U bent het licht van de wereld, een beschouwing van J. van Rijckenborgh over een gedeelte uit de Bergrede

5 spirituele pinksteren

Een nieuwe geboorte wordt altijd ontheven aan nacht, smart en chaos. Wij zingen: ‘Na de nacht komt straks de morgen, zie, de zon verheft haar baan.’ Daarom moet de bewuste mens, de denkende mens leven in de geboortestond. Hij is van het morgenland! Wanneer u niét van het morgenland en levend in de nieuwe geboorte kunt zijn, dan dient u onder te gaan in nacht en smart en chaos. Het zout dat smakeloos wordt deugt nergens meer toe dan om buiten geworpen en door de mensen vertreden te worden.

U zegt of denkt misschien: ‘Als straks de morgen komt, dan doe ik mee. U zult een zien hoe ik meedoe. Als dan de eerste schreeuw van de nieuwe geboorte door de licht trilt, zal ik meestemmen in dat koor en mijn juichkreten doen schallen in het rond. Ja, dat zal ik!’

Begrijp toch het grote levensgeheimenis van de nieuwe geboorte, de diepe zin van de dingen. Kan er van geboorte sprake zijn zonder schepping, zonder conceptie? U struikelt hier over hetzelfde euvel als waar men in alle tijden in de ellende over gevallen is. De religieuze mens van nu ziet uit naar hulp van búiten. God moet het doen door zijn zoon. Hij is toch ‘het licht van de wereld’ genoemd?

Maar hoor, met nadruk getuigt de Bergrede: ‘U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.’

U bent het licht van de wereld, dat wil zeggen als u pionier bent, als u het recht hebt u op te houden in de geestesschool, als u zich bewust ment een christen te zijn. U bent het licht van de wereld! En moet nu het licht wachten op het licht? Moet het licht wachten op de morgen? Het licht moet schijnen tot de morgen klaart! De stad op de berg moet haar aanwezigheid doen schouwen over het wereldrond. 

Door het licht van de wereld – en dat bent u – moet in nacht en smart en dood uw gehele geestelijke goodwill stralen tot in de wijde verten. Dát is de conceptie van de nieuwe geboorte. Het licht schijnend in de nacht! Nu moet u tonen wie u bent: een geestelijke armoedzaaier, een parasiet, een geestelijke druktemaker, of, een in God herrezen mensenkind, een licht van de wereld. Daartoe bent u geroepen. Niet straks, maar nu. Niet nu, maar reeds jaren geleden. 

Daarom gaat de Bergrede consequent verder: ‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.’

Verstaat u dit woord? Als u dit woord zou vervullen, dan spreekt men niet meer over twistvragen, of er een god is, welke kerk, welk dogma, welke richting de juiste zou zijn. Dan zwijgt al dat gepeuter, dan lachten de mensen dat hooggeleerde theologische gebazel van onze dag weg. Dan bewijst u God door uw lichtstraling! Dan ervaart de mens God geopenbaard in het vlees. 

Duizenden bidstonden zijn in onze jaren gehouden. De goddelijke hiërarchie is bestookt met een trommelvuur van gebeden. Gevoelt u met ons de tragische humor van deze dingen? Eén geweldige smeekbede om licht, om olie in die lampen. 

‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.’

Dat is prachttaal, dat is dynamisch, dat is direct, dat maakt een einde aan alle spitsvondigheden. Laat uw licht schijnen! Wanneer en waar? In een wereld die donker is en tot de mens die licht behoeft! Bewijs god uit uw werken, uit uw handeling. In een wereld waar gebouwd met worden, waar men uw handeling van binnenuit dringend behoeft. 

Laat uw licht schijnen! Kunt u dat? Of is op u van toepassing het woord van De Genestet: ‘Mens wees iemand, doch hij kon niet want hij was neomand.’ Maar u kunt het! Wij wachten niet op vrede, wij wachten niet op morgen, doch wij maken de nieuwe morgen, wij concipiëren hem. Wij laten ons licht schijnen in de nacht, al gaat de tijd ons niet ongemerkt voorbij, daar wij wonen in de natuur. Ook al rammelen onze botten en wordt ons hart traag en moe, wij heffen het hoofd omhoog en kijken elkaar glimlachend in de ogen, want wij zien het licht dat door onze leven slaat. En wij stralen dat licht uit in de nacht, wij gieten het licht, dat onweerstandelijkin onszelf brandt, over wereld en mensheid uit een wij maken de morgen, wij spreken met een lichtend vlammend woord: ‘Nieuwe zon, stijg!’

En de nieuwe zon stijgt. Zij gaat naar de transen. Wij sluiten ons aaneen, opdat de mensen door ons werk, door ons lichtend streven, de Vader die in de hemelen is zullen verheerlijken.

Bron: Het Licht der wereld door J. van Rijckenborgh    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *