Wees niet bezorgd – vrij komen van angst, zorg en vrees – lessen uit de Bergrede, toegelicht door Jan van Rijckenborgh

BESTEL HET LICHT DER WERELD

‘Wees niet bezorgd over uw leven, wat u zult eten of  drinken, noch over uw lichaam, waarmee u het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? Maak u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken en waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Uw hemelse Vader weet dat u dit alles behoeft. Zoek eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maak u dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. (Mattheüs 6:25, 27, 31-33)

De bovenstaande tekst uit de Bijbel wordt hieronder toegelicht door Jan van Rijckenborgh. De tekst komt uit het boekje ‘Het licht der wereld – zeven lessen uit de bergrede‘, dat toespraken bevat die de auteur gehouden heeft in de jaren 1945 t/m 1947, als vervolg van zijn toespraken tijdens de bezetting die zijn uitgegeven in het boek Het Mysterie der zaligsprekingen. In die tijd van verschrikking, maar ook van hoop op een betere toekomst, werden de woorden die Jezus op de berg sprak voor zijn leerlingen op een nieuwe wijze benaderd voor leerlingen van de School van het Rozenkruis. Zijn toelichtingen en aanwijzingen zijn universeel juist ook vandaag de dag bijzonder relevant. 

1. Groeien naar niet bezorgd zijn

De mens van de aardse natuur, de mens als kuddedier, de mens geboren en getogen uit deze aardkluit, is de mens die de strijd om het bestaan kent. Deze mens weet wat het zeggen wil: ‘In het zweet uws aanschijn zult u uw brood eten.’ En daar hem dit oordeel als een oerangst in het bloed zit, daar jaagt hij naar het bezit van zoveel mogelijk brood, met het plengen van zomin mogelijk zweet. Dit is het begin van alle social strijd, van alle oorlogen, van alle economische anarchie, van alle dwang, van alle terreur en van alle volksverdomming. 

Deze oerangst is de ondertoon van alle opvoeding en van alle dialectische wetenschappen. Het gaat om leven, om voedsel, om kleding. Het is de driehoek van het aardse bestaan. Wie zou het ontkennen? De aardse mens is als het dier dat zijn soortgenoot het voedsel gapt, uit drang tot zelfbehoud. Het is het natuurinstinct van een oeroud verleden. Wij zijn ‘meneer’ en ‘mevrouw’ zolang dit natuurinstinct geen geweld wordt aangedaan en wij zijn religieus, humaan en hoogst beschaafd zolang leven en voedsel en kleding niet in het gedrang komen. De woorden: ‘Wees niet bezorgd over uw leven, wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, waarmee u het zult kleden,’ zijn zeker niet gesproken tot de mens die in de spanningen en woelingen van de hedendaagse wereld drijft. 

Dit woord uit de Bergrede leent zich niet voor experimenten. Waag u dus niet aan beschamende exaltatie, want het gaat hier om zeer grote en heilige dingen. Het veruiterlijkte christendom van deze era heeft de Christus al zo menige slag in het heilige gelaat gegeven. Laten wij het dus niet erger maken dan het al is. U mag niet vertrouwen op dit woord! U mag er niet in geloven! U kunt er niet mee experimenteren. U kunt er alleen naar toe groeien. 

Uit: Het licht der wereld
Hoofdstuk: Wees niet bezorgd

2. Vertrouwen op het godsplan

Er zullen weinigen zijn die in hun leven nimmer een zeer wonderlijke ervaring hebben opgedaan. Wij doelen op de ervaring dat wanneer de nood hoog is, ook de redding haar hulp schenkt. Het zal u overkomen dat u aan iets behoefte had … en het kwam! Sommigen hebben daarin gebedsverhoring gezien, anderen hebben het als puur blind geluk aanvaard … doch het was er. Het was er zo veelvuldig door alle eeuwen heen, dat men er één van die volkomen ware, diepe filosofische spreekwoorden van maake, één van die middelen om oerkennis voor het volk te bewaren: ‘Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.’

Het betreft hier de werking van een goddelijke wet, die alle gebieden van stof en geest vervult; een wet zo machtig, verheven en dynamisch, dat ze zelfs in staat is zich in een wereld van godsontkenning, van godsnegatie, in flitsen te bewijzen. De bedoelde wet leert dat er voor iedere entiteit die, hoe dan ook en waar dan ook, in het universum uit het goddelijke wezen wordt verbijzonderd, een volkomen levensmogelijkheid is, in de uitgebreidste zin.

Zodra een entiteit zich in de kosmos naar het bewustzijn hervindt, dat wil zeggen zodra de centrale godsvonk zich in hem bewijst, en hij, op basis van dit bewustzijn, de godsvonk moet aanwakkeren tot een vlam en in samenwerking met zijn medebroeders en -zusters het vuur van Gods liefdeplan moet onderhouden en voortdragen naar het doel, dan is er voor hem gezorgd, dan is alles wat hij tot zijn instandhouding of voortbouwende taak nodig mocht hebben volstrekt aanwezig.

Uit: Het licht der wereld
Hoofdstuk: Wees niet bezorgd

3. Eerst het koninkrijk zoeken

Het feit dat in de aardse natuur alles tot zorg en bezorgdheid verplicht is, moet de leerling doen beseffen dat hij het spoor bijster is geworden. Hij dient zich dus in te spannen, het leven in overeenstemming met de oorspronkelijke wet terug te vinden. Een van de voorwaarden op het pad is dan ook het juiste antwoord te vinden op de vraag: Hoe moet mijn geestelijke inspanning zich richten? Hoe moet mijn zoeken zich afstemmen? Moet ik door de materie heen tot de ware staat doorbreken? Of moet ik door de geest heen de materie leren overwinnen? Hoe word ik in het bezit van mijn erfdeel gesteld?

De Bergrede is hier zeer duidelijk. ‘Zoek eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid en al het andere zal u geschonken worden.’ Al het andere is dan geen probleem meer. Naar al dat andere, dat niettemin nodig is, gaat het zoeken van de aardsgezinden uit. ‘Moet ik dan mijn materiële belangen verloochenen? Moet ik mijn kinderen niet opvoeden, zodat zij zich zullen kunnen handhaven in de maatschappij? Moet ik Gods water over Gods akker laten lopen?’

Als u met deze vragen komt aandragen, is dat een bewijs dat u zich zorgen maakt, dat het probleem nog te veel voor u is, dat u ertegenaan kijkt. De mens die iets van het ware rijk en zijn gerechtigheid ervaren heeft, stelt hier geen vragen meer. Het zoeken en streven van de aardsgezinden heeft alle kleur voor hem verloren. Hij gaat op in het nieuwe leven en van stonde aan is daar zijn erfdeel, waarvan hij de aanwezigheid in vroegere schemeringen van het ware leven voorvoel heeft. Hier is geen sprake van ‘schepen achter zich verbranden’ en midden in het onzekere springen. Het is het verruilen van een roeiboot voor een mailschip.

Uit: Het licht der wereld
Hoofdstuk: Wees niet bezorgd

4. Het ontvangene getransmuteerd weggeven

Als er waarachtig geestelijk werk in deze wereld wordt verricht, ten dienste van allen die zich krampachtig vastklampen aan deze aarde, dan kan zo’n werk zonder een cent beginnen. Het behoeft geen fondsen te verzamelen en komt toch niets tekort. Van alle kanten vloeit het toe, niet te veel, maar ook niet te weinig. Ook aan deze werking liggen de manifestaties van dezelfde wet ten grondslag. Deze werking doet zich echter alleen dán gelden indien al het ontvangene getransmuteerd wordt teruggegeven in volstrekte arbeid ten dienste van allen, en meer dan dat. 

Doch in deze werking gaat de Bergrede niet op. Als u dit wilt begrijpen, moet u zich losmaken van alle materie en de daarmee samenhangende hersenkronkels. Als Christus het geciteerde woord spreekt, dan spreekt hij tot leerlingen op de berg. Zij zijn ingewijden! Dacht u dat deze mensen zich bezorgd maakten over leven, eten, drinken en kleding in de gewone burgerlijke zin? Het is om te lachen! 

Er is bij de leerlingen van de geestesschool, die moeizaam het pad beklimmen, een andere hunkering: een hunkering naar het werkelijke, volle leven, naar de ware geestelijke spijs en drank en naar het ‘overkleed’ worden met het hemelde lichaam, zoals Paulus het uitdrukt. Dát is hun voortdurende gedachte in een bepaalde fase van hun staat. En die zorg nu is verkeerd, die zorg is fnuikend, die zorg is ziekmakend, die zorg is dialectisch, die zorg is aards. Geen leerling op het pad kan, door zo bezorgd te zijn voor zijn geestelijke staat, ook maar één el aan zijn lengte toevoegen. U hebt als leerling maar één ding te zoeken: het koninkrijk en zijn gerechtigheid. Dit zoeken is geen nieuwe vorm van uitbuiten of uitgebuit worden, neen, dit zoeken is: bevestigen, funderen, bouwen, metselen.  

Uit: Het licht der wereld
Hoofdstuk: Wees niet bezorgd

5. Het werk doen

Als u leerling bent, als u als leerling geroepen bent, ga er dan toe over, naar uw-staat-van-zijn, het ware rijk en zijn gerechtigheid te dienen. Werp u daarin met uw gehele wezen. Denk niet aan uw particuliere geestelijke wording met al haar noden. Zijn die noden er dan niet? Waarachtig wel, doch denk er niet aan, sta er niet bij stil. Dóé, met alle door u sterk gevoelde tekortkomingen, schrijnende pijn van het onvolmaakte, daar u staat in het godslicht op de berg. Doe het werk! Al dat andere komt! Het wordt u geschonken. 

Wanneer? Waar? Hoe? Het doet er niet toe. Ervaar het woord van de Christus: ‘Mijn genade zij u genoeg!’ In deze genadekracht staan wij in het heden, met zijn ellende, smart en inktzwarte duisternis. In dit heden hebt u uw werk te doen, uw werk als kind van God. En in dit heden zijn er de spanningen die u weerstaan. Breek deze spanningen krachtens uw roeping en de u betoonde genade in het heden. Stel u voor uw taak en doe! Leuter en speculeer niet over morgen. Dat is de adembeklemmende zakelijkheid van de Bergrede.

Tot allen die de berg van de geest willen bestijgen wordt gesproken: Verlies alle eigenzin, maak u geen zorgen over levensontplooiing, over geestelijke krachten en waarden die u op het pad nodig mocht hebben. Want het gaat om het leven zelf – het leven van de vernieuwing. Jaag al deze hogere ikzucht en ikangst uit uw wezen weg. Zoek het koninkrijk en zijn gerechtigheid. Vervul de wet der liefde naar het voorbeeld Christi en al het andere komt vanzelf, daar het de vervulling is van een vanzelfsprekende wet.

  1. Gij zijt het zout der aarde
  2. Het wezen der wet
  3. Wees niet bezorgd
  4. Gij zult niet echtbreken
  5. Oordeel niet
  6. Geef het heilige niet aan de honden
  7. De offerande van de hemelse mens

Bron: Het Licht der wereld door J. van Rijckenborgh    

BESTEL HET LICHT DER WERELD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *