je heel hoog op naar deze wereldleraren. Dat is niet altijd terecht, omdat de overgeleverde levensbeschrijvingen een grote mythische component hebben. We mogen niet vergeten dat dergelijke verslagen, maar ook alle authentieke heilige geschriften bedoeld zijn om het goddelijke in onszelf steeds krachtiger werkzaam te laten worden, dat de grote wereldleraren ons oproepen om hen na te volgen en dat de geest die zij droegen ook in ons werkzaam kan worden. Jezus, als drager van zulk een geest, zegt tegen zijn discipelen: ‘Wie in mij gelooft, zal de werken die ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze.’  (Johannes 14:12)

Je kunt op je reis door het leven gaan luisteren naar de fluisteringen van Krishna, van je innerlijke meester. Als je consequent aandacht schenkt aan je boeddha-natuur in het stille midden, zal deze zich steeds krachtiger in je gaan openbaren. Je bent geroepen om te ontwaken, zodat de Christusgeest door jou heen kan stralen. De apostel Paulus spoort mensen die bij de grenzen van hun uiterlijke leven zijn gekomen – aangeduid als Efeziërs, grensbewoners – aan om wakker te worden voor de goddelijke werkelijkheid. Hij schrijft aan de gemeente van Efeze: ‘Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.’  (Efeziërs 5:14)

Slaap en dood hebben hier geen betrekking op onbewuste lichaamsrust of een gestorven stoffelijk lichaam, maar op een toestand van bewustzijnsvernauwing waarin de mens niets meer van de goddelijke werkelijkheid ervaart. De woorden slaap en dood zijn hier dus symbolisch bedoeld. Zo kunnen we ook zeggen dat we horende doof zijn, omdat we het goddelijke woord en de harmonie der sferen, die dag en nacht klinken, nog niet vernemen, dat we kreupel zijn, omdat we nog niet kunnen meebewegen in het ritme van de goddelijke wereld en dat we ziende blind zijn, omdat we het goddelijke licht, dat onophoudelijk straalt, nog niet kunnen grijpen.

Dit alles klinkt misschien heel dramatisch. En dat is het ook! Als mensheid hebben we van het leven op aarde een wildernis gemaakt, ook al ziet veel er aan de buitenkant misschien keurig uit. We zijn empathisch, intelligent, van goede wil en beschaafd. Toch verschillen we in menig opzicht niet zoveel van zoogdieren, zoals de joodse profeet Jesaja op meerdere plekken in zijn bijbelboek suggereert.

Het is confronterend om dat vast te stellen, maar wel heel heilzaam want alleen uit het erkennen en doorleven van onze gebrekkigheid kan er een verlangen naar heelwording ontstaan dat een regeneratieve ontwikkeling op basis van goddelijke kracht mogelijk maakt. Jesaja schetst onze benarde situatie heel beeldend, en is er tegelijkertijd van overtuigd dat herstel mogelijk is als de Geest uit de hoogte neerdaalt.

‘Op het land van mijn volk zullen dorens en distels opkomen, ja, op alle vreugdehuizen in de uitgelaten stad. Want het paleis zal verlaten zijn, het stadsrumoer zal ophouden; Ofel en wachttoren zullen tot in eeuwigheid als grotten zijn, een vreugde voor wilde ezels, een weide voor kudden. Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte. Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden. Het recht zal wonen in de woestijn en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld. De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn, en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid. (Jesaja 32 : 13-17)

Grote ingewijden

Jesaja leefde omstreeks de zesde eeuw voor Christus. Dat was een donkere periode en juist daarom stonden velen in meerdere landen open voor geestelijke inspiratie. We zien dan ook dat er in die tijd grote ingewijden optreden die volgelingen om zich heen verzamelen om met hen een spirituele weg te gaan. Boeddha werkte in India en de Griek Pythagoras, die vooral bekend is om zijn stelling over rechthoekige driehoeken, leidde een mysterieschool in Zuid-Italië. Meerdere onderzoekers zijn van mening dat ongeveer tegelijkertijd de grote profeet Zarathoestra in Perzië en de wijze Lao Zi in China de grondslagen legden voor machtige geestelijke impulsen die tot op de dag van vandaag diep doorwerken en waar we nog steeds dankbaar gebruik van kunnen maken.

Jesaja roept lezers van zijn geschrift in hoofdstuk 40 op om voorbereidingen te treffen zodat er zich een machtige geestelijke ontwikkeling in hen kan gaan voltrekken. Zo’n zevenhonderd jaar
later inspireren die woorden de schrijvers van bijbelse evangeliën, en zij leggen de woorden van Jesaja in de mond van de profeet Johannes de Doper, die de komst van Jezus aankondigde en voorbereidde. Jesaja schrijft:

‘Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de Heer, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God. Alle dalen zullen verhoogd worden, alle bergen en heuvels zullen verlaagd worden; wat krom is, zal recht worden; wat rotsachtig is, zal tot een vlakte worden.
De heerlijkheid van de Heer zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van de Heer heeft gesproken. Een stem zegt: Roep! En hij zegt: Wat moet ik roepen? Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid als een bloem op het veld. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest van de Heer erover blaast. Voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God bestaat voor eeuwig.’ (Jesaja 40:3-8)

Deze tekst is niet zomaar een mededeling, maar een invocatie, een oproep. Het gaat hier, evenals bij de meeste gedeelten uit de Bijbel en andere heilige geschriften, om een krachtformule die iets in de mens wakker kan roepen, waardoor de Geest uit de hoogte in de mens kan neerdalen. God kan in ons werkzaam worden. Dat kunnen we nog herkennen in de inscriptie op de zijkant van de Nederlandse 2-euro munten: God zij met ons. Het is een gebrekkige vertaling van de naam Immanuël, waarover Jesaja schrijft Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een zoon baren en hem de naam Immanuël geven.’ (Jesaja 7:14). Een betere vertaling van Immanuël luidt: God is in ons. God is hoog boven ons verheven en stijgt ver uit boven onszelf en de wereld van ruimte en tijd, hij is transcendent. Maar tegelijkertijd is hij ook in ons – immanent – als een latente goddelijke vonk die kan opvlammen.

Voor talrijke theologen die zich hebben laten verblinden door de cultureel-filosofische en intellectuele stroming uit de achttiende eeuw die bekend staat als de verlichting, was dat zo ongeveer de grootste ketterij. Zij namen de bijbelteksten vooral letterlijk en bouwden op basis van rationele redeneringen – symbolisch op zand – huizen van dogmatiek. Onmondige toehoorders volgden slaafs de instructies van hun preekheren en hebben mede daardoor gedurende vele generaties heel wat leed teweeg gebracht.

Er werd onderwezen dat wij in zonden ontvangen en geboren zijn, dat we tot niets goeds in staat zijn en dat alleen de genade van Jezus Christus ons kan redden. In zekere zin had men gelijk, maar innerlijk begrip ontbrak en waarheid werd boven goedheid gesteld. Doordat de aanduiding ‘zonde’ geheel ten onrechte uitsluitend werd opgevat als slechtheid in morele zin en het ene nodige beperkt aanwezig was – namelijk de liefde die boven alles is – zijn er heel wat mensen opgezadeld met belemmerende conditioneringen en helaas ook met religieuze trauma’s.

Het doel missen

Het Griekse woord voor zonde (hamartia) is ontleend aan boogschieten en betekent zoiets als het missen van het doel en niet goed gericht zijn. Zonde is dus meestal geen slechtheid in morele zin, maar onwetendheid en ongeoefendheid. De profeet Hosea schrijft daarom: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is.’ (Hosea 4:6)

Profeten zoals Elia, Hosea, Jesaja en Johannes de Doper maakten mensen bewust van hun zondige staat-van-zijn zodat zij ernaar gaan verlangen om daar iets aan te doen, om hun paden recht te maken en de juiste gerichtheid te verwerven en te behouden.

Als een voldoende aantal mensen zich inspant om die weg te gaan, komt er een tijd waarin het kwaad en de onwetendheid op aarde verdwenen zullen zijn. Jesaja profeteert: ‘Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de Heer, zoals het water van de zee de bodem bedekt’. (Jesaja 11:9)

Het zal nog lang duren voordat die ideale situatie op aarde zal zijn bereikt. Tallozen verlangen naar wereldvrede en strijden om die te bereiken. Die inzet zal niet vruchtbaar zijn zolang de werkzaamheid niet voortvloeit uit de Geest. Van Jezus verwachtte men dat hij alle problemen op aarde zou oplossen. Dat is echter niet zijn opdracht. Hij is niet gericht op het bewerkstelligen van uiterlijke veranderingen in de wereld, maar op het bevorderen van innerlijke transformaties in de mensen als gevolg van het ontwaken van de slapende goddelijke vonk in hen. Daarom zegt hij nadrukkelijk: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’ .(Johannes 18:36)

In Nederland en andere West-Europese landen beginnen vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw de kerken hun greep op de gelovigen te verliezen. De waterstromen van Aquarius en de adem van de Geest spoelen de op zand gebouwde huizen van verouderde dogmatiek weg, de heuvels in de woestijn worden geslecht tot een vlakte en op het vruchtbare veld ontspruit jong groen dat zal uitgroeien tot een weldadige boomgaard.

Uit diverse onderzoeken blijkt steeds weer dat de kerken in het westen weliswaar leeg lopen, maar dat een groot percentage van de bevolking zeker niet atheïstisch is en zelfs behoefte heeft aan zingeving, spiritualiteit en inspiratie op basis van heilige geschriften. De zoekende mens van de 21ste eeuw staat open voor ontmoetingen waarin het geloof centraal staat, maar heeft over het algemeen weinig behoefte om dat te doen binnen bestaande instituties.

Instituties kunnen heel waardevol zijn, maar hebben van nature de neiging om veel vast te leggen en de aandacht primair te richten op de instandhouding van systemen die in het verleden goed functioneerden. Alles verandert echter voortdurend, alles stroomt, panta rhei. Zodra de leden van een sprankelende spirituele of religieuze gemeenschap niet meer leven en werken in het levende heden, gaat er geen bevrijdende werkzaamheid meer uit van die groep. Dan treedt er stagnatie op, verstening, waardoor de Geest zich terugtrekt.

Jezus heeft geen instituut opgericht. Hij verzamelde mensen om zich heen om op kleine schaal gezamenlijk een spirituele weg te gaan, los van de gekristalliseerde orthodoxie van de farizeeën en schriftgeleerden in zijn tijd, maar wel op basis van aspiratie die gevoed wordt door heilige geschriften die tot stand kwamen binnen authentieke spirituele tradities. Degenen die geen aandacht meer besteden aan de traditie, kunnen gemakkelijk verdwalen, omdat ze de landkaarten niet kennen, richtingaanwijzers niet opmerken of negeren, en niet geleerd hebben te werken met hun innerlijke kompas.

De eerste christenen werden aangeduid als ‘aanhangers van de weg’. In het bijbelboek Handelingen van de apostelen komt deze aanduiding meerdere malen voor. Het jonge christendom wordt dus in verband gebracht met het gaan van een spirituele weg, een manier van leven met een dynamisch element: bewegen, een richting volgen, vernieuwen. Jezus beschouwt zichzelf als de weg naar de Vader want hij zegt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ (Johannes 14:6). En ook: ‘Ik en de Vader zijn één.’ (Johannes 10:32)

Richting geven aan je leven

Dit programma ‘Mysteriën van geboorte, leven en dood’ is ontwikkeld om je in staat te stellen richting te geven aan je leven op basis van een innerlijk verlangen naar vervulling. Wij verzoeken je dringend om niet zomaar alles voor waar aan te nemen wat we overdragen, maar om de overwegingen te volgen en na te gaan in hoeverre ze weerklank bij je vinden. Lezen of luisteren zonder doorvoelen en doordenken is als eten zonder verteren. En om nog maar even bij deze vergelijking te blijven: tijd en rust nemen om symbolisch steeds opnieuw te eten is noodzakelijk om te komen tot geestelijke bewustwording en vernieuwing.

Centraal in dit programma staat het onvergankelijke Leven, waarmee je contact kunt maken en op basis waarvan je de dood kunt overwinnen. Niet de dood van je fysieke lichaam, want die is onvermijdelijk, maar je momentele onvermogen om te leven vanuit de goddelijke wereld, het domein waarover Jezus zegt: ‘Het koninkrijk van God is binnen in u.’ (Lucas 17:20) en dat Jesaja uitdrukt in de naam Immanuël, God in u.

In ‘Mysteriën van geboorte, leven en dood’ gebruiken we bepaalde gedeelten uit de Bijbel als een kader om het een en ander te zeggen over de spirituele weg die je kunt gaan. We hadden ook gedeelten kunnen kiezen uit andere heilige geschriften van de mensheid, zoals de Upanishads, de Bhagavad gita, de Daodejing, de Dhammapada, de Gâthâ’s van Zarathoestra of de gnostieke christelijke en hermetische geschriften die in 1945 zijn gevonden in Nag Hammadi in Egypte.

Toch hebben we voor dit boek heel bewust gekozen voor de Bijbel, want deze is sterk verankerd in onze cultuur en geen enkel ander heilig boek maakt de spirituele weg zo duidelijk. Een aanzienlijk deel van de huidige mensen op aarde heeft in vorige incarnaties geleefd binnen joods-christelijke tradities. Hun ervaringen daarmee zijn opgetekend in de microkosmos die ze nu bewonen, zodat ze nu bewust of onbewust affiniteit hebben met het jodendom en/of christendom. Van de Bijbel gaat een machtige werkzaamheid uit die intens kan worden ervaren.

Jan van Rijckenborgh, één van de oprichters van de School van het rozenkruis, schrijft daarover in zijn boek ‘De belijdenis der rozenkruisers broederschap’ het volgende.

‘Of u de Bijbel exoterisch of esoterisch leest, u komt onder de diepe bekoring van deze geweldige magie. Gewaad en wezen zijn tot een volschone eenheid gegroeid en u moet deze dingen kennen, deze dingen weten, om tot de christelijke mysteriën te kunnen toetreden.
Zelfs de Bijbel als boek, als verschijning, is van een uitzonderlijke kracht. Wat is nu een boek, een dicht boek in uw boekenkast? Een dode massa. Niet echter uw Bijbel!  
Patiënten, die geplaagd worden door astrale krachten, weten met ons hoe het open boek een beschermende magische cirkel trekt. Daarom is de bijbelse terminologie mede voorwaarde voor onze verkondiging, en er is geen ander heilig boek ter wereld, dat een dergelijke invloed manifesteert.  
Een eenvoudige ziel, die hongert naar wijsheid, naar verlossing uit bange stonde, komt reeds door het lezen van de Bijbel, al is hij nagenoeg zonder begrip, onder de bekoring, onder de invloed van zijn magische krachten. En zij verwerkelijken aldus een aanzicht van wat wij noemen het geloof. ‘Al was uw geloof zo klein als een mosterdzaadje, u zou bergen kunnen verzetten.’  
Van welk geloof is hier sprake? Geloof in de een of andere terminologie? Natuurlijk niet. Hier is sprake van het geloof in Christus, die niet maar een idee is, maar een kracht, die het gehele wezen van ons bestaan beheerst, overheerst. Deze kracht nu heeft zich aan ons geopenbaard in een bepaald gewaad. Een gewaad dat niet door ons is gemaakt, maar door de heren van het lot, die aan een ieder datgene geven, wat voor de geestelijke ontwikkeling nodig is.’

In dit boek citeren we ook meerdere malen uit het Evangelie van Thomas dat niet in de bijbel is opgenomen. De bijbelteksten komen steeds uit de ‘Herziene Statenvertaling’ uit 2016. We gaan uit van de volgende negen standpunten over de Bijbel.

  1. De bijbelboeken zijn, evenals andere heilige geschriften, geschreven door mensen die door de Geest bezield waren om spirituele bewustwording en vernieuwing te bevorderen.
  2. Niet alle bijbelgedeelten zijn voor de huidige mens even belangrijk en waardevol.
  3. In de Bijbel is slechts een fractie van de mysteriën van het leven geopenbaard. Sindsdien zijn er veel meer openbaringen geweest en er zullen nog vele volgen, omdat de mens zich ontwikkelt. Jezus zei daarom: ‘Nog veel heb ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen. Maar wanneer die komt, de Geest van de waarheid, zal hij u de weg wijzen in heel de waarheid.’ (Johannes 16:12-13)
  4. Het goddelijke manifesteert zich niet alleen in heilige geschriften van de mensheid, maar vooral ook in de natuur en in de mens. Religie kan daarom niet los worden gezien van wetenschap en kunst.
  5. Nogal wat bijbelteksten zijn in het verleden door kopiisten en vertalers bewust of onbewust aangepast of verminkt om bepaalde doelen te bereiken.
  6. De waarheid kan nooit volledig in vormen worden uitgedrukt. Daarom wordt er in veel bijbelteksten gebruik gemaakt van symboliek, die op meerdere manieren juist kan worden begrepen. Symbolen maken het mogelijk om iets te kunnen zeggen over de goddelijke realiteit waar de zintuigen en het verstandelijke denken geen toegang toe hebben.
  7. Veel bijbelteksten zijn niet bedoeld als informatie, maar als invocatie of oproep. Door ze vanuit de juiste gerichtheid uit te spreken of te beluisteren worden goddelijke krachten opgeroepen die in de mens werkzaam kunnen worden. De apostel Paulus schrijft in dit verband: ‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend.’ (2 Korinthe 3:6)
  8. Bijbelteksten kunnen bijdragen aan groei van het innerlijke begrip op basis waarvan leiding kan worden gegeven aan het eigen leven en eventueel ook aan dat van anderen. De psalmdichter formuleert dit als: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.’ (Psalm 119:105)
  9. Wie zich afstemt op een bepaald bijbelgedeelte, ervaart mogelijk iets van het hoge bewustzijnsniveau van waaruit het is ontstaan.

Een gedeelte uit de Bijbel waarvan een enorme kracht uitgaat, is onmiskenbaar de proloog van het ‘Evangelie van Johannes’: de eerste achttien verzen. Daarom beginnen we dit online-programma met een tekst waar die proloog deel van uit maakt. Het is een compendium: het hele spirituele pad ligt erin besloten. Lees of beluister deze samenvatting van het heelal eens een week of langer iedere dag en ervaar wat dat met je doet. Als je dat wat veel vindt, kun je je beperken tot de eerste vijf verzen want alleen die al zijn van een uitzonderlijke diepgang. Leer ze uit je hoofd, zodat je ze altijd bij je hebt. Dan sluit je ze in je hart en gaat er een transformerende werking van uit. Dan begrijp je ook waarom ‘uit het hoofd leren’ in de Engelse taal learning by heart wordt genoemd.

Het goddelijke scheppingsplan

In de proloog van het ‘Evangelie van Johannes’, het meest gnostieke evangelie in de Bijbel, wordt meerdere malen gesproken over het Woord of de Logos. Daaronder zouden we het goddelijke scheppingsplan kunnen verstaan. Als je het Woord aanneemt, wil dat zeggen dat je je inspant om het menselijke stelsel dat je bewoont, geschikt te maken om mee te werken aan de uitvoering van het goddelijke plan en zo deelgenoot te worden van de God-menselijke hiërarchie of universele Broederschap. Die bestaat uit de engelenscharen en de menselijke entiteiten die ofwel nooit gevallen zijn ofwel de bevrijdende weg naar het verloren vaderhuis met succes zijn gegaan.

In de eerste dertien verzen van de proloog van het ‘Evangelie van Johannes’ kunnen we dezelfde zevenvoudige structuur herkennen als in de scheppingsmythe in Genesis 1, en die is toegelicht in hoofdstuk 6 van het boek ‘Mysteriën en symbolen van de ziel.’ Beide bijbelgedeelten gaan over schepping en herschepping van jouw diepste wezen, van de microkosmos die jij nu bewoont. Iets daarvan is schematisch weergegeven in afbeelding 1. Daarin staan ook de zeven ik ben-uitspraken van Jezus uit het Johannes-evangelie vermeld. Het zou te ver voeren om dit hier nader toe te lichten.

We besluiten deze eerste beschouwing van het boek ‘Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood’ met de magistrale eerste vijf verzen van de proloog van het Evangelie van Johannes. Ze gaan onder andere over de ontwikkeling van het volledige menselijke stelsel dat jij momenteel bewoont en dat nu gereed is om te worden herschapen.

‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden, en zonder dit Woord is geen ding geworden dat geworden is. In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet gegrepen.’ (Johannes 1:1-5)

 

 

3 gedachten over “Beschouwing 1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *