Uitspraken van Boeddha, Dhammapada, hoofdstuk 1, tegengestelde verzen

 

Uitspraken van Boeddha, Dhammapada, hoofdstuk 1, tegengestelde verzen

De oorzaak van alle verschijnselen is het bewuste gemoed. Het gemoed gaat aan alle ongezonde, niet-heilzame stemmingen en toestanden vooraf.  Wat we nu zijn, is ontsproten aan onze gedachten en gevoelens van gisteren. Onze huidige gedachten en gevoelens zijn de bouwstenen van ons leven van morgen. Ons leven krijgt vorm door het gemoed.  Als je spreekt of handelt met een onzuiver gemoed, volgen de ellende en lijden op de voet als een door een os getrokken karrenvracht.

Alle verschijnselen hebben het bewuste gemoed als oorzaak. Het gemoed gaat aan alle gezonde, heilzame stemmingen en toestanden vooraf. Wat we nu zijn, is ontsproten aan onze gedachten en gevoelens van gisteren. Onze huidige gedachten en gevoelens zijn de bouwstenen van ons leven van morgen. Ons leven krijgt vorm door het gemoed. Als je spreekt of handelt met een zuiver gemoed, volgen blijdschap en geluk als een schaduw die nooit wijkt.

‘Hij heeft misbruik van me gemaakt, hij heeft me geslagen, hij heeft me overweldigd en me beroofd.’ Wie zulke gedachten voedt, brengt zijn haat niet tot bedaren.

‘Hij heeft misbruik van me gemaakt, hij heeft me geslagen, hij heeft me overweldigd en me beroofd.’ Wie zulke gedachten niet voedt, brengt zijn haat tot bedaren.

Haat wordt in deze wereld nooit gestild door vijandschap. Haat wordt alleen gestild door onvoorwaardelijke liefde. Dit is een eeuwige wet.

Mensen die ruzie met elkaar maken en elkaar bevechten, beseffen niet dat we allemaal op een bepaald moment sterven, maar wie dit wel beseft, brengt het twisten tot bedaren.

Zoals een storm zwakke bomen velt, wordt wie alleen leeft voor zinnelijk genot en niet weet welke kracht er schuilt in deugdzaam-zijn, geveld door de verzoekingen en verleidingen van Mara.

Mara, de overweldigende verleider, kan een gematigd, gedisciplineerd, getrouw, rechtschapen, actief, vitaal en gelijkmoedig mens niet uit zijn evenwicht brengen.

Wat heb je aan het gewaad van een monnik of non als je gemoed niet zuiver is? Wat heb je aan dat gewaad als waarheid ontbreekt en discipline wordt verloochend?

Alleen wie kleingeestigheid heeft verworpen en standvastig is in deugdzaam-zijn, wie geen lichtzinnigheid kent en leeft in harmonie met zichzelf en zijn omgeving, mag het smetteloze gewaad van de geestelijke stand met recht dragen.

Wie het niet-wezenlijke aanziet voor het wezenlijke en het wezenlijke ziet als het niet-wezenlijke heeft onjuiste gedachten en zal de waarheid nooit kennen.

Boeddha uitspraak Dhammapada spirituele tekstenWie het onderscheid tussen het wezenlijke en het niet-wezenlijke kent, stilstaat bij wat rechtschapen is en rechtvaardige gedachten heeft, leert de waarheid kennen.

Zoals regen door een dak sijpelt, dringt lust het ongedisciplineerde gemoed binnen.

Zoals regen op een goed dak afketst, dringt lust een gedisciplineerd, bezonnen gemoed niet binnen.

Een boosdoener treurt nu en ook later in het hiernamaals. Jammerend en weeklagend, treurt hij in beide werelden als hij inziet hoe verdorven en nutteloos zijn onzuivere, verkeerde daden waren.

Wie rechtschapen is, verheugt zich nu en ook later in het hiernamaals. Tevreden en opgetogen, schept hij behagen in beide werelden als hij inziet dat zijn zuivere, onbaatzuchtige daden verdiensten hebben opgeleverd.

Een boosdoener lijdt nu en ook in het hiernamaals. Diepbedroefd lijdt hij in beide werelden als de gedachten aan zijn slechte daden knagen aan zijn geweten en branden in zijn gemoed.

Een rechtschapen mens geniet nu en ook later in het hiernamaals. Hij is in beide werelden verrukt en gelukkig als de gedachten aan zijn goede daden zijn geweten en gemoed verlichten.

De huichelaar die reciteert uit heilige teksten en het over allerlei deugdzame zaken heeft, maar daar niet naar leeft, die nalatige mens is als een koeherder die alleen de koeien van anderen telt.

Wie echter de heilige teksten sporadisch of helemaal niet reciteert, maar wel leeft overeenkomstig de leer (van de boeddha’s), zich met ware wijsheid ontdoet van waanideeën, lust, hebzucht en haat, zich met een vrij gemoed nergens aan hecht en nergens vurig naar verlangt, die wordt de zegeningen deelachtig van het heilige leven (de verlichting).

Bron: Dhammapada, woorden van Boeddha

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *